In Geen categorie on 30 januari 2010 at 11:28
Als je de mens in al zijn doortraptheid en achterbaksheid in het wild wilt tegenkomen, is de tennisbaan een aardige pleisterplaats. Waar voetballers nog vaak rare capriolen moeten uithalen om de boel te misleiden (vreemde fopduiken, een getergde grimas en een schreeuw vanuit de onderbuik), hoeft een tennisser vaak alleen maar doodleuk ‘uit!’ te roepen terwijl de bal gerust een centimeter of meer binnen de lijnen belandde. Het mooiste moment is als de tegenstander onraad ruikt en, staande bij het net, vraagt of de speler in kwestie zeker is van zijn beoordeling. Dan wordt ’t leuk. Dan zie je de valsspeler een bal rapen of zijn schoenen afkloppen en net iets te kort, iets te betrapt, iets te binnensmonds ‘ja’ zeggen om overtuigend te klinken. Zolang ikzelf niet op de baan sta, geniet ik daarvan. De mens in zijn meest kleinzielige vorm is altijd weer een gezellig tafereeltje om naar te kijken, al was het maar omdat jij jezelf – ook maar een sukkel, tenslotte – even als een ware volwassene kunt beschouwen die ‘daarboven staat’. Lang duurt die illusie overigens niet. Want een paar dagen later sta ook ik hoofdschuddend op de baan. Moordlustige gevoelens bespringen mijn gemoed. Er is niet meer voor nodig geweest dan een tegenstander die ’40-30’ zegt terwijl de werkelijke stand 30-40 is. Het laatste punt is naar mijn maat en mij gegaan. Daar zijn wij en onze tegenstanders het over eens. En dus haal ik de stand voor de laatste slagenwisseling aan, 30-30, om aan te tonen dat wij het bij het rechte eind hebben. ‘Dan is het nu toch 30-40?’ zeg ik, kalm. Maar dan staat één van de tegenstanders ineens met z’n handen in de zij en z’n borst vooruit bij het net. Hij zegt: ‘Je hebt niks gezegd.’ Ik kijk ‘m bevreemd aan. ‘Niks gezegd?’ vraag ik, enigszins verbaasd. ‘Toen ik net zei dat het 40-15 was, heb je niks gezegd,’ zegt hij. Ik sta perplex. De tegenstander heeft een strakke grijns op het gezicht. Ik voel aan: hij gaat voet bij stuk houden. Mijn bloed begint te kolken. Aangezien de einduitslag mij werkelijk geen zier uitmaakt, maar ik ook weer niet het lijdzame lijdend voorwerp wil zijn van deze overduidelijke intimidatiepoging, grijp ik naar mijn favoriete instrument: de ironie. ‘Dus als ik het goed begrijp, vind jij dat ik op de baan sta om voortdurend jouw stand te controleren en corrigeren?’. De tegenstander heeft nu een ijzige blik in de ogen. Hij kijkt langs me heen: ‘Ik zei 40-15 en je hebt niks gezegd.’ Als ik geen zin heb om te capituleren (ik en mijn maat zijn zeker van onze zaak) biedt de tegenstander – in een vlaag van berouw? – een let aan. ‘Dan staat het 30 gelijk, oké?’ Ik ben al niet meer voor rede vatbaar. Ik weiger. ‘Hoe kun je nou naar links serveren op een even stand?’ zeg ik. ’30 gelijk klopt sowieso niet.’ ‘Oké,’ zegt de tegenstander resoluut, ‘dan moet je ’t zelf weten, dan is het 40-30.’ We spelen verder en één punt later hebben ze de game geroofd. De tronie van die tegenstander – dat weet ik nu al – zal nog enige tijd in mijn geheugen rondwaren. Hoe dik (of dun?) is de laag van beschaving? Eén puntje dun. Op de tennisbaan, overal…?
(deze column verschijnt in het aankomende nummer van ‘Baanpraat’, het huisorgaan van ATV Berkenrode)
In Geen categorie on 20 januari 2010 at 22:50
Onderstaand gedicht heb ik ‘ontdekt’ in de bundel ‘Restarting the world’ van de Amerikaanse dichter Leonard Nathan (1924-2007). Rillingen krijg ik ervan!
THEM/The ones with the still and remote faces,/who smile sometimes but aren’t happy,/frown sometimes but aren’t dissapointed,/who have said goodbye long before seperation,/who look unflinching at the glory/of the almond tree in blossom,/or at black distance without stars/to relieve it – they are the ones/who know just when and how/and perhaps why, the ones/I watch for signs.//When they pack and leave/I pack and leave. When they sigh/and stay I stay.//They are like experienced waiters/who see it all in a glance, who know/their job and never confuse it/with serious business, who remember/what the occasion needs and wait/till they’re called for to do what’s required/with no fuss and the few right words.//They are like experienced ex-priests/who still can give the lost directions for another world but have chosen this one/because it demands all their faith/just to remain human.//To them the outburst of the almond/is only another time diversion/already foreseen in the cold necessity/of December when the tree stood there/naked of all but essentials.//To them we are like children/begging for a good story/or the trick of dissapearing coins./They listen patiently to our babble/but never take their eyes off the door.
Pieuw!
In Geen categorie on 19 januari 2010 at 18:09
Eén van de voornaamste ‘verdiensten’ van progressieve opiniesite Joop.nl is dat het een doodgewaand genre heeft doen herleven: het academische neuzelproza! Voor dit type kopij (ooit populair in marxistische studentenkringen) hoef je alleen maar aan je eigen piemel te rukken of in je eigen kut te peuren om er het vooringenomen standpunt uit te halen dat je al jaren zo graag mag ruiken. Een standpunt dat negen van de tien keer – toevallig? – evenwijdig loopt aan het ziekelijk eenzijdige wereldbeeld van opperbaas Francisco van Jole, u weet wel, die vrijdenkende journalist die De Volkskrant geen goede krant meer vindt omdat er ‘teveel rechtse stukken’ in zouden staan. Dat risico wil hij – zoveel is duidelijk – met Joop niet lopen. Daar wil hij nog maar één type kopij lezen: gevaarloos, zelffeliciterend en doordrenkt van het eigen, van tevoren bedachte gelijk. Dus bestelt hij goedkope ladingen neuzelproza bij een groep jonge, verdwaalde academici, die artikeltjes bij elkaar schijten die een regelrechte belediging zijn voor de taal, de logica en de rhetorica. Hier wordt geen poging meer gedaan iets te verhelderen of samen te vatten of inzichtelijk te maken. Hier proberen auteurs te bewijzen dat ze bepaalde woorden en begrippen beheersen en strooien ze die, als warrige geesten, zomaar in het rond. Weten hoe zulk neuzelproza uit hun darmen gutst en wat voor smaak ’t heeft? Klik voor de grap eens door en proef zelf!
http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/die_vermaledijde_elite/
In Geen categorie on 16 januari 2010 at 18:09
In Haïti heeft een vreselijke aardbeving plaatsgevonden. Dat is makkelijk gezegd; het ‘kost’ je niks. Het is slechts de constatering van een feit. Voor mij is dat genoeg – merk ik. Maar anderen willen er, en wel onmiddellijk!, iets mee of aan doen. Ze geven geld, verklaren hun solidariteit met het land en hun slachtoffers en voelen soms ook de behoefte wildvreemden in het drama te betrekken omdat ze nu eenmaal vinden dat je niet deugt als je gewoon de dingen blijft doen die je altijd doet – ondanks de ramp in Haïti! Ik zie vakgenoten radeloos door de puinhopen van Port-au-Prince banjeren en verslag doen van de wanhoop en ik denk, héél voorzichtig: wat is wijsheid? Ik geef toe: ik verkramp bij dit soort prozaïsche ellende. Ik blijf zitten waar ik zit. Het enige effect van zo’n ramp in Haïti, als je daarvan mag spreken, is dat ik nóg bewuster en nóg intenser kijk naar mijn eigen (vredige) omgeving. En dat ik dankbaar ben dat ik naar een kleedje op een tafel mag kijken of naar een zich likkende kat. Ik ben niet gemaakt voor de solidariteitsindustrie. Sorry. Maar ik ben ook geen onmens, nee, echt niet…
In Geen categorie on 15 januari 2010 at 11:58
… of waarom Matthijs - misschien – toch niet zo ideaal is.
Deze week in HP/deTijd.
www.hpdetijd.nl
In Geen categorie on 9 januari 2010 at 10:19
Tot zaterdag 15 januari kun je mijn visie op de Afghanistan-politiek vinden in Straatmagazine. De daaropvolgende column, vanaf die datum te verkrijgen, draagt als titel ‘De paniekindustrie rukt op’. Over krantenkoppen, weeralarmen en de toenemende paniekgevoeligheid in onze cultuur…
Straatmagazine kost 1 euro 50 per nummer, en komt ten goede aan dak- en thuislozen in Nederland.
In Geen categorie on 8 januari 2010 at 17:19
Jarenlang was dominee Hans Visser van de Pauluskerk (Rotterdam) een onvermijdelijke pion in het publieke debat over junks, uitkeringen en tolerantie. Even los van zijn standpunten: de man kwam altijd naargeestig, zelfgenoegzaam en lichtelijk megalomaan op mij over. Zijn harde strijd voor de ‘onaangepaste medemens’ was, in mijn ogen, altijd net zo’n harde strijd voor het ‘freischwebende Ego’ van de dominee zelf. Op een dag zag ik hem op tv een uur lang in tweegesprek met Mart Smeets en dacht ik: natuurlijk, twee mega-ego’s hebben elkaar gevonden. Nu heeft de dominee zijn memoires geschreven en alleen de titel maakt verder commentaar overbodig:
‘MIJN leven, MIJN vrouwen, MIJN geloof’.
http://www.domineehansvisser.nl/
In Geen categorie on 5 januari 2010 at 13:30
Gerdi Verbeet (PvdA) was een ‘nobody’ toen ze verkozen werd tot voorzitter van de Tweede Kamer. En, toegegeven, voor zover ik het kan overzien, slaat ze in die functie allesbehalve een pleefiguur. Ze gaat ontspannen met Kamerleden om, is redelijk consequent in haar debatleiding, heeft humor en als ze de verkeerde knoppen indrukt lost ze dat met een glimlach op. Het is geen hogere wiskunde allemaal, maar Verbeet doet het ‘leuk’, en dat is voor een PvdA-er al héééél veeeeeeel! Want daar zitten weinig leuke mensen.
Maar nu de kwestie. Afgelopen zaterdag stond Verbeet in een trotse pose op de voorkant van het VK-magazine met het volgende citaat: ‘Ik doe niets wat niet bij me past’. De woorden walmden me bijna als een ‘coming out’ tegemoet. Ik dacht bij mezelf: fijn voor jou Gerdi, dat je niets meer doet wat niet bij je past. Maar ik dacht ook meteen: deed je vijf of tien jaar geleden dan wél de hele tijd dingen niet bij je pasten? En ik dacht ook: wat is daar eigenlijk erg aan? Dat je af en toe dingen doet waarvan je zelf vind dat die niet bij je passen? Sterker: wordt het niet pas leuk en spannend en leerzaam als je dingen doet die niet bij je passen?
Opeens bleek Gerdi Verbeet – in mijn ogen dan – symbool te staan voor de teloorgang van de PvdA. Hier was een sociaal-democratische carrièrepolitica aan het woord die na twintig of dertig jaar noeste arbeid haar kop omhoog stak, de schilfers van haar schouders sloeg en vol van zichzelf zei dat ze ‘niets meer deed wat niet bij haar paste’. Was zij niet de individualistische, verwende en licht groteske burger geworden, die je meestal tegenkomt als het kiezersprofiel van de PVV? En hoe kon een socialist eigenlijk niet begrijpen dat je af en toe dingen moet doen (al was het maar uit moreel plichtsbesef) die niet bij je passen?
Sorry, sinds afgelopen zaterdag vind ik Gerdi Verbeet een beetje een verwend secreet.
In Geen categorie on 2 januari 2010 at 23:30
De Rotterdamse dichter Arie Gelderblom (1945-1992) is een vergeten grootheid; alleen al dit ene gedicht bewijst zulks!
MEZELF TER VERANTWOORDING ROEPEND herinner je je die keer/dat je met haar, een onbekende, naar bed ging/en dat er iets vreemds in je opkwam/onder je hijgen, iets/van de neiging met je handen naar haar hals/te gaan en te knijpen, te knijpen/totdat ze voor eeuwig zou zwijgen/en ze je even bekend zou zijn als een voorwerp/en herinner je je dat je toen beter/klaarkwam dan ooit, al deed je niet/wat je wilde en zei je ten afscheid niet/tot ziens met een glimlach/die hetzelfde moest betekenen?
In Geen categorie on 2 januari 2010 at 20:33
Zojuist had ik het ‘voorrecht’ via internet de gemiste uitzending van ‘Wintergasten’ te bekijken, waarin Raoul Heertje de Amerikaanse journalist, schrijver en programmamaker David Simon (1960) interviewt, de man achter de veelgeprezen tv-serie ‘The Wire’. Het mooie van dit anderhalf uur durende gesprek is dat het feitelijk ‘over alles’ gaat, over nieuwsgierigheid, over ethiek, over leiderschap, over verlies, over onvermogen, over leugens, over alles wat de mensheid doet om zichzelf te troosten en de pijn te verzachten. En dat allemaal vanuit de journalistieke ‘drive’ om te weten hoe het nou werkelijk IS, als je alle bullshit even overboord gooit. Voor mij persoonlijk werkte het interview in zichzelf als een troostrijk medicijn. En luchtte het mij op dat er nog programmamakers zijn (Heertje, in dit geval), die los van loopbaanoverwegingen en kijkcijfergekte hun eigen vragen achterna lopen, net zolang tot ze de beste hebben gevonden die ze kunnen beantwoorden (Simon, in dit geval). De drijfveren achter kwaliteit zijn vaak zo simpel…
De vraag die mij na het kijken ‘overviel’ was: wat is dit mooi! en voedzaam! en verrijkend! maar hoe vul je een zender of het internet met deze ‘concentratie van kwaliteit’????? Het verhaal van Simon, dat in essentie een Griekse tragedie schetst, kun je feitelijk maar 1 keer vertellen. Is de Honger-Naar-Nieuw die nieuwe en traditionele media continu aanwakkeren niet al een niet te verdelgen gif dat ons rechtstreeks naar de afgrond voert? Is bullshit, kortom, niet de noodzakelijke ‘grondstof’ om zoiets uitzonderlijks als dit te maken?
Voor al degenen die nieuwsgierig zijn naar deze aflevering van ‘Wintergasten’ zet ik hieronder de link:
http://www.vpro.nl/programma/wintergasten/afleveringen/42629235/
In Geen categorie on 2 januari 2010 at 09:41
Joop is links. Joop is hoogopgeleid. Joop zit op de tiende verdieping of daarboven. Want Joop wil de straat niet horen. Want Joop is bang voor het volk. Binnen dit -inmiddels bekende- profiel staan er op Joop af en toe opiniemakers op, die het argumenteren hebben afgeschaft en die vinden dat hogeropgeleiden ook ongenuanceerd mogen hakken. Prima! Maar, vraag je je dan af, waar verdienen dat soort nitwits hun geld? De jaren ‘70 zijn toch allang voorbij? Dat mensen zich ’socioloog’ noemen, in hun studeerkamer onderduiken, gemeenschapsgeld opslurpen en vanuit de Ivoren Toren het hoogste woord voeren over wat wat wel/niet moet/mag in de maatschappij ligt toch ver achter ons? Niet dus. Gisteren las ik een warhoofdig stuk van ene Merijn Oudenampsen over het even amibitieuze als controversiële artikel van Frits Bolkestein in de Volkskrant, onderwerp: de mentale huishouding alsmede de toekomst van Europa. De paar alinea’s (want meer is ‘t niet) doen geen enkele serieuze poging de redenering in Bolkestein’s stuk te weerleggen of aan te vallen; het volstaat om hem belachelijk te maken. Alleen al de eerste zin van het stuk ontneemt je elke illusie dat hier zakelijke kritiek gespuid gaat worden, let op: ‘ Althans, dat lijkt de paradoxale conclusie van een tendentieus en onsamenhangend verhaal dat VVD coryfee Frits Bolkestein een dag voor kerst in de Volkskrant publiceerde. ’ Nog voor er sprake is van een inhoudelijke tegenzet weet Oudenampsen al bijna zeker dat het tendentieus en onsamenhangend is. En er is meer, hij vervolgt met ‘revanchistisch christelijk sausje’, ‘grand old man van rancuneus rechts’ en ‘maar het wordt pas echt lachwekkend’, en dan zijn we nog niet eens halverwege (!) zijn stuk(je). Waar ontleent deze niet-denkende beunhaas zijn grote mond aan? Waarom moeten we deze ‘freelance onderzoeker’ (let op de contradictio in terminis!) serieus nemen? Feitelijk doet hij in zijn tekstuele scheet niet meer dan wat geursporen uitzetten voor zijn eigen achterban. Bolkestein-deugt-niet, en de ‘freelance onderzoeker’ Merijn Oudenampsen komt het (na 0 dagen onderzoek!)namens Joop even voor u bevestigen. We herkennen hier de schier Noord-Koreaanse werkwijze waarmee Joop-hoofdman Francisco van Jole zijn medium poogt te organiseren en, zo moet gevreesd worden, de wetenschap tracht te hervormen: denken is niet nodig – ‘aan de goede kant staan’ is de enige meetlat.
Wilt u meer weten over een freelance warhoofd als Oudenampsen? En in welke gremia en bij welke congressen types als hij onderduiken en status genereren? Huiver mee bij de volgende link, en denk even niet aan de liters kerosine die de progressieve wereldverbeteraar Merijn er in 2009 ‘doorheen’ heeft gevlogen…;-)
http://www.flexmens.org/drupal/?q=Bio_Merijn_Oudenampsen