In Geen categorie on 20 juli 2009 at 15:53
Onlangs schreef een cultuurpessimist in een chagrijnige bui dat het Westen eigenlijk niets meer in de aanbieding heeft dan ‘welvaart, consumptie en vrije tijd’. Als je zin hebt om deze somberaar te pesten, dan zeg je: ‘Tjonge, eigenlijk best veel, als je al die perioden van grote duisternis uit het verleden, zoals de Middeleeuwen, ernaast legt’. Wanneer je echter zin hebt de pessimist gelijk te geven in zijn somberte, dan zeg je: ‘Rrráák! Onze cultuur verheerlijkt ranzigheid en onbenul, het is een kwestie van tijd voordat we voorbij worden gestreefd door beschavingen met hogere ambities en morele standaarden’. Nu ik even op vakantie ga, voorspel ik dat ik de helft van de tijd het eerste stemmetje in mijn oor voel blazen (als ik in een hangmat achterover hang en een boek lees) en de helft van de tijd het tweede stemmetje (als ik een pretpark of winkelstraat in ben geduwd door mijn kinderen). Politiek = altijd persoonlijk. Altijd…
Adios voor nu!!!
In Geen categorie on 13 juli 2009 at 23:29
Vandaag heb ik in Hilversum, samen met presentator Leon Verdonschot, opnames gemaakt voor het programma ‘Oeverloos’. Het was een puntje-puntje-puntje ervaring (het juiste bijvoeglijke naamwoord schiet me even niet te binnen)… Wat ik sinds vandaag wél weet: als vragensteller voel ik me méér op mijn gemak dan als vragenbeantwoorder, al was het maar omdat ik merkte dat ik in die laatste rol last heb van nogal dwangmatig perfectionisme. Op elke vraag van Leon probeerde ik waanzinnig precies en waarheidsgetrouw en eloquent te antwoorden, hetgeen leidde – ben ik bang – tot een docerende toon, die wel eens pedant zou kunnen overkomen. In de auto naar huis werd ik bevangen door het vreemde gevoel dat ik een eerste stap had gezet naar het ‘verdichten’ van wie ik ben, kortom, naar mijn eigen ‘mythologisering’. Ik nam het mezelf niet kwalijk, ik dacht meer: o! dát gebeurt er dus als je vaker in de media verschijnt en vragen gaat beantwoorden. Je gaat een logisch/onderbouwd/stevig beeld van jezelf creëren en je ‘gebruikt’ elke vraag om dat beeld meer kracht en inhoud te geven. Misschien kan ik het beter zo zeggen: ik was in de studio van Kink FM naar mijn gevoel begonnen aan een bouwwerk, dat ik liever niet wil afmaken (té pompeus qua omvang, té vermoeiend qua onderhoud). Dat is ook het essentiële verschil met vragen stéllen! Je bouwt niet – je breekt lekker af! Als presentator van ’Werktdat?’ (Radio Rijnmond) dartel ik na een aflevering vederlicht de studio uit. Het werk is gedaan; ik heb m’n gasten en onderwerpen aan mijn kritisch-ironische toon ‘blootgesteld’ en alles is daarmee, in mijn eigen verbeelding althans, verbaal tot de ‘juiste proporties’ aan gruzelementen geslagen. Joechei! Olé! Rápen maar, die scherven! Breekwerk ligt me humeur-technisch, geloof ik, beter als maakwerk – op de radio dan…
Na afloop moest ik mijn drang tot breken even de vrije loop laten en zei ik tegen Leon dat ik Kink FM beschouwde als ‘een leuk oefenpotje’ voor het echte werk. Hij had me op mijn smoel mogen slaan, maar hij deed ‘t niet. Waarvoor dank.
Uitzending te beluisteren op 9 augustus tussen 19.00 en 21.00 uur (Kink FM).
In Geen categorie on 12 juli 2009 at 14:24
Uuuuuuh… sorry… mag ik, drie weken na dato, nog even weten of die meneer Ahmedinejad en zijn kornuiten INDERDAAD grootschalige en einduitslag beïnvloedende verkiezingsfraude hebben gepleegd? Ik hoor er – verdacht – weinig meer over. De hele, ’solidair paarse’ Twitter-gemeente lult allang weer over iets anders en in Hilversum is iedereen op vakantie of kijkt naar de Tour de France. Moeten we de mullah’s schoorvoetend gelijk geven als ze roepen dat het Westen – Amerika en Groot-Brittannië voorop – willens en wetens gepoogd hebben het land te destabiliseren? Zou het zo kunnen zijn dat de Iraanse studenten met hun hoge knuffelgehalte inmiddels weer gewoon aan het werk zijn en zich drukker maken om hun uiterlijk dan om de politiek? Het is precies dit kortademige, deze ‘geheugenloosheid’ die de westerse maatschappij (en mediamachine) voortdurend aan de dag legt, die zoveel weerzin wekt bij niet-Westerse landen. Gaan we het dan nooit begrijpen?
In Geen categorie on 12 juli 2009 at 13:22
Robert Vuijsje komt de eer toe de eerste ’serieuze’ bestseller over de (Nederlandse) multiculturele samenleving te hebben geschreven. ‘Alleen maar nette mensen’ is een vermakelijke, leesbare en soms hilarische roman over een verwend jongetje uit Amsterdam-Zuid, dat seksueel gaat shoppen in de Bijlmer, op zoek naar de ideale ‘Sherida’ met dikke kont en grote tieten. Het boek deed me in zijn enthousiasme voor merknamen, afmetingen en inhoudsloze dialogen niet zelden denken aan het ‘dirty realism’ van het al bijna antieke ‘Less than zero’ , geschreven door Brett Easton Ellis. Toch heeft de Gouden Uil natuurlijk een enorme vergissing begaan door dit boek te onderscheiden met een literaire prijs. Dat valt niet anders uit te leggen dan als een collectief schuldgevoel dat onder de juryleden geheerst moet hebben (‘zijn wij ook van die enge blanken, die in Vuijsje’s boek als carrièregericht, egocentrisch, pedant en potsierlijk worden neergezet? hélp!’), want echt literaire kwaliteiten heeft dit boek, nagenoeg, niet. Al eerder schreef ik op dit weblog dat Christiaan Weijts de winnaar had moeten zijn met zijn magistrale ‘Via Capello 23′, maar opnieuw bleek dat de Lage Landen zich liever onderscheiden door het maken van laffe, moreel hoogstaand ogende beslissingen dan door het applaudiseren voor Pure Kwaliteit. Gemiste kans…
In Geen categorie on 12 juli 2009 at 08:39
Vanochtend ‘viel’ ik in een aflevering van ‘Schepper & co’ (gepresenteerd door de nieuwe, nationale spirituele lijm: Jacobine Geel) waarin de ’vader’ van het huidige kabinet, Herman Wijffels (CDA), in heldere kleuren aangaf waar het heen zou moeten met de wereld en Nederland. Goeie kop, goeie stem, goeie presentatie – die man. Niet voor niets werd hij een paar maandjes terug door Jan Marijnissen (SP) uitverkozen om in een fictieve ‘Raad van Wijze Mannen’ plaats te nemen, die Nederland tijdelijk richting zou moeten geven, in plaats van stuurloze ministers en hun ministeries. Met Wijffels kwam – inderdaad – de stem van de redelijkheid, het overzicht, de Grote Lijn tot leven. En wat nou zo typisch was? Zulke lieden zie je bij de Publieke Omroep alleen in de ‘randen van de ochtend en de avond’. Omdat ze geen rol (willen) spelen in de soap die wij de ‘Nederlandse politiek’ plegen te noemen. Op prime time worden we dom gehouden door de laatste akkefietjes in de Tweede Kamer, met Ferry Mingelen als stalmeester annex dorpsomroeper. Kortom: blij met een man als Wijffels, niet blij met hoe hij weer – symptomatisch! – was weggemoffeld in het uitzendschema.
PS: in een korte uiteenzetting liet Wijffels trouwens weten dat hij aan meditatie doet; ook daarin is hij een fase verder dan de ‘gewone’ politici op Het Binnenhof.
In Geen categorie on 7 juli 2009 at 14:32
In al dat troosteloze proza over verschralende media, zieltogende kranten en falende businessmodellen valt me één ding op. Niemand schijnt rekening te houden met de mogelijkheid dat de consument het nieuws in z’n algemeenheid – hóe ook gepresenteerd! – minder interessant of belangrijk is gaan vinden. Toevallig las ik net nog dat er bij het ‘historische bezoek’ van Obama aan Rusland vrijwel niemand langs de kant van de weg stond, toen de zwarte president per auto naar het Kremlin werd vervoerd. Tussentijdse conclusie: zelfs de mythische leidersfiguur Obama heeft kennelijk moeite om de gemoederen van de ‘gewone bevolking’ te beroeren. Een teken aan de wand? Ik merk in mijn omgeving dat nieuws en actualiteiten steeds vaker als ‘een saai onderwerp’ wordt bestempeld (‘wat moet je d’r mee? je hebt er tóch geen invloed op!’); zelfs op de redactievloer waar ik part-time werk, praat men liever over een grappig YouTube-filmpje of schunnige verspreking dan over, pakweg, de route naar vrede in het Midden-Oosten. Ik denk ook even aan eergisteren toen tennisser Roger Federer geschiedenis schreef met zijn 15e Grand Slam-titel. De Britse pers probeerde de gebeurtenis met vette koppen en uitroeptekens tot een sensatie te maken, maar Roger zelf bleef er toch vooral erg nuchter onder en ik heb tot dusver nog niets gehoord van spontane volksfeesten in zijn geboorstestad Basel. Het is me even ontschoten wie het was, maar ooit zei een slimme man: ‘Er zijn geen andere omstandigheden dan persoonlijke omstandigheden’. Ofwel: ’samenleving’, ‘maatschappij’, ‘politiek’, ‘economie’ – het zijn allemaal ficties, die ons, vooral via de media,worden opgedrongen. Of dit nu waar is of niet, het is een zienswijze die opvallend weinig aan bod komt in de discussies over de toekomst en de subsidiëring van media. Onterecht! Want die 15 Grand Slam-titels van Federer mogen dan wereldnieuws zijn en de voorlopige kroon op zijn indrukwekkende tennisloopbaan, als – ik noem maar wat – zijn kindje straks niet (helemaal) gezond ter wereld komt, zal hij die titels hoogstwaarschijnlijk graag inleveren voor een wél gezonde baby. Met dit sentimentele voorbeeld wil ik maar even aangeven hoezeer nieuws, en ook werk, zich uiteindelijk in de periferie van het leven afspelen en de ‘echt belangrijke dingen’ nooit ofte nimmer in de media komen (al kruipen de makers van reality-tv nog zo brutaal en nog zo fanatiek de meest afzichtelijke huizen binnen).
Deze overdenking poogt niets anders dan de mogelijkheid te opperen dat minder (passieve) mediaconsumptie – games zijn een ware groeimarkt, natuurlijk! - dan misschien een groot probleem is voor de traditionele zenders en mediaconcerns. Maar dat het voor de volksgezondheid misschien wel een pré is als er wat kranten, tv- en radiozenders verdwijnen. Opgeruimd staat netjes! Laten we meer tijd aan onze vrienden en naasten besteden! Of aan boeken! Met name dichtbundels…
In Geen categorie on 7 juli 2009 at 08:05
Als je de mens wilt tegenkomen in zijn meest dierlijke staat, hoef je niet naar een besloten seksfeest maar kun je beter eens meegaan met een journalistenuitje. Vanaf het moment dat je met collega’s een bus, boot of legervoertuig in wordt gedreven, zal het woord ‘kudde’ een extra dimensie voor je krijgen. Ik kan het weten, want een doodenkele keer ben ik ook ‘gezwicht’ voor een fabrikant of dienstverlener die mij wilde overtuigen van de voortreffelijkheid van een dienst of product. Wat je dán allemaal meemaakt…!!! Begeleid door een korps van PR-managers (die twee klassen beter zijn gekleed dan jij en om je heen zwerven als een troep kampwachten) word je mee getorst van de ene bezienswaardigheid naar de andere. In veel gevallen staan de PR-mensen onderling via een portofoon met elkaar in contact, dus ontsnappen is niet mogelijk (‘Hé, daar gaat een pennenlikkertje! Die voert 100.000 lezers met z’n stukkie… Hou ‘m tegen!’). Niet dat ik ooit een ontsnapping heb gezien, want tijdens de betere journalistenuitjes is er ongeveer elk kwartier sprake van een nieuwe ronde fouragering; om de haverklap krijg je een broodje, een drankje, een toastje of een hebbedingetje aangeboden en ik heb nog nooit een journalist/sloeber om zo’n schaal of uitreiking heen zien lopen. Nee, als lemmingen rennen ze op het gebodene af! Hun uitgstrekte armen, vechtend om voorrang, hebben iets weg van een hulpeloos insect. Even later zie je de vreemdste dingen in hun mond verdwijnen, de mallotigste speeltjes om hun nek hangen of de onbeduidendste pluisbeestjes uit hun broekzakken hangen. Ja ja, de mens als pakezel… Laatst zat ik in een persreisje over ‘Brazilian Contemporary’, een themazomer van drie Rotterdamse, culturele instellingen die – op gezag van de gemeente – iets Braziliaans hadden georganiseerd (Rotterdam wil uit economische motieven namelijk ‘vriendjes’ worden met de nieuwe grootmacht uit Latijns Amerika). Vooral in het Boijmans van Beuningen bakten ze het bruin. Toen de laatste journalist in de hal met Braziliaanse kunst arriveerde, was een elektronisch vergrendelingsgeluid hoorbaar en zaten we met z’n allen, letterlijk, opgesloten. Voor de dienstdoende conservator was het ‘t teken een doodsaai verhaal af te gaan steken over Braziliaanse kunstenaars uit de jaren ‘60 en hoe die – let op! nieuws! – ’een andere kant op wilden’ dan de Braziliaanse kunstenaars van de jaren ‘50 (gááp!). Toen een Duitse journaliste na tien minuten naar het toilet moest, waren er twee PR-medewerkers voor nodig om naar de receptie van Boijmans te bellen en opdracht te geven de vergrendeling tijdelijk op te heffen. Ik was, geloof ik, de enige die er de humor van in zag – de rest van het slavenvolk noteerde braaf en geconcentreerd (en opgesloten!) de ondoorgrondelijke wegen van en splitsingen in de Braziliaanse kunst van de jaren ‘60. Na afloop werden we een lunchzaal binnengeleid, alwaar ik, geheel conform de etiketten, mijn bordje vol liet plempen met Braziliaanse specialiteiten en ik bij mijn collega’s (het ‘denkend deel der natie’?) een originele gedachte probeerde los te peuteren over Brazilië. Vergeefse moeite. Hun kamelenmonden waren gestaag bezig het geleverde voedsel weg te malen en de volgende ochtend noteerde ik in hun respectievelijke vodjes obligate koppen als ‘Het andere Brazilië’, ‘Fascinerend Braziliaans’ en ‘Brazilië, de ideale mix’. Smákelijk eten!
In Geen categorie on 5 juli 2009 at 20:27
Kun je steenrijke profvoetballers verwijten dat ze een gebrek aan fantasie hebben? Misschien niet. Het zou zomaar kunnen dat zo’n gebrek de sleutel is tot hun succes. Het is, bijvoorbeeld, mogelijk dat ze ‘t echt menen als ze na het scoren van een hattrick zeggen dat het ‘toch vooral om het teambelang gaat’ en dat ‘de drie punten het belangrijkst zijn’. Ikzelf zou het heel verfrissend en mooi vinden als ze zouden onthullen dat ze van die ene goal in de bovenhoek al dromen vanaf het moment dat ze nog onder een Mickey Mouse-deken lagen (of beter nog: dat ze erbij gemasturbeerd hebben), maar waarschijnlijk is het woord ‘droom’ al bijna verdacht in de topsportwereld. Ik heb weinig fantasie nodig om me te kunnen voorstellen dat je een keiharde doodschop van Sir Alex Ferguson krijgt als je, per ongeluk, het woord ‘droom’ laat vallen. ‘HET GAAT NIET OM JOUW DROOM!’ briest Sir Alex. ‘HET GAAT EROM DAT WE WINNEN. KAMPIOEN WORDEN. EN DAT JE DOELPUNTEN MAAKT! LAAT HET DROMEN MAAR AAN MIJ OVER!!!’ Zet een paar voetbalvrouwen naast elkaar en je weet: de fantasie van topvoetballers blijft keurig binnen de grenzen van de middenpagina’s van de Playboy. Of kijk naar hun huizen: stelselmatig geplukt uit de onroerend goed-gids van Marbella of een soortgelijk oord. Het meest stuitende voorbeeld van het fantasiegebrek zien we deze zomer op de transfermarkt: elke ‘topper’ wil bij Real Madrid (blijven) spelen. Hoe kóm je d’r op? Originééél! Ronaldo, Kaká, Benzema; ze ‘droomden’ allemaal van Real Madrid. En dus gingen ze naar Madrid. Het meest ontluisterend zijn de berichten over de Nederlanders van Real (Huntelaar, Sneijder, Robben, Drenthe, Van Nistelrooij) die allemaal overbodig dreigen te worden, maar gewoonweg van niets anders kunnen dromen dan van Real. Sneijder wil niet weg, Huntelaar ‘wacht op zijn kans’, Van Nistelrooij denkt nog ‘van waarde’ te kunnen zijn en Robben vindt de geruchten over een transfer naar De Spurs een zware belediging van zijn voetbalkunsten. Real, Real, Real… Iets anders willen ze niet, iets anders kúnnen ze kennelijk ook niet bedenken. Nog even en clubs als AC Milan, Internazionale, Juventus, Liverpool, Bayern München en Manchester United zitten opgescheept met wereldvoetballers die met een maandsalaris van enkele tonnen chagrijnig rondlopen en eigenlijk bij Real hadden willen voetballen. Niet omdat die andere topclubs minder mooie clubs zouden zijn met minder aanzien of historie, maar – gewoon – omdat voetballers, zo blijkt eens temeer, een afschuwelijk beperkte fantasie hebben. Ze kunnen het zich – gewoon – niet voorstellen dat het veel mooier is om de tifosi van een club als Inter, na 34 jaar, weer eens Champions League-trofee te laten vieren dan het verwende Real aan het zoveelste eremetaal te helpen. Zoveel frivoliteit past niet in hun hoofd…
In Geen categorie on 4 juli 2009 at 10:25
Ik zit nu drie á vier maanden op Twitter, geloof ik. En ik zak in – qua bijdragen en sitebezoek. In een eerdere analyse heb ik Twitter omschreven als ‘een koffiemachine voor zelfstandigen’, ofwel: een digitale hangplek voor de éénpitters waarvan er steeds meer rondlopen in Nederland. Tóch – zie ik nu – is die omschrijving nog teveel eer voor het fenomeen Twitter. Bij de koffiemachine kun je na het gelul over het nieuws van de dag of het tv-programma van gisteravond op zijn minst – met een opmerking of een terloopse vraag – ‘proeven’ of er een verhaal of een boeiende persoonlijkheid achter iemand schuilgaat. Bij Twitter lukt dat niet. Daar zit je eeuwig opgesloten in een soort ’snuffelfase’, die je op een verjaardag of bij een vernissage in twee minuten afrondt (met wie wil ik praten? wie ziet er leuk uit? van wie kan ik ‘iets’ verwachten?). Ik ben onderhand wel uitgesnuffeld. Zeker bij mensen die elke morgen hun toetsenbord aanranden met een ‘Goedemorgen vanuit Rotterdam!’ (sorry, Jan10…). Twitter wordt, kortom, steeds slechter vermomde tijdsverspilling. Ik ben alleen nog te laf om me af te melden. Afscheid nemen van 51 ‘followers’ is een hard gelag!
In Geen categorie on 4 juli 2009 at 08:55
Tiplijstjes. Stappenplannen. Organogrammen. Competentieschema’s. Excell-sheets… Ik vind ze eindeloos fascinerend. Niet alleen de drang om de werkelijkheid ‘te vangen’ in dergelijke simplificaties kan ik vaak al niet aanzien zonder een glimlach, helemáál vermakelijk (en in zekere zin: triest) wordt het – mijns inziens – als mensen er een absolute waarde aan toe gaan kennen. Toch kan ik niet ontkennen dat er een enorme ‘markt’ is voor het presenteren van kennis en inzicht in deze vormen. Ik noem het de ‘ratiomarkt’, ofwel: de vraag naar Bedrieglijke Helderheid uit onvermogen of onwil in de ingewikkelde werkelijkheid te duiken. Door de toenemende complexiteit van de maatschappij zie je zelfs dat de vraag naar ‘ratio’ toeneemt. Niets zo verleidelijk als het document ‘Hoe schrijf ik een bestseller in vijf stappen?’. Ik zou bij God niet weten wat er in zou moeten staan (op zich jammer!!!), maar dát het commerciële waarde heeft staat vast. En dan die hele trend van canons: een verzameling ’hoogtepunten’ uit vakgebieden, landen, continenten, perioden of geloofsrichtingen die de leken moeten inwijden in iets waar ze na het consumeren van de canon, vermoed ik, weer even weinig van af weten als daarvóór! (Strikt genomen is een canon eerder een uitnodiging om je hersens ‘uit’ in plaats van ‘aan’ te zetten.) Let op: tot dusver heb ik het alleen nog maar over de zichtbare ‘ratiomarkt’, de vorm die je kunt aanschaffen (boek, cursus, dvd) en aanraken (spreker, docent, politicus). Maar er is ook nog zoiets als de onzichtbare ‘ratiomarkt’, waarbij er, als een soort onzichtbare epidemie, ineens behoefte ontstaat aan verklarende teksten over een bepaald onderwerp. En er - ter geruststelling van ‘het volk’ – een nevel van rationaliteit rond ons wordt opgetrokken. De kredietcrisis is een mooi voorbeeld. Ineens doken uit alle hoeken en gaten ‘deskundigen’ op die het aan hadden zien komen, die het waarom meenden te doorgronden en vaak ook nog verstand dachten te hebben over hoe we eruit konden klimmen. En de consument? Die keek ernaar en sjokte mismoedig door de nevelslierten.
Als je, zoals ik, niet zo gelooft in de zegeningen van de ratio, ben je in deze kapitalistische maatschappij algauw, jawel, een dief van je eigen portemonnee. Dat zei onlangs tenminste een zich ‘coach’ noemende persoon tegen mij, op een bruisende receptie. Deze persoon spoorde mij aan toch snel ’De Methode Van Willigenburg’ te introduceren en er een nationaal en liefst internationaal gewild ‘product’ van te maken. ‘Wat je nu verdient, is ver beneden je niveau.’
Enfin. Het zal wel geen toeval zijn dat in mijn pas verschenen bundel, ‘De functie van Finland’, gedichten staan met ironische titels als ‘Verbetertraject’, ‘Moderne overheid’ en ’Loopbaanadvies’…
In Geen categorie on 2 juli 2009 at 22:34
Nog even Wimbledon… Zijn ze ‘eindelijk’ gecapituleerd voor het grote geld (Amerikaanse tv-gelden) en de moderne tijd (ongeduld ‘rules’!) door een dak boven het Centre Court te bouwen, presteren die Engelsen ‘t om het alleen in uiterste noodgevallen ook daadwerkelijk dicht te doen!!! Nog steeds zitten er een paar machtige ’stiff upperlips’ in het organisatiecomité, die tegen elke prijs willen voorkomen dat Wimbledon een indoor-toernooi wordt. Gevolg? Alleen als het met bakken uit de hemel komt en het speelschema geen uitweg biedt, drukken ze op de knop en gaat het dak – oe! lekker langzaam… – dicht. Zelfs met de modernste technieken blijft Wimbledon ruiken naar sigaren, bolhoeden, aardbeien en het geaffecteerde ‘He’s a jolly good fellow!’. Een marketeer zou zeggen: ’Houwen zo: Unique Selling Point.’
In Geen categorie on 1 juli 2009 at 08:18
De 21-ste eeuw schijnt begonnen te zijn. Maar in Nederland (of moet je zeggen: in Europa?) bewaren we nog zoete herinneringen aan de ‘rust’ en de ‘gezelligheid’ van het eind van de 20-ste. Op de TV-beurs in Cannes was het dit jaar meer dan ooit ‘retro’ wat de klok sloeg; spelletjes, kwissen en soaps uit de jaren ‘80 en ‘90 zijn ongekend populair. Arnon Grunberg heeft zich bij wijze van zoveelste experiment een paar weken lang ‘gelanceerd’ in de nieuwbouwwijk ‘Leidsche Rijn’ en constateert dat het in Nederland ’eeuwig 1951′ lijkt. Me dunkt dat deze nostalgie wel eens een grotere vijand zou kunnen zijn voor onze toekomst dan, wellicht, de moslims of de islam. Journalist Conrad Busken Huet (1826-1886) had ‘t in de 19-e eeuw al over het ‘ingedutte Nederland’. En ook nu weer zie je allerlei krampachtige bewegingen om toch maar vooral collectivistisch te blijven denken (‘de boel bij elkaar houden’ heet dat tegenwoordig), met Paul de Leeuw en de Publieke Omroep als hoogbegaafde gangmakers, ahum… Met dit in het achterhoofd zie ik de huidige ‘onrust’ rond Wilders en de doemdenkerij over het ’sociale klimaat’ in Nederland eerder als een innerlijk verzet tegen onze eigen, taaie inertie en zelfgenoegzaamheid dan als een gemeende haat jegens een ander geloof of een andere bevolkingsgroep (hebben Nederlanders werkelijk de energie om te haten?). De ‘onrust’ komt voort uit het ongemakkelijke gevoel dat er iets aan het veranderen is, maar dat we vooralsnog geen zin hebben in en geen idee hebben over hoe we die verandering moeten vormgeven. Want, ja, wij Nederlanders (dijkenbouwers, immers) geven graag zo doorwrocht en bedachtzaam mogelijk vorm! We hebben een eigenlijk een soort ‘revolutie’ nodig’, maar alles in onze genen verzet zich tegen de snelheid en de onbesuisdheid van het begrip ‘revolutie’. Vergelijk dat eens met Amerika, waar ‘verandering’ (Change!!!!) een positieve klank heeft, nieuwe energie losmaakt… En Wilders? Wilders verschaft ons de illusie dat we wel degelijk heldhaftig en ‘revolutionair’ zijn, dat we ‘de boel eens drastisch gaan aanpakken’. Een kind begrijpt dat hij tot aan de verkiezingen alles in het werk zal stellen om die illusie op te pompen om ‘m daarna, eigenhandig, weer om zeep te moeten helpen. Zelfs met Wilders aan het roer zal Nederland namelijk nog jarenlang verzot blijven op… 1951!!!