Wat een heerlijk ’simpele’ kop, hè lezer? Ik zou het zo nog 100 x willen herhalen: ‘Peter Swanborn is prachtig’. En ik doel dan, met name, op zijn pas verschenen bundel ‘Tot ook ik verwaai’ (Podium). Hoewel ik doorgaans niet erg gesteld ben op themabundels, weet Swanborn mij hier terstond te ontdooien. Hij richt een monument op voor zijn dementerende moeder – en wat voor één! Hier beschrijft een zoon, in de kracht van zijn leven en met minutieuze passie, het stapje voor stapje wegglijden naar een eeuwige donkerte. Een proces dat gedicht na gedicht aan kracht, intimiteit en universaliteit wint. Daarenboven – en dat is al even knap – weet hij de scheidingswand tussen het lot van zijn moeder en de haar omringende mensen – soms subtiel, soms keihard – weg te trekken, waardoor de lezer op een intelligente manier schrik wordt aangejaagd. ‘Wat mijn moeder kan overkomen, kan jou ook overkomen’. Het gedicht ‘Verjaardag’ is hiervan een treffende illustratie:
Familie compleet, bloemen in plastic,/soep met kroket, hard praten,//cadeautjes bedoeld om goed te maken,/vers kleinkind onhandig op schoot gelegd.//Ze ziet niets, hoort alles, keert zich af./Die mensen, wat willen ze toch?//Iedereen druk met elkaar of zichzelf./Het weer, het werk, vakantie, hypotheek.//Ze luistert en zwijgt, zegt niet:/wacht maar, ook jullie zijn alleen.
Ik blijf erbij: Swanborn is prachtig! De hele bundel door houdt hij dit niveau en rijgt hij het ene prachtminiatuurtje aan het ander. Zoals een andere recensent opmerkte gaat zijn werk ‘direct naar hoofd én hart’, en dat kan geen kwaad in de toch licht steriele wereld van de Nederlandse poëzie. Voor meer uitgebreide en uitgewerkte recensies kunt u terecht bij mijn ‘collega’s’ van de kranten en de diverse poëziesites.