Hans van Willigenburg

Hongerige wolf peuzelt Hubers op

In Geen categorie on 6 december 2009 at 20:42

Het grootste gevaar als je over poëzie schrijft, is dat je net zo ruimdenkend, invoelend en begripvol wordt als poëtisch geesten verondersteld worden te zijn. Ik ben namelijk niet ruimdenkend, invoelend of begripvol – ik ben een hongerige wolf op zoek naar gedichten die mij inspireren. En in die hoedanigheid is het volstrekt zinloos woorden te besteden aan bundels of dichters, waarbij je niks in je maag voelt rommelen. Wiens vlees zonder kraak op smaak door je slokdarm glijdt. Met die benadering houd je het (1) lekker overzichtelijk,  (2) positief en (3) hoef je, halleluja!, niet in discussie met academische haarklovers, die de maag als wegingsfactor totaal niet serieus nemen.

De laatste bundel die ik met smaak heb opgepeuzeld, is ‘Vandaar dit huwelijksleven’ van de Haarlemse stadsdichter Sylvia Hubers (1965). Hier hebben we een vrouw aan het woord die naakte gekte en waanzin toelaat of aantrekt, en daar, in jaloersmakende buien van vormbewustzijn, een klap aan uitdeelt, waarna er zelfs voor Opel- en Ford-rijders te genieten poëzie uitrolt. Om die klap uit te delen en de gekte/waanzin te betrappen, heeft Hubers geen moeilijke woorden nodig. Integendeel. Met huis-, tuin- en keukentaal, die dicht bij die van de Libelle ligt, creëert ze soms bevrijdende, soms benauwende universa. Zomaar een toppertje uit de bundel is deze:

MET STOPVERF/Nee, ik zal je niet/met stopverf vergelijken/zoals je daar in je stoel/met je benen over elkaar/je armen om de krant.//Ik loop in leuke jurkjes voorbij/met kopjes en schotels, ik heb ook/nieuwe tanden geprobeerd.//Stopverf drinkt/af en toe een slokje koffie//een hoorbaar slokje/dringt de stilte binnen

Ik weet niet hoe het u vergaat bij het lezen van dit gedicht. Maar ik denk dat het woordje ’stopverf’ voor mij nog jarenlang een afschrikwekkende en morbide betekenis zal hebben. Met dank aan Sylvia Hubers. Wat ook erg lekker was aan haar nieuwste werk, is de manier waarop Hubers zich vormtechnisch ‘vrij vecht’ uit de symbolische modderlagen, waar heel veel poëzie in verdwijnt. Sterker nog: ze gaat af en toe de grens over en verlevendigt haar bundel met het marginale genre van het zeer korte prozaverhaal! Ook daar produceert ze menig juweeltje.  

Hoewel ik in de verleiding ben de hele bundel te citeren en bejubelen, zie ik het als mijn primaire taak u hongerig te maken naar de wonderlijke geest van Sylvia Hubers. Dus sluit ik zuinig af met een andere favoriet. Als die u bevalt – net als ‘Met stopverf’  - kan het niet anders of u moet deze bundel gauw bestellen.

ZIJ/Zij zouden echt niet met de hemel te koop lopen/als die bestond. Echt niet. Zij zouden hun hemelpoort/verbergen, dikke pijpen roken, ijskoud in de verte/langs je kijken wanneer je de onmogelijke vraag stelt

Als je hier geen trek van krijgt…

All comments are screened for appropriateness. Commenting is a privilege, not a right. Good comments will be cherished, bad comments will be deleted.