Hans van Willigenburg

Archive for november 2009

Niet naar KEVBDD

In Geen categorie on 29 november 2009 at 22:36

Help! Overkill! Ik weet nu – zonder actief op zoek te zijn – ongeveer alles over de film KEVBDD. Ik weet zo’n beetje alles van de gevoelens die de acteurs hadden bij de aanstelling van het ‘fenomeen Reinout’ als regisseur. Ik weet ongeveer alles over wat welke acteur bij welke scène voelde. En ik weet werkelijk alles over hoe een hoofdredactrice van een Nederlands modeblad over hoofdpersoon Stijn denkt en hoe dat slinks werd weggewoven door regisseur Martin Koolhoven en acteur Daniël Boissevain. Verder weet ik bijna alles over de gevoelens van Reinout voor, tijdens en na de opnames en de première en heeft ook actrice Anna Drijver (die de duivelse verleidster van Stijn speelt) amper nog geheimen voor me. En reken maar dat alles wat ik nog niet weet over KEVBDD de komende weken, via via, wel te weten zal komen: middels tv, radio, internet of YouTube.

Sorry, Reinout, ik ga naar de film om iets NIEUWS te ervaren. Niet om de publiciteitsmachine rond een film te controleren. Troost je. Zonder mij haal je de 1 miljoen bezoekers zeer waarschijnlijk ook wel…

De anekdote als fascisme?

In Geen categorie on 28 november 2009 at 18:55

De moderne poëzierecensent lijdt aan meningenmoeheid. Voor een erudiete geest als hij (of zij) is de excercitie van het wikken, wegen en oordelen in zichzelf een cliché geworden. Een flauw spelletje iene-miene-mutte waarmee de recensent niet langer geassocieerd wenst te worden. Hij (of zij) wil veel liever een deel van het wereldraadsel oplossen of een taalfilosofie tegen de te recenseren gedichten ‘aan leggen’, zodat zwart op wit staat dat we hier met een Hogere Geest van doen hebben, die zich verre houdt van de traditionele taal, die feitelijk niks anders doet dan dingen in hokjes stoppen. Een welhaast fascistische bezigheid, waarvan het nieuwe type (taalvijandige?) poëzierecensent zich verre houdt. En ik maar denken dat je als dichter zelfs anno 2009, hoe dan ook, nog gewoon het ’podium’ op moet – al is dat podium het papier van je eigen bundel. En dat de recensent ‘in de zaal zit’ om ons, het argeloze publiek, voor te lichten over wat hij/zij gezien/gelezen heeft. Bijvoorbeeld: hoe goed of slecht het was. Foei! Foei! Billenkoek! Wat ben ik ouderwets! Want de nieuwe poëzie is tot in al zijn vezels een rechtstreeks aan de recensent gesteld raadsel, dat, mits hybride genoeg, door de recensent in dank wordt aanvaardt omdat alle raadsels of ‘openingen’ hem (of haar) de gelegenheid geven die met hun eigen, poëziekritische keutel op te lossen dan wel in te vullen. Zonder die raadsels of openingen, komen ze niet meer in de zaal zitten en word je genegeerd.

Voor de goede orde: ikzelf geniet ook van ’complexe’ dichters als Wijnberg, Wesseling, Van Adrichem, Möhlmann en Verhelst. Dat hun werk smullen is voor doorgestudeerde recensenten – het zij zo. Maar dat de meer anekdotische poëzie (waaronder Willem Thies mijn eerste bundel – terecht – schaarde) vervolgens door subsidieverstrekkers en ‘de’ recensenten als paria behandeld wordt (waarschijnlijk vanuit de gedachte dat er ‘niets nieuws’ onder de zon is) lijkt me onjuist en onredelijk. Waarom zou moderne poëzie per definitie een geproblematiseerd taalfabriekje moeten zijn en geen wervelende taaluiting over, bijvoorbeeld, de tijd van nu? Als het over anekdotische poëzie gaat, stapt het recensentendom ineens WEL over haar walging tot oordelen heen, wordt er ineens WEL rigide geredeneerd en staat men ineens WEL met een vooringenomen mening en dito diskwalificatie klaar. Leg me dat ‘ns uit.

Wie een bewijs wil hebben van de ongrijpbare manier waarop de poëziekritiek anno 2009 bij voorkeur bedreven wordt, leze de recensie van G. Franssen over Möllmann’s ‘Kranen open’ op De Reactor…

http://www.dereactor.org/home/detail/geen_last_van_betrekkelijkheid_de_nieuwe_authenticiteit_van_thomas_moehlman/

Kleine verliesrekening van een ZZP-er

In Geen categorie on 26 november 2009 at 12:21

Je hebt klus A, klus B, klus C en, tenslotte, klus D. Als het verwarrend klinkt, moet u maar denken: degene die al die klussen tot een goed einde probeert te brengen is nog in goede gezondheid, heeft een behoorlijk stel hersens en verdient zodanig dat hij er niet in lompen bijloopt. Toch – dat begrijpt u – kan het wel eens druk worden in het hoofd van genoemd persoon. En in deze tijd van mobiele technologie is het heel wel mogelijk dat hij – om redenen van bereikbaarheid – onder het uitvoeren van klus A bereikbaar moet zijn voor de opdrachtgevers van klus B en C. Nog los van de mogelijk dát die opdrachtgevers gaan bellen (en eventueel lastige of onzinnige vragen gaan stellen, die bovendien een totale geestelijke omschakeling vergen),  zou hij zich het liefst, zo ondervindt genoemde persoon, op één klus tegelijk concentreren en meent hij te merken dat de energie die in die wens (of dat verlangen) gaat zitten door een onbenoembaar mechanisme in mindering wordt gebracht op de energie die hij in opdracht A, waar hij druk mee bezig is, kan stoppen. Het besef van dat verlies achtervolgt hem. Slóópt hem – denkt hij wel eens in een sombere bui. En dan hebben we het nog niet eens over opdracht D, een langlopende opdracht die pas over twee jaar klaar hoeft te zijn maar periodiek (eens in de twee weken) wel een paar uur totale afzondering van hem eist, en wel zodanig dat hij gedurende die paar uur voor geen van zijn andere opdrachtgevers bereikbaar kan zijn (hetgeen op potentieel onbegrip stuit bij die andere opdrachtgevers en het vooruitzicht op dat onbegrip alleen al werkt op zijn zenuwen).  Soms raakt de persoon in kwestie – verbaast u dat? – totaal de kluts kwijt. Gelukkig heeft hij dan nog een zelfontworpen klusje (E?) om bij onder te duiken: het weblog waarop hij regelmatig een nieuw berichtje schrijft. Afgezien hiervan gaat het overigens UITSTEKEND met hem en zegt hij negen van de tien keer opgetogen dat alles wat hierboven beschreven staat een ‘way of life’ is!

(De Persoon in kwestie, dat ben ik. Het weblog dat hierboven wordt aangehaald is het weblog dat u nu leest.)

Van Rompuy, ‘Dalai Lama’ van de EU

In Geen categorie on 21 november 2009 at 21:03

Begin november gaf Herman van Rompuy, toen nog ‘gewoon’ premier van België, een interview aan Elsevier’s Hugo Camps. In retrospectief zou je bijna gaan denken dat het een verkapt sollicitatiegesprek betrof – zózeer doet de premier zijn best zichzelf neer te zetten als een lamme dakspecht met een hang naar filosofie en haiku’s. Gelijk maar een paar citaten: ‘Ik ben immuun voor excessieve reacties. Ik ben niet in staat mij in te leven in opwinding. Misschien ben ik gewoon te saai.’ En: ‘Wat stempelt een mens? Eerder de natuur dan gebeurtenissen en ontmoetingen.’ Op de vraag of België ooit nog uit de wurggreep van staatsrechterlijk getouwtrek komt, bijvoorbeeld tegen het jaar 2020, antwoordt hij doodkalm: ‘Ik denk het niet.’    

Als je voor een goeddeels inhoudsloze functie (EU-president) zo’n onthechte, maar gniffelende castraat als Herman van Rompuy kan krijgen en alle lidstaten gedogen hem, is het helemaal niet zo’n gek idee om ‘m te nemen.  Dan maar geen symbool! Dan maar geen richting! Dan maar geen daadkracht! Herman gaat de koffiemachines bedienen tijdens de aanstaande EU-toppen en zal nieuwelingen als Roemenië en Bulgarije gaan inwijden in de edele kunst van het uitstel, de vertraging, de lege bewering, de valse ambitie. Enfin. Natuurlijk kun je zeggen dat de EU in dit stadium een energieker en charismatischer iemand nodig heeft, geen theewaterige mysticus á la Van Rompuy, maar het meest malle aan Camps’ interview is dat de premier zich – na lang beraad – toch wel ergens zorgen over blijkt te maken, namelijk over de ‘versplintering van de samenleving’ en ’het pessimistische levensgevoel’, die zich beiden, naar zijn indruk, in West-Europa ernstig doen gelden.

Met castraten als Van Rompuy aan de top van de apenrots, ben ik geneigd te zeggen: vind je ‘t gek? Sinds wanneer los je problemen op met haiku’s? Tony Blair had de EU tenminste nog ’smoel’ gegeven, een te begrijpen agenda wellicht? Ondertussen is Van Rompuy trouwens ook niet vies van een portie pessimisme, maar in de ogen van Camps moeten we de volgende uitspraak ongetwijfeld beschouwen als de Tibetaanse wijsheid van onze kersverse EU-aanvoerder: ’De windbuil van verwachtingen heb ik losgelaten.’ – Amen, Dalai Lama! Amen, Herman van Rompuy! Een vleugje Zen in Brussel!

Burger is mediawijs

In Geen categorie on 18 november 2009 at 11:40

Drie opvallende dingen in de uitzending van P&W, gisteravond.

1. De ‘onbekende burgers’ op de tribune waren in veel gevallen minstens zo goedgebekt en welbespraakt als de, ook niet domme, minister Van der Laan. Dit was lastig voor de minister (hij kon niet domineren), maar mag hij tegelijkertijd zien als een compliment voor zijn partij, die ooit ijverde voor de emancipatie van de ‘gewone man’.

2. Van der Laan putte zich uit in het zich ‘eens’ verklaren met de klachten uit het publiek. O! wat was hij deemoedig, zo vlak voor de verkiezingen. Wat hij vergat is dat er nog een belangrijke - Oud-Linkse - stroming binnen zijn eigen partij actief is, die de antwoorden van tien en twintig jaar geleden nog steeds huldigt en ze aanprijst als de broodnodige ‘Idealen’.

3. Geert Wilders heeft een zeer verstandige broer, Paul, die Van der Laan qua wijsheid en flegma volledig ’wegspeelde’.

Pefko versus Kluun

In Geen categorie on 17 november 2009 at 22:55

De  buitenwereld zal het wel weer uitgelegd willen hebben, maar dit keer houd ik mijn poot stijf. Op grond van enkele eerste indrukken van de schrijver David Pefko (vooral op internet) zie ik erg uit naar zijn debuutroman, getiteld ‘Levi Andreas’. Elders op dit weblog heb ik getracht te expliceren wat er gebeurt als hoge verwachtingen niet onmiddellijk worden omgezet in directe bevrediging, maar om Pefko gerust te stellen (alsof dat nodig zou zijn) wil ik alvast kwijt dat ik hem, in de week dat de non-schrijver ‘Kluun’ zegevierend over de rode lopers van Tuschinski wandelt, hoe dan ook in bescherming neem, zelfs tegen mijn persoontje. Reden? Bij Pefko ’zie’ je na drie zinnen dat hij, in tegenstelling tot de Brabantse koekenbakker, kan schrijven, écht kan schrijven. En dat ga ik dus - voor de verandering – eens NIET uitleggen.

To be continued.

Het antwoord van VN

In Geen categorie on 16 november 2009 at 23:13

Mijn bondige reeks conclusies over VN ontlokt hoofdredacteur Frits van Exter de volgende reactie:

‘Ha,

Een hele eer om zo ten grave te worden gedragen! Binnenkort overigens het 42-ste interview met F. Rottenberg….’

Met vriendelijke groet,

Frits van Exter

VN:1970 is dichterbij dan 2020

In Geen categorie on 16 november 2009 at 09:10

Via een mail aan dit weblog vroeg VN-hoofdredacteur Frits van Exter of ik, na mijn scherpe stukje over de nieuwe positionering (in reclamevakblad Adformatie), ook zo vriendelijk wilde zijn het geherpositioneerde blad te bespreken. Bij deze.

Na het lezen van VN-nummer 46 (jaargang 70) wil ik een aantal bondige conclusies pogen te trekken. Komen ze…

* VN weerspiegelt naadloos de stemming van de doelgroep: moedeloosheid over de ‘emoties op internet’, het waarschuwende vingertje richting Wilders en Wilders-achtigen, bijna onverholen nostalgie naar de tijd dat het 27-ste VN-interview met Felix Rottenberg nog als ‘nieuws’ gold

* in deze lijn: cabaretier Herman Finkers krijgt vrij baan zijn afschuw uit te spreken over een mogelijk zakenvliegveld op Twentse bodem, belangrijkste argument: waarom houden we het nou niet, zoals het is?

*  door het hele nummer wordt een soort ‘tweede werkelijkheid’ gecreëerd (een nostalgische, is mijn indruk), waar de zeventiger/filosoof Alain Badiou een post-communistisch gelijkheidsideaal mag toelichten, Theo Maassen bekent dat hij niet van haast houdt, Amerika weer gewoon verschrikkelijk rechts is (portret Fox-ster Glenn Beck) en Robbie Williams wordt ontmand met de vaststelling ‘geen meesterwerk, maar het bruist’.

* tenslotte laat journaliste Annemiek Neefjes zich in ‘De opmars van het stoepkind’ redelijk laat overtuigen dat ze de ‘tegenstelling stad platteland’ niet meer zo scherp moet zien 

Persoonlijk ben ik heel erg voor reflectie en bij mij geldt: denken? dóen! Maar het denken in VN gaat eerder achteruit dan vooruit. 1970 lijkt dichterbij dan 2020. De doelgroep van VN is stervende, VN verzorgt een prettige oude dag…

Lees Sylvie Marie

In Geen categorie on 15 november 2009 at 16:14

De verleiding is groot een ‘held’ in de muziek te kiezen, in de sport of – in mijn geval – in de poëzie. Ik heb aan die verleiding altijd ruimschoots toegegeven. ‘Held’ ken ikzelf alleen in meervoudsvorm: Bukowski is een held van mij, Pessoa, Szymborska, Holub en dichterbij Tellegen, Duinker, Armando. Het ‘gemeenschappelijke’ aan zo’n namenlijst is dat je denkt het werk van genoemde dichters te kunnen doorgronden, althans voldoende om er, met enig recht, je bewondering voor te kunnen uitspreken. Noem het zielsverwanschap, of ‘whatever’. Onlangs is er echter een dichter aan het firmament verschenen, een dichteres om precies te zijn, bij wie ik, geloof ik, de illusie al meteen heb opgegeven dat ik haar poëzie op enigerlei wijze ga doorgronden, en toch – zo merk ik - weet ze een stevige druk te ontwikkelen om in mijn heldenlijst te worden opgenomen. Haar naam? Sylvie Marie. Omdat de ‘bron’ van haar poëzie mij volkomen vreemd is, ben ik voorzichtig: het enige wat ik met zekerheid over haar gedichten kan en wil zeggen, is dat ze zich, in mijn beleving, in een soort voorgeborchte afspelen, dat wil zeggen: in een ruimte of tijd voor ‘onze actuele wereld’. En dat ze daar, in mijn ogen, ongekend sterke en sprekende beelden wegsnaait, die ze in (veelzeggend in dit verband!) hoofdletterloze taal aan het lezerspubliek schenkt.

Ik zou nog wel even door kunnen gaan over de belevenis een Marie-gedicht te lezen, maar het belangrijkste is dit: als u ook het gevoel heeft dat ‘onze actuele wereld’ verstopt zit en overvol is met (bekende) beelden, doe dan een stapje terug en lees Sylvie Marie. Zeg maar dat ik het aanbevolen heb.

Bloemlezing ‘Sinterklaas’ in de winkels…

In Geen categorie on 14 november 2009 at 21:08

In de reeks ‘Rainbow Essentials’ is vandaag de bloemlezing ‘Sinterklaas’ (‘de mooiste Sinterklaasgedichten uit de Nederlandstalige literatuur’) verschenen. Ik maak daar melding van om het simpele feit dat, op pagina 203, het gedicht ‘Knellende omzetcijfers’ is opgenomen, geschreven door ene Hans van Willigenburg…

Kopen, die bundel! (9,95)

Postmoderne orgie in 035

In Geen categorie on 14 november 2009 at 20:56

Een evangelische omroep die sletjes achtervolgd om ze veertig dagen lang naar seks te zien hunkeren; een socialistische omroep die presentatoren vier ton betaald ‘omdat ze anders naar de concurrentie gaan’; een christelijke omroep die na dertig jaar trouwe dienst binnen een half uur een ‘anchorman’ dumpt voor een jonger ding; een katholieke omroep die mensen uit de kleren praat voor ‘het goede doel’. Wat zich tegenwoordig de Publieke Omroep noemt is qua ‘normen en waarden’ een postmoderner allegaartje geworden dan Jeff Koons of Rob Scholte ooit voor mogelijk hadden gehouden. En dan maar roepen dat je ‘onmisbaar’ bent en er geen centje af mag van je jaarlijkse subsidie annex Godsgeschenk van 700 miljoen euro. Vind je ‘t gek dat Nederland de weg kwijt is? Eigenlijk is die 30 zetels voor Wilders nog een beschaafde score als je nagaat hoe ‘van God los’ de Hilversumse elite zich gedraagt.

PowNed, hállo! Breng de anonieme gifmengers achter dit ontspoorde staatscircus in beeld…! Húp! Ondervraag ze! Jullie valkuil heet toch: doodgeknuffeld?

2525 volgen, uit naam van Obama

In Geen categorie on 14 november 2009 at 10:51

Of Joop nou het nieuwe Oost-Berlijn van het internet is of niet, eindredacteur Francisco van Jole heeft, achter De Muur van Joop, een nóg ideologischer plakje cybergrond: zijn eigen weblog www.2525.com.  Daar lees je (dank daarvoor) klip en klaar hoe het wereldbeeld van een linkse mensenhater tot stand komt. Daar zie je de Nederlandse journalistiek constant teruggebracht tot de vraag: deugt iemand of deugt-ie niet? (Zie wat Unilever-topman Morris Tabaksblatt daarover ooit zei in ‘Zomergasten’: ‘De Nederlandse journalistiek houdt op met kritisch-zijn als ze besloten heeft dat je deugt.’) Van Jole heeft zojuist weer een nieuwe figuur in de bak ‘Deugt Niet’ gegooid, en niet de minste: premier Balkenende. Die arme stuntelaar uit Zeeland staat – in de curieuze visie van Van Jole – aan de basis van het populistische klimaat in Nederland, dat de premier nu zelf veroordeelt. Ik ben geen fan van Balkenende, verre van, en het is de taak van de journalist tegenspraken en paradoxen te signaleren. Maar hier wordt de premier veel groter gemaakt dan hij ooit geweest is, namelijk tot een perfide meeloper met ’s lands állergrootste demon: Pim Fortuyn! Ik citeer: ‘Sterker nog hij (Balkenende, HvW) deed er nog een schepje bovenop. Hij stelde dat Nederland toe was aan ‘wederopbouw’, een term die hoort bij de jaren na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Hij rook immers de kans om het CDA, dat voor het eerst in de geschiedenis twee kabinetten lang niet aan de macht was geweest, terug in de regering te krijgen. Met hulp van Fortuyn. Dat het hele politieke klimaat daarmee naar de sodemieter werd geholpen, nam hij voor lief. Balkenende klaagt over de brand die hij zelf eerst heeft aangestoken.’  De premier die een heel land in brand steekt – heeft u dat ooit in JP gezien, een soort Bat- of Superman? Ik ook niet.

Het is dan ook complete onzin wat FvJ hier noteert. Hij doet net of één man de kurk uit de hals trok, de geest uit de fles liet ontsnappen en het land daarmee in het politieke verderf stortte. Nogmaals: een overdrijving van heb ik jou daar! In werkelijkheid - lees Pim Fortuyn – ’smeulde’ het aan het begin van de 21-ste eeuw op talloze fronten in de maatschappij: het onderwijs, de zorg, niet in de laatste plaats in het vastgelopen politieke systeem zelf. Lees, bij twijfel, het boek ‘Zand in de machine’ van Chris van der Heijden, waarin glashelder beschreven wordt hoe Nederland onder Paars een soort Sovjet-staat werd, waar de onkunde van overbetaalde managers in de publiek-private sector ’vrij spel’ kreeg en we nu opgescheept zitten met een klasse van bobo’s bij hogescholen, woningbouwcorporaties, ziekenhuizen en verzekeraars, die geen enkele voeling meer hebben met het werk waarvoor die organisaties zijn opgericht. Deze klasse was druk bezig om - zoals Pim het glaszuiver uitdrukte – de samenleving ‘verweesd’ achter te laten. Om nog maar te zwijgen van de ‘doofpot’ van de linkse pers, die dertig jaar lang elke autochtone klager in de oude wijken tot ‘racist’ wist te bestempelen. Als ik Van Jole goed begrijp, zegt hij: we hadden dóóóór moeten gaan met die doofpot, we hadden dóóóór moeten gaan met die neo-liberale-linkse koers, we hadden dóóóór moeten gaan die ellendige en verzuurde PVV-kiezers in hun miserabele hok te laten creperen. En wat deed JP? Hij tilde het deksel op en (citaat) ‘hielp het politieke klimaat naar de sodemieter’.

Je kunt rechtlijnige gelijkhebbers van het type Van Jole nooit hinderlijk genoeg volgen. Het gaat me daarbij, nadrukkelijk, niet om zijn persoon (hoewel hij er, ter verdediging, wel die wending aan wil geven). Uiteindelijk denk ik zelfs dat we, qua idealen, heel dicht bij elkaar staan. Waar ik me oprecht aan kan storen is dat hij kennelijk denkt dat hij die idealen dichterbij brengt door mensen onophoudelijk – als een doorgewinterde dominee – in het beklaagdenbankje te plaatsen. Zijn core-business is: wantrouwen. Alleen al om die arrogante vorm van denken terug te dringen, ben ik een hartstochtelijk supporter van president Obama,  een voormalig ‘community-worker’. Hij belichaamt – voor mij – de positieve waarden van progressieve politiek en combineert dat op een wonderbaarlijke wijze met een groot empathisch gevoel voor wat mensen, kiezers, beweegt. Mede uit zijn naam blijf ik de misantroop Van Jole volgen als een hinderlijke horzel.

Maarten R. & het totalitaire denken

In Geen categorie on 13 november 2009 at 21:31

Journalist Maarten Reijnders is, voor zover ik wist, een fijne collega. Hij behoort tot mijn volgers op Twitter en soms hebben we mailcontact als hij nuttige tips heeft om mijn stukken, bedoeld voor De Nieuwe Reporter (www.denieuwereporter.nl), te verbeteren. Maar Maarten Reijnders (ex-Trouw) – weet ik nu – is vooral ook een waakzaam mens! In mijn stukje ‘De Muur, Joop & Twitter’ heeft hij als een doorgewinterde Stasi-agent over alle humor en scherts heen gelezen en bleef zijn professionele blik, de blik van de censor,  achter de laatste zin van dat stukje haken: ‘Joop-staatschef Francisco van Jole als de online-versie van Erich Honecker, die een Muur zet om zijn Digitale Heilstaat en scherp toeziet dat ‘niemand de sfeer verpest’ – een vreemde vergelijking?’ Let op het vraagteken! Ik zeg niet dát… ik meen een significante overeenkomst te signaleren in het ‘ethisch zuivere’ denkpatroon van de DDR en Joop. In het hoofd van ‘draufgänger’ Maarten beginnen meteen alle bellen te rinkelen: hier is een staatsvijand aan het woord! Hier moet NOTITIE van worden gemaakt! En hoe! Om bij zijn ‘baas’ Van Jole in het gevlei te komen maakt hij van die ene zin de volgende samenvatting in Webwereld:  ’Honecker gaf ooit het bevel om met scherp te schieten op mensen die de DDR wilden ontvluchten. Het niet doorlaten van reacties door de Van Jole Bode is in de ogen van publicist Hans van Willigenburg – want die maakte die vergelijking – blijkbaar een vergelijkbare misdaad jegens de menselijkheid.’ Reijnders geeft hier een (waarschijnlijk) onbedoelde imitatie ten beste van de manier waarop de Stasi ooit ‘volksvijanden’  creëerde: hij pikt één element uit het verhaal, koppelt daar de meest gruwelijke détails aan vast en weet mij aldus neer te zetten als een gevaarlijke idioot met extreme opvattingen (iemand die nodig geïnterneerd moet worden).

Waar Reijnders (wijselijk) niet op ingaat is 99% van de rest van het stuk, waarin ik aangeef dat het waandenkbeeld van ‘ethische zuiverheid’ (zoals dat in de DDR werd nagejaagd) overeenkomsten vertoont met de wijze waarop Joop poogt onwelgevallige elementen/opinies te weren, om zo, precies als in de DDR, een vervlakt, knus, maar ééndimensionaal kampvuur te creëren met louter ‘opbouwende meningen’.

Hoewel ik het dus niet eens ben met Maarten’s weergave van mijn woorden (dat moge duidelijk zijn…), ben ik hem wel dankbaar voor de manier waarop hij (en mijns inziens: glashelder!) heeft geïllustreerd hoe het totalitaire denken ook in Nederland, en met name bij de ‘linkse kerk’, voortdurend op de loer ligt. Nog even en de gedachtepolitie is terug – om met Theo van Gogh te spreken.     

Ik nodig u, tenslotte, uit om beide stukken te lezen:

Mijn eigen stuk over De Muur, Joop en Twitter,  http://seksloos.nl/?p=687

 Maarten’s stuk op ‘Webwereld’, http://webwereld.nl/column/64260/stop-met-huilen-over-geweigerde-reacties–column-.html

Radiorillingen

In Geen categorie on 13 november 2009 at 08:51

Zijn er nog ergens ‘intelligentsia’, en zo ja, waar vind je die mensen? Tegenwoordig blaat iedereen maar van alles in een microfoon, of in een camera. Bij zoveel niveauloos gekrakeel haak je – als weldenkend mens, zeg maar – vanzelf af. Recent voorbeeld: de VN-criticus Jeroen Vullings loopt op de radio, op barse toon, te hoop tegen de AKO-prijs voor de ‘krullendraaierij’ van Erwin Mortier (‘Godenslaap’). Mocht je ooit twijfelen aan de gedrevenheid van critici een hetze te ontwikkelen, dan was je na dit radiofragment voorgoed genezen. Vullings vond de jury-samenstelling verdacht (want vol Vlamingen), hij beweerde dat de roman net zo goed vijftien jaar geleden geschreven had kunnen worden (nou en?) en verder had hij, zoveel werd overduidelijk, iets tegen (te?) mooi schrijven, terwijl ik – in al mijn simplisme – dacht dat literatuur daar grotendeels om draait. Ach mensen – het gaat mij niet om Vullings, om Mortier of om die paar centen van de AKO-prijs. Wat ‘in mijn gezicht sloeg’ waren de werkelijk puur arbitraire argumenten die hier in stelling werden gebracht. Gelijk op met de uitbarsting van Vullings, prevelde ik een betoog met precies de omgekeerde strekking. En veel moeite kostte me dat niet. Als klap op de vuurpijl ’schoof’ Vullings tot slot zijn vriendje Wieringa naar voren als de enige, echte terechte winnaar van de prijs. Ook dat was van een willekeurigheid waar je de rillingen van kreeg.

De perfecte U-bocht van Freek

In Geen categorie on 12 november 2009 at 18:39

Freek de Jonge – u weet wel, de grappenmaker die ooit als ‘kritisch’ gold – neemt geen genoegen met onduidelijkheid. De laatste glimworm die nog twijfelde of Freek de hele route die hij ooit afliep nu, in blessuretijd, in omgekeerde richting aflegt, kan nu rustig gaan slapen. In P&W pleitte de heer De Jonge – tussen de regels door, maar tóch – voor het lamleggen van dat vervelende internet, waarop ‘het volk’ voortdurend achterlijke dingen roept. Ik vind ‘t prima, hoor: even geen internet. Daarover geen misverstand. Maar om zoiets te moeten horen uit de mond van een luidruchtige progressieveling, die ooit avond aan avond zijn zakken vulde door de ‘emancipatie’ naar alle uithoeken van Nederland te ‘brengen’, is, op z’n minst, lichtelijk paradoxaal. Even later pleitte De Jonge al even omfloerst voor de terugkeer van schaamte en, jawel, Het Grote Taboe. De U-bocht van Freek nadert de perfectie.

Van Veen, Steiner & mijn dochter

In Geen categorie on 11 november 2009 at 08:26

Tijdens het ochtendjournaal van RTL4 kwam gisteren een korte (tot zeer korte) samenvatting voorbij over de ‘kwestie Herman van Veen’, de gevoelige bard die – per abuis beweert hij – in De Telegraaf gequote is als zeggende dat de ‘PVV is als de NSB’. Ik keek met mijn dochter naar de beelden, in casu: naar het ernstige, zeg maar gerust geschokte gezicht van de zanger aan de tafel van P&W. Wacht even – de volgorde is hier belangrijk. Nádat de voice-over de gewraakte uitspraak met enig aplomb de huiskamer in had gesmeten en de hoeveelheid hatemails had genoemd, kregen we, direct daarna, het geschokte hoofd van Van Veen in beeld en de reactie van mijn dochter was die van een minachtende lach, alsof ze naar een dorpsgek keek die een afslag had gemist. ‘Hoe is ‘t mogelijk, hè?’ zei ze, met een vermoeide blik in haar ogen. En terwijl Van Veen nog ernstig door praatte over zijn grondrechten en het politieke klimaat in Nederland, nam mijn dochter, schouderophalend, een hap van haar boterham met hagelslag en chatte, laptop op schoot, door met haar vriendinnen.

Even flitste het door mijn hoofd dat Herman van Veen in deze scène mogelijk het ‘kind’ was, en mijn dochter de ‘volwassene’. Cultuurfilosoof George Steiner waarschuwde begin jaren ‘90 al dat de informatierevolutie ‘vroegoude’ kinderen zou baren. Ik zeg niet dat hij gelijk heeft; wél moet ik vaak aan die uitspraak denken…

De Muur, Joop & Twitter

In Geen categorie on 8 november 2009 at 18:01

Hou op! Ik kan die spikkelige beelden uit de vroegere DDR niet meer zien! Die pruttelende Trabant’s, die humorloze carré’s met bouwvallige arbeidersflats, die lachende pioniers met hun rode sjaaltjes! Het is mooi, hoor, ik geniet… Maar het is téveel! Nu – twintig jaar na de val van De Muur – wordt er er meer dan nadrukkelijk, en zonder te kijken op een minuutje zendtijd, stilgestaan bij wat ooit West- en Oost-Berlijn was. Vooral van de socialistische heilstaat krijgen we maar niet genoeg. Het brengt ‘ons’ terug naar een plek en een periode waarin ‘de mens’ nog geen assertieve consument was - die kiezen kan uit twintig of meer verschillende klaaglijnen en om zich heen begint te meppen als internet er even uit ligt -, maar een gemoedelijk wezen, die als de regering een bepaalde badplaats of schilderachtig bos aanbeval zonder de pest in het lijf naar die badplaats of dat bos afreisde om er gezellig vakantie te vieren. Ja, in zijn meest aantrekkelijke vorm was de DDR een wonder van eenvoud en geluk. Om het geheel draaglijk te houden – en ook begrijpbaar voor een jonger publiek – worden in de diverse docu’s oude ‘revolutionairen’ aan het woord gelaten, die nog even uitleggen wat ook alweer het idee was achter de ‘Arbeiders- en Boerenstaat’. Men wilde, kort gezegd, het ‘betere Duitsland’ zijn, ‘gezuiverd van het fascisme’ en louter bevolkt door goedwillende mensen, die het socialisme met hart en ziel wilden opbouwen en vormgeven. De DDR was een soort ‘moreel schoonmaakmiddel’, dat, helaas, een alomtegenwoordige Stasi nodig had om te zorgen dat de was- en zuiveringskracht intern niet werd aangetast door de bacteriële hang naar Vrijheid. Die bacterie werd tot in de kleinste hoekjes en gaatjes van de maatschappij even methodisch als efficiënt verdelgt, met als resultaat: een Kleinburgerlijk Walhalla waarin je als verwende Westerling weldra omviel van verveling, maar waar veel DDR-burgers, niet beter wetend, hun tevreden leventje zonder wanklank afdraaiden.

Vertaald naar 2009 zou je bijna geneigd zijn te denken dat de progressieve opiniesite ‘Joop’ een soort poging is een nieuw Oost-Berlijn op internet te scheppen. Een Oost-Berlijn vol  ‘opbouwende meningen’ dat er, gemodereerd door een kersverse Stasi, voor zorgdraagt dat het gezellig, humaan en bovenal rustig binnen haar eigen staatsgrenzen blijft. In West-Berlijn heerst tegelijkertijd de chaos en de scoringsdrift van Twitter (of Facebook): iedereen kwettert door elkaar heen, de Grote Ideeën zijn definitief passé en als er een ranzige peepshow te bekijken valt, komen er drommen op af.

Joop-staatschef Francisco van Jole als de online-versie van Erich Honecker, die een Muur zet om zijn Digitale Heilstaat en scherp toeziet dat ‘niemand de sfeer verpest’ – een vreemde vergelijking?

Lijkenlucht & champagne

In Geen categorie on 6 november 2009 at 19:39

Het valt me al jaren op, maar de laatste tijd neemt het echt schandáááálige vormen aan… Dus dan maar dit stukje. Mijn stelling: het buitenlands beleid van Nederland – en dan vooral de inzet van het leger – draait om niets anders dan baantjes. Prestigieuze baantjes bij de VN en de de EU, met name. Het klinkt cru, maar al die Nederlandse gesneuvelden in Afghanistan zijn gestorven om Maxim Verhagen, Frans Timmermans, Eimert van Middelkoop, Jack de Vries of Bert Koenders straks een topjob in Brussel of New York te bezorgen. Neem ik ‘t ze kwalijk? Nee, waarom zou ik? Een ministerschap in Nederland is een tamelijke gruwel (veel gezeik, weinig echte invloed), waarbij je stilletjes – vlak voor het slapen gaan, zo stel ik me voor – wegdroomt over wanneer en hoe je de vruchten van je ex-ministerschap gaat plukken. Jaap de Hoop Scheffer heeft laten zien hoe ‘t werkt: je knikt op het juiste moment ‘ja’ tegen Washington en een paar weken later ben je NAVO-baas. Om eindelijk verlost te zijn van de Nederlandse stumpers in de Tweede Kamer en voortaan door een batterij van stafleden bediend te worden, draaien onze ministers en staatssecretarissen riedeltjes over ‘internationale rechtsorde’, ‘bestrijding van het terrorisme’, ‘gezamenlijke inspanning’ en nog wat cliché’s zo vaak en zo fris mogelijk af, in de hoop binnen het diplomatencircuit zo snel mogelijk te gaan gelden als een stoere verdediger van Westerse waarden. Zijnde: VMBO-ers naar een hopeloze oorlog in Azië laten afreizen.

Nu schijnt Bertje K. in het geheim te ‘onderhandelen’ over een nieuwe NL-missie in Afghanistan, die hij straks, bij binnengeharkt succes, ongetwijfeld via een blitse campagne van het Amsterdamse PR-bureau BKB ’in de markt’ gaat zetten als een internationale strijd voor solidareit, Afghaanse vrouwenrechten en democratie. Wanneer hij al smiespelend en konkelfoezend weet te voorkomen dat Nederland de internationale vredesmacht verlaat, ligt er vast wel ergens een leuke post klaar voor Bert. En kan Nederland weer ‘verse zonen’ offeren in de zandbak Afghanistan.

Sorry. Ben ik nu zo slim dit te zien? Of is de rest nou zo dom om het niet te zien?

Lijkenlucht & champagne is de ‘flavour’ van de internationale diplomatie.

Slijmen bij Champions League

In Geen categorie on 4 november 2009 at 11:30

Al is hij nóg zo megalomaan – het komt regelmatig voor dat Louis van Gaal gelijk heeft. Bijvoorbeeld toen hij de CL-league een ‘commercieel gedrocht’ noemde. Gisteren keek ik vanaf 21.45 uur naar twee zogenaamde ‘topteams’ (AC Milan en Real Madrid), die hun zinnen hadden gezet op een potje hotseknots-voetbal dat je zelfs bij Harkemase Boys nog niet tegenkomt. De elftallen – heette het achteraf – stuurden uit zakelijk en puntentechnisch oogpunt aan op een gelijkspel. Het genantst was daarbij het commentaar van NOS-verslaggever Jan Roelfs, die de gehypte wedstrijd bleef  volgen als keken we naar 22 balkunstenaars. Ik snap ‘t wel: de duurbetaalde CL-beelden mogen niet te gauw ontsierd worden door een ‘negatieve begeleiding’ van de commentator; voor je ‘t weet hangt de marketingafdeling vanuit Zwitserland aan de lijn.  

Jan Roelfs voelde aan het einde van de wedstrijd dat zijn ‘journalistieke integriteit’ aan minder dan een zijden draadje hing en piepte in een bijzin van een bijzin dat de tweede helft ‘zwak’ was. Je eer is gered, Jan…

‘Joop’ moet ‘Hoop’ zijn

In Geen categorie on 3 november 2009 at 21:13

Nou ja, niet zeuren… Een maand later dan aangekondigd, eindelijk (hiep! hiep!), jawel, Joop.nl. Het online VARA-initiatief dat ons met een popi-jopi-titel (‘Jouw Online Opinie Pagina) het bos in probeert te sturen. Want let even goed op dat woord ‘Jouw’. Waarom zou Joop in hemelsnaam van Jou zijn? Als jij (Jouw!) reactie geeft gaat er, ten eerste, een speciale Joop-commissie bekijken of Jouw Reactie wel op de site mag komen. Want ‘Hun’ van Joop willen niet dat Jij met ‘Jouw Mening’ door Hun progressieve achtertuintje gaat lopen. En, ten tweede, is er een lijst van gevestigde namen (politici, journalisten, activisten, de onvermijdelijke Marcel van Dam, waar Jij van ‘Jouw’ niet tussenzit), die de opinies op Joop gaat vormen, zonder pottenkijkers of ander rapalje. Een veel betere naam voor dit initiatief was dan ook ‘Hoop’ geweest: Hún Online Opinie Pagina. En wie ‘Hun’ zijn? Lees de namen onderaan de homepage maar na… en je weet genoeg…;-)

En dat allemaal op de avond dat prof. Arnold Heertje ons wijst op de dehumanisering van het moderne kapitalisme. Ook bij de VARA kunnen ze er wat van…

Nederland als meisje van 10

In Geen categorie on 2 november 2009 at 08:34

Soms ontkom je er niet aan Nederland toe te spreken als was het een kind van, pakweg, tien jaar. Dat kind (een meisje, denk ik, want ons land feminiseert in rap tempo) komt er nu achter dat er andere kinderen bestaan die ‘vals spelen’, die achter je rug om hele andere normen en waarden hanteren en uit eigen gewin hun best doen jou zwart te maken. Dat meisje (Nederland dus) begint nu keihard te roepen: ‘DAT MAG NIET! JULLIE ONDERMIJNEN DE DEMOCRATIE!’. De onverlaten die bestraffend worden toegesproken, is het clubje Wilders cs., dat stelletje kwajongens dat beter bekend is onder de naam PVV. Dat kinderachtige gesputter komt er in feite op neer dat Nederland niet gewend is dat er – überhaupt! – zoiets bestaat als oppositie. En dan bedoel ik geen oppositie in termen van een kritische opmerking tijdens de koffiepauze, maar een oppositie die vanzelfsprekendheden tot de grond toe ter discussie stelt en niets liever doet dan een bom leggen onder de koffiepauze en het hele zooitje leuteraars zo snel mogelijk vervangen. Échte oppositie, dus! Waartegen je moet vechten… Vechten? Vechten, ja! ‘Bah,’ zegt het meisje. ‘Dat vind ik geen stijl, hoor. Ik ga niet vechten. Ik verlaag me niet tot het niveau van die ellendelingen. Weet je wat? Ik schakel de schoolleiding in en laat een vernietigend rapport schrijven over die onruststokers die alles verpesten.’

Conclusie: Nederland is zó de weg kwijt en heeft de eigen spieren zo lang verwaarloosd, dat het ballen van een vuist (bijvoorbeeld tegen Wilders) al teveel gevraagd is en één of andere commissie het vuile werk dient op te knappen. Nederland gidsland? Laat me niet lachen. Nederland heeft nog een lange weg te gaan om volwassen te worden…