Hans van Willigenburg

Archive for mei 2009

De lafste recensie

In Geen categorie on 29 mei 2009 at 08:02

Na zijn bestseller ‘Joe Speedboot’ behoort Tommy Wieringa (1967) tot de grote beloftes van de Nederlandse literatuur. Een betrouwbare, Hollandse jongen – geen halve clown, zoals Grunberg – die met een gezicht op onweer praat over literatuur. Zo heeft het recensentendom het graag! Met bovengemiddelde aandacht heb ik dan ook de ontvangst van zijn lijvige, nieuwe boek ‘Ceasarion’ gevolgd. Opvallend: bij een boek dat zó pompeus in de markt wordt gezet (70.000 ex) en zó groots wordt begeleid door allerhande reclame-uitingen, verwacht je snel de eerste recensies in de kranten. Dat viel tegen. (Zou het boek ‘moeilijk te plaatsen’ zijn?). Pas na een week of zo deed Arie Storm de aftrap (Het Parool) en over zijn recensie kunnen we kort zijn: hij vond het drie keer niks, ‘edelkitsch’. Daarna las ik een stuk in Elsevier, een blad dat een wat diplomatieker taalgebruik hanteert, maar ook daar was de strekking minstens dat ‘Ceasarion’ de belofte van ‘Joe Speedboot’ niet inlost. Ik had dit allemaal laten passeren, als ik vanochtend niet op de ‘officiële reactie’ van de Volkskrant - eindelijk! zou je zeggen - was gestuit. Wat vonden zij, zoveel weken na verschijning, van het boek? Recensent van dienst was Daniëlle Serdijn en ik wil haar hierbij feliciteren met de lafste recensie, die ik sinds tijden gelezen heb. Kreeg ze het boek doorgeschoven van chef Peters, die geen zin had Wieringa voor het hoofd te stoten? Moesten we daarom zo lang wachten? Heeft Daniëlle telefonisch met een piepstemmetje toegezegd dat ze haar baas van die verschrikkelijke baksteen zal verlossen? Twee kolommen lang (waarom zo kort, bij zo’n ‘gewichtig boek’????) lukt het Daniëlle vluchtpogingen te ondernemen om Wieringa’s nieuwste (en de -ontbrekende- kwaliteit ervan?) niet onder ogen te hoeven komen. Ze kruipt weg in plotbeschrijving, in maatschappelijke dwarsverbanden, in nietszeggende kwalificaties (‘dit boek heeft iets van een dwaaltuin’) om uiteindelijk uit te komen bij de ‘conclusie’ dat Ceasarion ’een uitgelezen reikwijdte heeft en volmaakt in deze tijd past’.  Goed gedaan, Daniëlle! Een politicus doet het je niet na! Je hachje is gered. En Tommy: je hebt de wind er kennelijk flink onder daar bij de VK-redactie.

Is ‘Hollywood’ nog een scheldwoord?

In Geen categorie on 24 mei 2009 at 17:35

Dankzij mijn prepuberende kinderen bezoek ik vrij regelmatig een zogenaamde ‘Hollywoodfilm’, in de categorie: Niet Spectaculair, Doch Goed Gemaakt En Nimmer Inzakkend. In dit genre bezocht ik recent ‘17 again’, een romantisch verhaaltje over een dertiger die terugkeert als 17-jarige en zijn (natuurlijk mislukte) huwelijk (alsmede zijn hele leven tot dan toe) over mag doen. Op papier is dit natuurlijk een draak van jewelste, maar de manier waarop het was uitgewerkt en de wereld van tieners en dertigers, als in een parallel universum, ‘naast elkaar bleven bestaan’ (en natuurlijk met elkaar in conflict kwamen) was zowel uiterst vermakelijk als verhelderend. Wanneer de hoofdpersoon met de wetenschap van een dertiger, maar in de huid van een 17-jarige, zijn klasgenoten probeert te overtuigen dat seks voor het huwelijk geen goed idee is (en een complete zak condooms demonstratief van zich afwerpt) hoor ik de cynici alweer klagen over ‘het puriteinse Amerika’. Maar de film bevat een dermate hoeveelheid karakters, verhaallijnen en betekenislagen, dat ik zelfs dit mierzoete moralisme vrij moeiteloos slikte. Sterker nog: na de voorstelling begon ik me af te vragen waarom Hollywood al zolang een verdachte klank bezit (al is dat, bij nader inzien, alleen bij bepaalde groepen in Europa het geval), want de hoeveelheid ‘mensenkennis’ die je in zo’n script terugziet is fabelachtig. Daar kan menige arthouse-filmer met vreemde hobby’s nog een voorbeeld aan nemen. En ik zou willen dat  docenten, decanen en overige onderwijsgevenden een tiende bezaten van het inlevingsvermogen dat de scriptschrijvers  bij ’17 again’  hebben ingezet.

Sportkrant met ‘een restje Rotterdamnieuws’

In Geen categorie on 24 mei 2009 at 00:00

Vandaag stonden er studenten met het AD te leuren in mijn plaatselijke winkelcentrum. Van die lui die worden afgerekend op het binnenharken van adresgegevens of, liever nog, concrete abonnementen. Een ‘target’ waarvoor ze bereid zijn oude vrouwtjes desnoods een half uur lang bezig te houden over de plussen en minnen van de groenteboer  of het-leven-in-het-algemeen. Ook ik kreeg zo’n broekie op mijn dak, die wapperde met een AD. Ik weerde het exemplaar op een vriendelijke manier af. ‘Heb je die krant wel eens gelezen?’ vroeg ik zo olijk mogelijk. Op de verkoopcursus had de student vermoedelijk geleerd nooit tegen een potentiële klant in te gaan, dus zong hij:  ’Maar natuurlijk, meneer!’. ‘Oké,’ zei ik. ‘Dan weet je dus dat je een sleazy sportkrantje staat te verkopen met een armzalig restje Rotterdamnieuws.’ Hij glimlachte breed (ook op de cursus geleerd?): ‘U heeft helemaal gelijk, meneer!’ Toen ik tien minuten later terugliep naar mijn fiets,  stak de verkoper met een wezenloze monterheid zijn duim op en knipoogde. Hij zat met zijn hoofd al bij duizenden flacons douchegel, die hij morgen op een beursvloer ging uitdelen.

Bange Balk

In Geen categorie on 23 mei 2009 at 21:29

Nederland is bang voor zichzelf. De mensen sluiten zich op, zowel fysiek als digitaal. Contact met ‘vreemden’ wordt zoveel mogelijk beperkt en seks bedrijf je tegenwoordig na een sms-je omtrent tijd, locatie en favoriete standje. In dit fragmenterende klimaat (waar iedereen bang is voor iedereen, of op z’n minst onwennig jegens onbekenden) zijn ‘we’ (en zeker de hoge heren in Den Haag) blij met elk ’symbool’ waarvan we kunnen geloven dat het in ieders hart een plakje heeft. Vroeger was dat, bijvoorbeeld,  God, maar nu is ook die gefragmenteerd over vele religies en spirituele bewegingen. Wat houden we over? De Koningin. Oranje. Bekende Nederlanders. Ja, Jan en Yolanthe waren na anderhalf jaar ook uitgegroeid tot, zoals de calvinisten dat zo graag zeggen, ‘een stukje cement in onze samenleving’.  Nu is dat stukje cement eensklaps (door een vertrekkende Yolanthe) afgebrokkeld. Ik dacht: leuk voer voor de roddelrubrieken. Maar wie schetst mijn verbazing toen premier Balkenende in zijn wekelijkse persconferentie kostbare hoeveelheden speeksel aan het Volendamse showbizzpaar wijdde en zijn treurnis uitsprak over de verbroken relatie. ‘Wéér een steunpilaar die wegvalt, een zekerheidje dat niet thuis geeft,’ zag je hem denken in deze zware tijden van omvallende aandelen- en managerslogica. En zo werd Balkie hét symbool van het bange Nederland. Alsof we  na de nationale ramp tussen  Jan en Yolanthe ‘opnieuw moeten beginnen’.  Schei toch uit, Jan-Peter!

Wilders als geciviliseerde ladykiller

In Geen categorie on 22 mei 2009 at 23:48

Het is wellicht een wat primitieve behoefte om mensen in te willen delen op de schaal van ‘naïef’ (aan de ene kant) en ‘realistisch’ (aan de andere kant).  Maar toch kon ik vanavond – als eenvoudige tv-kijker – geen weerstand bieden aan die behoefte.  Bij Knevel & Van den Brink was onder meer de Vlaamse documentairemaker Jan Leyers te gast: een goedgebekte, prettig uitziende en uiterst genuanceerde programmamaker, die niet voor niets een tijd lang ‘het gezicht’ was van het uitstekende, Vlaamse cultuurnet ‘Canvas’. Leyers heeft uit nieuwsgierigheid naar ‘de islam’ een reis ondernomen door het Midden-Oosten vanuit de behoefte om er nu eens niet over te praten – dat deed hij in zijn vorige job als presentator al genoeg -,  maar het (sorry voor het cliché) ‘aan den lijve te ervaren’. Naast talloze (boeiende) voorbeelden van vervreemding, verbazing en misverstand, wilde Leyers ons de slotconclusie van zijn reis toch niet onthouden, en die luidde dat hij er ‘niet optimistischer vandaan was gekomen’. Van alle bijzonderheden en nieuwe kennismakingen, had het totale gebrek aan twijfel bij grote groepen moslims hem toch wel het meeste getroffen. En schetste hij – kalm, evenwichtig, in alles het tegendeel van Wilders – de manier waarop de islamistische doctrine nú al invloed uitoefent op onze cultuur en ons leefklimaat (denk aan monddood gemaakte cartoonisten, denk aan bedreigde museumdirecteuren, denk aan de fatwa die over een beroemde schrijver is uitgeroepen). ‘Ladykiller’ Leyers illustreerde daarmee het verhaal dat Wilders zo ontzettend kil en met de hakbijl presenteerde in ‘Fitna’. Onze Vlaming heeft een oneindig veel gevoeliger penseelvoering (gelukkig maar!), doch zijn “boodschap” verschilt, ongewild vermoed ik, niet veel van de Stemmentrekker Uit Venlo.      

Hoe komt het toch dat ik veel meer vertrouwen heb in de onderzoekende geest van Leyers, dan, bijvoorbeeld, in de aan praatgroepen herinnerende prietpraat die ex-minister Vogelaar over ons uitstortte toen zij het had over een ‘joods-christelijke-islamitische’ traditie, die zich weldra in ons land zou nestelen? Hoe komt het dat ik bij Ella Vogelaar al snel aan ‘kruidenvrouwtje Vogelaar’ denk? En hoe komt het dat ik de hele linkse beweging ervan verdenk uit een vreemd soort schaamtegevoel, als in een reflex, de ‘zielige moslims’ in bescherming te nemen? Mijn slotsom: Leyers en Wilders zijn – ieder op hun eigen manier – realistisch, Vogelaar en de overgrote merderheid van PvdA en CDA zijn ont-zét-tend naïef!

Aanrader! Benzine van Tao Lin

In Geen categorie on 22 mei 2009 at 21:34

Zoals ik eerder op dit weblog heb aangegeven, is het idee dat een schrijver of kunstenaar een buitengewoon vermogen heeft om naar een speciaal plekje in zijn hersenpan te ‘rijden’, daar uit te stappen en iets bijzonders uit de lucht te grijpen dat hij later – terug in de ‘normale wereld’ – aan het publiek laat zien, grote bullshit. Een schrijver heeft niet meer of bijzonderder plekjes in zijn hoofd dan ieder ander. Het enige verschil is dat hij – door het kijken naar kunst, bijvoorbeeld, of het lezen van boeken – ‘betere benzine’ in zijn hersenpan gooit. Waardoor hij langer, uitputtender en dus beter zijn hersens kan aftasten en hij ‘meer’ interessants vindt om door te geven dan de ander, die op Euro 95 doortuft. In dit kader wil ik iedereen graag naar een ‘betere benzine’ verwijzen, en die benzine is afkomstig van de jonge, Amerikaanse schrijver Tao Lin (1983). Lees het interview met hem op Poetry Foundation (zie link, hieronder), en als je na afloop geïntrigeerd bent in plaats van geestelijk gebroken, kan ik je al zijn boeken aanraden.

http://www.poetryfoundation.org/

Applaus voor GeenStijl

In Geen categorie on 12 mei 2009 at 09:36

Ik lig er niet wakker van, maar ik heb me de afgelopen weken wel eens afgevraagd waarom ik nou eigenlijk lid ben geworden van het nieuwste rebellenclubje van Hilversum, PowNed.  Vragen als  ’wat gaan zij toevoegen?’ en ‘wordt het een soort Pin-Up Club, twintig jaar na Fons Rademakers?’ sluimerden in mijn hoofd. Gelukkig hoorde ik gisteren via via (zo gaat dat, tegenwoordig, zèlf kun je onmogelijk alles volgen) dat ze bij GeenStijl, de initiatiefnemer van PowNed, hun journalistieke snuffelneus ondubbelzinnig hebben herbevestigd. Wat is het geval? Met het feilloze instinct om dáár te wroeten waar de progressieve goegemeente (in casu: staatsomroep NOS)  ons land in een ijzeren greep houdt, hebben ze – hoe kom je erop? – de lengte van het applaus gemeten dat op De Dam tijdens 4-de mei, ter ondersteuning van koningin Bea, weerklonk en dat ‘naast’ de weergave in verschillende NOS-uitzendingen ‘gelegd’. Conclusie? Enkele gifmengers in de montageruimten van Hilversum vonden het ter verhoging van de genotsfactor een lumineus idee om het applaus wat ‘op te rekken’ en de kijkers nog wat langer in de overheerlijke siddering van een nationaal orgasme onder te dompelen. Klassewerk, GeenStijl! Een pregnanter voorbeeld van de manier waarop in Nederlandse achterkamertjes het volk wordt geduwd, gestuurd, gepapt en natgehouden is bijna ondenkbaar. Een goede bekende zei gisteren tegen me dat ‘zijn laatste restje geloof in de NOS’ dankzij dit voorbeeld was verdampt. En dat hij voortaan over zou gaan tot het benoemen van het NOS-journaal als het ’staatsjournaal’. Je kunt zeggen: leuk, hoor. Maar is dit zo belangrijk? ‘Já!’ zeg ik. ‘En niet omdat de manipulatieve kracht van de NOS op hilarische wijze aan de kaak is gesteld. Maar omdat de NOS kennelijk zó ver gaat, dat de rouw om de slachtoffers van de doldwaze Suzuki op Koninginnedag, kennelijk als een kans wordt gezien om kijk- en waarderingscijfers op te krikken. Als ik door die Suzuki was onthoofd, was ik in mijn kist spontaan uit mijn vel gesprongen! ’

Resumerend: natuurlijk kun je zeggen dat de pot hier de ketel verwijt. Maar GeenStijl komt er tenminste openlijk voor uit dat ze eindeloos knipt, plakt en plaagt tot het gewenste resultaat bereikt is. De NOS, daarentegen, loopt nog steeds rond met de air van ‘wij weten het’ en ‘wij brengen het nieuws zoals het is. Objectief.’ Ja, dáááháááág!

Gecondoleerd, Christiaan…

In Geen categorie on 9 mei 2009 at 14:00

Vrijwel onopgemerkt is De Gouden Uil (prestigieuze Vlaamse literatuurprijs) voorbij gegaan aan de schrijver die ‘m had moeten winnen: Christiaan Weijts met ‘Via Capello 23′. Voor de onoplettende lezertjes: hij ging uiteindelijk naar Robert Vuijsje met de roman ‘Alleen maar nette mensen’ (over een joodse jongen die op een Marokkaan lijkt en valt op negerinnen).  Puur onrecht! Er rest geen andere conclusie dan dat de jury het recente pleidooi voor meer stratrumoer in de literatuur (afkomstig van hoogleraar moderne letterkunde, Thomas Vaessens)  in haar ijver nog een halve slag DOOR heeft gedraaid, naar: allééééén nog maar straatrumoer! Het winnende boek heet dan ook ‘brandend actueel’, een omschrijving die met enige welwillendheid ook op de roman van Weijts kan worden geplakt, ware het niet dat hij hier en daar ook nog enkele (overigens zeer boeiende) historische en filosofische zijpaden inslaat. Fóut! Niet brandend genoeg! Onvoldoende actueel!

Mevrouw Oral & de koers van de ‘kwaliteitskrant’

In Geen categorie on 9 mei 2009 at 10:42

In een eerder stukje voor dit weblog constateerde ik dat een ‘kwaliteitskrant’ als de Volkskrant zich lijkt te realiseren dat ze terug moeten naar hun roots: dus, naar het bieden van kwaliteit en de lezers die voor kwaliteit willen betalen. Mij lijkt dat een verstandige strategie voor de komende jaren. En dus had ik, in tweede instantie, wel begrip voor het heen zenden van ‘vreemde eend in de bijt’ Nico Dijkshoorn – die ik, zeker in de Volksrant, een tamelijk briljante columnist vond.  Maar volgt de Volkskrant dit advies? En gaan ze die strategie ook inderdaad echt doorvoeren? Als ik de laatste twee afleveringen van het Volkskrant-magazine lees heb ik zoiets van: laat maar! weg met dat abonnement! Pulp van het zuiverste water. Vooral de manier waarop totaal oninteressante typetjes een mega-interview krijgen toegeschoven en vervolgens, met hulp van de dienstdoende interviewer, tot een zogenaamd ‘interessant persoon’ worden opgepijpt, is tenenkrommend. Vorige week was er één of ander schrijvend fotomodel (sorry, ik ben haar naam alweer kwijt) waar geen zinnig woord uitkwam, maar die tijdens het interview op het idee werd gebracht dat ze misschien wel ‘meerdere identiteiten’ bezat (hetgeen zij desgevraagd volmondig beaamde) en deze week krijg ik ene Nazmiye Oral op mijn bord geserveerd, een ‘actrice en schrijfster’ waarvan ik nooit een boek heb gelezen of een film heb gezien, maar die mij – o! huichelachtigheid! - vanaf de cover waarschuwt met het volgende citaat: ‘Het is bijna een vloek als mensen zoveel in je zien.’ Als ze dat ook maar een beetje meent, laat je de Volkskrant natuurlijk lekker op de stoep staan, maar ik vrees dat Nazmiye zo’n flutinterview ziet als een nieuwe stap in haar loopbaan. Enfin, ik zeg: nóg een paar van dat soort lulinterviews en jullie zijn mij kwijt, VK!!! Mevrouw Oral, tenslotte, kan rustig gaan slapen, want  ik zie niks in haar.

‘In de herhaling’ lost niet alles op

In Geen categorie on 6 mei 2009 at 12:27

In de voetbalwereld is er een stevige lobby om scheidrechters een aantal keer per wedstrijd de mogelijkheid te geven om op video bepaalde spelsituaties terug te zien. In de veronderstelling, natuurlijk, dat hij dan, in tweede instantie, de juiste beslissing neemt. Aanvankelijk steunde ik deze lobby volledig en leek het verzet vanuit de voetbalbonden mij er vooral één van nostalgie en platvloerse heerszucht, maar gisteren, tijdens Arsenal-Man. United (halve finale Champions League) kwam de gedachte bovendrijven dat je zelfs met videobeelden uit verschillende hoeken nog geen enkele garantie hebt voor een betere beslissing. Toen Darren Fletcher diep in de tweede helft in het strafschopgebied een tackle pleegde op Fabregas van Arsenal,  deelde scheidsrechter Rosetti (zeker na de herhaling) mijns inziens terecht een rode kaart uit. Maar de commentator was er, integendeel, na elke nieuwe herhaling mééééér van overtuigd dat zelfs geel te hard gestraft was voor deze charge (‘Fletcher speelt de bal!’). Hij begon te huilen over ‘een drama voor Fletcher’, die de finale nu moest missen. Volgens mijn waarneming miste Fletcher de bal, nam hij Fabregas vervolgens volledig in de tang en was hij – opzettelijk of onopzettelijk – de laatste speler om ‘m af te stoppen (dus rood).

Conclusie: misschien worden discussies over dubieuze beslissingen bij het invoeren van videobeelden juist wel heftiger (!) dan nu het geval is. En heeft een dergelijke maatregel dus het OMGEKEERDE effect.

Joris Linssen & het grote braken

In Geen categorie on 5 mei 2009 at 22:26

Ik heb de laatste tijd niet veel nodig om te gaan braken. Dus – húúúp! – daar ging ik alweer toen ik laatstelijk een middelbare man met een grote neus zich in een aankomst- of vertrekhal van Schiphol op een vrouw zag storten, die aan het uitleggen was wat een bepaald persoon – een oom, geloof ik – voor haar betekende. Zoals bij veel reality-programma’s begreep ik niet waarom ik dit als kijker zou moeten weten, maar ik ben niet gek, ik weet hoe het werkt: voor het ‘gemiddelde’ kijkbuispubliek is het überhaupt al troostend om te zien dat twee mensen ‘iets met elkaar hebben’. In deze tijd van efficiency, individualisme en de rekenende burger, is elk vonkje warmte dat de huiskamers bereikt, weer meegenomen. En Joris Linssen (de NCRV-man met de grote neus) is bedreven in het aanwakkeren van de vonk. Terwijl ik nog dacht dat je als tv-maker moeilijk lager kunt zakken dan dit (zomaar een microfoon onder iemands mond hangen in de hoop dat er een warm-menselijk verhaal uit tevoorschijn sijpelt), werd hij vanavond in DWDD bewierookt als de ultieme vakman. Het ‘format’ van de show – die ’Hello Goodbye’ heette – was aan maar liefst dertien (!)  landen verkocht.  Nou ja, zeg! Als dat geen bewijs van kwaliteit is! Meneer Linssen legde dolgraag aan Matthijs uit hoe ‘echt’ en ‘puur’ en ‘ongeregisseerd’ hij te werk ging en hoe integer hij met de argeloze medemens op Schiphol omging. Een vrouw die ooit merkte dat ze tegen haar zin een bekentenis aflegde over haar onvruchtbaarheid en vroeg of de man met de neus het materiaal tóch maar liever niet wilde gebruiken, vond bij de barmhartige Linssen een gewillig oor: ‘We hebben het op haar verzoek terzijde gelegd. En ik heb met de camera uit nog een tijdje met haar gepraat.’ Linsen zei het nét even te trots, zoals hij verder ook met een iets te zelfvoldane grijns opmerkte dat mensen doorgaans ‘heel erg blij waren’ met wat hij uitzond en dat ze, onder zijn wakend oog, voor het eerst  zulke eerlijke en ware dingen over zichzelf formuleerden.  Linssen als een God, die mensen ‘reinigt’ en ‘tot inzicht brengt’; de man die de ‘audiovisuele diefstal’, in mijn ogen, tot de perfectie heeft opgerekt. Een nieuwe braakneiging diende zich aan.