Hans van Willigenburg

Archive for the ‘Geen categorie’ Category

De oerfatsoenlijke Manuscripta

In Geen categorie on 6 september 2010 at 11:41

Gisteren was ik met mijn dochter op de manifestatie ‘Manuscripta’, de semi-officiële opening van het boekenseizoen op het terrein van de Westergasfabriek. Ik heb er veel boeiende observaties mogen doen (die ik, waarschijnlijk, bewaar voor later werk), maar één was dermate plat en opvallend, dat ik hem gelijk maar ‘doorschuif’. De emmer van de circa 6000 bezoekers (bron: Volkskrant) was bijna tot de rand toe gevuld met Peter van Straaten-achtige blanken en soortgelijke gezinnetjes. De allochtonen waren zo goed als niet vertegenwoordigd.  Voor een alarmerende boodschap over dit (verontrustende?) gegeven leest u maar andere sites: ik beperk me tot de contatering dat zij (allochtonen of – o jee! – ‘Nieuwe Nederlanders’) DIE er waren een keurig net pak droegen, een apparaat in hun oortje hadden zitten en consequent bij deuren stonden geposteerd. Ze werkten in de beveiliging…

De sfeer was verder gemoedelijk te noemen. Daar niet van. Maar ik dacht: Amsterdam, boven-modaal, intelligent. Aaah, zou dit de ‘fatsoenlijke samenleving’ van Job Cohen zijn?

Ik ben fan van Job Cohen

In Geen categorie on 4 september 2010 at 19:28

Ik had graag een rechts kabinet zien aantreden. Inderdaad – CDA, VVD, met gedoogsteun van PVV. Niet dat ik enige warmte of enthousiasme koester voor één van de partijen of hun lijsttrekkers, maar het had me wel goed geleken wanneer bepaalde automatismen in onze samenleving aan een serieuze test zouden zijn onderworpen. Het immigratiebeleid, het veiligheidsbeleid, het economische beleid, het sociale beleid, het mediabeleid en niet in de laatste plaats het onderwijsbeleid: op al deze terreinen zie je heilige huisjes staan, waarvan je had mogen verwachten dat ze door een rechts kabinet zouden zijn uitgedaagd of, liever nog, omver getrokken. Die kans is nu helemaal verkeken. Want links krijgt, hoe dan ook, tijdens de voortzetting van de formatie weer fiks wat in de melk te brokkelen. En ik vertel natuurlijk niemand iets nieuws als ik zeg dat links anno 2010 staat voor: risicomijdend gedrag, de makkelijkste oplossing, de comfortzone, de denk-nog-eens-na-het-gaat-toch-helemaal-niet-zo-slecht-houding. Ofwel, links is conservatief geworden. Behoudzuchtig. Daar leeft men nog in de leunstoelpsyche van ‘hoe verdelen we het geld?’, waar rechts – altijd al oververtegenwoordigd in ondernemerskringen – de focus veel meer legt bij ‘hoe verdienen we het geld?’. Geen overbodige luxe, dat laatste, want waar links ooit bekend stond om de internationale houding, het indringend over de grens kijken, is men daar nu verregaand geobsedeerd door het weren van het vermeende monster Wilders uit de eigen achtertuin en heeft men onthutsend weinig aandacht voor de concurrentiekracht van nieuwe economieën en continenten, die de ooit zo natuurlijke influx van honderden miljarden aan Bruto Nationaal Produkt ernstig onder druk zetten. Terwijl rechts een realistische visie over integratie (je bent alleen welkom als je hier aantoonbaar iets kan toevoegen en – dus – makkelijk kunt integreren via een een baan)  koppelt aan een fors bezuinigingsprogramma om de economie weer vlot te trekken, heeft links de neiging weg te lopen voor lastige keuzes. En sop en kool te sparen uit hoofde van ‘humane overwegingen’ en ‘een sociaal geweten’. Hetgeen, als je beter kijkt, vaak een substituut is voor het beschermen van industrieën en subsidiecircuits waar linkse mensen goedbetaalde posities hebben ingenomen, die ze maar wat graag willen handhaven. Neem de vluchtelingenindustrie. De reïntegratieindustrie. De milieu-industrie. De losgezongen woningbouwcorporaties. De monstrueuze MBO’s en HBO’s, die door Paars uit de grond zijn gestampt. En neem, tenslotte, de Hilversumse omroepen, die elk hun eigen rubriekjes uitstoten alsof we nog in de knusse jaren ‘50 leven. Natuurlijk kun je op al deze terreinen van mening verschillen over de verbeteringen dan wel verslechteringen, die rechts daarvoor in petto had. Maar voor mij is een ander aspect veel zwaarwegender: namelijk dat het voor een samenleving, hoe dan ook, gezond is als er weer eens een hele andere wind gaat waaien. Kijk naar onze Britse buren. En naar de de nieuwe coalitieregering tussen Conservatieven en LibDems. Wát een verademing! Niet alleen de snelheid waarmee de nieuwe regering daar tot stand kwam is ‘mind blowing’ (1,5 week of zoiets), ook de visie en de bijbehorende maatregelen getuigen van een samenhangende visie op de toekomst van Groot-Brittannië. Hoewel het eerste enthousiasme onder de bevolking alweer iets getemperd schijnt te zijn, begrijp ik van een Engelse vriend dat driekwart van de kiezers positief verrast is door de vernieuwingsgezindheid van het verse kabinet. Ook de Labour-stemmers! Enfin. Dat voortvarende en uitdagende scenario, die forse trendbreuk, was in Nederland alleen met een rechtse coalitie mogelijk geweest.  Nu gaan we toch weer in de richting van pappen-en-nathouden en meer-van-hetzelfde.

Hoewel over mijn praktische politieke voorkeur dus geen misverstand kan bestaan, vind ik het oprecht jammer dat Job Cohen niet de volgende premier van Nederland wordt. Ik ben, hoe gek het ook klinkt, fan. Let wel – NIET van de politicus! Die draagt zelfs alles in zich waar ik een gruwelijke hekel aan heb: het wegdraaien van problemen,  het weg masseren van verschillen, het wegzetten van concurrenten als onfatsoenlijk en het opportunistisch aanpappen met religies. Maar als je dat allemaal even buiten beschouwing laat – gesteld dat zoiets mogelijk is! -, en je kijkt louter naar het introspectieve en relativerende karakter van Cohen, dan ben ik, zoals gezegd, fan! Ik snak naar een politicus, die uitstraalt dat hij politiek niet altijd even serieus neemt. Ik snak naar een politicus, die een eigen lijn trekt, interviewers zo nodig corrigeert en zich niet laat verleiden tot de goedkope spelletjes die de moderne amusementsindustrie voor ‘politiek’ laat doorgaan. Ik snak naar een politicus die hakkelt, zichtbaar chagrijnig is of, een volgende keer, helemaal uitgelaten en blij! Op het gevaar af dat ik in een gigantisch cliché verval: Job Cohen vertegenwoordigt bij uitstek de menselijke kant van het politieke bedrijf. Als hij een slecht interview geeft of een dom antwoord uit zijn mond laat glippen, is hij de eerste om het te erkennen. En over te gaan tot de orde van de dag. Tja, Job Cohen is tot op zekere hoogte een geheugenloze flapdrol. Eens! Maar wel een leuke flapdrol – vind ik. Net zoals ik graag een trendbreuk zou zien in het beleid zou ik, na acht jaar Balkenende, een trendbreuk willen zien in leiderschapsstijl. En dat zit snor bij Job Cohen.  Na de robot Balkenende, de ‘mensch’ optima forma!

Resumerend: het lijkt me fantastisch als Cohen, met zijn losse en provisorische stijl, aan de gang zou gaan met het rechtse akkoord dat er (bijna) lag. En al die linkse bobo’s de stuipen op het lijf zou jagen. Ik zie ‘t hem al zeggen na het wegbezuinigen van weer een orkest of toneelgezelschap. ‘Ach, mensen, ik doe dit niet graag. Maar laten we wel wezen: de wereld vergaat er ook weer niet door. Of wel?’ Of na kritiek op te slap milieubeleid. ‘Ja,we willen allemaal de planeet wel redden. Maar waarom moet Nederland dat altijd weer in z’n eentje doen?’ Ik zie ‘m zulke verhalen perfect afdraaien. Met een uitgestreken smoel. En een intrigerende mengeling van  autoritair chagrijn en aangeboren zwier die hem van nature aankleeft. Maar het zal niet gebeuren; hij zit opgesloten in de humorloze PvdA. Cohen zal langzaam doodgaan in die partij. Arme Job.

De horror van het calculeren

In Geen categorie on 27 augustus 2010 at 13:20

Ik kom het regelmatig tegen op het ANP. Berichten in het genre: ‘Thiemo de Bakker stijgt op de wereldranglijst van 44 naar 42.’ Tennis is soms net boekhouden. En niet alleen als je heel goed bent. Ook op het huis-tuin-en-keuken-niveau is het cijfertjesfetisjisme schering en inslag. Een paar jaar terug speelde ik in de 6 een toernooi te Rotterdam en zei mijn tegenstander voor de wedstrijd: ‘Ik zag dat jij 6 komma puntje-puntje-puntje-nog-wat stond.’ Mijn hemel! Ben ik even blij dat ik geen tennisser van beroep ben geworden. Stel je voor dat ik ooit op een computerranglijst zou kunnen lezen dat ik zojuist in de top-2000 van ’s werelds beste journalisten of schrijvers of dichters ben binnengekomen. De verantwoordelijkheid die dan op je afkomt! ‘Hoe kan het nou dat je zo’n zwak verhaal aflevert?’ hoor ik mijn eindredacteur al door de telefoon briesen. ‘Volgens de laatste journalisten-ranking ben je gestegen van plek 1972 naar 1432! Je staat 15 plekken hoger dan Wilfred Genee. En nog maar 100 onder Hugo Borst.’ Ik kan er nu nog om lachen – om zo’n gedachte. Maar hoe lang nog? De behoefte van de mens om zichzelf tot in de kleinste details te classificeren als beter of slechter, mooier of lelijker, gezonder of ongezonder is zó enorm sterk. En wordt – zo lijkt het – steeds sterker. Je ziet het al bij de kleinste kleintjes. Rodney wil niet met Joris inspelen, want Rodney heeft uit zijn ooghoeken al gezien dat hij niet alleen beter is dan Joris, maar zóveel beter dat serieuze imagoschade vrijwel zeker is. En moeder A doet verschrikkelijk haar best om bij moeder B in het gevlij te komen, omdat de dochter van moeder B met haar strakke ballen het spelniveau van de dochter van moeder A van een rapportcijfer vijf naar een rapportcijfer zes kan tillen. En onlangs hoorde ik een trainer over een veelbelovende pupil zeggen: ‘Nu zitten 75% van de backhands er goed bij ‘m op. Dat moet minstens 90% worden.’ Ik hoor het die pupil op het schoolplein al tegen zijn vriendjes zeggen: ‘Vanmiddag weer naar training. Mijn geslaagde backhandpercentage opschroeven van 75 naar 90.’ Het enige cijfer dat ikzelf mentaal ‘aan kan’, is 1. Lekker simpel. En makkelijk te onthouden. Wat moet je rijk zijn als je, zoals Roger Federer, jaren nummer 1 staat en het rekenen aan de anderen kan overlaten. En wat moet Martin van Brugghen blij zijn met Kiki Bertens, die zich, zo las ik in de krant, een jaar de nummer 1 van Nederland mag noemen. Martin en Kiki van harte! Maar op de ATP-ranglijst zijn er nog 415 of 283 plaatsen ‘te gaan’. En het eerste service percentage zal wel met 20% of zoiets omhoog moeten.  Réken ze!

(Deze column wordt opgenomen in het eerstvolgende nummer van ‘Baanpraat’, het orgaan van tennisvereniging ATV Berkenrode)

Flauw idee of logische toekomst?

In Geen categorie on 16 augustus 2010 at 20:03

Ik wilde afgelopen zaterdagavond met mijn zoon en een goede vriend naar Studio Sport kijken, maar we schakelden vijf minuten te vroeg in. Dus dacht ik, als tijdelijke beheerder van de afstandsbediening: weet je wat? Laten we sinds tijden weer eens een paar kwaliteitsvolle actualiteiten minuten meepikken bij NOVA. Ik zapte van 1 door naar 2. We vielen middenin een technisch gesprek over Europese wetgeving en de beperkte ruimte voor Nederland en een nieuw kabinet WildersPlus om aan die bestaande immigratiewetgeving te morrelen. Mijn mondige zoon (15 jaar) beviel de zenderkeuze maar niks. Hij wees onmiddellijk naar de talking head op het scherm (in casu Derk Jan Eppink,  een Europese parlementariër die deel uitmaakt van de Conservatieve fractie) en zei, zonder enige vorm van gêne of bedoelde ironie: ‘Hoe kun je een man met zo’n hoofd serieus nemen?’ Ik vroeg om enige adstructie bij deze uitspraak. ‘Kijk die onderkin!’ zei mijn zoon. ‘Dat jasje! De manier waarop-ie daar onderuitgezakt in die stoel zit! Dat ziet er toch niet uit?’ Het was een hard en ééndimensionaal oordeel van mijn zoon. Brutaal, misschien, en onsympathiek. Maar als feitelijke analyse van wat we op het scherm zagen (inderdaad: een onderuitgezakte man met een onderkin, die weggedoken in zijn stoel zat) klopte het redelijk. Wat zeg ik? Voor negenennegentig procent. Natuurlijk deden mijn vriend en ik een opvoedkundige poging uit te leggen dat het uiteindelijk ging om wat de man zei, niet om zijn uiterlijk. Tegelijkertijd realiseerden we ons dat het eigenlijk een vreemde eis is om iemand die televisie kijkt erop te wijzen dat hij vooral moet luisteren. Bovendien was de kwalificatie ‘gelul’ die mijn zoon voor het door Eppink naar voren gebrachte eigenlijk ook best adequaat. De man had veel woorden nodig en was amper te volgen. ‘Misschien,’ opperde ik, ‘krijgt jouw generatie straks voortdurend een appetijtelijk model in beeld met grote tieten, die dan door ‘deskundigen’ als Eppink, of meer op soundbites gerichte collega’s van hem, wordt “ingesproken”. Ofwel: de “babe” beweegt haar lippen, de deskundige verzorgt de tekst. Resultaat? Voortdurende top-tv!’ Een lachsalvo rolde mij tegemoet, maar ik dacht: hoe flauw is dit idee? Of is het de logische toekomst? Simultane bevrediging van oog en oor: Pamela Anderson die haar lippen beweegt en Ferry Mingelen die de laatste schermutselingen in de kabinetsformatie tekstueel van toelichting voorziet.

Heet dat in de volksmond niet gewoon ‘vooruitgang’?

‘Majesteit, twitteren is gezond…’

In Geen categorie on 8 juli 2010 at 09:48

Iets nieuws wordt altijd bediscussieerd. Worden we er ‘beter’ van of juist niet? Zo ook Twitter. Het mag geen verbazing wekken dat sommige filosofen en publicisten zich laten verleiden tot een boutade tegen wat zij de ‘vertwittering van het openbaar debat noemen’. Waarbij ‘vertwittering’ bijna één-op-één gelijk staat aan ‘verloedering’. Bij de onderhandelingen over het nieuw te vormen kabinet is het begrip ‘ont-twitteren’ ineens boven komen drijven en iedereen lijkt zich er wel bij te voelen. Het staat, qua betekenis, zo’n beetje gelijk aan: betere gesprekken, indringender overleg, dieper nadenken en waarachtiger persoonlijk contact.

Ik behoor niet tot de categorie denkers, die één kant uit wil. En dingen al te snel omarmt of van zich af duwt omdat ik meen te weten of het ‘ons’, de mensheid, die ene, juiste kant wel of niet op duwt. Want: wat is die ene, juiste kant? En hoe vlot kun je de werkelijke effecten van iets nieuws enigszins betrouwbaar overzien? Ik geef toe: ik denk regelmatig met de ‘onderbuik’ (wat, volgens velen, een onmogelijkheid is), en die ‘onderbuik’ zegt dat Twitter een rechtstreekse bedreiging is voor een bepaald type macht of ‘manier van doen’. Een type macht dat namens een vermeende collectiviteit over ons wil heersen of oordelen en het een onaangenaam idee vindt dat Twitter een eigen, nieuw netwerk van gedachten en uitlatingen faciliteert, waar die macht geen controle over heeft.

Twitter als ontsnapping!

Eén van mijn favoriete schrijvers – de Fransman Michel Houellebecq – heeft in een mijns inziens belangwekkend interview ooit gezegd hoe belangrijk het is dat de mens regelmatig, of misschien wel voortdurend, ‘voor zich uit denkt’. Ontsnapt. Kortom, zelf een gedachtestroom ontwikkelt waarin hij of zij zich thuis kan voelen. Zijn definitie van geestelijke terreur is de toestand waarin externe factoren (met media als groeiende stoorzender) steeds meer jouw gedachten gaan bepalen. En als ze ze al niet rechtstreeks bepalen, dan toch op zijn minst agenderen (‘jij moet deze week een mening hebben over de kabinetsformatie’). Het behoeft geen betoog dat massamedia in zijn ogen een soort gelegaliseerde terreurwapens zijn, die jouw intellect ’gevangen houden’ in een web van voorgeschreven en door gevestigde belangen aangedragen items en onderwerpen. Hoewel Twitter niet zelden ‘meeloopt’ met onderwerpen uit de massamedia (zie het WK Voetbal) en als een ‘extra tool’ van diezelfde massamedia bekeken zou kunnen worden, biedt het tegelijkertijd een interessante mogelijkheid om een ‘tegenstroom’ op gang te brengen. Een woud van gedachten, invalshoeken en opmerkingen, die op geen enkele manier gehoorzamen aan de narratieve wetten van de klassieke massamedia. Noem het, eenvoudig, op je eigen manier ‘terugpraten’ of ‘terugdenken’.

Hoe revolutionair dat praten of denken ook (wel of niet) is, vaststaat dat Twitter steeds meer mensen uitnodigt uit hun passieve consumptiecocon te breken en zelf ‘deelnemer’ of ‘producent’ van (stukjes) media te worden. Volgens de gedachtegang van Houellebecq is dat een zeer gezonde ontwikkeling. Niet langer ‘vastzitten’ op de vooraf bedachte rails van enkele programmamakers, maar zelf  die rails mede vormgeven – of zelfs bewust laten exploderen! In de ogen van Houellebecq genereert die vrijheid geestelijke energie, die bij passieve consumptie steeds verder weg ebt.

Het kan geen toeval zijn dat koningin Beatrix zich de afgelopen maanden heeft laten kennen als een uitgesproken tegenstander van digitale communicatie en een onverholen adept van machtsuitoefening die achter gesloten deuren plaatsvindt.  Zij wil ons het liefst laten inslapen, terwijl wakkerheid juist de cruciale factor is in het bouwen van een toekomst.

Daarom zeg ik met volle overtuiging: ‘Majesteit, twitteren is gezond…’

Schrijf jezelf naar succes

In Geen categorie on 7 juli 2010 at 07:48

Onlangs heb ik op het Social Media Event 2010 (#sme 2010) een verhaal mogen houden over mijn visie op steekhoudende en aandacht genererende artikelen, waarmee bedrijven zich succesvol kunnen presenteren. De kern van mijn verhaal was dat het heel effectief is om je als individu of bedrijf een misverstand ‘toe te eigenen’ (en op te lossen). Tot mijn grote vreugde zijn er cursisten die er onmiddellijk mee aan de slag zijn gegaan, waaronder Welmoed Babeliowsky. De manier waarop ze mijn ‘model’ praktisch heeft uitgewerkt is zeer inspirerend! Nieuwsgierig? Surf dan naar…

http://www.e-act.nl/ah/site?a=5&p=1616

Weg met het krachthonk!

In Geen categorie on 27 juni 2010 at 22:06

Stel: je bent acht of negen of tien jaar en je droomt ervan een goede tennisser te worden. Wimbledon te winnen. Of, wie weet, Parijs… Gewetensvraag: waar kun je dan, na schooltijd, het beste naartoe? De tennisbaan? Of het krachthonk? Sinds Rafaël Nadal de tennissport ‘onveilig’ maakt met zijn gestaalde spieren, metersdiepe longen, eindeloze heen- en weer geren en, o ja (ook dat nog!), steeds weer die gebalde vuisten, zou menig pupil tot de conclusie kunnen komen dat de weg naar een Grand Slam-titel eerder via het krachthonk loopt dan via de tennisbaan.  Waarom heb ik niet zulke armen? vraagt menig pupil zich af. Waarom ren ik niet zo hard van links naar rechts? Waarom heb ik niet zo’n nauw zittend broekje, dat ik om de dertig seconden uit mijn bilnaad moet plukken? Nadal was altijd al een idool van de jeugd, maar nu hij weer helemaal terug is aan de top moeten we vrezen dat zelfs de twee flesjes, die hij bij elke wissel symmetrisch naast elkaar zet, navolging zullen vinden.

Sta ik bij deze ontwikkeling te juichen? Allesbehalve. Elke dag dat Roger Federer nog de indruk wekt het Spaanse krachtbeest te kunnen temmen, dient door de ware tennisliefhebber intens gekoesterd te worden. Federer laat zien dat de weg naar succes voor alles nog te maken heeft met het magische contact tussen tennisbal en bespanning. Roger weet wat aaien is, wat keihard wegmeppen is en belangrijker nog: wat alle gradaties daartussen zijn! Roger is als een kunstschilder, die elke kleur uit zijn racket kan toveren. Daarbij vergeleken is Nadal een slordige cartoonist, die in twee simpele kleuren werkt: zwart en wit. Bij hem is het tennissen zelf, het aanleggen, het raken en de achterzwaai meer een onderbreking van zijn drang om over de baan te draven, dan het centrale punt waar alles om draait.

Voor zover het nog niet duidelijk is: dit stukje is vooral bedoeld voor de pupillen van ATV Berkenrode. Tegen hen zou ik willen zeggen:  ‘Kijk naar Roger! Het duurt nog maar even… Over twee of drie jaar kapt hij ermee. Vanaf dat moment moeten jullie het doen met het domme gedraaf van Rafaël.’ Of ze luisteren, die pupillen, is vers twee. Waarschijnlijk zitten ze allemaal al in het krachthonk met dopjes in hun oren. HELP!

(Deze column verschijnt eerdaags in ‘Baanpraat’, het cluborgaan van ATV Berkenrode)

Publieke Omroep, hoe verder?

In Geen categorie on 26 juni 2010 at 10:00

De afgelopen week is er in diverse media een felle discussie ontstaan over de toekomst van de Publieke Omroep. Een goede zaak! Want die toekomst gaat niet over een dorp – Hilversum – en de mensen die daar werken, maar over de vraag: wat voor uitzicht wil Nederland behouden op universele Verlichtingswaarden als Waarheidsvinding, Kritisch Denken en Cultuur-Historisch Besef? De aandacht voor het onderwerp wordt nog eens versterkt door de grootschalige zelfpijpcampagne die de Publieke Omroep in deze WK-dagen over ons uitstort (‘De publieke omroep vertelt jóuw verhaal’) en de defensieve reacties van omroepbestuurders op een nieuw plan van de werkgroep ‘Andere Publieke Omroep’, te lezen op www.anderepubliekeomroep.nl

Naar mijn mening loopt ‘het manco’ van de Publieke Omroep momenteel vrijwel gelijk op met die van de PvdA: er is inhoudelijk geen project meer, anders dan het project de macht te behouden en de status  quo te handhaven. Het doel van de zelfpijpcampagne om zoveel mogelijk alles bij het oude te laten en de dans, die de rest van Nederland ook moet ondergaan, te ontlopen, mag wat mij betreft niet gerealiseerd worden. Neem, op z’n minst, kennis van hoe het volgens de werkgroep ook kan, dat wil zeggen: meer toekomstgericht, minder bureaucratisch en met meer uitdagende programma’s.

www.anderepubliekeomroep.nl

Vrije val PvdA

In Geen categorie on 12 juni 2010 at 11:23

PvdA 2005 Iedereen telt mee

PvdA 2006 Iedereen telt mee behalve Wilders

PvdA 2009 Iedereen telt mee behalve Wilders en die fascisten van Leefbaar Rotterdam.

PvdA feb 2010 Iedereen telt mee behalve Wilders en die fascisten van Leefbaar Rotterdam en de Christen-honden van het CDA

PvdA mei 2010 Iedereen telt mee behalve Wilders en die fascisten van Leefbaar Rotterdam en de Christen-honden van het CDA en de neoliberale fascisten van de VVD

PvdA juni 2010 Iedereen telt mee behalve Wilders en die fascisten van Leefbaar Rotterdam en de Christen-honden van het CDA en de neoliberale fascisten van de VVD en die fundamentalistische christo-idioten van de SGP.

PvdA juli 2011 Iedereen telt mee behalve Wilders en die fascisten van Leefbaar Rotterdam en de Christen-honden van het CDA en de neoliberale fascisten van de VVD en die fundamentalitische idioten van de SGP en de linkse verraders van de CU.

PvdA aug 2011. Kabinet Rutte I VVD-CDA-PVV-CU/SGP. Iedereen doet mee behalve de 4 linkse partijen van het cordon sanitair. Die mogen tot minimaal 2015 lekker met zijn allen 4 jaar gelijk gaan zitten hebben in de oppositiebanken.

Rara, wat doet de PvdA verkeerd?

Onder de goede inzenders zal een PVV-stropdas worden verloot.

(C) Paul Dijkhuis, overgenomen van Joop.nl

Klooien als kernwaarde!

In Geen categorie on 11 juni 2010 at 12:30

Gisteren heb ik op het Social Media Event 2010 – waar ikzelf ook ’sprak’ – kennisgemaakt met een intrigerende geloofsgemeenschap. Na enig wikken en wegen doop ik ze: de Kerk Van De Klooiers. Dit klinkt wellicht negatief, maar zo bedoel ik het niet per sé. Er bestaat zoiets als intelligent klooien. Voorbeeld: je probeert een mooi schilderij te maken zonder dat je ook maar enige scholing omtrent kleur-, materiaalgebruik of perspectief hebt genoten. Een domme klooier zal proberen iets te kliederen dat appelleert aan wat hij/zij ooit in musea heeft gezien, en waardoor hij/zij – hoe dom! – meent aansprak te kunnen maken op de titel van ‘getalenteerd beginner’ , of zoiets. Een intelligente klooier, daarentegen, beseft tot in zijn/haar tenen dat hij/zij een échte klooier is. En dat klooien een waarde in zichzelf vertegenwoordigd. Als hij of zij ongeschoold een schilderij gaat maken, zal de intelligente klooier, hoe onbeholpen ook, op zoek gaan naar een ‘eigen stijl’. Voorbeelden of referenties spelen geen rol. Het moet 100% zijn’ of ‘haar’ schilderij worden! Dát is het hoogste criterium! Al moet je er jaren voor klooien!

De sprekers op Social Media Event 2010 behoorden, zonder uitzondering, tot de categorie der intelligente klooiers. Sommigen leken er genoegen in te scheppen niets te hebben voorbereid. Een videofragment klaarzetten bij een videoworkshop of verschillende geluidsfragmenten laten horen bij een audiosessie – het zijn voor de hand liggende ideeën waar een beetje intelligente klooier blijkbaar z’n neus voor optrekt. Liever praat de intelligente klooier over zijn eigen – vaak ondoorgrondelijke – zoektocht naar een eigenzinnig product of kunstuiting, die tegenwoordig dikwijls even bewonderend als ruimhartig wordt omarmd met de term ‘authentiek’.  

Even twijfelde ik of de deelnemers in de zaal – veelal ZZP-ers met een eigen onderneming – in opstand zouden komen tegen zoveel, zeg maar, ongelimiteerd geklooi. Soms leek die opstand inderdaad ophanden te zijn: als een cursist de vinger opstak en, concreet, om ‘een advies’ of ‘een lijstje’ vroeg, met de onderhuidse boodschap dat hij/zij hier niet voor de kat z’n kut zat. Maar meestal werd zo’n vraag door de betreffende klooier bedolven onder een stortvloed van half gebrabbelde woorden en kabbelde het geheel weer kalmpjes verder. Ik noteerde af en toe wel gegaap, gewrijf in ogen en afwezig staren in de zaal, dat wel.

Toch begrijp ik uit bijna alle  Twitter-reacties dat de deelnemers de dag als enorm ‘inspirerend’ hebben ervaren. Ik lees dat men, behalve van de sprekers, ook veel van elkaar heeft geleerd. Dat is grappig. Wellicht waren de sprekers slechts het ‘décor’ waartegen de deelnemers ervaringen uitwisselden over video, audio en tekst. Tijdens de borrel na zei iedereen, zonder uitzondering, dat ze van de dag ‘genoten’ hadden. Ik dacht aan het gegaap, het wrijven in ogen en het afwezige staren van daarstraks en ik dacht: hè? Maar tegelijkertijd straalden hun gezichten. Ze waren écht blij! Ik had, kortom, geen reden om aan hun blijdschap te twijfelen.

Mijn tussentijdse conclusie luidt dat de Kerk Van De Klooiers tijdens Social Media Event 2010 vooral toch – los van het geboden programma - gezellig bij elkaar was gekropen. En dat de kerkgangers elkaar, tot hun eigen tevredenheid, de ruimte hadden gegeven om vrijuit intelligent te klooien. Dit klinkt – nog steeds, ik realiseer het me - badinerend en negatief. Maar zo bedoel ik het niet. Voor intelligent klooien heb je namelijk vrijheid nodig. Geduld. Verbeeldingskracht. Een vreemd soort doorzettingsvermogen. En het helpt enorm als je schijt hebt aan de buitenwereld die de hele dag staat te krijsen om een puntgaaf eindproduct of resultaat, omdat men daar geen moeite wil doen anders dan ‘plat’ consumeren. En misschien is klooien wel de beste trainingsmethode als je met iets relatief nieuws als sociale media bezig bent.

Ik moet zeggen: de gesprekken met de deelnemers, na afloop, vond ik erg boeiend, veelzijdig, gelaagd. Mocht ik nog twijfelen aan de waarde van geklooi dan bleek die nu zonneklaar: het hield je hersens alert en vitaal! Iedereen liep rond met een verfrissende houding van ‘ik weet het ook niet, hoor, ik doe gewoon maar m’n best!’ Met zo’n motto houd je, zo meende ik te constateren, lekker veel ruimte over in je hoofd. Ik werd, overigens, tamelijk unaniem gezien als de ‘meest gestructureerde’ van de sprekers, ofwel: ik had de meeste moeite gedaan mijn eigen geklooi over ‘Hoe schrijf ik een effectief artikel voor mijn website?’ in een mal te gieten, waar de deelnemers mee aan de slag konden. Eigenlijk werd ik aangewezen als de laatste Dissident Van Het Nut binnen de frivole Kerk Van De Klooiers.

Toen ik, los van al het gedruis, in de auto naar huis zat, dacht ik: já! verdraaid! Ook ik had van het Social Media Event 2010 genoten. Alles afwegend zijn intelligente klooiers misschien wel ver weg de leukste mensen op aarde. Want wat heb je verder eigenlijk nog? Ja, domme klooiers, dus. Maar die zijn dom. En verder? Verder heb je vakmensen die vinden dat ze iets weten of beheersen en dat de hele tijd uitstralen en benadrukken. En juist zij – o! zij zijn zo vreselijk saaaaaaaaaaaai!

Pyongyangse hype rond Cohen

In Geen categorie on 4 juni 2010 at 15:23

Wat? Ga ik me nu alweer druk maken over de publieke omroep, kortweg PO? Heb ik daar al niet teveel uur van mijn leven aan besteed: schoppen tegen Hilversum annex Hillywood? Sorry – nog één keer. Gisteren kwam ik namelijk op alle tv- en radiozenders (van de PO) PvdA-lijsttrekker Job Cohen tegen.  Journaal, Jeugdjournaal, Nova, DWDD, Knevel & Van den Brink – echt, je kon niet zappen of daar stond hij weer, Job, in diezelfde winkelstraat in Tilburg waar jonge meiden in een collectieve roes beweerden dat dit toch wel ‘een wijze man’ moest zijn die ‘veel te vertellen had’ en dat ze zijn ‘uitstraling ‘ zo mooi vonden. En natuurlijk: ze gingen op JC stemmen, AMEN! De selectie van de beelden en het hoera!-gevoel dat werd opgewekt, deed vermoeden dat het PvdA-campagneteam hoogstpersoonlijk in Hilversum aan de knoppen had gezeten. Het was Job voor, Job na… En steeds maar weer in Tilburg. Bij datzelfde terras. En weer dat meisje met die opmerking over die ‘wijze man’. En, ja hoor, weer die rode rozen. Opeens kon ik me voorstellen hoe ze in Noord-Korea Kim Jong-il op de staatstelevisie brengen: je pikt een paar heroïsche quotes en shots uit diens bezoek aan een boerderij of staatsbedrijf en je herhaalt die shots en quotes vervolgens tot in het oneindige, tot Kim Jong-il cq. Job Cohen vanzelf ‘opstijgt’.

Bij NOVA, meen ik, nam de Job-repo nog de meest bizarre wending. Een jonge verslaggever meldde aan Cohen – in volstrekt ongeloof, leek het wel – dat hij ook mensen was tegengekomen die niet enthousiast over hem waren en PVV stemden. De constatering viel uit als een vraag. Cohen moest waarschijnlijk zelf ook lachen om de idolatrie van de onbevooroordeelde staatsjournalist en antwoordde: ‘Ja, logisch, hè? Als iedereen enthousiast over mij was, zou de PvdA straks 150 zetels in de Kamer hebben.’  Hulde, Job. Dat je het Noord-Koreaanse vreugdevuur in de betreffende journalist keihard bluste. – Wijze man…

Geprezen & verguisd

In Geen categorie on 4 juni 2010 at 14:51

Mijn boekje ‘Ik twitter, dus ik besta’ ligt een paar weken in de winkels. Qua publiciteit mag ik niet mopperen: twee radio-interviews (Rijnmond, NCRV), één krantenrecensie en een aardige stortvloed reacties via Facebook en Twitter. Het is altijd lastig om neutraal te blijven, maar ik rubriceer de reacties hierbij zo objectief mogelijk.

ENTHOUSIAST

@sociolinds ‘Van cover tot cover geniaal!’

@Kuitenbijtertje ‘Kek, tof boekje!’

GEMATIGD ENTHOUSIAST

‘Loesje-achtig.’ NCRV-radio

‘Grappige, literaire tweets!’ Radio 2

‘Een slim kadoboekje…’ Johan Derksen, VI

‘Dit is poëzie. Verkoopt het?’ Jan Dijkgraaf, hoofdredacteur PowNed

NEGATIEF

Het grappige van negatieve reacties is dat je ze meestal zelf niet te horen krijgt. Gelukkig maakte radiocollega Ronald v. Oudheusden mij attent op een negatieve bespreking in het AD, waar ik 1 ster van de 5 kreeg, wat zoiets als ‘absoluut knudde!’ betekent.

Tot zover dit overzicht.   Zelf oordelen? Surf naar:

http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/ik-twitter-dus-ik-besta/1001004008257733/index.html

@

Kristalliserende kernzinnen in een uitzichtloze soep

In Geen categorie on 10 mei 2010 at 21:31

Wie de laatste bundel van Daniël Dee (1975) leest, ‘Monsterproof’, leert een man kennen die zich allang bij de uitzichtloosheid van het bestaan heeft neergelegd, maar in dienst van de lezer (en wie weet zichzelf) het gebrek aan uitzicht met soms ontroerende, soms wrange, soms ronduit lachwekkende poëzie stoffeert. Maar kenmerkend is en blijft toch die grondtoon – uitzichtloos. Hoewel je moet oppassen met spreuken en gezegdes in poëzierecensies kreeg ik hier, gedurende mijn voortgang in de bundel, toch wel heel erg de neiging te zeggen dat ‘voor wie niets verwacht alles meevalt’. Een levenshouding die mij sympathiek voorkomt en die, gelukkig, ook met bijzonder mooie en beklijvende gedichten cachèt krijgt. Ik zou nu kunnen gaan citeren, maar dat is best lastig. Want ‘Monsterproof’ is een amalgaam van lange prozagedichten en iets kortere gedichten, die losjes aan elkaar hangen en ook nog, voor je het weet, driekwart van de hele recensie gaan uitmaken. De weigering om te citeren is inhoudelijk ook wel te verantwoorden want Dee is, vind ik, het sterkst in losse passages en zinsnedes, waarin hij, tussen het soms monotone uitzichtloze door, ineens tot de kern van de zaak komt. Met de slagkracht van een copywriter, maar dan zonder levenslust. Eén van die kernachtige treurzinnen vormt de aftrap van het prozagedicht op pagina 46:

‘Ik kan heel goed doen alsof ik ergens heel enthousiast over ben.’

Een wereldzin, met een prachtige tred. Een zin die het verdient om, bijvoorbeeld, door heel het land op wc’s in jongerencentra in beton te worden uitgehakt. Er zit een ‘Weltschmerz’ en een relativering achter verborgen, waar ik het vreselijke begrip ‘opvoedende waarde’ wel op zou durven plakken.  Ik citeer ‘m nog één keer (voor mijn eigen genieting):

‘Ik kan heel goed doen alsof ik ergens heel enthousiast over ben.’  (Een zin met testikels én ballen én een leuter van twee meter!)

Als gezegd, de manier waarop Dee naar de wereld en zichzelf kijkt is… zwart! Uitzichtloos. Maar hij peurt er veel moois uit, zoals in deze, eveneens prachtige slotzin uit ‘Do you believe in the invisible army?’:

‘Niemand is zomaar zo aardig tegen mij.’

Godverdomme!  Zo’n zin te schrijven is niet iedereen gegeven. Wat zeg ik? Weinigen! Een kleine elite! Omdat ik niet van uitgesponnen en al te technische recensies houd, en ik deze bundel even deprimerend als indrukwekkend vind, volsta ik met deze twee ‘teasers’.  Ik zeg: deze kernzinnen vormen een perfecte inleiding voor ’Monsterproof’. Laat de rest niet aan u voorbij gaan en bestel die bundel! U zult het uitzichtloze in uzelf erdoor beter leren liefhebben of, in ieder geval, tolereren.

Monsterproof, Daniël Dee, 68 pag., Uitgeverij Passage, 2010.

Wil ik een Nipkow?

In Geen categorie on 4 mei 2010 at 08:01

Prijzen, prijzen, prijzen… Duizenden kunstenaars in Nederland krikken hun CV graag op met erkenningen, onderscheidingen, medailles, aanmoedigingsprijzen en andere blijken van erkenning. Ik geef eerlijk toe: het idee dat mijn werk door een juryrapport bewierookt zal worden, in klinkende bewoordingen natuurlijk en met ultiem begrip voor wat ik met mijn journalistieke stukken, essays en gedichten ’bedoel’, windt ook mij zeker op. Wat doorgaans een stuk minder opwindt, is het zien van de dames en heren die in zo’n jury hebben gezeten.  Sterker: als je oog in oog staat met het gemiddelde jurylid in Nederland (humorloos, vijftig plus, een krantachtige huidskleur) heb je het idee dat je dood nakende is. Wat hun aanblik, behalve de vermoeidheid en de ouderdom, zo onthutsend maakt? Het besef dat zij je werk definitief ‘geplaatst’ en ‘benoemd’ hebben. Dat hun (vleiende) oordeel vrijwel zeker het oordeel is dat de geschiedenis ingaat – of je je morgen nu nog in een Blauwe, Roze, Oranje of Pimpelpaarse periode stort, het maakt niks meer uit… De jury heeft het boek, namens jou, dichtgeslagen.

Laatst gunde DWDD ons een blik op een deel van de jury van de Zilveren Nipkowschrijf: Henk van Gelder (NRC), Jean-Pierre Geelen (VK) en Hans Beerekamp (NRC). Voor mensen met een bangige en al te kieskeurige omgang met de werkelijkheid hebben we in Rotterdam de uitdrukking ‘types die neuken met een knijper op hun lul’. Dit waren er drie. Ze mochten aan Matthijs vertellen hoe oneens  ze het onderling waren geweest over de mogelijke winnaar van deze prestigieuze tv-prijs. Wat Beerekamp ‘meerlagig amusement’ vond, vond Geelen ‘zinloos uitgesponnen gedans’. Alleen programmamaker Coen Verbraak had iets voor de RVU gemaakt, dat geen van de heren tegen de borst had gestuit. Resultaat? De Zilveren Nipkow.

Ik gun Coen die prijs van harte. Maar wat zou hij denken bij het idee dat zijn inteviewserie ‘Kijken in de ziel’ (gesprekken met psychiaters), in tegenstelling tot de andere kanshebbers, kennelijk niet in staat was één van deze juryleden tot een majeur kritisch puntje dan wel kotsneigingen te verleiden? Zou bijna gaan denken dat zijn serie bestaat uit smaakloze pepermuntjes.

Jury’s? Ik denk er liever niet aan. Húp, door!

De kartonnen wapens van Guido Utermark

In Geen categorie on 25 april 2010 at 13:29

Eens in de zoveel tijd zijn er boeken of dichtbundels bij mij aan geslibd, die, naar mijn smaak, niet of onvoldoende zijn opgepikt. En die ik in mijn privétuintje – dit weblog – een verdiende dosis water geef, zodat ze hopelijk zoveel mogelijk voorbijgangers gaan opvallen. Noem het overdreven mijn ‘literatuurhistorische taak’ (braak!).

Bovenaan mijn lijstje staat de bundel ‘Ik ben een stad ommuurd door dromen’ van G.G.M. Utermark (Den Haag, 1960). Hoewel ik niet houd van stigma’s en stempels ontkom ik hier, inleidend, toch niet aan een complimenteuze kwalificatie als ‘Bukowski meets Chabot meets Buddingh meets Reints’. Je zou misschien nog meer dichters aan deze reeks kunnen toevoegen, op voorwaarde dat het mannen zijn… Want één ding staat vast: Utermark is een mannen-dichter. Zijn verzen ademen de kilte, maar ook de humor van de distantie. Vrouwen beginnen, bij zoveel glimlachjes vanuit de coulissen, al snel te mauwen dat je je ‘niet kwetsbaar opstelt’, maar gelukkig maakt Utermark niet de indruk dat hij ooit voor dat soort gezift zal capituleren. Als ik een gewichtige gooi mag doen: het persoonlijke speelt in zijn missie de postindustriële verveling annex zelfmoord in kaart te brengen geen enkele rol. En dat verfrist, gelet op deze twee gedichten.

BEREIKBARE DOELGROEPEN Ik heb een tijdje geen mening gehad/en ook geen mobiele telefoon/de noodzaak ontbrak aan beide zijden//vrouwengeweld in de eerste lijn/klein onderzoekje in het veld/er is nog geen echt beleid/bij vrede & conflict/het thema leeft niet/dus gaan we maar eens praten//er is geen feest/er is alleen eten

DE GRAPSIMULATOR STAAT AAN Ze dansen met open monden de apocalpyso/gaan elke dag om acht uur de deur uit/en komen om halfzeven pas weer terug/dat is veel tijdverlies//vroeger hadden ze bovengemiddeld veel vrienden/nu speur ik hun hersenen af/het nieuwe medicijn werkt/maar ze zijn de naam vergeten

Het intrigerende van Utermark’s werk is dat het steeds tegen het naturalisme en de redeneerkracht van een scherp, journalistiek artikel aan schurkt, maar de hele bundel door meer biedt dan dat, te raden overlaat, uitnodigt tot herlezing. Wie Utermark recht wil doen geeft de woorden, zinnen en strofen van zijn gedichten nog een tweede en derde keer de kans de ‘innerlijke leegte’ van onze huidige maatschappij verder aan te sjorren, als touwen om een hap lucht. Dit zou tot benauwenis en verstikking bij de lezer kunnen leiden, ware het niet dat Utermark ons ook ontsnappingsroutes geeft, soms in de vorm van humor, soms in een wolk van verregaande ontbinding zoals in…

DE OCHTEND VAN DE ZWARTE KRAAI Daal deze flat per balkon in vouwhang/hoor haar hijgadem achter gesloten valluik/fruitige ochtendhandeling in bevroren toestand/haar heerlijke voorkeursbehandeling ruikt naar fraude/lipstick onder haar ogen/die niemand meer kan drogen/laten we het vooral kort houden/kruis de bomen met gekleurde verf/tap gestoorden af/of zei ik dinsdag?/de ene kapper knipt korter

Utermark lezend heb je het idee dat hij onze maatschappij, met een behoorlijke dosis walging in zijn mik, stiekem een reusachtige dolk in de rug wil steken. Maar dat hij uiteindelijk (tot zijn vreugde of teleurstelling?) een hypersympathieke revolutionair is – een dichter, om precies te zijn -, die werkt met kartonnen wapens en ook nog eens (extra sympathiek) twijfelt in welke kleuren hij het karton zal verven. Een thee drinkende Che Guevara, die uiteindelijk zelfs het kartonnen wapen laat liggen, op zijn balkon naar de stad kijkt en prachtige, afstandelijke, analytische gedichten schrijft over het vreemde leven van nu.

‘ Ik ben een stad ommuurd door dromen’, Guido Utermark, www.witte-uitgeverij.nl

Rokjesdans

In Geen categorie on 23 april 2010 at 08:12

Er zijn schrijvers in mijn omgeving die in een sombere bui beweren dat literatuur op weg is zoiets als ‘kantklossen’ of ‘mandjes vlechten’ te worden. De buitenwereld kijkt naar je geploeter, trekt een meewarig gezicht (‘ach goh!’) en legt een hand op je schouder (’succes, hè?’). En achter je rug om denken ze: die-is-gek! Misschien dat deze somberaars gisteren moed hebben geput uit de vrouwen, die ter nagedachtenis van schrijver, dichter en columnist Martin Bril – ogenschijnlijk spontaan – middenin Amsterdam een rokjesdans opvoerden. Terwijl ik naar de zonnige een blote beelden keek werd ik toch even, sorry, overvallen door de sentimentele droom dat het oeuvre van Martin, en dan vooral zijn uitvinding ‘Rokjesdag’, ’los kwam’ van het papier en in 3D door Amsterdam over de klinkers zwierde. Buurtbewoners, toeristen, studenten en trams stonden aan de grond genageld bij zoveel levensvreugde en sensualiteit. De literatuur is behoorlijk dood, maar, kennelijk, nog niet helemaal dood.

Bedankt, dansdames!

De afzichtelijke kleutercultuur van Nederland

In Geen categorie on 19 april 2010 at 08:09

Soms bijt ik liever mijn tong af dan dat ik me meng in het debat over ‘multicultureel Nederland’. Ik voel me ten opzichte van de islam maar mondjesmaat bevoegd en het is bij dit onderwerp al zo ‘druk’ in opinieland. Toch ga ik nu, met dit stukje, iets beweren. Of, althans, proberen iets duidelijk te maken. Want tijdens het recente bezoek van Ayaan Hirsi Ali (ja, weer zij) werd me duidelijk hoe spastisch Nederland op haar reageert, op haar persoon, op haar ontwikkeling, op de (zelfverzekerde) manier waarop ze zich presenteert. Met name PvdA-brompot en -lijstduwer Maarten van Rossem stortte – toen Ayaan weer in het vliegtuig zat – een ongehoorde scheldkanonnade over haar uit, typisch Nederlands van strekking. Ayaan zou de situatie in Nederland ‘volstrekt overdreven’ hebben voorgesteld; ze zou gesuggereerd hebben dat de zoveelste colonne der fundamentalisten klaar staat om het land over te nemen, terwijl het hier, zo beweerde Van Rossem natuurlijk, een oase van rust is en de islam hier ten lande in rap tempo bezig  is zich aan te passen aan ons eigen gezift en gepolder. (Let op! Die bijna dwangmatige verliefdheid op het saaie Nederland!) Ik zou die karikaturale samenvatting voorbij hebben laten gaan als-ie niet symbool staat voor de manier waarop progressieve mensen voortdurend met de islam en de moslims omgaan: als kleine kinderen die heus vanzelf wel gaan inzien dat dat buigen richting Mekka een zot gebruik is uit het verleden en tegenover de wereldse zegeningen van Nederland (DWDD,  Madurodam, cocaïne, democratie, etc.) hoe dan ook het onderspit gaat delven. Nooit hoor je van Rossem iets over de islam zèlf beweren. Vanuit zijn (hyperarrogante) standpunt is dat ook niet nodig: als atheïst rubriceert hij elk geloof onder de afdeling ‘quatsch’ en ‘abacadabra’. Waarom daar studie van maken? En de ironie is, zo’n man neemt Wilders keihard de maat als deze wel Koranteksten bestudeerd, wel studie maakt van moslimfundamentalisme, wel consequent opkomt voor de vrijheid van meningsuiting zodra er dreigementen uit de islamitische gemeenschap worden geuit. Ik zeg: Van Rossem is met al zijn prachtige geschiedenisdiploma’s gewoon een botte lul, die moslims totaal niet serieus neemt en op z’n minst de schijn wekt ze als tweederangsburgers te beschouwen die door eersteklasburgers als hijzelf uit de wind gehouden moeten worden. Intrigerende vraag: hoe ver zit je dan af van racisme?

Hoe ervoer ikzelf de aanwezigheid van Ayaan Hirsi Ali in Nederland? Wel, als één lange teug zuurstof!!! De respectvolle manier waarop zij in ‘Nova College Tour’ met jonge moslima’s in discussie ging, was wérkelijk een verademing. Natuurlijk, er vielen harde woorden. Maar diepgaande meningsverschillen over Allah en de Koran werden eindelijk eens open en bloot besproken, en aan de reactie van de aanwezige (hoogopgeleide) moslima’s was hun afschuw te merken voor de kwalificeringen van Ayaan, maar ook dat ze zich eindelijk serieus genomen voelden wat betreft de vragen waarmee ze dagelijks rondlopen: over trouw, over monogamie, over huwelijk, over seksualiteit. Hier werd het soort gesprek gevoerd dat Nederland het liefst toedekt, hier mochten culturen eindelijk eens, ongecensureerd, tegen elkaar schuren: naakt, rauw, zonder makkelijke antwoorden of popi eindtunes, die alle gedachten en overwegingen snel weer wegspoelen.

Ayaan trekt Nederland uit boven de kleutercultuur; de kleutercultuur die Van Rossem zo bewierookt, omdat het zorgt dat het hier dan ‘rustig blijft’ en Nederland zich het sociaal-democratische paradijs mag blijven wanen, waar hij zo tevreden over is.  Het besef dat geloof, waar dan ook, een serieuze zaak is – misschien wel het meest serieuze dat je kunt bedenken – omdat het een antwoord of omgangswijze poogt te geven voor het dilemma dat ‘leven’ of ‘bestaan’ heet, is een besef dat Nederland van zich af poogt te slaan. Wij willen het toch vooral gezellig houden. Voor zeuren over religie ga je maar naar Jeruzalem of Saoedi-Arabië – dát is onze houding! Niet inziend dat het eerst even ongezellig moet worden, alvorens het weer gezellig wordt. Gezelliger dan nu, in de doofpot Nederland.

Ik ga een hacker huren!

In Geen categorie on 15 april 2010 at 21:12

Als je mijn leeftijd bereikt hebt, neemt de noodzaak om te maskeren dat je graag nostalgisch achterom kijkt vanzelf af. Met 46 heb je mijns inziens ‘het recht’ verworven de werkelijkheid van vroeger te verheerlijken en die van nu, een beetje vals, extra lang in het azijnbad te leggen. Steeds vaker denk ik aan de zorgeloze manier waarop ik als tiener naar het tennispark ging, dat wil zeggen: met een racket onder mijn snelbinders, een zakje boterhammen in mijn ene binnenzak en wat drinkgeld in de andere. Met wie ik ging tennissen? Dat zag ik op de tennisclub wel. Daar maakte ik me geen enkele zorgen over. Er was altijd wel een leeftijdgenootje dat verveeld aan de bar zat of lijzig tegen een oefenmuurtje stond te slaan. Bijna met tranen in de ogen denk ik terug aan het afschrijfbord; een soort schoolbord met onderaan een richel waarin wat krijtjes lagen. Zodra ik een vriendje of vriendinnetje had gevonden, liepen we samen naar dat bord, pakten een krijtje en schreven af (‘eh, heb jij ballen bij je?’). Wat me, nu, achteraf, vooral frappeert is de totale nonchalance waarmee ik fluitend en zwabberend naar het tennispark fietste, het rotsvaste vertrouwen in het vinden van iemand om mee te spelen en de heerlijk lamlendige sfeer van het tennispark, dat omzoomd werd door hoge bomen.

  Mijn huidige tennisleven bij ATV Berkenrode (mijn tweede) kan, helaas, onmogelijk wedijveren met dat van toen. Sorry, hoor: maar hoe kan een plastic lidmaatschapskaart ooit het krijtje verslaan? Hoe kunnen de belsessies over tennisafspraken (‘op donderdag kan ik alleen van drie tot zes’) ooit het ongedwongen afspraakje aan de tennisbar evenaren? De doodenkele keer dat ik bij Berkenrode spontaan naar de tennisbaan ben gegaan, werd ik, eenmaal op de baan, door allerlei van tevoren geplande ‘events’ ingehaald. Ik zal niet snel die bejaarde dame vergeten, die me plompverloren van de baan joeg omdat het ‘de wekelijkse emmeravond’ was (‘wist je dat dan niet?’). Tegenwoordig is het bijkans onverantwoord dan wel terroristisch om je zomaar naar het tennispark te begeven. Negen van de tien keer is er een toernooi, een les, een feest of iets ander urgents aan de hand, waar je je, vaak via internet, voor had moeten opgeven of inschrijven. Ik word daar gek van!

  En een beetje baldadig. Waar is de zoete inval? Waar zijn de spontane ontmoetingen? Eerlijk gezegd zou ik het liefst dat hele computersysteem van de club in de soep laten lopen. Ja, gewoon weer krijten! En eerst naar de club komen, en dán pas kijken met wie je gaat tennissen. Heerlijk toch? Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer het idee me begint aan te spreken. Weet je wat? Ik ga een hacker inhuren! ‘Het is voor de goede zaak,’ stel ik hem gerust. ‘Opdat de leden van ATV Berkenrode weer eens voor complete verrassingen komen te staan. Olé!’

(dit stukje zal gepubliceerd worden in de volgende ‘Baanpraat’, het clubblad van ATV Berkenrode)

‘Het diner’ als politieke roman

In Geen categorie on 5 april 2010 at 14:57

De afgelopen dagen heb ik gepoogd de lezing van ‘Het Diner’ (Herman Koch) zo lang mogelijk te rekken. Al na een paar zinnen was ik namelijk volledig verslaafd aan de dwingende verteltrant van de hoofdpersoon, te weten Paul: broer van Serge, de aanstaande premier van Nederland. Aangezien ik eind jaren ‘80 al een enorme fan was van zijn tweede roman ‘Red ons Maria Montanelli’ (die ik zeker 5 x gelezen heb), viel ik bij de even cynische als snijdende beschrijvingen van Paul gevoelsmatig in een met champagne gevuld bad, dat ik nog kende van twintig jaar geleden, maar aan bijtende frisheid nog niets had ingeboet. Integendeel. De toon was nóg scherper en rijper geworden. 

De plot die ‘Het Diner’ reeds tot een nationale bestseller heeft gemaakt, vind ikzelf relatief oninteressant. Sterker nog: zodra de schrijver gaat investeren in het uitleggen ervan en in de voorvallen die tot de schaamteloze misdaad hebben geleid, vind ik het boek minder sterk worden. Juist het eerste deel, waarin Paul zijn broer, de ‘gewoon gebleven’ politicus Serge, tot op het bot fileert, behoort, wat mij betreft, tot het beste wat er de afgelopen tien jaar in Nederland is verschenen. Aan de manier waarop hij Serge’s entourage rond zijn tweede huis in Frankrijk neerzet, hoe hij de adoptiegeschiedenis van een ventje uit Burkina Faso in perspectief plaatst, hoe hij Serge’s gedrag jegens vrouwen in kaart brengt, alsmede de stand van zijn huwelijk en, tot slot, zijn boertige manier om een stuk vlees te verorberen, kan elke polemist een puntje zuigen. Hier wordt de politiek-correcte klasse langzaam, kledingstuk voor kledingstuk, in zijn hemd gezet. Snoeihard en precies! En op een onontkoombare wijze. De subtiliteit waarmee de nieuwe politieke elite haar pseudo-verbondenheid met het stemvee poogt vorm te geven, is nog nooit zo doorklievend op schrift gesteld. Bravo!  

Ik geloof graag dat ‘Het Diner’ met 100.000-en exemplaren over de toonbank gaat omdat het een spannend boek is. Maar de manier waarop de hypocrisie van de gemiddelde politicus hier – met een vlijmscherp moralistisch randje – geportretteerd wordt, is mijns inziens een kwaliteit van het boek die tot dusver onvoldoende belicht is gebleven. En dat elke machteloze kiezer in de wereld (en dat zijn er  nogal wat!) zal aanspreken.

Van mij mag de zegetocht van ‘Het Diner’ nog wel even doorwoekeren! Viva Herman Koch.

De wet van het tegengas

In Geen categorie on 23 maart 2010 at 13:33

Het zou van een ernstig gebrek aan zelfkennis getuigen als ik niet toegaf dat ik een beetje pesterig ben aangelegd. Op de dag dat de wereld op zijn pootjes terecht is gekomen en iedereen opgelucht vaststelt dat het ‘eind goed, al goed’ is, gaat bij mij de vlag halfstok. Ik houd ervan tegengas te geven (of te krijgen) - om te voorkomen dat we voor Het Definitieve Einde in slaap vallen of vrijwillig in een sloot lopen en verdrinken. 

Wat mij vaak gebeurd – en wat ik ‘De wet van het tegengas’ ben gaan noemen -, is dat je om wat voor reden dan ook het hardste sputtert tegen lieden waar je qua karakter en ‘Weltanschauung’ heel dichtbij staat. Hoewel de algemene opinie luidt dat je ruziet met mensen waar je het grondig mee oneens bent, is mijn ervaring dus het tegendeel. Uitgerekend  bij geestverwanten ga je je bovenmatig opwinden over het laatste puzzelstukje dat niet past tussen beide. Met andere woorden: op een geestverwant hak je dubbel zo hard in. Misschien is de reden dat juist een geestverwant je het verleidelijke uitzicht op ‘totale symbiose’ biedt en dat je het niet kunt uitstaan dat zo iemand de boel verknalt door, al is het op een mineur punt, jouw visie of mening niet te delen. En dat je vervolgens jarenlang blijft zaniken en polemiseren om dat laatste stukje ook goed te krijgen.

Ik moest hier aan denken toen ik doorklikte naar het interview dat dichter Martijn Benders onlangs met zichzelf hield.  En dat hij gepubliceerd heeft op zijn eigen log www.loewak.nl. Hoewel ik op diverse fora een aantal scherpe polemieken met hem heb ‘uitgevochten’, valt het me op hoezeer ik me verwant voel met zijn kijk op zaken, zoals hij die in betreffend interview presenteert. Nieuwsgierig? Hieronder vindt u de link…

http://www.loewak.nl/dutch/2010/03/19/interview-met-benders-deel-3-de-heg-de-poppenkast-en-de-straf-van-god/

De paniekmaatschappij

In Geen categorie on 20 maart 2010 at 14:23

Eens in de zoveel tijd zit ik in de autopoule, die een groep meiden – waaronder mijn dochter – van en naar een handbalwedstrijd toe rijdt. Eerlijk gezegd is het één van de weinige keren dat ik zeg maar ‘in het wild’,  dus zonder plichtplegingen voor- of achteraf, met soortgenoten in aanraking kom – in mijn bestaan is het nou eenmaal, helaas, zo gegroeid dat ik de meeste mensen ‘op afspraak’ ontmoet. Tijdens de autoritten ben ik telkens weer verbaasd over het menselijke vermogen om je lippen constant te bewegen en geluid te maken zonder iets te zeggen. De moderne mens, zo lijkt het wel, interesseert het niets meer of er een onderwerp voorhanden is om over te praten, laat staan dat hij of zij zich bekommerd over de vraag wat er over dat onderwerp te berde moet worden gebracht. In de autopoule van het handbal heb ik geleerd dat elke kruising, elke voorbijganger, elk wolkje in de lucht en elke lantaarnpaal genoeg reden is om je mond open te doen en jouw licht erover te laten schijnen. En in het zeldzame geval dat dit soort détails ‘op’ zijn en er, dus, een stilte dreigt te vallen, wordt de mobiele telefoon van stal gehaald en het thuisfront op de hoogte gebracht van de exacte coördinaten waar wij ons volgens de TomTom bevinden en het te verwachten tijdstip van aankomst of terugkeer. Een actie die opnieuw wordt uitgevoerd zodra we in een file terechtkomen of worden dwarsgezeten door een wegomlegging, omdat de mededeling naar het thuisfront dan met vijf of tien minuten (of, help!, langer) gecorrigeerd dient te worden. Net nog raakte een meisje totaal in paniek omdat ze de laatste 200 meter naar huis moest lopen. ‘Wat gebeurt er nou!?’ schreeuwde ze tegen haar vader. ‘Ik heb geen zin om te lopen! Waarom worden we niet afgezet voor onze deur?’ Al optrekkend hoorde ik de vader met zijn dochter in discussie gaan. Ik vermoedde dat ze  nog minstens een uur over dit opmerkelijke incident door zouden praten.

Progressieve edelkitsch

In Geen categorie on 13 maart 2010 at 23:51

Ik heb u al een paar keer gewezen op het treurige opinieproza dat www.joop.nl het net op slingert. Vanuit de kennelijke filosofie dat links dezelfde middelen moet inzetten als rechts krijgen we stukken onder ogen, die geen eens meer een poging doen een visie weer te geven of te zoeken naar onderbouwing. Bij Joop heeft het politieke debat veel weg gekregen van een stadion, waarin rivaliserende supportersgroepen hun yell uitbraken, zonder één iemand op een andere gedachte te brengen. Van rechts ben je zulk gedrag gewend, van links verwacht je toch dat er blijk wordt gegeven van kritisch denken. Van een oorspronkelijke analyse. Niet, dus! Lees de progressieve edelkitsch van Erwin van der Zande: ‘Blijf positief, stem progressief’. Met een beetje kwaadwillende verbeelding hoor je achter dit artikel de Gestapo-troepen oprukken naar de voordeur (‘Sind Sie Positiv? Oder haben Sie Angst für den Zukunft?’), en als je vindt dat dit vergezocht is, moet je het staaltje zwart-wit-denken in dit stuk maar eens proeven via…   

http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/blijf_positief_stem_progressief/

Duidelijk verschijnsel

In Geen categorie on 13 maart 2010 at 19:09

Wegens ‘drukte’ (voornamelijk schrijfopdrachten) is het aantal blogposts op deze site de laatste weken drastisch teruggelopen. Dit lijkt me een duidelijk verschijnsel van het één of ander. Maar van wat?

Het geldwolvendom?

Dag SP

In Geen categorie on 13 maart 2010 at 17:52

Hertellen in Rotterdam, Van Mierlo dood, Bos weg, Cohen nieuwe PvdA-leider. Er zijn weken dat er minder gebeurt in de politieke arena. De hormoonspiegel van de journalistiek ’draait op volle toeren’. Temidden van al het nieuwsgeweld sneeuwt de nieuwe leider van de SP – de SP, u weet wel, die applausmachine van voormalig boegbeeld Jan Marijnissen – volledig onder. Als ik op nu.nl niet gelezen had dat hij snel wil koffiedrinken met Femke Halsema en Job Cohen zou ik niet eens op zijn naam gekomen zijn: Emile Roemer.   

Jeetje, de SP… Wat een tristesse! Jarenlang gestaalde kaders organiseren tot in de ‘haarvaten van de samenleving’, streng georganiseerd langs de deuren gaan, je verdiepen in de problemen van kiezers, socialistische grondbeginselen afstoffen, straffe nieuwsbrieven verspreiden via internet, knalharde en consequente campagnes voeren, ja, alles even doorwrocht en minutieus… en dan? Dan komt er aan de vooravond van politieke aardverschuivingen een dag dat uit het ganse partijapparaat niemand anders te recruteren is als volslagen ‘nobody’ Emile Roemer.  Wat zal die Emile aan de bak moeten in DWDD, kwisjes, actualiteitenrubrieken en andere kermissen om te zorgen dat althans een handvol kiezers op 9 juni een enigzins op Emile Roemer gelijkende vlek op hun netvlies kunnen projecteren wanneer ze om duistere redenen nog steeds de aandrang voelen SP te stemmen.  Als politiek ‘merk’ staat Emile Roemer nog niet eens in de kinderschoenen, maar, ik zou zeggen, in de kinderschoenTJES.

Arme Jan. Twintig jaar bikkelen en folderen en debatteren en fulmineren in 1 week wordt alles doorgespoeld. De enige reden om SP te stemmen op 9 juni is: puur medelijden.

‘Seksloos’ bij de VPRO

In Geen categorie on 8 maart 2010 at 12:05

Eén van de columns op ‘Seksloos’ heb ik onlangs voorgedragen bij ‘De Avonden’ op Radio 6.  Dit alles is te beluisteren via de volgende link…

http://avonden.radio6.nl/tag/hans-van-willigenburg/

Veel plezier.

Lang leve het Verlies!

In Geen categorie on 23 februari 2010 at 00:21

Eén van de leuke dingen aan Nederland (soms denk je dat ze zijn uitgestorven, maar nee, ze zijn er nog: leuke dingen aan Nederland!) is dat er een tamelijk onverklaarbare liefde voor verliezers bij ons, Nederlanders, zit ingebakken. Eén van de snelste manieren om in dit land als paria te worden behandeld, is een eindeloze reeks overwinningen in gang te zetten. Dag in dag uit als winnaar uit de bus blijven komen. En dan vervolgens nog het lef bezitten om de aandacht van de verliezers op jouw overwinning te vestigen. Voor je het weet ben je nationale pispaal en krijg je de hoofdprijs op je voorhoofd geplakt: dat je ‘arrogant’ bent. Nee, van echte winnaars zijn Nederlanders over het algemeen niet gediend (Sven Kramer, luister je mee?). En ik ga hier schaamteloos in de bres springen voor deze eigenschap van de Nederlander.  Wat ik zo leuk vind aan onze stille voorkeur voor verliezers? Het getuigt, om te beginnen, van een brede en ontspannen blik op het leven. Verliezen is zoveel rijker geschakeerd dan winnen. Je armen in de lucht steken wanneer je als eerste over de finish komt, de aandacht van de pers, het hoogste plekje op het podium, zwaaien naar het publiek, in de armen van je geliefde vallen, afreizen naar het hotel en de overwinning vieren met een gelijktijdig orgasme – het is mooi, het is fijn, het is leuk, het is fantastisch, maar heel veel meer valt er over zo’n voorspelbare keten van geluksmomenten na een overwinning niet te melden. Hoogstens zal de dolgelukkige winnaar verzuchten: ‘Heerlijk, zeg! Morgen wil ik nog een keer winnen!’ En wij, het publiek? Wij onderdrukken een gaap.  Winnen is saai. Verliezen is zoveel boeiender en veelzijdiger! Neem de politiek. In de Tweede Kamer zitten honderd vijftig verliezers in één ruimte bij elkaar, snerend, bekvechtend, rollebollend, elkaar vliegen afvangend. Een schouwspel waar ik niet snel genoeg van krijg. Neem Mariëtte Hamer: van top tot teen een verliezer! Niemand gelooft dat zij welke medemens dan ook tot een betere of inspirerende prestatie kan verleiden. Niemand kan zo oeverloos wegdrijven op kauwgumachtige zinnen als mevrouw Hamer. En niemand kan zo onbeholpen naar de interruptiemicrofoon drentelen als Mariëtte. Maar ondertussen is ze nog steeds, voorlopig althans, fractievoorzitter van een grote politieke partij. En weet ze haar onherroepelijke nederlaag op een fascinerende manier te rekken. Zodra ze in het schootsveld van weer een criticaster komt te liggen, duikt ze onder in het haar bekende vergadercircuit en bluft ze, eenmaal buiten, dat ze weer iets moois heeft besloten voor ‘de mensen in het land’ die voor haar niet meer dan een abstractie zijn. Dat is ook het mooie van verliezers: de eindeloze variatie aan leugens die ze de wereld in sturen. En die dan vertaald of opgeschreven worden door die andere groep hopeloze verliezers: de journalisten. Denk je dat Sven Kramer ooit een eindeloze reeks agendapunten, kopjes koffie en discussies nodig heeft gehad om een medaille of kampioenschap te winnen? Nee, natuurlijk niet! Als er één iemand laat zien dat winnen vergelijkbaar is met even lekker je neus snuiten, is Sven het wel. En wat lucht het op: winnen. Zelfs Sven lucht het op. Heeft u ‘m ook de tribune op zien klimmen na zijn overwinning op de vijf kilometer? Pure opluchting! Mooi… Zeker. Eventjes. Maar ook al snel, wees eerlijk, verschrikkelijk saai!!!  Nu kleeft er – helaas, helaas – ook één nadeeltje aan onze bewondering voor verliezers. In het maatschappelijk verkeer zie je soms dat pure verliezers, wegens gebrek aan tegenkrachten, iets te hoog in de boom komen te zitten. Ze zijn directeur van een woningbouwcorporatie, van een gefuseerd ziekenhuis of van een veel te grote school. En in de wetenschap dat ze verliezers zijn, bedisselen ze onderling dat ze wegens ‘marktomstandigheden’ twee of drie ton moeten verdienen. Meestal zijn deze verliezers (die zo opzichtig hun best doen winnaars te zijn) van PvdA-huize. Ja, de Partij van de Arbeid is de natuurlijke thuishaven van de verliezers. En dat vind ik mooi. Maar wel op voorwaarde dat ze bescheiden blijven, toegewijd zijn aan hun verliezerschap en geen winnaars in de weg gaan zitten op weg naar de overwinning. Alleen al om die reden zal ik bij de komende verkiezingen op zeker geen PvdA stemmen.

Het gelijk van Fortuyn

In Geen categorie on 15 februari 2010 at 08:59

Voor diverse media volg ik de gemeenteraadsverkiezingen. Niet structureel, niet per regio of postcodegebied, maar te hooi en te gras. Wat desondanks structureel opvalt is de onderliggende overeenkomst tussen de gevestigde partijen. Overal – van GroenLinks tot ChristenUnie - dient zich de vocabulaire van de Nieuwe Eenvoud aan. Zowat elke partij noemt ergens wel ‘de menselijke maat’ en ook met het begrip ‘kleinschaligheid’ geurt het hele politieke spectrum. Kennelijk zijn de partijen onafhankelijk van elkaar tot de conclusie gekomen dat de anonimisering van het openbare leven, de immense schoolfabrieken, de gefuseerde monsterbedrijven etc. een onderdeel van het probleem zijn, niet van de oplossing. Dit is vooral nieuwswaardig omdat een kleine club progressieven de Paarse kabinetten van de jaren ‘90 nog steeds zien als een nuttige bevrijding uit de ketens van traditionele en confessionele levensverbanden. Dat Paarse ‘project’ leek in het begin inderdaad aantrekkelijk, juist omdat het CDA eindelijk eens buitenspel kon worden gezet. Maar nu, anno 2010, proef je de collectieve kater. Voor die traditionele verbanden is niets inspirerends in de plaats gekomen, integendeel, menselijke relaties zijn functioneler, killer en berekenender dan ooit geworden. En dat willen we niet. Hoewel Fortuyn in zijn beroemde boek ‘De puinhopen van Paars’ de werkelijkheid van Nederland misschien wat al te somber schetst, blijkt nu de achterliggende basisfilosofie (het herstel van vertrouwen door onder meer de menselijke maat en de meester-leerling-verhouding nieuw leven in te blazen) alom gedeeld en overgenomen te worden. Ook door aartsvijand PvdA!!!

De rotjongens van Leefbaar Rotterdam

In Geen categorie on 6 februari 2010 at 09:10

Wat doe je met politieke tegenstanders? Bestrijd je ze met feiten, argumenten en resultaten? Of ontwijk je de zakelijke discussie en ga je roepen: ‘ZIJ ZIJN NIET AARDIG! WIJ WEL!’ Dat laatste doet Fouad el Haji in het stuk ‘Samenwerken met Leefbaar Rotterdam?’ op www.joop.nl. Nu is het niks nieuws dat er op deze site alleen nog naar binnen wordt gekeken en scribenten wedijveren op ‘de schaal van links’ wie de mensheid het meeste liefheeft, maar dit stuk vormt toch wel weer een nieuw dieptepunt. De successen die Leefbaar Rotterdam tussen 2002 en 2006 in het college heeft geboekt blijven onvermeld. El Haji kiest ervoor om het karakter van LR te wegen, en dat is – dat begrijpt u – heel erg slecht. ’Bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten, mensen beoordelen op hun afkomst, hardvochtig ingrijpen en vooral hard, heel hard roepen.’ Hoort u wat ik hoor? Gehuil over rotjongens op het schoolplein, die de sfeer verzieken. Ook al tonen onderzoeken aan dat die vermeende rotjongens overwegend zeer effectief hebben opgetreden.

Joop weegt politiek naar de juistheid van de bedoelingen, niet naar de werkelijkheid van de resultaten. Dat die resultaten van de PvdA na al die jaren bedroevend zijn, laat el Haji – begrijpelijkerwijs – passeren, maar heel Rotterdam weet dat! Het zal zich weerspiegelen in de verkiezingsuitslag van 3 maart.

Peter, de Redder des Vaderlands

In Geen categorie on 5 februari 2010 at 19:28

Peter R. de Vries ziet zichzelf als de Grote Rechtvaardige, de weliswaar bewierookte maar tot het ‘hoekje’ van de misdaad veroordeelde Messias. Hij vindt dat hij meer te vertellen heeft dan uitzoeken wie schuldig is en wie niet. Niet geheel onverwacht springt hij dus nu in het ‘gat’ van de Redder des Vaderlands. Hij waarschuwt Nederland voor Wilders met de allure en het aplomb van een man die uit zijn eigen schaduw stapt en voor het oog van de Geschiedenis roept: ‘Tot hier en niet verder!’ Koddige man, die De Vries. Met het gevoel voor drama dat we van hem gewend zijn roept hij dat hij waarschuwt ‘nu het nog kan’. Ja, echt. Hij zegt ‘t. Lees ‘t AD er maar op na. Hij suggereert dat binnenkort heel Nederland is overgenomen door de PVV, zoals de Nazi’s de macht grepen in het Duitsland van 1933. En dat terwijl Wilders – naar mijn stellige inschatting – met een kleine groep middelmatige tot zwakzinnige volgers (zijn Kamerleden) probeert een deukje te schoppen in de onomstotelijke beleidsmachine die ‘Nederland’ heet. Nu hij hier en daar een paar zeteltjes dreigt te halen (meer is ‘t niet), raakt vooral progressief Nederland in paniek (wat zeg ik? men verkeert daar al ‘in shock’ sinds Wilders in de Kamer zit) en wordt er een dreigende sfeer opgeroepen, hetgeen de progressieven in Geert zo verafschuwen.

Ik zeg u: in De Vries smeulen politieke ambities na. Met een Emmy Award op zak is hij op zoek naar grotere daden: op de voorplecht van de Titanic staan, als Leonardo di Caprio, en Wilders aanwijzen als de grote boeman. Dat is zijn droom. Slaap lekker, Peter.

1 puntje dun

In Geen categorie on 30 januari 2010 at 11:28

Als je de mens in al zijn doortraptheid en achterbaksheid in het wild wilt tegenkomen, is de tennisbaan een aardige pleisterplaats. Waar voetballers nog vaak rare capriolen moeten uithalen om de boel te misleiden (vreemde fopduiken, een getergde grimas en een schreeuw vanuit de onderbuik), hoeft een tennisser vaak alleen maar doodleuk ‘uit!’ te roepen terwijl de bal gerust een centimeter of meer binnen de lijnen belandde. Het mooiste moment is als de tegenstander onraad ruikt en, staande bij het net, vraagt of de speler in kwestie zeker is van zijn beoordeling. Dan wordt ’t leuk. Dan zie je de valsspeler een bal rapen of zijn schoenen afkloppen en net iets te kort, iets te betrapt, iets te binnensmonds ‘ja’ zeggen om overtuigend te klinken. Zolang ikzelf niet op de baan sta, geniet ik daarvan. De mens in zijn meest kleinzielige vorm is altijd weer een gezellig tafereeltje om naar te kijken, al was het maar omdat jij jezelf – ook maar een sukkel, tenslotte – even als een ware volwassene kunt beschouwen die ‘daarboven staat’.  Lang duurt die illusie overigens niet. Want een paar dagen later sta ook ik hoofdschuddend op de baan. Moordlustige gevoelens bespringen mijn gemoed. Er is niet meer voor nodig geweest dan een tegenstander die ’40-30’ zegt terwijl de werkelijke stand 30-40 is. Het laatste punt is naar mijn maat en mij gegaan. Daar zijn wij en onze tegenstanders het over eens. En dus haal ik de stand voor de laatste slagenwisseling aan, 30-30, om aan te tonen dat wij het bij het rechte eind hebben. ‘Dan is het nu toch 30-40?’ zeg ik, kalm. Maar dan staat één van de tegenstanders ineens met z’n handen in de zij en z’n borst vooruit bij het net. Hij zegt: ‘Je hebt niks gezegd.’ Ik kijk ‘m bevreemd aan. ‘Niks gezegd?’ vraag ik, enigszins verbaasd. ‘Toen ik net zei dat het 40-15 was, heb je niks gezegd,’ zegt hij. Ik sta perplex. De tegenstander heeft een strakke grijns op het gezicht. Ik voel aan: hij gaat voet bij stuk houden. Mijn bloed begint te kolken.  Aangezien de einduitslag mij werkelijk geen zier uitmaakt, maar ik ook weer niet het lijdzame lijdend voorwerp wil zijn van deze overduidelijke intimidatiepoging, grijp ik naar mijn favoriete instrument: de ironie. ‘Dus als ik het goed begrijp, vind jij dat ik op de baan sta om voortdurend jouw stand te controleren en corrigeren?’. De tegenstander heeft nu een ijzige blik in de ogen. Hij kijkt langs me heen: ‘Ik zei 40-15 en je hebt niks gezegd.’ Als ik geen zin heb om te capituleren (ik en mijn maat zijn zeker van onze zaak) biedt de tegenstander – in een vlaag van berouw? – een let aan. ‘Dan staat het 30 gelijk, oké?’ Ik ben al niet meer voor rede vatbaar. Ik weiger. ‘Hoe kun je nou naar links serveren op een even stand?’ zeg ik. ’30 gelijk klopt sowieso niet.’ ‘Oké,’ zegt de tegenstander resoluut, ‘dan moet je ’t zelf weten, dan is het 40-30.’ We spelen verder en één punt later hebben ze de game geroofd.  De tronie van die tegenstander – dat weet ik nu al – zal nog enige tijd in mijn geheugen rondwaren. Hoe dik (of dun?) is de laag van beschaving? Eén puntje dun. Op de tennisbaan, overal…?

(deze column verschijnt in het aankomende nummer van ‘Baanpraat’, het huisorgaan van ATV Berkenrode)

Dit gedicht…. rillingen!

In Geen categorie on 20 januari 2010 at 22:50

Onderstaand gedicht heb ik ‘ontdekt’ in de bundel ‘Restarting the world’ van de Amerikaanse dichter Leonard Nathan (1924-2007). Rillingen krijg ik ervan!

THEM/The ones with the still and remote faces,/who smile sometimes but aren’t happy,/frown sometimes but aren’t dissapointed,/who have said goodbye long before seperation,/who look unflinching at the glory/of the almond tree in blossom,/or at black distance without stars/to relieve it – they are the ones/who know just when and how/and perhaps why, the ones/I watch for signs.//When they pack and leave/I pack and leave. When they sigh/and stay I stay.//They are like experienced waiters/who see it all in a glance, who know/their job and never confuse it/with serious business, who remember/what the occasion needs and wait/till they’re called for to do what’s required/with no fuss and the few right words.//They are like experienced ex-priests/who still can give the lost directions for another world but have chosen this one/because it demands all their faith/just to remain human.//To them the outburst of the almond/is only another time diversion/already foreseen in the cold necessity/of December when the tree stood there/naked of all but essentials.//To them we are like children/begging for a good story/or the trick of dissapearing coins./They listen patiently to our babble/but never take their eyes off the door.

Pieuw!

Het academische neuzelproza is terug

In Geen categorie on 19 januari 2010 at 18:09

Eén van de voornaamste ‘verdiensten’ van progressieve opiniesite Joop.nl is dat het een doodgewaand genre heeft doen herleven: het academische neuzelproza! Voor dit type kopij (ooit populair in marxistische studentenkringen) hoef je alleen maar aan je eigen piemel te rukken of in je eigen kut te peuren om er het vooringenomen standpunt uit te halen dat je al jaren zo graag mag ruiken. Een standpunt dat negen van de tien keer – toevallig? – evenwijdig loopt aan het ziekelijk eenzijdige wereldbeeld van opperbaas Francisco van Jole, u weet wel, die vrijdenkende journalist die De Volkskrant geen goede krant meer vindt omdat er ‘teveel rechtse stukken’ in zouden staan. Dat risico wil hij – zoveel is duidelijk – met Joop niet lopen. Daar wil hij nog maar één type kopij lezen: gevaarloos, zelffeliciterend en doordrenkt van het eigen, van tevoren bedachte gelijk. Dus bestelt hij goedkope ladingen neuzelproza bij een groep jonge, verdwaalde academici, die artikeltjes bij elkaar schijten die een regelrechte belediging zijn voor de taal, de logica en de rhetorica. Hier wordt geen poging meer gedaan iets te verhelderen of samen te vatten of inzichtelijk te maken. Hier proberen auteurs te bewijzen dat ze bepaalde woorden en begrippen beheersen en strooien ze die, als warrige geesten, zomaar in het rond. Weten hoe zulk neuzelproza uit hun darmen gutst en wat voor smaak ’t heeft? Klik voor de grap eens door en proef zelf!     

http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/die_vermaledijde_elite/

Onmens kijkt naar Haïti?

In Geen categorie on 16 januari 2010 at 18:09

In Haïti heeft een vreselijke aardbeving plaatsgevonden. Dat is makkelijk gezegd; het ‘kost’ je niks. Het is slechts de constatering van een feit. Voor mij is dat genoeg – merk ik. Maar anderen willen er, en wel onmiddellijk!, iets mee of aan doen. Ze geven geld, verklaren hun solidariteit met het land en hun slachtoffers en voelen soms ook de behoefte wildvreemden in het drama te betrekken omdat ze nu eenmaal vinden dat je niet deugt als je gewoon de dingen blijft doen die je altijd doet – ondanks de ramp in Haïti! Ik zie vakgenoten radeloos door de puinhopen van Port-au-Prince banjeren en verslag doen van de wanhoop en ik denk, héél voorzichtig: wat is wijsheid? Ik geef toe: ik verkramp bij dit soort prozaïsche ellende. Ik blijf zitten waar ik zit. Het enige effect van zo’n ramp in Haïti, als je daarvan mag spreken, is dat ik nóg bewuster en nóg intenser kijk naar mijn eigen (vredige) omgeving. En dat ik dankbaar ben dat ik naar een kleedje op een tafel mag kijken of naar een zich likkende kat. Ik ben niet gemaakt voor de solidariteitsindustrie. Sorry. Maar ik ben ook geen onmens, nee, echt niet…

De ideááááále tv-presentator!

In Geen categorie on 15 januari 2010 at 11:58

… of waarom Matthijs -  misschien – toch niet zo ideaal is.

Deze week in HP/deTijd.

www.hpdetijd.nl

Verse oogst (1)

In Geen categorie on 9 januari 2010 at 10:19

Tot zaterdag 15 januari kun je mijn visie op de Afghanistan-politiek vinden in Straatmagazine. De daaropvolgende column, vanaf die datum te verkrijgen, draagt als titel ‘De paniekindustrie rukt op’. Over krantenkoppen, weeralarmen en de toenemende paniekgevoeligheid in onze cultuur…

Straatmagazine kost 1 euro 50 per nummer, en komt ten goede aan dak- en thuislozen in Nederland.

Mega-ego

In Geen categorie on 8 januari 2010 at 17:19

Jarenlang was dominee Hans Visser van de Pauluskerk (Rotterdam) een onvermijdelijke  pion in het publieke debat over junks, uitkeringen en tolerantie. Even los van zijn standpunten: de man kwam altijd naargeestig, zelfgenoegzaam en lichtelijk megalomaan op mij over. Zijn harde strijd voor de ‘onaangepaste medemens’ was, in mijn ogen, altijd net zo’n harde strijd voor het ‘freischwebende Ego’ van de dominee zelf.  Op een dag zag ik hem op tv een uur lang in tweegesprek met Mart Smeets en dacht ik: natuurlijk, twee mega-ego’s hebben elkaar gevonden. Nu heeft de dominee zijn memoires geschreven en alleen de titel maakt verder commentaar overbodig:

‘MIJN leven, MIJN vrouwen, MIJN geloof’.

http://www.domineehansvisser.nl/

Moet iets wel altijd ‘bij je passen’?

In Geen categorie on 5 januari 2010 at 13:30

Gerdi Verbeet (PvdA) was een ‘nobody’ toen ze verkozen werd tot voorzitter van de Tweede Kamer. En, toegegeven, voor zover ik het kan overzien, slaat ze in die functie allesbehalve een pleefiguur. Ze gaat ontspannen met Kamerleden om, is redelijk consequent in haar debatleiding, heeft humor en als ze de verkeerde knoppen indrukt lost ze dat met een glimlach op. Het is geen hogere wiskunde allemaal, maar Verbeet doet het ‘leuk’, en dat is voor een PvdA-er al héééél veeeeeeel! Want daar zitten weinig leuke mensen.

Maar nu de kwestie. Afgelopen zaterdag stond Verbeet in een trotse pose op de voorkant van het VK-magazine met het volgende citaat: ‘Ik doe niets wat niet bij me past’. De woorden walmden me bijna als een ‘coming out’ tegemoet. Ik dacht bij mezelf: fijn voor jou Gerdi, dat je niets meer doet wat niet bij je past.  Maar ik dacht ook meteen: deed je vijf of tien jaar geleden dan wél de hele tijd dingen niet bij je pasten? En ik dacht ook: wat is daar eigenlijk erg aan? Dat je af en toe dingen doet waarvan je zelf vind dat die niet bij je passen? Sterker: wordt het niet pas leuk en spannend en leerzaam als je dingen doet die niet bij je passen?

Opeens bleek Gerdi Verbeet – in mijn ogen dan – symbool te staan voor de teloorgang van de PvdA. Hier was een sociaal-democratische carrièrepolitica aan het woord die na twintig of dertig jaar noeste arbeid haar kop omhoog stak, de schilfers van haar schouders sloeg en vol van zichzelf zei dat ze ‘niets meer deed wat niet bij haar paste’. Was zij niet de individualistische, verwende en licht groteske burger geworden, die je meestal tegenkomt als het kiezersprofiel van de PVV? En hoe kon een socialist eigenlijk niet begrijpen dat je af en toe dingen moet doen (al was het maar uit moreel plichtsbesef) die niet bij je passen?

Sorry, sinds afgelopen zaterdag vind ik Gerdi Verbeet een beetje een verwend secreet.

Vergeten grootheid

In Geen categorie on 2 januari 2010 at 23:30

De Rotterdamse dichter Arie Gelderblom (1945-1992) is een vergeten grootheid; alleen al dit ene gedicht bewijst zulks!

MEZELF TER VERANTWOORDING ROEPEND herinner je je die keer/dat je met haar, een onbekende, naar bed ging/en dat er iets vreemds in je opkwam/onder je hijgen, iets/van de neiging met je handen naar haar hals/te gaan en te knijpen, te knijpen/totdat ze voor eeuwig zou zwijgen/en ze je even bekend zou zijn als een voorwerp/en herinner je je dat je toen beter/klaarkwam dan ooit, al deed je niet/wat je wilde en zei je ten afscheid niet/tot ziens met een glimlach/die hetzelfde moest betekenen?

Er is hoop… (dankzij Raoul)

In Geen categorie on 2 januari 2010 at 20:33

Zojuist had ik het ‘voorrecht’ via internet de gemiste uitzending van ‘Wintergasten’ te bekijken, waarin Raoul Heertje de Amerikaanse journalist, schrijver en programmamaker David Simon (1960) interviewt, de man achter de veelgeprezen tv-serie ‘The Wire’. Het mooie van dit anderhalf uur durende gesprek is dat het feitelijk ‘over alles’ gaat, over nieuwsgierigheid, over ethiek, over leiderschap, over verlies, over onvermogen, over leugens, over alles wat de mensheid doet om zichzelf te troosten en de pijn te verzachten. En dat allemaal vanuit de journalistieke ‘drive’ om te weten hoe het nou werkelijk IS, als je alle bullshit even overboord gooit. Voor mij persoonlijk werkte het interview in zichzelf als een troostrijk medicijn. En luchtte het mij op dat er nog programmamakers zijn (Heertje, in dit geval), die los van loopbaanoverwegingen en kijkcijfergekte hun eigen vragen achterna lopen, net zolang tot ze de beste hebben gevonden die ze kunnen beantwoorden (Simon, in dit geval). De drijfveren achter kwaliteit zijn vaak zo simpel…

De vraag die mij na het kijken ‘overviel’ was: wat is dit mooi! en voedzaam! en verrijkend! maar hoe vul je een zender of het internet met deze ‘concentratie van kwaliteit’????? Het verhaal van Simon, dat in essentie een Griekse tragedie schetst, kun je feitelijk maar 1 keer vertellen. Is de Honger-Naar-Nieuw die nieuwe en traditionele media continu aanwakkeren niet al een niet te verdelgen gif dat ons rechtstreeks naar de afgrond voert? Is bullshit, kortom, niet de noodzakelijke ‘grondstof’ om zoiets uitzonderlijks als dit te maken?

Voor al degenen die nieuwsgierig zijn naar deze aflevering van ‘Wintergasten’ zet ik hieronder de link:     

http://www.vpro.nl/programma/wintergasten/afleveringen/42629235/

Wie is Merijn Oudenampsen?

In Geen categorie on 2 januari 2010 at 09:41

Joop is links. Joop is hoogopgeleid. Joop zit op de tiende verdieping of daarboven. Want Joop wil de straat niet horen. Want Joop is bang voor het volk. Binnen dit -inmiddels bekende- profiel staan er op Joop af en toe opiniemakers op, die het argumenteren hebben afgeschaft en die vinden dat hogeropgeleiden ook ongenuanceerd mogen hakken. Prima! Maar, vraag je je dan af, waar verdienen dat soort nitwits hun geld? De jaren ‘70 zijn toch allang voorbij? Dat mensen zich ’socioloog’ noemen, in hun studeerkamer onderduiken, gemeenschapsgeld opslurpen en vanuit de Ivoren Toren het hoogste woord voeren over wat wat wel/niet moet/mag in de maatschappij ligt toch ver achter ons? Niet dus. Gisteren las ik een warhoofdig stuk van ene Merijn Oudenampsen over het even amibitieuze als controversiële artikel van Frits Bolkestein in de Volkskrant, onderwerp: de mentale huishouding alsmede de toekomst van Europa. De paar alinea’s (want meer is ‘t niet) doen geen enkele serieuze poging de redenering in Bolkestein’s stuk te weerleggen of aan te vallen; het volstaat om hem belachelijk te maken. Alleen al de eerste zin van het stuk ontneemt je elke illusie dat hier zakelijke kritiek gespuid gaat worden, let op: ‘ Althans, dat lijkt de paradoxale conclusie van een tendentieus en onsamenhangend verhaal dat VVD coryfee Frits Bolkestein een dag voor kerst in de Volkskrant publiceerde.  ’ Nog voor er sprake is van een inhoudelijke tegenzet weet Oudenampsen al bijna zeker dat het tendentieus en onsamenhangend is. En er is meer, hij vervolgt met ‘revanchistisch christelijk sausje’, ‘grand old man van rancuneus rechts’ en ‘maar het wordt pas echt lachwekkend’, en dan zijn we nog niet eens halverwege (!) zijn stuk(je).  Waar ontleent deze niet-denkende beunhaas zijn grote mond aan? Waarom moeten we deze ‘freelance onderzoeker’ (let op de contradictio in terminis!) serieus nemen? Feitelijk doet hij in zijn tekstuele scheet niet meer dan wat geursporen uitzetten voor zijn eigen achterban. Bolkestein-deugt-niet, en de ‘freelance onderzoeker’ Merijn Oudenampsen komt het (na 0 dagen onderzoek!)namens Joop even voor u bevestigen. We herkennen hier de schier Noord-Koreaanse werkwijze waarmee Joop-hoofdman Francisco van Jole zijn medium poogt te organiseren en, zo moet gevreesd worden, de wetenschap tracht te hervormen: denken is niet nodig – ‘aan de goede kant staan’ is de enige meetlat.

Wilt u meer weten over een freelance warhoofd als Oudenampsen? En in welke gremia en bij welke congressen types als hij onderduiken en status genereren? Huiver mee bij de volgende link, en denk even niet aan de liters kerosine die de progressieve wereldverbeteraar Merijn er in 2009 ‘doorheen’ heeft gevlogen…;-)     

http://www.flexmens.org/drupal/?q=Bio_Merijn_Oudenampsen

Eind 2009: PvdA ‘nadert’ Fortuyn

In Geen categorie on 31 december 2009 at 09:59

Mijn stelling: je moet ze altijd in de gaten houden, die politici! Achter je rug om gaan ze met hun surfplank opeens op een hele andere golfstroom ‘over’ en zoeken ze een nieuwe warm plekje in de openbare discussie. Wat te denken van de prominente PvdA-ers Saskia Stuiveling (hoofd Rekenkamer) en Jacques Wallage (ex-burgemeester van Groningen)? Hoorde ik partijgenoot Maarten van Rossum eergisteren, tijdens zijn terugblik op de jaren ‘0, nog beweren dat de Fortuyn-beweging bestond uit ‘een stelletje idioten’, vandaag nam Jacques (het prototype van de bedillerige bestuurder) op dezelfde zender (Radio 1) zomaar de woorden ‘task force’ en ‘afrekenen’ in de mond! En vond Saskia Stuiveling dat de overheid van bovenaf ‘duidelijke keuzes’ moet maken en problemen voortaan ‘vraaggericht’ dient op te lossen! Ja ja, hier zien we een elite driftig aan het surfen… Op de drempel van het nieuwe decennium tracht pluchepartij PvdA de taal en de ideologie van het Fortuynisme ’in te sluiten’ en over te nemen. Wie in de partijtop belt Maarten nog even op om te zeggen dat dat ’stelletje idioten’ bij nader inzien toch wel de vinger op zere plekken heeft gelegd?

De Groene doet z’n plicht

In Geen categorie on 31 december 2009 at 09:35

De prachtbundel ‘Tot ook ik verwaai’ van Peter Swanborn is dan – eindelijk – ergens besproken, en wel door Erik Lindner op de site van de Groene Amsterdammer. Het is goed en slecht nieuws tegelijk: goed nieuws DAT het gebeurd, slecht nieuws dat we voor dit soort recensies zijn aangewezen op de website van een ‘marginale uitgave’ als De Groene. Wie volgt?

Klik naar:

http://www.degroene.nl/commentaar/2009-12-30/Dementeren

Belgen blokkeren Thalys

In Geen categorie on 31 december 2009 at 09:23

Na een geslaagd flitsbezoek aan Parijs zou ik een juichverhaal over de Europese binnensteden kunnen afsteken, maar bij dit weblog hoort, vraag me niet waarom, toch meer het klaagverhaal over wat er NIET goed ging. Dat was op deze trip vrij duidelijk: de Thalys-aansluiting Anterwerpen Centraal – Brussel Zuid. Terwijl de marketingafdeling van NS Hi Speed de blaren op zijn tong praat om de spectaculaire reistijden te communiceren die het grote publiek de Thalys naar Parijs in moet krijgen, verandert de trein tussen Antwerpen Centraal en Brussel Zuid drie kwartier tot  een uur lang in een veredelde stoomtrein. Alsof de Vlaamse overheid de Thalys-passagiers extra wil pesten, telde ik op dit traject maar liefst negen lokale treinen  die aan weerskanten onze stalen supertrein voorbij staken. Soms zelfs met een triomfantelijk toetergeluid. Het scheelde niet veel of we werden bij elk, langs de spoorlijn gelegen huis in Mortsel, Kontich en Mechelen uitgenodigd om thee of koffie te komen drinken. Zowel op de heen als de terugweg kwam de trein diverse malen tot stilstand, en keken we soms tien minuten lang naar een afgebroken fabriek of op apengapen liggend parkeerterrein. Als je dan ook nog rekening houdt met het feit dat Nederland het traject van de Nederlandse grens tot aan Antwerpen heeft gefinancierd, bekruipt me het gevoel dat we die Westerschelde voorlopig maar ’ns helemaal niet moeten uitdiepen. Immers, zoveel is duidelijk, onze Belgen BLOKKEREN dit inter-Europese treintraject op flagrante wijze. En dat in de achtertuin van de Europese hoofdstad Brussel!!!

Voor de rekenaars onder ons: de afstand Brussel-Antwerpen, zo’n 40 km, zou de Thalys op topsnelheid circa 10 minuten (!) kosten en de reistijd tussen Amsterdam en Parijs met nog eens een half uur bekorten.

Waar is de krant?

In Geen categorie on 28 december 2009 at 20:59

De rampspoed van de de dagbladen ligt (1) aan de falende directies, (2) aan de luie (jonge) lezers, (3) aan de geldgraaiende ‘venture capitalists’ en (4) aan dat rottige, gratis internet. Ik wil – in alle bescheidenheid – ook een vijfde oorzaak lanceren: het ligt aan de journalisten zèlf! Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat twee prachtige dichtbundels, die ik hier gesignaleerd heb, nog steeds niet ordentelijk besproken zijn op de literatuurpagina’s van één van de toonaangevende kranten? Hoe kun je ooit denken weer een inhoudelijke rol te gaan spelen of commercieel succesvol te zijn als je, zoals nu gebeurt, slaafs achter de massamedia aanholt? En (teveel) meningen debiteert  over zaken die wij, lezers, ook al hebben gezien of gehoord? Waar is de krant als PIONIER? Als UITKIJKPOST? Of valt die taak voortaan aan blogs als deze toe? Voor de goede orde: de honds behandelde bundels zijn die van Peter Swanborn (‘Tot ook ik verwaai’) en Sylvia Hubers (‘Vandaar dit huwelijksleven’).  

Hallo, krantenredacties, wak-ker wor-den!!!!

Yolanthe zegt ‘ja’ tegen Wesley

In Geen categorie on 28 december 2009 at 20:37

- Ze bibbert en denkt aan het type publiciteit als ze ‘nee’ zegt – en zegt ‘ja’

- Ze denkt aan de efficiencyvoordelen als ze straks allebei dezelfde zaakwaarnemer hebben - en zegt ‘ja’

- Ze kijkt naar alle familieleden van Wesley, naar de lachende stewardessen, denkt aan een hele reeks komische films – en zegt toch ‘ja’

- Ze ziet Wesley op zijn knieën zitten, aait ‘m over zijn bolletje, denkt dat ze hem de baas kan – en zegt ‘ja’

- Ze rekent de alimentatie uit, op jaarbasis de helft van 8 miljoen… – en zegt ‘ja’

1 existentiële dialoog

In Geen categorie on 26 december 2009 at 13:25

‘Waarom houd jij een weblog bij?’

‘Goeie vraag. Voor mijn gezondheid, denk ik.’

‘Heeft een dokter ‘t je voorgeschreven?’

‘Ja. Zij ‘t dat ikzelf die dokter ben.’

‘Wat gebeurt er dan als je ermee stopt?’

‘Dan ga ik achteruit.’

‘Achteruit? Hoe bedoel je?’

‘Wat ik zeg - achteruit. Ik word minder. Mentaal vooral.’

‘Je houdt toch juist meer ruimte over als je dagelijks al die berichtjes niet meer hoeft te tikken? Misschien doet ‘t je mentaal juist goed!’

‘Jij mag dat denken. Ik denk dat niet. ‘

‘Waarom niet?’

‘Ik weet niet of ik je teleurstel, maar wat ik op het weblog produceer is in mijn ogen toch het beste wat ik dagelijks te bieden heb. Qua ideeën en gedachten.’

‘Maar het is toch mooi zat dat je ze “hebt”? Je hoeft ze toch niet steeds op het weblog te publiceren?’

‘Als ik ze niet publiceer, bestaan ze niet. Voor mij.’

‘Dus ben je een slaaf van je eigen waanideeën?’

‘Wie niet?’

‘Zonder weblog, geen geestesleven. Denk je dat echt?’

‘Zonder weblog een beetje doder. Ja, dat denk ik echt. Verdien ik nu stokslagen?’

Treinen naar Nergenshuizen

In Geen categorie on 22 december 2009 at 09:51

Over de vreemde ontwikkeling ‘weeralarmen’ en ‘weerswaarschuwingen’ te gaan introduceren en over zowat elke weertechnische ‘hoest’ (een buitje, een windvlaagje) eindeloos te gaan berichten in de massamedia, schrijf ik wel een andere keer. Wat me vanochtend op Radio 1 – tijdens dag twee van de aanloop naar een Witte Kerst – vooral opviel was het flinterdunne alibi waarmee mensen op reis gaan. Horende hun smoesjes en vage lulpraatjes moest ik meteen denken aan de uitspraak dat alle ellende in de wereld begint met het idee dat je ’s ochtends via de voordeur naar buiten moet (was dat niet Gerard Reve?). Op station Utrecht rende een NOS-verslaggeefster rond, die passanten vroeg ‘hoe het ging’ (met de vertraging), wat hun eindbestemming was en welke dringende zaak er eigenlijk op die eindbestemming op hen lag te wachten. Met name op die laatste vraag kwam bij niemand een bevredigend antwoord. ‘Ja, maar ik heb een tijdsplanning,’ zei een jonge vrouw aarzelend, die zich halverwege het interview, onder druk van de interviewster, bijna had laten overhalen om weer naar huis te gaan en met dikke sokken op de bank een boek te gaan lezen. Zij wilde dus, bij nader inzien, alleen maar naar Amsterdam CS om ‘een tijdsplanning’ te halen, waarvan onduidelijk bleef of ze die thuis niet ook kon halen. En of iemand er van wakker lag als die tijdsplanning een keertje niet gehaald werd. De volgende mevrouw moest naar Amersfoort. ’Wat moet u daar doen?’ vroeg de NOS-dame. ‘Eh… naar kantoor,’ zei de mevrouw licht beschroomd (alsof ze het zelf ook wat tuttig vond klinken). ’Kunt u niet een dagje overslaan?’ zette de NOS-dame door. ‘Eh… ik heb vandaag een vergadering. Teamoverleg.’ Ik zag de vergadering voor me, vooral de onderlinge blikken van verveeldheid (‘o, Detta gaat zeker weer beginnen over de jaarplanning, pfffff’) en toen de mevrouw vervolgens het antwoord schuldig bleef op de vraag of het ’erg’ was als dat teamoverleg in het nieuwe jaar zou plaatsvinden, wist ik genoeg: ze moest naar Amersfoort omdat ze gewoonweg niet beter wist dan elke ochtend naar Amersfoort te gaan. Puur automatisme. De NOS-dame voelde dat ze beet had en vroeg nog enkele andere passanten naar hun dringende wens de trein te halen. Alleen voor een dochter die haar alleenstaande moeder gezelschap wilde houden (‘ik heb een lekkere moorkop voor haar bij me’) kon ik begrip opbrengen en wilde ik, als luisteraar, dat de trein onmiddellijk in beweging kwam. De rest kon net zo goed naar huis… Maar de treinreis zat zó ingebakken in hun patroon, in hun Verhaal, dat het erop leek dat een dagje niksen of ontspannen een ongewenste emigratie betekende uit hun (ingebeelde?) Universum Van Urgentie.

Of verdient de mens ten volle zijn als werk vermomde ‘recht op luiheid’?

Samsom leeft nog in ‘oude wereld’

In Geen categorie on 19 december 2009 at 12:07

PvdA-kamerlid en klimaatyup Diederik Samsom is zwaar teleurgesteld over de afloop van de top in Kopenhagen. Zó teleurgesteld dat hij een karikatuur maakte van het verzet van bepaalde ontwikkelingslanden, die ook in laatste instantie dwars bleven liggen. Zo noemde hij die landen – opmerkelijk voor een PvdA-er! – ‘anti-Amerikaans’; hij bedoelde onder meer Hugo Chávez (Venezuela) en Raul Castro (Cuba). Diederik is altijd al een opgewonden standje geweest, zeker bij Greenpeace. Toen al waren zijn voornaamste strijdmakkers: Het Cliché en De Overdrijving. Nu heeft hij dus een nieuwe groep landen ‘in de ban’ gedaan, afgschilderd als een nieuwe ‘axis of evil’. Hijzelf haalt daar ongetwijfeld bevrediging uit – het benoemen van Het Kwaad -, maar waar hij niet bij stilstaat is dat het verzet veel breder is en dat de ontwikkelingslanden misschien, net als hij, diep teleurgesteld zijn. En het ’succes’ van een (magere) overeenkomst tussen de rijke landen volledig anders inschatten. Want wie heeft nu al last van de CO2-crisis? Juist! De ontwikkelingslanden!

Samsom leeft nog in de ‘oude wereld’, waar het noordelijk halfrond de dienst uitmaakt. Welterusten, Diederik…

Hup, Jeroen!

In Geen categorie on 19 december 2009 at 10:36

Vanochtend werd het Radio 1-Nieuws gepresenteerd door ‘invaller’ Jeroen Overbeek (ook nieuwslezer bij tv). Wát een verademing! Wát een stem! Wát een klasseverschil ook met het ‘gezellige niets-aan-de-hand-duo’ Marcel Oosten en Lara Rense! Overbeek beheerste de materie, stelde gortdroge, maar noodzakelijke vragen, vatte ijzig kalm en precies samen en leek (hulde!) al niet meer echt warm te lopen voor de even schaamteloze als doorlopende Radio 3-promo van ‘Serious Request’. (Braak.) Kortom, Jeroen heeft mij er in krap anderhalf uur overtuigd van het feit dat hij een geweldig radiotalent is, die ik veel vaker zou willen horen. Qua doorstastendheid en journalistiek instinct laat hij elke stem op Radio 1 achter zich. Echt…

Klimaatparia

In Geen categorie on 17 december 2009 at 18:06

Kijken naar geaccrediteerde VPRO-journalisten, die op de klimaattop recht – en uiteraard verontwaardigd – in de camera lopen te klagen dat ze niet in zaal A of B worden ‘toegelaten’. Ik krijg daar rare kriebels van. Het zal wel de internet-generatie zijn: hoog van de toren blazen over wat je allemaal wel en niet mag eten, drinken of consumeren, maar als ze zelf even een half uurtje moeten wachten (en wat is dat nou op  de levensduur van Moeder Aarde?) worden het meteen verwende kinderen. Zelf  ben ik tot dusver niet ‘warm gelopen’ voor dat klimaat. Nog even en ik ben een paria. ‘Wil jij dan niet dat de kleinkinderen van je kleinkinderen een goed bestaan hebben hier?’ vroeg onlangs een goede vriend. Ik zei: ‘Wacht even… Wil je dat nog een keer herhalen?’ Hij herhaalde het gevraagde en we begonnen moeizaam  uit te rekenen in welk tijdvak de ‘kleinkinderen van mijn kleinkinderen’ dan ongeveer zouden leven. We kwamen uit op ongeveer 1oo tot 150 jaar na nu.  ‘Het klinkt mooi, hoor,’ bekende ik. ‘Maar bedoel je nou dat ik me over mijn graf heen solidair moet voelen met al mijn nazaten? Ik heb, eerlijk gezegd, al moeite zat om nu, vandaag de dag, solidair met ze te zijn. Ik geniet intens van elke seconde dat er onderlinge harmonie en wederzijds begrip is - want vanzelfsprekend is dat allerminst. En daarnaast vind ik ”de kleinkinderen van mijn kleinkinderen” wel erg abstract. Mag dat?’ Ik werd nog net niet uitgemaakt voor a-sociale hond, maar hoeveel scheelde ‘t? Opeens is het mode om elkaar de maat te nemen omtrent de ‘gevolgen over 50 of 100 of 200 jaar’.  Van een sigaretje tot een autorit tot een vliegvakantie – voor je het weet moet je in vijfvoud een verdedigingsrede schrijven over je onverantwoordelijke lifestyle. Om nog maar te zwijgen van de zorgverzekeraar, die eveneens met een schuin oog naar de (verre) toekomst kijkt en bij elk pretje weer de waarschuwende vinger heft. 

Toekomst, toekomst, toekomst… Ik word af en toe gek van dat woord. Gehersenspoeld zijn we! Gelukkig is daar de VPRO-journalist die niet binnenkomt bij de klimaattop, boos het gedrang verlaat en in zichzelf vloekt: ‘Ik heb ‘t godverdomme koud!!!!’  Alsof niets anders dan zijn eigen ongemak ertoe doet!     

Hè, hè – toch een geestverwant…?

De ‘authentieke’ Jan Pronk is back!

In Geen categorie on 14 december 2009 at 12:56

Vanochtend kreeg ik PvdA-ideoloog en rabiaat babyboomer Jan Pronk bij ‘Goedemorgen Nederland’ (KRO, Nederland 1) op mijn bord. Het leuke van Jan Pronk is dat hij tot de laatste snik Jan Pronk zal blijven, niets bijleert, niet luistert en wonend in zijn onwankelbare gelijk bij de linkse kerk doorgaat voor ‘authentiek’. De onzin komt doorgaans met bakken tegelijk uit zijn mond en ook vanochtend had hij weer containers lariekoek in petto. Hij klaagde feitelijk steen en been dat de Grote Denker Jan Pronk niet meer in de internationale arena opereerde, want er zat ‘geen sluitend politiek idee’ achter onze strijd in Afghanistan. En het vertrek waarop zijn eigen partij aandrong (dankzij de perfide leider Wouter Bos, die, vindt Pronk, te weinig op Jan Pronk lijkt) kwalificeerde hij als ‘naar binnen gekeerd’ en ’ingegeven door electorale overwegingen’. Die dekselse Pronk! dacht ik. Zou hij in de jaren ‘70 een ’sluitend politiek idee’ hebben gehad toen zijn partij de deur openzette voor Turken en Marokkanen om in Nederland te komen werken? Had het paarse kabinet een ’sluitend politiek idee’ achter de privatiseringen van zorg, onderwijs en energie? Heeft Jan Pronk zelf ooit wel eens een ’sluitend politiek idee’ gehad, anders dan het consequent kielhalen van alles dat zich aan de rechterkant van zijn eigen – linkse – hobby’s beweegt?

Jan Pronk, u weet wel, de man die vroeg in de jaren ‘90, bij de bevrijding van Koeweit uit de handen van Saddam Hoessein, na amper 24 uur strijd in de microfoon tetterde dat er sprake was van ‘overkill’. Daar zat toen vast een ’sluitend politiek idee’ achter hoe je een oorlog voert zonder een schot te lossen! Dream on, Jan!

Maak Jeltje wakker…

In Geen categorie on 11 december 2009 at 14:19

Onthullend interview met de Haagse PvdA-lijsttrekker Jeltje van Nieuwenhoven in de VK vanochtend. Ze wil de media pertinent niet de schuld geven, hoor, maar de mensen zijn tegenwoordig zo ontevreden. (Zelfs Jeltje heeft ‘t nu door.) Vroeger, ja, vroeger ging ze met plezier naar haar bakkertje… Maar nu? Nu hoort ze daar alleen maar geklaag en is de lol eraf. Terwijl het ons, goedbeschouwd, toch voor de wind gaat -  meent Jeltje. Het zal wel niet in Jeltje’s botte hersenen opkomen dat juist haar partij het ‘gezicht’ van onze huidige welvaart heeft bepaald. En dat dat een gezicht een waterhoofd heeft vol humorloze, bedillerige PvdA-ambtenaren waar je sowieso – links of rechts, hoger- of lageropgeleid – stinkchagrijnig  van wordt. Als je Jeltje goed leest, zegt ze eigenlijk dat ze niet begrijpt dat zij en haar partij niet op handen worden gedragen.  Dat ze geen eretocht door de residentie krijgen aangeboden.

Ik zou zeggen: Hagenezen, laat Jeltje definitief ‘wakker worden’ op verkiezingsdag!

Hongerige wolf peuzelt Hubers op

In Geen categorie on 6 december 2009 at 20:42

Het grootste gevaar als je over poëzie schrijft, is dat je net zo ruimdenkend, invoelend en begripvol wordt als poëtisch geesten verondersteld worden te zijn. Ik ben namelijk niet ruimdenkend, invoelend of begripvol – ik ben een hongerige wolf op zoek naar gedichten die mij inspireren. En in die hoedanigheid is het volstrekt zinloos woorden te besteden aan bundels of dichters, waarbij je niks in je maag voelt rommelen. Wiens vlees zonder kraak op smaak door je slokdarm glijdt. Met die benadering houd je het (1) lekker overzichtelijk,  (2) positief en (3) hoef je, halleluja!, niet in discussie met academische haarklovers, die de maag als wegingsfactor totaal niet serieus nemen.

De laatste bundel die ik met smaak heb opgepeuzeld, is ‘Vandaar dit huwelijksleven’ van de Haarlemse stadsdichter Sylvia Hubers (1965). Hier hebben we een vrouw aan het woord die naakte gekte en waanzin toelaat of aantrekt, en daar, in jaloersmakende buien van vormbewustzijn, een klap aan uitdeelt, waarna er zelfs voor Opel- en Ford-rijders te genieten poëzie uitrolt. Om die klap uit te delen en de gekte/waanzin te betrappen, heeft Hubers geen moeilijke woorden nodig. Integendeel. Met huis-, tuin- en keukentaal, die dicht bij die van de Libelle ligt, creëert ze soms bevrijdende, soms benauwende universa. Zomaar een toppertje uit de bundel is deze:

MET STOPVERF/Nee, ik zal je niet/met stopverf vergelijken/zoals je daar in je stoel/met je benen over elkaar/je armen om de krant.//Ik loop in leuke jurkjes voorbij/met kopjes en schotels, ik heb ook/nieuwe tanden geprobeerd.//Stopverf drinkt/af en toe een slokje koffie//een hoorbaar slokje/dringt de stilte binnen

Ik weet niet hoe het u vergaat bij het lezen van dit gedicht. Maar ik denk dat het woordje ’stopverf’ voor mij nog jarenlang een afschrikwekkende en morbide betekenis zal hebben. Met dank aan Sylvia Hubers. Wat ook erg lekker was aan haar nieuwste werk, is de manier waarop Hubers zich vormtechnisch ‘vrij vecht’ uit de symbolische modderlagen, waar heel veel poëzie in verdwijnt. Sterker nog: ze gaat af en toe de grens over en verlevendigt haar bundel met het marginale genre van het zeer korte prozaverhaal! Ook daar produceert ze menig juweeltje.  

Hoewel ik in de verleiding ben de hele bundel te citeren en bejubelen, zie ik het als mijn primaire taak u hongerig te maken naar de wonderlijke geest van Sylvia Hubers. Dus sluit ik zuinig af met een andere favoriet. Als die u bevalt – net als ‘Met stopverf’  - kan het niet anders of u moet deze bundel gauw bestellen.

ZIJ/Zij zouden echt niet met de hemel te koop lopen/als die bestond. Echt niet. Zij zouden hun hemelpoort/verbergen, dikke pijpen roken, ijskoud in de verte/langs je kijken wanneer je de onmogelijke vraag stelt

Als je hier geen trek van krijgt…

Volkskrant: smoeltjes in stoeltjes

In Geen categorie on 4 december 2009 at 10:06

Of het nu uit wijsheid is of uit wantrouwen, het gros der consumenten laat zich niet makkelijk meer de spreekwoordelijke Knollen voor Citroenen verkopen. Zeker als het om nieuws en opinie gaat. Waarom zou je iemand geloven met een ander leven, andere overtuigingen en andere uitgangspunten? Ooit liep ik – eind jaren ‘90 – rond op de redactievloer bij SBS6, meer in het bijzonder bij de spraakmakende jongens en meisjes van het volksjournaal ”Hart van Nederland”. De hoofdredacteur had toen al in de smiezen dat de journalist/verslaggever, uit oogpunt van publieke geloofwaardigheid, meer dan ooit  ’onderdeel’ moest zijn van het nieuws – geen kille observator. Hij zei nog net niet dat je jezelf in de hens moest steken als je verslag deed van een uitslaande brand in een woonwijk of bedrijventerrein, maar veel scheelde het niet. De ‘belevende journalist’ was geboren, en tegenwoordig heet SBS’ paradepaardje in dat genre Alberto Stegeman.

Opgelet: ik vond en vind “Hart van Nederland” in de uitvoering nog steeds een infantiele sensatierubriek, maar de basisfilosofie was zo gek nog niet. Dit jaar won Jelle Brandt Corstius (VPRO) zowat de Nipkow-schijf met de reportagereeks ‘Van Moskou tot Magadan’, waarin hij zichzelf zonder vrees, en ogenschijnlijk willekeurig, in allerlei mini-ex-Sovjet-staatjes lanceert en de vreemdste gesprekken en situaties op camera vastlegt. Met gevaar voor eigen leven! Pietje Bell achter de Oeral, zoiets. Erg aanstekelijk…

Nee, dán de recensenten en redacteuren van de VK, die tegenwoordig ontspannen in hun designerstoeltjes achterover leunen!  En in de bijgaande kolommen hun volstrekt voorspelbare, zure zelf mogen etaleren! En – kennelijk – óók nog denken dat wij daar tot in lengte van dagen voor blijven betalen!!! Ik noem een Jean-Pierre Geelen, een Bor Beekman, een Peter Giessen, een Caspar Janssen… Wie? Ja, u hoort het goed: de weergaloze kanonnen van de Achterover Leunende Elite Van De VK. Die lui waarmee ze hopen nieuwe abonnees te werven en recordomzetten te draaien… Alleen al de ’air’ van onfeilbaarheid waarmee ze je ’s ochtends aankijken, de houding van ‘niets-raakt-ons’ en ‘wie-maakt-ons-wat?’ is bijna genoeg om mijn abonnement in te leveren. Hééé, halloooo ! Kom ‘ns uit die steriele kantoortuin! Die krasvrije designermeubels! Weten jullie nog hoe een stoep eruit ziet, een drukke markt, een bijstandsmoeder? Of blijven jullie liever naar de koffiemachine heen en weer lopen? Voor eeuwig onfeilbare Smoeltjes in Stoeltjes? In de Volkskrant is de ‘oude journalistiek’, in z’n meest arrogante vorm, opnieuw begonnen.

Ik rehabiliteer Vrij Nederland, tot morgen…

In Geen categorie on 3 december 2009 at 22:24

Geen wispelturiger mens dan de blogger. Elke dag probeert hij op z’n minst te suggereren dat hij een nieuwe zienswijze of ervaring in de aanbieding heeft. Dat die zienswijze of ervaring mogelijk dwars tegen zijn eerdere zienswijzen en ervaringen ingaat, is voor een blogger geen bezwaar. Voor hem is gisteren ongeveer de Middeleeuwen. En zo kan het gebeuren dat ik vanmiddag de nieuwe Vrij Nederland uit de schappen pakte (verleid door een cover over Nalden, een succesvolle blogger) en, eenmaal de laatste bladzij omgeslagen hebbend,  tot de conclusie kwam dat ik me twee uur erg vermaakt had met het blad. Beweerde ik op ‘Seksloos’ een paar weken terug nog maar dat het in VN eerder 1970 is dan 2020, nu zit het met verhalen over bloggers (hip), de baardrevival (hipper) en de door dansende discogeneratie (hipst) midden in de zogenaamde Tijdgeest. Ik trek mijn eerdere kritiek dus volledig in. In ieder geval tot morgen…;-)

Aparte vermelding verdient de column van vaste VN-columnist Micha Wertheim, ditmaal over het ‘Rekeningzeuren’. Ik dacht even dat ik erin bleef, zó komisch was de analogie met het rekeningrijden! Als VN een voetbalclub was zou je zeggen: ‘Aan die jongen  gaan ze nog veel plezier beleven.’

De kunst van het zwijgen

In Geen categorie on 1 december 2009 at 21:56

Kan je een partij schaak winnen als je minder schaakt dan je tegenstander? Nagenoeg onmogelijk. Kun je een voetbalwedstrijd winnen als je twee klassen minder voetbalt dan je opponent? Dat is al een stuk waarschijnlijker. Hoe vaak komt het niet voor dat een topelftal negentig minuten lang op de hechte defensie van een hekkensluiter stuit en in de blessuretijd de 1-0 schlemielige om de oren krijgt? Oké, dan tennis… Lijkt deze sport meer op het ‘eerlijke’ schaak of het ‘oneerlijke’ voetbal? Ik neig naar het ‘oneerlijke’ voetbal. Zeker op amateurniveau zie je regelmatig sterke spelers ineenschrompelen tot beginnelingen als ze met een juiste mix van hoge ballen, effectslagen en doeltreffende klappen aan het wankelen worden gebracht. Gelukkig maar. Als pure recreant heb ik er soms duivels plezier in om een goede C- of B-speler psychisch naar de afgrond te tennissen en hem, indien mogelijk, te verslaan. Je maakt er niet altijd vrienden mee, maar ja, dat is een ander verhaal… 

In de strijd om je speltechnische achterstand via het psychologische spel te compenseren, is zwijgen een belangrijk onderdeel. De oudjes onder ons herinneren zich Björn Borg nog wel, het zogenaamde ‘ijskonijn’. Die wist eind jaren ’70 tegenstanders tot razernij te brengen door zelf, ook na de grootste blunder, te blijven zwijgen, stoïcijns naar de baseline te lopen en met ongebroken lichaamstaal de volgende service te ontvangen. Borg was de eerste speler die het zwijgen – of het niet-reageren – tot Kunst verhief. Het zwijgen heeft een tweeledig effect. Ten eerste houd je jezelf geconcentreerd op het volgende punt dat strikt genomen evenveel oplevert als het punt dat je net op domme wijze hebt ingeleverd. Ten tweede rekent de tegenstander na een aperte misslag stiekem op een gefrustreerde schreeuw, die hem een extra stoot adrenaline geeft. Als je hem met zwijgen die adrenalinestoot ontzegt, kan er zomaar ineens sprake zijn van het omgekeerde effect, namelijk: dat jij ondanks een vette blunder als de (psychische) overwinnaar uit de bus komt.

Borg heeft ‘school’ gemaakt met zijn structurele zwijgen. In het moderne profcircuit zie je nog zelden opgewonden standjes. Elke moderne tenniscoach weet inmiddels dat wilde theatergebaren op de baan geen ‘rendement’ opleveren. Van de weeromstuit begin ik hevig te verlangen naar de Oerschreeuw en het Woedend Stukgelagen Racket. Hoewel ikzelf ook een gevorderde zwijger ben, ga ik, als tegenwicht, binnenkort ook een keer uit de bocht vliegen en sla ik mijn racket stuk tegen de umpirestoel. Ik zeg niet waar en wanneer, maar u mag komen kijken!

(Deze column werd geschreven voor de ‘Baanpraat’, het cluborgaan van ATV Berkenrode)

Peter Swanborn is prachtig

In Geen categorie on 1 december 2009 at 12:01

Wat een heerlijk ’simpele’ kop, hè lezer? Ik zou het zo nog 100 x willen herhalen: ‘Peter Swanborn is prachtig’. En ik doel dan, met name, op zijn pas verschenen bundel ‘Tot ook ik verwaai’ (Podium). Hoewel ik doorgaans niet erg gesteld ben op themabundels, weet Swanborn mij hier terstond te ontdooien. Hij richt een monument op voor zijn dementerende moeder – en wat voor één! Hier beschrijft een zoon, in de kracht van zijn leven en met minutieuze passie, het stapje voor stapje wegglijden naar een eeuwige donkerte. Een proces dat gedicht na gedicht aan kracht, intimiteit en universaliteit wint. Daarenboven – en dat is al even knap – weet hij de scheidingswand tussen het lot van zijn moeder en de haar omringende mensen – soms subtiel, soms keihard – weg te trekken, waardoor de lezer op een intelligente manier schrik wordt aangejaagd. ‘Wat mijn moeder kan overkomen, kan jou ook overkomen’.  Het gedicht ‘Verjaardag’ is hiervan een treffende illustratie:

Familie compleet, bloemen in plastic,/soep met kroket, hard praten,//cadeautjes bedoeld om goed te maken,/vers kleinkind onhandig op schoot gelegd.//Ze ziet niets, hoort alles, keert zich af./Die mensen, wat willen ze toch?//Iedereen druk met elkaar of zichzelf./Het weer, het werk, vakantie, hypotheek.//Ze luistert en zwijgt, zegt niet:/wacht maar, ook jullie zijn alleen.

Ik blijf erbij: Swanborn is prachtig! De hele bundel door houdt hij dit niveau en rijgt hij het ene prachtminiatuurtje aan het ander. Zoals een andere recensent opmerkte gaat zijn werk ‘direct naar hoofd én hart’, en dat kan geen kwaad in de toch licht steriele wereld van de Nederlandse poëzie. Voor meer uitgebreide en uitgewerkte recensies kunt u terecht bij mijn ‘collega’s’ van de kranten en de diverse poëziesites.

Niet naar KEVBDD

In Geen categorie on 29 november 2009 at 22:36

Help! Overkill! Ik weet nu – zonder actief op zoek te zijn – ongeveer alles over de film KEVBDD. Ik weet zo’n beetje alles van de gevoelens die de acteurs hadden bij de aanstelling van het ‘fenomeen Reinout’ als regisseur. Ik weet ongeveer alles over wat welke acteur bij welke scène voelde. En ik weet werkelijk alles over hoe een hoofdredactrice van een Nederlands modeblad over hoofdpersoon Stijn denkt en hoe dat slinks werd weggewoven door regisseur Martin Koolhoven en acteur Daniël Boissevain. Verder weet ik bijna alles over de gevoelens van Reinout voor, tijdens en na de opnames en de première en heeft ook actrice Anna Drijver (die de duivelse verleidster van Stijn speelt) amper nog geheimen voor me. En reken maar dat alles wat ik nog niet weet over KEVBDD de komende weken, via via, wel te weten zal komen: middels tv, radio, internet of YouTube.

Sorry, Reinout, ik ga naar de film om iets NIEUWS te ervaren. Niet om de publiciteitsmachine rond een film te controleren. Troost je. Zonder mij haal je de 1 miljoen bezoekers zeer waarschijnlijk ook wel…

De anekdote als fascisme?

In Geen categorie on 28 november 2009 at 18:55

De moderne poëzierecensent lijdt aan meningenmoeheid. Voor een erudiete geest als hij (of zij) is de excercitie van het wikken, wegen en oordelen in zichzelf een cliché geworden. Een flauw spelletje iene-miene-mutte waarmee de recensent niet langer geassocieerd wenst te worden. Hij (of zij) wil veel liever een deel van het wereldraadsel oplossen of een taalfilosofie tegen de te recenseren gedichten ‘aan leggen’, zodat zwart op wit staat dat we hier met een Hogere Geest van doen hebben, die zich verre houdt van de traditionele taal, die feitelijk niks anders doet dan dingen in hokjes stoppen. Een welhaast fascistische bezigheid, waarvan het nieuwe type (taalvijandige?) poëzierecensent zich verre houdt. En ik maar denken dat je als dichter zelfs anno 2009, hoe dan ook, nog gewoon het ’podium’ op moet – al is dat podium het papier van je eigen bundel. En dat de recensent ‘in de zaal zit’ om ons, het argeloze publiek, voor te lichten over wat hij/zij gezien/gelezen heeft. Bijvoorbeeld: hoe goed of slecht het was. Foei! Foei! Billenkoek! Wat ben ik ouderwets! Want de nieuwe poëzie is tot in al zijn vezels een rechtstreeks aan de recensent gesteld raadsel, dat, mits hybride genoeg, door de recensent in dank wordt aanvaardt omdat alle raadsels of ‘openingen’ hem (of haar) de gelegenheid geven die met hun eigen, poëziekritische keutel op te lossen dan wel in te vullen. Zonder die raadsels of openingen, komen ze niet meer in de zaal zitten en word je genegeerd.

Voor de goede orde: ikzelf geniet ook van ’complexe’ dichters als Wijnberg, Wesseling, Van Adrichem, Möhlmann en Verhelst. Dat hun werk smullen is voor doorgestudeerde recensenten – het zij zo. Maar dat de meer anekdotische poëzie (waaronder Willem Thies mijn eerste bundel – terecht – schaarde) vervolgens door subsidieverstrekkers en ‘de’ recensenten als paria behandeld wordt (waarschijnlijk vanuit de gedachte dat er ‘niets nieuws’ onder de zon is) lijkt me onjuist en onredelijk. Waarom zou moderne poëzie per definitie een geproblematiseerd taalfabriekje moeten zijn en geen wervelende taaluiting over, bijvoorbeeld, de tijd van nu? Als het over anekdotische poëzie gaat, stapt het recensentendom ineens WEL over haar walging tot oordelen heen, wordt er ineens WEL rigide geredeneerd en staat men ineens WEL met een vooringenomen mening en dito diskwalificatie klaar. Leg me dat ‘ns uit.

Wie een bewijs wil hebben van de ongrijpbare manier waarop de poëziekritiek anno 2009 bij voorkeur bedreven wordt, leze de recensie van G. Franssen over Möllmann’s ‘Kranen open’ op De Reactor…

http://www.dereactor.org/home/detail/geen_last_van_betrekkelijkheid_de_nieuwe_authenticiteit_van_thomas_moehlman/

Kleine verliesrekening van een ZZP-er

In Geen categorie on 26 november 2009 at 12:21

Je hebt klus A, klus B, klus C en, tenslotte, klus D. Als het verwarrend klinkt, moet u maar denken: degene die al die klussen tot een goed einde probeert te brengen is nog in goede gezondheid, heeft een behoorlijk stel hersens en verdient zodanig dat hij er niet in lompen bijloopt. Toch – dat begrijpt u – kan het wel eens druk worden in het hoofd van genoemd persoon. En in deze tijd van mobiele technologie is het heel wel mogelijk dat hij – om redenen van bereikbaarheid – onder het uitvoeren van klus A bereikbaar moet zijn voor de opdrachtgevers van klus B en C. Nog los van de mogelijk dát die opdrachtgevers gaan bellen (en eventueel lastige of onzinnige vragen gaan stellen, die bovendien een totale geestelijke omschakeling vergen),  zou hij zich het liefst, zo ondervindt genoemde persoon, op één klus tegelijk concentreren en meent hij te merken dat de energie die in die wens (of dat verlangen) gaat zitten door een onbenoembaar mechanisme in mindering wordt gebracht op de energie die hij in opdracht A, waar hij druk mee bezig is, kan stoppen. Het besef van dat verlies achtervolgt hem. Slóópt hem – denkt hij wel eens in een sombere bui. En dan hebben we het nog niet eens over opdracht D, een langlopende opdracht die pas over twee jaar klaar hoeft te zijn maar periodiek (eens in de twee weken) wel een paar uur totale afzondering van hem eist, en wel zodanig dat hij gedurende die paar uur voor geen van zijn andere opdrachtgevers bereikbaar kan zijn (hetgeen op potentieel onbegrip stuit bij die andere opdrachtgevers en het vooruitzicht op dat onbegrip alleen al werkt op zijn zenuwen).  Soms raakt de persoon in kwestie – verbaast u dat? – totaal de kluts kwijt. Gelukkig heeft hij dan nog een zelfontworpen klusje (E?) om bij onder te duiken: het weblog waarop hij regelmatig een nieuw berichtje schrijft. Afgezien hiervan gaat het overigens UITSTEKEND met hem en zegt hij negen van de tien keer opgetogen dat alles wat hierboven beschreven staat een ‘way of life’ is!

(De Persoon in kwestie, dat ben ik. Het weblog dat hierboven wordt aangehaald is het weblog dat u nu leest.)

Van Rompuy, ‘Dalai Lama’ van de EU

In Geen categorie on 21 november 2009 at 21:03

Begin november gaf Herman van Rompuy, toen nog ‘gewoon’ premier van België, een interview aan Elsevier’s Hugo Camps. In retrospectief zou je bijna gaan denken dat het een verkapt sollicitatiegesprek betrof – zózeer doet de premier zijn best zichzelf neer te zetten als een lamme dakspecht met een hang naar filosofie en haiku’s. Gelijk maar een paar citaten: ‘Ik ben immuun voor excessieve reacties. Ik ben niet in staat mij in te leven in opwinding. Misschien ben ik gewoon te saai.’ En: ‘Wat stempelt een mens? Eerder de natuur dan gebeurtenissen en ontmoetingen.’ Op de vraag of België ooit nog uit de wurggreep van staatsrechterlijk getouwtrek komt, bijvoorbeeld tegen het jaar 2020, antwoordt hij doodkalm: ‘Ik denk het niet.’    

Als je voor een goeddeels inhoudsloze functie (EU-president) zo’n onthechte, maar gniffelende castraat als Herman van Rompuy kan krijgen en alle lidstaten gedogen hem, is het helemaal niet zo’n gek idee om ‘m te nemen.  Dan maar geen symbool! Dan maar geen richting! Dan maar geen daadkracht! Herman gaat de koffiemachines bedienen tijdens de aanstaande EU-toppen en zal nieuwelingen als Roemenië en Bulgarije gaan inwijden in de edele kunst van het uitstel, de vertraging, de lege bewering, de valse ambitie. Enfin. Natuurlijk kun je zeggen dat de EU in dit stadium een energieker en charismatischer iemand nodig heeft, geen theewaterige mysticus á la Van Rompuy, maar het meest malle aan Camps’ interview is dat de premier zich – na lang beraad – toch wel ergens zorgen over blijkt te maken, namelijk over de ‘versplintering van de samenleving’ en ’het pessimistische levensgevoel’, die zich beiden, naar zijn indruk, in West-Europa ernstig doen gelden.

Met castraten als Van Rompuy aan de top van de apenrots, ben ik geneigd te zeggen: vind je ‘t gek? Sinds wanneer los je problemen op met haiku’s? Tony Blair had de EU tenminste nog ’smoel’ gegeven, een te begrijpen agenda wellicht? Ondertussen is Van Rompuy trouwens ook niet vies van een portie pessimisme, maar in de ogen van Camps moeten we de volgende uitspraak ongetwijfeld beschouwen als de Tibetaanse wijsheid van onze kersverse EU-aanvoerder: ’De windbuil van verwachtingen heb ik losgelaten.’ – Amen, Dalai Lama! Amen, Herman van Rompuy! Een vleugje Zen in Brussel!

Burger is mediawijs

In Geen categorie on 18 november 2009 at 11:40

Drie opvallende dingen in de uitzending van P&W, gisteravond.

1. De ‘onbekende burgers’ op de tribune waren in veel gevallen minstens zo goedgebekt en welbespraakt als de, ook niet domme, minister Van der Laan. Dit was lastig voor de minister (hij kon niet domineren), maar mag hij tegelijkertijd zien als een compliment voor zijn partij, die ooit ijverde voor de emancipatie van de ‘gewone man’.

2. Van der Laan putte zich uit in het zich ‘eens’ verklaren met de klachten uit het publiek. O! wat was hij deemoedig, zo vlak voor de verkiezingen. Wat hij vergat is dat er nog een belangrijke - Oud-Linkse - stroming binnen zijn eigen partij actief is, die de antwoorden van tien en twintig jaar geleden nog steeds huldigt en ze aanprijst als de broodnodige ‘Idealen’.

3. Geert Wilders heeft een zeer verstandige broer, Paul, die Van der Laan qua wijsheid en flegma volledig ’wegspeelde’.

Pefko versus Kluun

In Geen categorie on 17 november 2009 at 22:55

De  buitenwereld zal het wel weer uitgelegd willen hebben, maar dit keer houd ik mijn poot stijf. Op grond van enkele eerste indrukken van de schrijver David Pefko (vooral op internet) zie ik erg uit naar zijn debuutroman, getiteld ‘Levi Andreas’. Elders op dit weblog heb ik getracht te expliceren wat er gebeurt als hoge verwachtingen niet onmiddellijk worden omgezet in directe bevrediging, maar om Pefko gerust te stellen (alsof dat nodig zou zijn) wil ik alvast kwijt dat ik hem, in de week dat de non-schrijver ‘Kluun’ zegevierend over de rode lopers van Tuschinski wandelt, hoe dan ook in bescherming neem, zelfs tegen mijn persoontje. Reden? Bij Pefko ’zie’ je na drie zinnen dat hij, in tegenstelling tot de Brabantse koekenbakker, kan schrijven, écht kan schrijven. En dat ga ik dus - voor de verandering – eens NIET uitleggen.

To be continued.

Het antwoord van VN

In Geen categorie on 16 november 2009 at 23:13

Mijn bondige reeks conclusies over VN ontlokt hoofdredacteur Frits van Exter de volgende reactie:

‘Ha,

Een hele eer om zo ten grave te worden gedragen! Binnenkort overigens het 42-ste interview met F. Rottenberg….’

Met vriendelijke groet,

Frits van Exter

VN:1970 is dichterbij dan 2020

In Geen categorie on 16 november 2009 at 09:10

Via een mail aan dit weblog vroeg VN-hoofdredacteur Frits van Exter of ik, na mijn scherpe stukje over de nieuwe positionering (in reclamevakblad Adformatie), ook zo vriendelijk wilde zijn het geherpositioneerde blad te bespreken. Bij deze.

Na het lezen van VN-nummer 46 (jaargang 70) wil ik een aantal bondige conclusies pogen te trekken. Komen ze…

* VN weerspiegelt naadloos de stemming van de doelgroep: moedeloosheid over de ‘emoties op internet’, het waarschuwende vingertje richting Wilders en Wilders-achtigen, bijna onverholen nostalgie naar de tijd dat het 27-ste VN-interview met Felix Rottenberg nog als ‘nieuws’ gold

* in deze lijn: cabaretier Herman Finkers krijgt vrij baan zijn afschuw uit te spreken over een mogelijk zakenvliegveld op Twentse bodem, belangrijkste argument: waarom houden we het nou niet, zoals het is?

*  door het hele nummer wordt een soort ‘tweede werkelijkheid’ gecreëerd (een nostalgische, is mijn indruk), waar de zeventiger/filosoof Alain Badiou een post-communistisch gelijkheidsideaal mag toelichten, Theo Maassen bekent dat hij niet van haast houdt, Amerika weer gewoon verschrikkelijk rechts is (portret Fox-ster Glenn Beck) en Robbie Williams wordt ontmand met de vaststelling ‘geen meesterwerk, maar het bruist’.

* tenslotte laat journaliste Annemiek Neefjes zich in ‘De opmars van het stoepkind’ redelijk laat overtuigen dat ze de ‘tegenstelling stad platteland’ niet meer zo scherp moet zien 

Persoonlijk ben ik heel erg voor reflectie en bij mij geldt: denken? dóen! Maar het denken in VN gaat eerder achteruit dan vooruit. 1970 lijkt dichterbij dan 2020. De doelgroep van VN is stervende, VN verzorgt een prettige oude dag…

Lees Sylvie Marie

In Geen categorie on 15 november 2009 at 16:14

De verleiding is groot een ‘held’ in de muziek te kiezen, in de sport of – in mijn geval – in de poëzie. Ik heb aan die verleiding altijd ruimschoots toegegeven. ‘Held’ ken ikzelf alleen in meervoudsvorm: Bukowski is een held van mij, Pessoa, Szymborska, Holub en dichterbij Tellegen, Duinker, Armando. Het ‘gemeenschappelijke’ aan zo’n namenlijst is dat je denkt het werk van genoemde dichters te kunnen doorgronden, althans voldoende om er, met enig recht, je bewondering voor te kunnen uitspreken. Noem het zielsverwanschap, of ‘whatever’. Onlangs is er echter een dichter aan het firmament verschenen, een dichteres om precies te zijn, bij wie ik, geloof ik, de illusie al meteen heb opgegeven dat ik haar poëzie op enigerlei wijze ga doorgronden, en toch – zo merk ik - weet ze een stevige druk te ontwikkelen om in mijn heldenlijst te worden opgenomen. Haar naam? Sylvie Marie. Omdat de ‘bron’ van haar poëzie mij volkomen vreemd is, ben ik voorzichtig: het enige wat ik met zekerheid over haar gedichten kan en wil zeggen, is dat ze zich, in mijn beleving, in een soort voorgeborchte afspelen, dat wil zeggen: in een ruimte of tijd voor ‘onze actuele wereld’. En dat ze daar, in mijn ogen, ongekend sterke en sprekende beelden wegsnaait, die ze in (veelzeggend in dit verband!) hoofdletterloze taal aan het lezerspubliek schenkt.

Ik zou nog wel even door kunnen gaan over de belevenis een Marie-gedicht te lezen, maar het belangrijkste is dit: als u ook het gevoel heeft dat ‘onze actuele wereld’ verstopt zit en overvol is met (bekende) beelden, doe dan een stapje terug en lees Sylvie Marie. Zeg maar dat ik het aanbevolen heb.

Bloemlezing ‘Sinterklaas’ in de winkels…

In Geen categorie on 14 november 2009 at 21:08

In de reeks ‘Rainbow Essentials’ is vandaag de bloemlezing ‘Sinterklaas’ (‘de mooiste Sinterklaasgedichten uit de Nederlandstalige literatuur’) verschenen. Ik maak daar melding van om het simpele feit dat, op pagina 203, het gedicht ‘Knellende omzetcijfers’ is opgenomen, geschreven door ene Hans van Willigenburg…

Kopen, die bundel! (9,95)

Postmoderne orgie in 035

In Geen categorie on 14 november 2009 at 20:56

Een evangelische omroep die sletjes achtervolgd om ze veertig dagen lang naar seks te zien hunkeren; een socialistische omroep die presentatoren vier ton betaald ‘omdat ze anders naar de concurrentie gaan’; een christelijke omroep die na dertig jaar trouwe dienst binnen een half uur een ‘anchorman’ dumpt voor een jonger ding; een katholieke omroep die mensen uit de kleren praat voor ‘het goede doel’. Wat zich tegenwoordig de Publieke Omroep noemt is qua ‘normen en waarden’ een postmoderner allegaartje geworden dan Jeff Koons of Rob Scholte ooit voor mogelijk hadden gehouden. En dan maar roepen dat je ‘onmisbaar’ bent en er geen centje af mag van je jaarlijkse subsidie annex Godsgeschenk van 700 miljoen euro. Vind je ‘t gek dat Nederland de weg kwijt is? Eigenlijk is die 30 zetels voor Wilders nog een beschaafde score als je nagaat hoe ‘van God los’ de Hilversumse elite zich gedraagt.

PowNed, hállo! Breng de anonieme gifmengers achter dit ontspoorde staatscircus in beeld…! Húp! Ondervraag ze! Jullie valkuil heet toch: doodgeknuffeld?

2525 volgen, uit naam van Obama

In Geen categorie on 14 november 2009 at 10:51

Of Joop nou het nieuwe Oost-Berlijn van het internet is of niet, eindredacteur Francisco van Jole heeft, achter De Muur van Joop, een nóg ideologischer plakje cybergrond: zijn eigen weblog www.2525.com.  Daar lees je (dank daarvoor) klip en klaar hoe het wereldbeeld van een linkse mensenhater tot stand komt. Daar zie je de Nederlandse journalistiek constant teruggebracht tot de vraag: deugt iemand of deugt-ie niet? (Zie wat Unilever-topman Morris Tabaksblatt daarover ooit zei in ‘Zomergasten’: ‘De Nederlandse journalistiek houdt op met kritisch-zijn als ze besloten heeft dat je deugt.’) Van Jole heeft zojuist weer een nieuwe figuur in de bak ‘Deugt Niet’ gegooid, en niet de minste: premier Balkenende. Die arme stuntelaar uit Zeeland staat – in de curieuze visie van Van Jole – aan de basis van het populistische klimaat in Nederland, dat de premier nu zelf veroordeelt. Ik ben geen fan van Balkenende, verre van, en het is de taak van de journalist tegenspraken en paradoxen te signaleren. Maar hier wordt de premier veel groter gemaakt dan hij ooit geweest is, namelijk tot een perfide meeloper met ’s lands állergrootste demon: Pim Fortuyn! Ik citeer: ‘Sterker nog hij (Balkenende, HvW) deed er nog een schepje bovenop. Hij stelde dat Nederland toe was aan ‘wederopbouw’, een term die hoort bij de jaren na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Hij rook immers de kans om het CDA, dat voor het eerst in de geschiedenis twee kabinetten lang niet aan de macht was geweest, terug in de regering te krijgen. Met hulp van Fortuyn. Dat het hele politieke klimaat daarmee naar de sodemieter werd geholpen, nam hij voor lief. Balkenende klaagt over de brand die hij zelf eerst heeft aangestoken.’  De premier die een heel land in brand steekt – heeft u dat ooit in JP gezien, een soort Bat- of Superman? Ik ook niet.

Het is dan ook complete onzin wat FvJ hier noteert. Hij doet net of één man de kurk uit de hals trok, de geest uit de fles liet ontsnappen en het land daarmee in het politieke verderf stortte. Nogmaals: een overdrijving van heb ik jou daar! In werkelijkheid - lees Pim Fortuyn – ’smeulde’ het aan het begin van de 21-ste eeuw op talloze fronten in de maatschappij: het onderwijs, de zorg, niet in de laatste plaats in het vastgelopen politieke systeem zelf. Lees, bij twijfel, het boek ‘Zand in de machine’ van Chris van der Heijden, waarin glashelder beschreven wordt hoe Nederland onder Paars een soort Sovjet-staat werd, waar de onkunde van overbetaalde managers in de publiek-private sector ’vrij spel’ kreeg en we nu opgescheept zitten met een klasse van bobo’s bij hogescholen, woningbouwcorporaties, ziekenhuizen en verzekeraars, die geen enkele voeling meer hebben met het werk waarvoor die organisaties zijn opgericht. Deze klasse was druk bezig om - zoals Pim het glaszuiver uitdrukte – de samenleving ‘verweesd’ achter te laten. Om nog maar te zwijgen van de ‘doofpot’ van de linkse pers, die dertig jaar lang elke autochtone klager in de oude wijken tot ‘racist’ wist te bestempelen. Als ik Van Jole goed begrijp, zegt hij: we hadden dóóóór moeten gaan met die doofpot, we hadden dóóóór moeten gaan met die neo-liberale-linkse koers, we hadden dóóóór moeten gaan die ellendige en verzuurde PVV-kiezers in hun miserabele hok te laten creperen. En wat deed JP? Hij tilde het deksel op en (citaat) ‘hielp het politieke klimaat naar de sodemieter’.

Je kunt rechtlijnige gelijkhebbers van het type Van Jole nooit hinderlijk genoeg volgen. Het gaat me daarbij, nadrukkelijk, niet om zijn persoon (hoewel hij er, ter verdediging, wel die wending aan wil geven). Uiteindelijk denk ik zelfs dat we, qua idealen, heel dicht bij elkaar staan. Waar ik me oprecht aan kan storen is dat hij kennelijk denkt dat hij die idealen dichterbij brengt door mensen onophoudelijk – als een doorgewinterde dominee – in het beklaagdenbankje te plaatsen. Zijn core-business is: wantrouwen. Alleen al om die arrogante vorm van denken terug te dringen, ben ik een hartstochtelijk supporter van president Obama,  een voormalig ‘community-worker’. Hij belichaamt – voor mij – de positieve waarden van progressieve politiek en combineert dat op een wonderbaarlijke wijze met een groot empathisch gevoel voor wat mensen, kiezers, beweegt. Mede uit zijn naam blijf ik de misantroop Van Jole volgen als een hinderlijke horzel.

Maarten R. & het totalitaire denken

In Geen categorie on 13 november 2009 at 21:31

Journalist Maarten Reijnders is, voor zover ik wist, een fijne collega. Hij behoort tot mijn volgers op Twitter en soms hebben we mailcontact als hij nuttige tips heeft om mijn stukken, bedoeld voor De Nieuwe Reporter (www.denieuwereporter.nl), te verbeteren. Maar Maarten Reijnders (ex-Trouw) – weet ik nu – is vooral ook een waakzaam mens! In mijn stukje ‘De Muur, Joop & Twitter’ heeft hij als een doorgewinterde Stasi-agent over alle humor en scherts heen gelezen en bleef zijn professionele blik, de blik van de censor,  achter de laatste zin van dat stukje haken: ‘Joop-staatschef Francisco van Jole als de online-versie van Erich Honecker, die een Muur zet om zijn Digitale Heilstaat en scherp toeziet dat ‘niemand de sfeer verpest’ – een vreemde vergelijking?’ Let op het vraagteken! Ik zeg niet dát… ik meen een significante overeenkomst te signaleren in het ‘ethisch zuivere’ denkpatroon van de DDR en Joop. In het hoofd van ‘draufgänger’ Maarten beginnen meteen alle bellen te rinkelen: hier is een staatsvijand aan het woord! Hier moet NOTITIE van worden gemaakt! En hoe! Om bij zijn ‘baas’ Van Jole in het gevlei te komen maakt hij van die ene zin de volgende samenvatting in Webwereld:  ’Honecker gaf ooit het bevel om met scherp te schieten op mensen die de DDR wilden ontvluchten. Het niet doorlaten van reacties door de Van Jole Bode is in de ogen van publicist Hans van Willigenburg – want die maakte die vergelijking – blijkbaar een vergelijkbare misdaad jegens de menselijkheid.’ Reijnders geeft hier een (waarschijnlijk) onbedoelde imitatie ten beste van de manier waarop de Stasi ooit ‘volksvijanden’  creëerde: hij pikt één element uit het verhaal, koppelt daar de meest gruwelijke détails aan vast en weet mij aldus neer te zetten als een gevaarlijke idioot met extreme opvattingen (iemand die nodig geïnterneerd moet worden).

Waar Reijnders (wijselijk) niet op ingaat is 99% van de rest van het stuk, waarin ik aangeef dat het waandenkbeeld van ‘ethische zuiverheid’ (zoals dat in de DDR werd nagejaagd) overeenkomsten vertoont met de wijze waarop Joop poogt onwelgevallige elementen/opinies te weren, om zo, precies als in de DDR, een vervlakt, knus, maar ééndimensionaal kampvuur te creëren met louter ‘opbouwende meningen’.

Hoewel ik het dus niet eens ben met Maarten’s weergave van mijn woorden (dat moge duidelijk zijn…), ben ik hem wel dankbaar voor de manier waarop hij (en mijns inziens: glashelder!) heeft geïllustreerd hoe het totalitaire denken ook in Nederland, en met name bij de ‘linkse kerk’, voortdurend op de loer ligt. Nog even en de gedachtepolitie is terug – om met Theo van Gogh te spreken.     

Ik nodig u, tenslotte, uit om beide stukken te lezen:

Mijn eigen stuk over De Muur, Joop en Twitter,  http://seksloos.nl/?p=687

 Maarten’s stuk op ‘Webwereld’, http://webwereld.nl/column/64260/stop-met-huilen-over-geweigerde-reacties–column-.html

Radiorillingen

In Geen categorie on 13 november 2009 at 08:51

Zijn er nog ergens ‘intelligentsia’, en zo ja, waar vind je die mensen? Tegenwoordig blaat iedereen maar van alles in een microfoon, of in een camera. Bij zoveel niveauloos gekrakeel haak je – als weldenkend mens, zeg maar – vanzelf af. Recent voorbeeld: de VN-criticus Jeroen Vullings loopt op de radio, op barse toon, te hoop tegen de AKO-prijs voor de ‘krullendraaierij’ van Erwin Mortier (‘Godenslaap’). Mocht je ooit twijfelen aan de gedrevenheid van critici een hetze te ontwikkelen, dan was je na dit radiofragment voorgoed genezen. Vullings vond de jury-samenstelling verdacht (want vol Vlamingen), hij beweerde dat de roman net zo goed vijftien jaar geleden geschreven had kunnen worden (nou en?) en verder had hij, zoveel werd overduidelijk, iets tegen (te?) mooi schrijven, terwijl ik – in al mijn simplisme – dacht dat literatuur daar grotendeels om draait. Ach mensen – het gaat mij niet om Vullings, om Mortier of om die paar centen van de AKO-prijs. Wat ‘in mijn gezicht sloeg’ waren de werkelijk puur arbitraire argumenten die hier in stelling werden gebracht. Gelijk op met de uitbarsting van Vullings, prevelde ik een betoog met precies de omgekeerde strekking. En veel moeite kostte me dat niet. Als klap op de vuurpijl ’schoof’ Vullings tot slot zijn vriendje Wieringa naar voren als de enige, echte terechte winnaar van de prijs. Ook dat was van een willekeurigheid waar je de rillingen van kreeg.

De perfecte U-bocht van Freek

In Geen categorie on 12 november 2009 at 18:39

Freek de Jonge – u weet wel, de grappenmaker die ooit als ‘kritisch’ gold – neemt geen genoegen met onduidelijkheid. De laatste glimworm die nog twijfelde of Freek de hele route die hij ooit afliep nu, in blessuretijd, in omgekeerde richting aflegt, kan nu rustig gaan slapen. In P&W pleitte de heer De Jonge – tussen de regels door, maar tóch – voor het lamleggen van dat vervelende internet, waarop ‘het volk’ voortdurend achterlijke dingen roept. Ik vind ‘t prima, hoor: even geen internet. Daarover geen misverstand. Maar om zoiets te moeten horen uit de mond van een luidruchtige progressieveling, die ooit avond aan avond zijn zakken vulde door de ‘emancipatie’ naar alle uithoeken van Nederland te ‘brengen’, is, op z’n minst, lichtelijk paradoxaal. Even later pleitte De Jonge al even omfloerst voor de terugkeer van schaamte en, jawel, Het Grote Taboe. De U-bocht van Freek nadert de perfectie.

Van Veen, Steiner & mijn dochter

In Geen categorie on 11 november 2009 at 08:26

Tijdens het ochtendjournaal van RTL4 kwam gisteren een korte (tot zeer korte) samenvatting voorbij over de ‘kwestie Herman van Veen’, de gevoelige bard die – per abuis beweert hij – in De Telegraaf gequote is als zeggende dat de ‘PVV is als de NSB’. Ik keek met mijn dochter naar de beelden, in casu: naar het ernstige, zeg maar gerust geschokte gezicht van de zanger aan de tafel van P&W. Wacht even – de volgorde is hier belangrijk. Nádat de voice-over de gewraakte uitspraak met enig aplomb de huiskamer in had gesmeten en de hoeveelheid hatemails had genoemd, kregen we, direct daarna, het geschokte hoofd van Van Veen in beeld en de reactie van mijn dochter was die van een minachtende lach, alsof ze naar een dorpsgek keek die een afslag had gemist. ‘Hoe is ‘t mogelijk, hè?’ zei ze, met een vermoeide blik in haar ogen. En terwijl Van Veen nog ernstig door praatte over zijn grondrechten en het politieke klimaat in Nederland, nam mijn dochter, schouderophalend, een hap van haar boterham met hagelslag en chatte, laptop op schoot, door met haar vriendinnen.

Even flitste het door mijn hoofd dat Herman van Veen in deze scène mogelijk het ‘kind’ was, en mijn dochter de ‘volwassene’. Cultuurfilosoof George Steiner waarschuwde begin jaren ‘90 al dat de informatierevolutie ‘vroegoude’ kinderen zou baren. Ik zeg niet dat hij gelijk heeft; wél moet ik vaak aan die uitspraak denken…

De Muur, Joop & Twitter

In Geen categorie on 8 november 2009 at 18:01

Hou op! Ik kan die spikkelige beelden uit de vroegere DDR niet meer zien! Die pruttelende Trabant’s, die humorloze carré’s met bouwvallige arbeidersflats, die lachende pioniers met hun rode sjaaltjes! Het is mooi, hoor, ik geniet… Maar het is téveel! Nu – twintig jaar na de val van De Muur – wordt er er meer dan nadrukkelijk, en zonder te kijken op een minuutje zendtijd, stilgestaan bij wat ooit West- en Oost-Berlijn was. Vooral van de socialistische heilstaat krijgen we maar niet genoeg. Het brengt ‘ons’ terug naar een plek en een periode waarin ‘de mens’ nog geen assertieve consument was - die kiezen kan uit twintig of meer verschillende klaaglijnen en om zich heen begint te meppen als internet er even uit ligt -, maar een gemoedelijk wezen, die als de regering een bepaalde badplaats of schilderachtig bos aanbeval zonder de pest in het lijf naar die badplaats of dat bos afreisde om er gezellig vakantie te vieren. Ja, in zijn meest aantrekkelijke vorm was de DDR een wonder van eenvoud en geluk. Om het geheel draaglijk te houden – en ook begrijpbaar voor een jonger publiek – worden in de diverse docu’s oude ‘revolutionairen’ aan het woord gelaten, die nog even uitleggen wat ook alweer het idee was achter de ‘Arbeiders- en Boerenstaat’. Men wilde, kort gezegd, het ‘betere Duitsland’ zijn, ‘gezuiverd van het fascisme’ en louter bevolkt door goedwillende mensen, die het socialisme met hart en ziel wilden opbouwen en vormgeven. De DDR was een soort ‘moreel schoonmaakmiddel’, dat, helaas, een alomtegenwoordige Stasi nodig had om te zorgen dat de was- en zuiveringskracht intern niet werd aangetast door de bacteriële hang naar Vrijheid. Die bacterie werd tot in de kleinste hoekjes en gaatjes van de maatschappij even methodisch als efficiënt verdelgt, met als resultaat: een Kleinburgerlijk Walhalla waarin je als verwende Westerling weldra omviel van verveling, maar waar veel DDR-burgers, niet beter wetend, hun tevreden leventje zonder wanklank afdraaiden.

Vertaald naar 2009 zou je bijna geneigd zijn te denken dat de progressieve opiniesite ‘Joop’ een soort poging is een nieuw Oost-Berlijn op internet te scheppen. Een Oost-Berlijn vol  ‘opbouwende meningen’ dat er, gemodereerd door een kersverse Stasi, voor zorgdraagt dat het gezellig, humaan en bovenal rustig binnen haar eigen staatsgrenzen blijft. In West-Berlijn heerst tegelijkertijd de chaos en de scoringsdrift van Twitter (of Facebook): iedereen kwettert door elkaar heen, de Grote Ideeën zijn definitief passé en als er een ranzige peepshow te bekijken valt, komen er drommen op af.

Joop-staatschef Francisco van Jole als de online-versie van Erich Honecker, die een Muur zet om zijn Digitale Heilstaat en scherp toeziet dat ‘niemand de sfeer verpest’ – een vreemde vergelijking?

Lijkenlucht & champagne

In Geen categorie on 6 november 2009 at 19:39

Het valt me al jaren op, maar de laatste tijd neemt het echt schandáááálige vormen aan… Dus dan maar dit stukje. Mijn stelling: het buitenlands beleid van Nederland – en dan vooral de inzet van het leger – draait om niets anders dan baantjes. Prestigieuze baantjes bij de VN en de de EU, met name. Het klinkt cru, maar al die Nederlandse gesneuvelden in Afghanistan zijn gestorven om Maxim Verhagen, Frans Timmermans, Eimert van Middelkoop, Jack de Vries of Bert Koenders straks een topjob in Brussel of New York te bezorgen. Neem ik ‘t ze kwalijk? Nee, waarom zou ik? Een ministerschap in Nederland is een tamelijke gruwel (veel gezeik, weinig echte invloed), waarbij je stilletjes – vlak voor het slapen gaan, zo stel ik me voor – wegdroomt over wanneer en hoe je de vruchten van je ex-ministerschap gaat plukken. Jaap de Hoop Scheffer heeft laten zien hoe ‘t werkt: je knikt op het juiste moment ‘ja’ tegen Washington en een paar weken later ben je NAVO-baas. Om eindelijk verlost te zijn van de Nederlandse stumpers in de Tweede Kamer en voortaan door een batterij van stafleden bediend te worden, draaien onze ministers en staatssecretarissen riedeltjes over ‘internationale rechtsorde’, ‘bestrijding van het terrorisme’, ‘gezamenlijke inspanning’ en nog wat cliché’s zo vaak en zo fris mogelijk af, in de hoop binnen het diplomatencircuit zo snel mogelijk te gaan gelden als een stoere verdediger van Westerse waarden. Zijnde: VMBO-ers naar een hopeloze oorlog in Azië laten afreizen.

Nu schijnt Bertje K. in het geheim te ‘onderhandelen’ over een nieuwe NL-missie in Afghanistan, die hij straks, bij binnengeharkt succes, ongetwijfeld via een blitse campagne van het Amsterdamse PR-bureau BKB ’in de markt’ gaat zetten als een internationale strijd voor solidareit, Afghaanse vrouwenrechten en democratie. Wanneer hij al smiespelend en konkelfoezend weet te voorkomen dat Nederland de internationale vredesmacht verlaat, ligt er vast wel ergens een leuke post klaar voor Bert. En kan Nederland weer ‘verse zonen’ offeren in de zandbak Afghanistan.

Sorry. Ben ik nu zo slim dit te zien? Of is de rest nou zo dom om het niet te zien?

Lijkenlucht & champagne is de ‘flavour’ van de internationale diplomatie.

Slijmen bij Champions League

In Geen categorie on 4 november 2009 at 11:30

Al is hij nóg zo megalomaan – het komt regelmatig voor dat Louis van Gaal gelijk heeft. Bijvoorbeeld toen hij de CL-league een ‘commercieel gedrocht’ noemde. Gisteren keek ik vanaf 21.45 uur naar twee zogenaamde ‘topteams’ (AC Milan en Real Madrid), die hun zinnen hadden gezet op een potje hotseknots-voetbal dat je zelfs bij Harkemase Boys nog niet tegenkomt. De elftallen – heette het achteraf – stuurden uit zakelijk en puntentechnisch oogpunt aan op een gelijkspel. Het genantst was daarbij het commentaar van NOS-verslaggever Jan Roelfs, die de gehypte wedstrijd bleef  volgen als keken we naar 22 balkunstenaars. Ik snap ‘t wel: de duurbetaalde CL-beelden mogen niet te gauw ontsierd worden door een ‘negatieve begeleiding’ van de commentator; voor je ‘t weet hangt de marketingafdeling vanuit Zwitserland aan de lijn.  

Jan Roelfs voelde aan het einde van de wedstrijd dat zijn ‘journalistieke integriteit’ aan minder dan een zijden draadje hing en piepte in een bijzin van een bijzin dat de tweede helft ‘zwak’ was. Je eer is gered, Jan…

‘Joop’ moet ‘Hoop’ zijn

In Geen categorie on 3 november 2009 at 21:13

Nou ja, niet zeuren… Een maand later dan aangekondigd, eindelijk (hiep! hiep!), jawel, Joop.nl. Het online VARA-initiatief dat ons met een popi-jopi-titel (‘Jouw Online Opinie Pagina) het bos in probeert te sturen. Want let even goed op dat woord ‘Jouw’. Waarom zou Joop in hemelsnaam van Jou zijn? Als jij (Jouw!) reactie geeft gaat er, ten eerste, een speciale Joop-commissie bekijken of Jouw Reactie wel op de site mag komen. Want ‘Hun’ van Joop willen niet dat Jij met ‘Jouw Mening’ door Hun progressieve achtertuintje gaat lopen. En, ten tweede, is er een lijst van gevestigde namen (politici, journalisten, activisten, de onvermijdelijke Marcel van Dam, waar Jij van ‘Jouw’ niet tussenzit), die de opinies op Joop gaat vormen, zonder pottenkijkers of ander rapalje. Een veel betere naam voor dit initiatief was dan ook ‘Hoop’ geweest: Hún Online Opinie Pagina. En wie ‘Hun’ zijn? Lees de namen onderaan de homepage maar na… en je weet genoeg…;-)

En dat allemaal op de avond dat prof. Arnold Heertje ons wijst op de dehumanisering van het moderne kapitalisme. Ook bij de VARA kunnen ze er wat van…

Nederland als meisje van 10

In Geen categorie on 2 november 2009 at 08:34

Soms ontkom je er niet aan Nederland toe te spreken als was het een kind van, pakweg, tien jaar. Dat kind (een meisje, denk ik, want ons land feminiseert in rap tempo) komt er nu achter dat er andere kinderen bestaan die ‘vals spelen’, die achter je rug om hele andere normen en waarden hanteren en uit eigen gewin hun best doen jou zwart te maken. Dat meisje (Nederland dus) begint nu keihard te roepen: ‘DAT MAG NIET! JULLIE ONDERMIJNEN DE DEMOCRATIE!’. De onverlaten die bestraffend worden toegesproken, is het clubje Wilders cs., dat stelletje kwajongens dat beter bekend is onder de naam PVV. Dat kinderachtige gesputter komt er in feite op neer dat Nederland niet gewend is dat er – überhaupt! – zoiets bestaat als oppositie. En dan bedoel ik geen oppositie in termen van een kritische opmerking tijdens de koffiepauze, maar een oppositie die vanzelfsprekendheden tot de grond toe ter discussie stelt en niets liever doet dan een bom leggen onder de koffiepauze en het hele zooitje leuteraars zo snel mogelijk vervangen. Échte oppositie, dus! Waartegen je moet vechten… Vechten? Vechten, ja! ‘Bah,’ zegt het meisje. ‘Dat vind ik geen stijl, hoor. Ik ga niet vechten. Ik verlaag me niet tot het niveau van die ellendelingen. Weet je wat? Ik schakel de schoolleiding in en laat een vernietigend rapport schrijven over die onruststokers die alles verpesten.’

Conclusie: Nederland is zó de weg kwijt en heeft de eigen spieren zo lang verwaarloosd, dat het ballen van een vuist (bijvoorbeeld tegen Wilders) al teveel gevraagd is en één of andere commissie het vuile werk dient op te knappen. Nederland gidsland? Laat me niet lachen. Nederland heeft nog een lange weg te gaan om volwassen te worden…

Waar blijft DeJoop?

In Geen categorie on 29 oktober 2009 at 10:29

Voor degenen die ‘een leven’ hebben en dit blog niettemin – toevalligerwijs – lezen: ‘onze media’ worden binnenkort verrijkt met een nieuw (VARA)blog van progressieve dan wel linkse signatuur: DeJoop.nl. Het moet een tegenhanger worden van het als ‘rechts’ gekenmerkte GeenStijl. Hoofdredacteur wordt Francisco van Jole. De start van het log is al verschillende malen in ‘oktober’ aangekondigd; de tijd dringt dus. Waar ik nu zo benieuwd naar ben is of dit initiatief zich kan losweken van de kwaal waar bijna alle progressieve, goedwillende en hippe initiatieven aan lijden, namelijk dat er té lang en té veel vergaderd wordt tegen een iets te relaxed salaris zodat het hele initiatief (zie Llink) nooit verder komt dan platgeëvalueerde output, waar kraak noch smaak aan zit. Als de eerste tekenen niet bedriegen (ze vergaderen vast nog over de kop van de eerste blogpost) gaat DeJoop aantonen dat het schreeuwerige,  ongenuanceerde, platte en pesterige geluid van GeenStijl WEL iets toevoegt aan het medialandschap en DeJoop.nl NIET.  Vergaderaars zijn er al genoeg… 

We wachten (nog even) af.

Non-verbale festijnen

In Geen categorie on 27 oktober 2009 at 01:04

In een column van een paar jaar geleden constateerde ik al eens dat het leukste van de late avondshow van ‘P & W’ niet de gasten zijn, noch de presentatoren, noch wat er aan tafel zo op de late avond gezegd wordt, maar de close-ups van de gasten die op hun beurt wachten en (nog) niks zeggen. De ene kijkt star voor zich uit (‘ik word pas wakker als Paul of Jeroen mij een vraag stellen’), de ander trommelt ongeduldig met zijn vingers (‘wanneer begrijpen jullie wie de écht relevante gast is hier aan tafel?’), een derde kijkt vernietigend naar de collega-gast die op dat moment het woord voert (‘wat jij zegt is van A tot Z bullshit!’). Non-verbale communicatie, heet dat op de universiteit. Vanavond ‘groeide’ er iets heel bijzonders en non-verbaals tussen prijswinnend milieu-ondernemer Anne Marie Rakhorst en PVV-kamerlid annex houwdegen Hero Brinkman. Zodra Anne Marie wat zei over het duurzaamheidseffect van modder of de voordelen van groen asfalt, ging Hero’s glimlach nog wat ironischer glimmen (‘die Anne Marie! straks kleurt ze de hemel nog pimpelpaars!’) en, omgekeerd, als Hero weer één van zijn vette uitspraken over bermbommen leggende Afghanen en liegende stamhoofden ten beste gaf, kroop Anne Marie, met bange oogjes, bijna letterlijk in elkaar (‘kunnen we dit soort onmensen niet in een milieuvriendelijke mensbak gooien?’). Hoogtepunt was Hero’s herhaalde pleidooi voor kernenergie, waarin hij dé oplossing zag voor de energievoorziening van Nederland en voor zijn onwil om na te denken over temperatuurstijging en de naderende uitputting van grondstoffen. Anne Marie greep nog net niet naar haar hoofd toen Hero dacht aan ‘vier of vijf kerncentrales’ tussen de koeien, maar haar slechtzittende make-up viel in schilfers op de studiovloer door de grimassen die ze trok bij de blasfemische woorden van Hero.

Als kijkvoer, zeg ik, héérlijk!

Onwillige toneelspelers

In Geen categorie on 24 oktober 2009 at 12:40

Als de digitale revolutie ‘iets’ doet, dan is het wel dit: ons opzadelen met een onoplosbare keuzevrijheid. Het geloof dat je eigen keuzes ten diepste zijn uit te leggen of te rechtvaardigen neemt af; er wordt – op talloze logs – meer ‘verslag van gedaan’ van: KIJK, DIT BELEEF IK of KIJK, DIT MAAK IK MEE of KIJK, DIT DENK IK. En de onderliggende boodschap is: DOE ERMEE WAT JE WILT! Kortom, we vertellen niet meer, we ‘etaleren’. Wezenskenmerk van dit reality-genre (dat ook op tv veel succes heeft) is dat de consument er niet meer bij hoeft na te denken, er geen hiërarchie in hoeft aan te brengen. Hij of zij kan inloggen in de gepresenteerde ‘reality’ en vervolgens, gedreven door een impuls, meegaan of afhaken. Ingewikkelde afwegingen zijn niet meer vereist. Deze ‘mechanisering’ van het waarnemen, heeft ook grote gevolgen voor de politiek. Wilders en Pechtold zijn sterke ‘beelden’ waar je makkelijk bij in kunt loggen. Ze zijn wat ze zijn wat ze zijn wat ze zijn (en houden dat bewust in stand). Als je je ‘thuis voelt’ bij hun beeld of aura en je hebt geen trek in zinloos geachte (her)overwegingen, dan blijf je ingetuned op hun zienswijze en presentatie. Lekker makkelijk. Lekker relaxed. Deze ontwikkeling naar ‘intuïtieve keuzevorming’ schept een bijzondere uitdaging voor de gevestigde partijen, die nog in ideologieën en programma’s denken. Of zoals Femke Halsema vanochtend in de VK zei: ‘Ik beoefen een serieus vak! (lees: ik maak rationele keuzes, HvW).’  En Femke wil dat de serieuze journalistiek (lees, de VK, HvW) haar in dat rationele vak serieus neemt, en niet, hersenloos, achter wat zij noemt ‘beeldvorming’ aanholt. Ofwel: de gevestigde politici zitten nog middenin een gewennings- of ontkenningsfase als het gaat om de invloeden en gevolgen van onze mediacratie. Ze willen nog geen rol spelen in het theaterstuk dat de samenleving, achter hun rug om, geworden is. Zouden ze denken dat het theaterstuk nog gecancelled kan worden?

Onthullend dagje 020

In Geen categorie on 23 oktober 2009 at 20:30

Vandaag was ik met mijn kinderen in Amsterdam, u weet wel, onze hoofdstad. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik zo’n twee of drie jaar niet meer in de binnenstad heb rondgestruind. Nu dus wel… Ik zal u zeggen: het eerste waar ik aan dacht toen ik via het Museumplein en de PC Hoofstraat en, later, de Leidsestraat op de Dam eindigde, was het failliet van de PvdA. Wat ik zag was een (binnen)stad die zich even succesvol als definitief aan de arbeidersklasse heeft ontworsteld. Ik kwam louter goed gecoiffeerde, zo uit modebladen ontsnapte mensen tegen, die zich het herfstzonnetje lieten welgevallen. Links en rechts werd ik gepasseerd door haast geruisloze trams en bussen, die niet langer bestuurd en gecontroleerd werden door shag rokende en bierdrinkende bierbuiken, maar door fijnzinnige types in bedrijfsuniformen die servicegericht gedrag vertoonden en de klanten een ‘prettige dag’ wensten als ze uitstapten. Ik kreeg het vreemde gevoel dat iedereen om me heen een loopbaan had, een talent, een doel, een missie in het leven en er, desgevraagd, een boeiend essay over zou kunnen schrijven. Aan het einde van de dag begreep ik overigens maar al te goed wat een voorrecht het was geweest om, temidden van dat neusje-van-de-zalm-van-onze-beschaving,  door de legendarische grachtengordel gebanjerd te mogen hebben. De afrekenmachine van het Q-Park vroeg mij om 28 euro. Een bedrag waar een loodgieter toch algauw behoorlijk zijn handen voor uit zijn mouwen moet steken. (En dan heb je alleen nog maar je auto geparkeerd!). Ergo: in 020 heeft de PvdA zijn eigen kiezersvolk structureel verbannen. Ze hebben de binnenstad omgetoverd tot een natte droom voor hoger opgeleiden, die op elke straathoek een biologische bagle, een fruitsap en een paddo kunnen scoren om, daarna, al loungend het definitieve ontwerp voor een geweldloze wereld af te schetsen. Dat wordt binnenlopen voor D66 en GroenLinks bij de komende verkiezingen! Maar de PvdA…? Hun (voormalige) kiezers zitten in Almere en Purmerend te zappen tot ze bij Gordon of Joling zijn aanbeland om zo de hypotheekperikelen even te kunnen vergeten. Ik zou zeggen dat dit zojuist beschreven proces, dramatisch geformuleerd, ‘onomkeerbaar’ is en dat PvdA – ook knap! – de eerste partij zal zijn die definitief aan haar eigen succes ten onder gaat. Om te beginnen in 020…

Reclame is ook niet meer…

In Geen categorie on 23 oktober 2009 at 19:56

Ruim twintig jaar valt het reclamevakblad ‘Adformatie’ bij mij op de deurmat. Er was een tijd dat ik er toch algauw een kwartier of een half uur mee zoet was. Al was ‘t maar om te checken welke topcreatief in welke bewoordingen probeerde uit te drukken dat hij of zijn géén zakkenvuller was, maar een door geheimzinnige krachten aangestuurde godenzoon of -dochter. (Niet zelden vond zo iemand zichzelf ‘enorm gedreven’ of, vinger in de keel (!), ‘gepassioneerd’. Gewoon 9-to-5 werken was – en is – een vloek in de reclamebranche.) Anno 2009 stel ik vast dat het blad tot minder dan de helft gekrompen is en dat je dit type - door coke aangejaagde – snoeverijen over ‘accounts’, ‘brainstorms’ en ‘living on the edge’ amper nog tegenkomt. Zou er dan toch vooruitgang zijn??? In de ‘Adformatie’ nieuwe stijl is het ‘cool’ om naar de glasbak te lopen, SIRE als klant te hebben en de consument niet nodeloos te irriteren. Zie ik het goed? Is zelfs de reclamebranche ten prooi gevallen aan een vorm van deemoed? Aan de downside moet ik overigens melden dat die opgepompte verhalen van vroeger, vergezeld van stoere foto’s van creatieven die met hun benen op het bureau in de camera grijnsden, lekkerder weglazen. Tegenwoordig smijt ik de flinterdunne Adformatie linea recta de vuilnisbak in, moe van dat eeuwige geneuzel over Gezond, Positief, Duurzaam en Vitaminerijk. Dónder op!!!!

Ik deug niet

In Geen categorie on 21 oktober 2009 at 20:34

De man die zijn studeerkamer binnengaat, de vouw in zijn broek omhoog schuift, gaat zitten en vervolgens urenlang in een boek leest. In totale afzondering. Omsloten door een volmaakte stilte. Ik merk dat ik mezelf graag zie als een dergelijke, beheerste lezer. Hij staat op de één of andere manier symbool voor de schaarste om ons heen; schaarste aan rust, doelgerichtheid, zelfvertrouwen. Maar lukt het me ook zo’n lezer te zijn? Zelden. Gisteren nog merkte ik dat ik na 40 veelbelovende bladzijden Saskia de Coster (‘Dit is van mij’) de niet zo gauw thuis te brengen neiging kreeg een recensie van de roman op internet te gaan zoeken. De eerste was behoorlijk positief – daar had ik ‘t bij kunnen laten. Maar kennelijk vond ik dat ik verder moest zoeken, dat een goede eerste indruk plus een positieve recensie op de één of andere manier ‘gecompenseerd’ moesten worden. Dus surfte ik verder en kwam inderdaad bij een negatieve(re) recensie uit. De hardste kritiek daarin was dat de roman, hoewel goed geschreven en blijk gevend van onmiskenbaar talent, je uiteindelijk ‘niet raakte’. Gevolg? Nu liggen er nog meer dan 200 pagina’s op mij te wachten terwijl ik – waarom? waarom? – steeds blijf denken uit dat ene negatieve zinnetje uit die ene negatieve recensie. Nu vind ik, geloof ik, dat ik het risico loop om uren aan die roman te besteden terwijl ik ‘deep down’ al weet (maar weet ik dat ook?) dat ik er niet door geraakt zal worden. En de vraag is: zet ik me hier overheen? Ga ik verder met lezen, zoals ik oorspronkelijk van plan was? Of heb ik mijn nieuwsgierigheid effectief laten ‘killen’ door een vreemd en hongerig surfen op het net? We zullen zien. Maar als ik zou stoppen, zit ik dicht tegen de conclusie aan dat ik een warhoofd ben. Dat ik niet deug.

Het ‘nee’ tegen de Lange Wapper

In Geen categorie on 19 oktober 2009 at 08:23

Als ik het ontwerp zie, kan ik een licht zwijmelen niet onderdrukken. Zal Antwerpen dan eindelijk de 21-ste eeuw in ‘gesmeten’ worden door deze megalomane, maar – voor buitenstaanders – toch wel retegeile brug? Gisteren stemde 59% van de Antwerpenaren tégen. Dat was voorspeld. Evenals de reactie van de (teleurgestelde) voorstanders die er een afrekening in zagen met ’de’ politiek, alsmede een brevet van eigen falen wegens een ‘niet geheel volledige informatievoorziening’. Ik zie de brug vooral als een nieuw symbool van het schisma tussen bestuurders en weldoorvoede projectontwikkelaars die hormonaal opgewonden raken van prestigieuze toekomstplannen, enerzijds, en kleine burgers annex kleinburgers, die aan hun water voelen dat ze allang niet meer serieus worden genomen, anderzijds. Dat schisma zal de komende tijd voortwoekeren en in steeds weer nieuwe gedaanten de kop op steken, door alle partijen van het politieke spectrum heen. Dromende globalisten versus wakkere burgers…

‘Wie geloven we nog?’

In Geen categorie on 19 oktober 2009 at 08:05

Met die prangende vraag als uitgangspunt heb ik een artikel geschreven voor HP/deTijd. Het schetst de dilemma’s achter en de mechanismen van de machtsuitoefening in Nederland. En biedt alle tinten tussen ‘onze politici zijn de weg kwijt’,  ’we mogen blij zijn dat in Nederland tegenover elke macht een tegenmacht opstaat’ en ‘Máxima krijgt van ons de ruimte om een klassieke voorbeeldfunctie te vervullen’.

Het nummer (HP 42) ligt tot en met woensdag in de kiosk.

Naar de divan

In Geen categorie on 18 oktober 2009 at 18:51

Heeft u dat ook? Dat u uw eigen standpunten nooit helemaal vertrouwd? Ik heb daar – moet ik zeggen ‘gelukkig’? – veel last van. Zo ontwaar ik bij mezelf nu een vreemde hoop dat het geloof in grote instituten (met banken als prangend voorbeeld) een fikse deuk heeft opgelopen, zó fiks dat managers en ‘topmannen-’ en ‘vrouwen’ voorlopig wel een toontje lager zullen zingen. En ik merk dat mij zulks enorm verheugd… Wat zit daar achter? vraag ik mij af. Ik  ga de komende dagen bij mezelf op de divan liggen om erachter te komen.

Mirck over Fierens

In Geen categorie on 16 oktober 2009 at 07:42

Vergeef me. Maar poëzierecensies, zoals nu door Mirck (een zeer verdienstelijk en precieus dichter) geschreven over debutant Fierens, maken me moedeloos. In het beste geval kun je zeggen dat Mirck poogt ‘geen onzin’ over zo’n debuutbundel te schrijven. Dat lijkt me dan meteen de voornaamste kwaliteit, want een focuspunt of structuur kan ik in zo’n schrijfsel niet ontdekken. Ik bedoel: waarom gaan uitleggen dat Andy Fierens niet in de bloemlezing ‘Ik ben een bijl’ is opgenomen? Waarom – in plaats daarvan – niet uitleggen dat hij de Faröer eilanden opvallend links laat liggen in zijn debuutbundel? Op zinsniveau is dit uitleggerige horkenproza ook nog eens abominabel. Als ik dit soort recensies lees (exegetisme uit de donkerste kelders van de onbeholpen Neerlandistiek), kan ik maar één prangende reden bedenken bij het schrijven van dit type stuk: een soort boekhoudersinstinct om over alles wat verschijnt IETS te melden. Ik zeg: pen dan iets DUIDELIJKS en HELDERS op, of houd je mond. Of (zou dat ‘t zijn!) moet ik dit lezen als een vorm van thuiszorg of burenhulp? ‘Ik doe wat voor jou, jij wat voor mij.’

Lees ter controle…

http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2009/10/mirck-over-fierens.html#more

De ‘likeability-factor’ van Scheringa

In Geen categorie on 15 oktober 2009 at 23:28

Práchtig, hoor! Hoe ik dezer dagen in allerlei praatprogramma’s terloops word bijgeschoold over financiële zaken, waar ikzelf de ballen verstand van heb. Politici, economen en andere betrokkenen lullen momenteel zenders vol met pecuniaire scenario’s waar ik met m’n pet niet bij kan. Wat me wél opvalt – niemand heeft, geloof ik, door (of wil openlijk zeggen) hoe geháát Dirk Scheringa in veel kringen was. Bijvoorbeeld in Hilversum, waar hij met zijn bedrijf jarenlang tv-gidsen spekte met advertenties, op voorwaarde dat de publieke omroep niet té kritisch over zijn roverspraktijken zou berichten. Of bij de VVD, waarvan hij enkele ‘toppers’ aftroggelde voor de goede sier (om zijn bende een beschaafd rafelrandje te verlenen),  maar die bij de minste of geringste kritiek (Frank de Grave) door Scheringa persoonlijk op straat werden gegooid. Om maar eens een modern woord te misbruiken denk ik dat de ‘likeability-factor’ van meneer Scheringa, op z’n zachtst gezegd, geen wapen is geweest bij het redden van de DSB-bank. En daar hoor ik opvallend weinig over. Waarom durft niemand ‘gewoon’ te zeggen dat Scheringa’s leven jaar in jaar uit in het teken heeft gestaan van de meest vunzige manieren om mensen geld afhandig te maken? Zou Dirk, al met al, soms binnen het Calvijnse model van de ‘hardwerkende ploeger’ vallen en daarom zo mild worden aangepakt? Ik denk dat meneer Lakeman vanavond met een heel erg eenzaam gevoel naar bed gaat. Dat is niet erg – hij kan ertegen. Maar het feit dát, is toch opmerkelijk.

De logische vraag die Dirk zou kunnen stellen: ‘Had ik jullie dan anoniem moeten rippen? Zonder op de buis te verschijnen?’ Mijn antwoord zou luiden: ‘Já. Beter. Dat je meende óók nog constant door “mijn beeld” te moeten lopen met je vals verdiende rijkdom, was, inderdaad, één stap te ver.’

Vrij Nederland k.o.!

In Geen categorie on 10 oktober 2009 at 20:37

Zelden zo’n parodie op een ‘frisse start’ of een ‘nieuwe restyling’ gelezen zoals deze week in het reclamevakblad Adformatie: over de nieuwe Vrij Nederland. Werkelijk alle denkbare cliché’s staan erin. Hoofdredacteur Frits van Exter legt uit dat vooral in het katern Het Leven (die naam alleen al - hoe kóm je erop?) veel extra energie is gaan zitten. De inhoud van Het Leven schetst van Exter (met droge ogen) alsvolgt: ‘Het moderne leven zit vol dilemma’s. Door te schrijven over voeding, maar ook welke gadgets leuk of onzin zijn voegen we iets toe wat tot nu toe ontbrak.’ Vóelt u ‘m? Het ongemak waarmee hier het woord “gadgets” valt… En het absurde idee dat de gadget-generatie voortaan in de VN gaat ‘checken’ of een gadget onzin is… en VN’s oordeel dan ook nog braaf zou volgen door de betreffende gadget wél of niet aan te schaffen ! Om je te bescheuren… Maar de hoofdprijs in deze, naar zelfkwelling riekende vernieuwingsoperatie gaat naar uitgeefster Karin van Gilst, die halverwege het interview van haar hoofdredacteur aanschuift en de gedachte achter haar nieuwe baby aldus samenvat: ‘Ik weet het niet. Ik denk dat het blad de markt moet volgen. Je probeert je product aan te passen aan de veranderende marktomstandigheden.’ Ja, u leest het goed: Van Gilst ‘weet het niet’ en omdat ze het niet weet past ze haar ‘product’ aan ‘aan de veranderende marktomstandigheden’ Dit is hogere uitgeefkunde! En ik weet zeker dat heel wat VN-redacteuren zich in hun graf omdraaien vanwege dit even fantasieloze als marktfetisjistische gelul.  Terecht, lijkt me! Want commercie mág – en móet in  2009 tot op zekere hoogte -, maar dan mag dat bij een blad als VN wél met visie, tact en humor gepaard gaan, niet met deze vreselijke platitudes van Karin van Gilst.

Afgaand op dit artikel is VN binnen de kortste keren totaal k.o.!!!

Hanna loopt hard

In Geen categorie on 10 oktober 2009 at 11:33

Wat betreft mijn ‘Operatie Bervoets’ (het ‘volgen’ van de jonge schrijfster Hanna Bervoets) kan ik hier melden dat ik alvast een eerste recensie over dat gehypte debuut van haar heb gevonden. Het lijkt erop – zoals ik al vermoedde – dat de publiciteitsmachine van deze dame harder loopt dan haar ambitie om een doortimmerde roman te schrijven. Lees 8Weekly…

http://www.8weekly.nl/artikel/7739/hanna-bervoets-of-hoe-waarom.html

Over sfeer & toonhoogte

In Geen categorie on 10 oktober 2009 at 11:21

Je hoort de laatste tijd voortdurend opmerkingen over de ‘toonhoogte’ van het debat, de ‘verharde’ sfeer tussen mensen en meer van dat soort stereotype klachten. Ik moest daaraan denken toen ik vanochtend naar mijn favoriete radioprogramma – de TROS-Nieuwsshow – luisterde, gepresenteerd door Mieke van der Weij en Peter de Bie. De reden dat ik zo graag naar dit pogramma luister is nou precies de toonhoogte van de gesprekken en de sfeer in de studio. Er wordt altijd goed naar elkaar geluisterd, valt mij op, de gasten zijn bijna altijd interessant en ‘van niveau’ maar worden vervolgens lekker ‘kort gehouden’ door het presentatieduo, dat bij al te moeilijke of hoogdravende woorden rigoureus ingrijpt. Al luisterend zat ik vanochtend maar één ding te denken: kon het hele ‘publieke debat’ in Nederland maar gevoerd worden á la Tros Nieuwsshow!!!

319 pagina’s puur leesgenot!

In Geen categorie on 8 oktober 2009 at 13:34

Mea culpa! Ik ben de eerste om toe te geven dat ik een wispelturig lezer ben. Niet alles waar ik aan begin, lees ik uit. Zelfs aanvankelijk enthousiasme kan na een x-aantal pagina’s in verveling omslaan, waarna ik geen genade ken en het boek wegsmijt. Toch is er weer een boek, zogezegd, ‘boven komen drijven’ dat ik, op dit log, graag een kontje wil geven. Want terwijl ik – lekker gemaakt door velen – tot aan pagina 92 nog steeds geen meesterwerk zie in ‘Begeerte heeft ons aangeraakt’ (B. Natter), ben ik nu, als een spéér, bezig in ‘Het ware leven, een roman’ van Ilja Leonard Pfeijffer. Gódverdomme!!!! Hier lees ik de Coen Moulijn van de Nederlandse literatuur! De retorische dribbelaar met een reeks onnavolgbare schijnbewegingen, waarvoor je – zo wil het cliché - ’naar het stadion komt’. Wát een brille! Maar dat niet alleen… – hoe belangwekkend qua thematiek! Omdat Poetin van zijn leven zonodig een roman moet maken (net als, overigens, wij allen), hebben de  Tsjetsjenen pech, wordt Anna Politkovskaja koelbloedig vermoord en krijgt Iran net voldoende ruimte om door te werken aan een atoombom.  En zo, volgens deze wetmatigheid, heb je het ‘perpetum mobile’ van de (wereld)geschiedenis in één klap te pakken. Bij mij dan. Want in de virtuoze roman van Ilja Pfeijffer duurt het feest 319 hilarische, zinnenprikkelende en ingenieuze pagina’s lang. 

Het idee dat dit boek van Pfeijffer geen grote prijs heeft gekregen en tamelijk simplistisch werk van Robert Vuijsje (‘Alleen maar nette mensen’) wél, doet me in verbijstering achterover vallen (op mijn leesbank).

Wat de PvdA nog steeds niet ziet

In Geen categorie on 8 oktober 2009 at 13:01

Voor alle duidelijkheid: schrijven dóe ik – over politiek denk ik, vaak ter ontspanning, na.

Dezer dagen mag ik mij weer graag verkneukelen om het zelfvernietingsproces binnen de PvdA. Mariëtte Hamer wordt de voorspelbare ‘Kop van Jut’, maar haar vervanging door de heer D. Samsom zal, indien die al plaatsgrijpt, slechts cosmetisch van aard zijn. De PvdA is en blijft reddeloos verloren – wat ze ook schuiven. Alle mensen die nu in die partij aan de touwtjes trekken, geven er dagelijks blijk van dat ze het monstrum, dat ze zelf gecreëerd hebben, nog helemaal niet herkennen. Laat staan dat ze er een antwoord op kunnen formuleren! Het monstrum? Dat zijn de zwevende, calculerende kiezers. De mensen voor wie de PvdA in grote kantoren ‘beleid bedenkt’, maar die al jaren nooit meer iets gevraagd is. Die mensen hebben intussen diploma’s gehaald, banen aangenomen, huizen gekocht, kinderen gekregen, zijn vaak naar een buitenwijk getrokken - ze zijn geheel volgens de Paarse filosofie van de kabinetten Kok (werk! werk! werk!) kleine (vaak eenzame) BV’tjes geworden, die vaak een complexer, moeizamer maar ook uitdagender bestaan hebben dan de Kamerleden en ministers die ‘over ze waken’.  Welnu, die mensen – en dat is hét gemiste leermoment  - gaan zich echt niet meer schikken in de oudlinkse reut over ‘eerlijk delen’ en ’solidariteit’. Die mensen moeten dagelijks tientallen, vaak praktische, problemen oplossen en zullen écht niet teruggaan naar partijen die bij elk probleem onder de tafel duiken en, god beter ‘t, ‘een commissie instellen’. Wouter Bos is de énige in die partij met nog enig fingerspitzengefühl; hij begrijpt dat het afgelopen moet zijn met het linkse gelul en de slappe knieën in het integratiedebat; hij begrijpt dat de mensen, autochtoon of allochtoon, gewoon ‘door willen’ (zonder lawaai, zonder geklier, zonder gedoogbeleid) maar hij wil, bovenal, het beste jongetje van de klas zijn en dus blijft hij op het Ministerie van Financiën hangen, waar hij eigenlijk in zweterige zaaltjes vieze handen zou moeten maken om de PvdA op te schonen.

Want zolang oud-linkse types als Jan Pronk en Marcel v. Dam nog menen over ‘de ziel’ van de PvdA te kunnen en moeten waken, blijft het ellende met die partij en zullen de simplismen van Wilders vrij baan hebben.

De Facebook-dynamiek

In Geen categorie on 5 oktober 2009 at 11:44

Even politiek, nog… Gisteren deed schrijver Joost Zwagerman (op Facebook) enthousiast verslag van een artikel van de Vlaamse ‘Groen’-politicus Luckas Vandertealen. Strekking: eindelijk een linkse politicus, die rechtuit durft te zeggen wat hij in zijn allochtone wijk meemaakt aan intimidatie en ongerief. Nieuw Flinks – zeg maar…! Nu zit ikzelf al hééééél lang te wachten tot de progressieve beweging weer bij zinnen komt en de pamfletten van Joost tegen de naïviteit van de oudlinkse boskabouters zijn mij altijd recht uit het hart gegrepen geweest. Maar nu komt het mooie: in reactie op Joost’s ‘post’ schreef ik dat hij goed werk doet, maar dat VARA-coryfee Francisco van Jole zo ongeveer in zijn eentje het symbool staat voor het Linkse Kwaad dat blind en doof blijft en ‘unverfrohren’ doorgaat op de oude weg. Daarop reageerde Joost weer met de volgende, niet mis te verstane kwalificatie:

‘Geen beter reclamemiddel voor de PVV dan de oliekoekendomme oudlinkse agitprop van Van Jole….’

EN NU KOMT ‘T: een half uur later kreeg Joost een vriendschapsverzoek van…? Juist.

‘Goeienavond Francisco, kom er maar in….’

In de ijskast!

In Geen categorie on 1 oktober 2009 at 10:49

Lieve lezers, het is tijd voor de waarheid. De naakte waarheid. En die waarheid luidt – in mijn geval – dat ik de komende dagen bezig ben met een artikel voor HP/deTijd, dat hopelijk enkele wenkbrauwen doet opveren. Of het lukt, is een tweede. Maar de waarheid is dus dat ik voorlopig aan een ‘good old’ tijdschrift de voorkeur geef boven het stukjes hameren voor dit weblog. In mijn dromen zijn beide activiteiten ‘aanvullend’, is het ‘en/en’, maar de waarheid is dus: de komende dagen staat ’Seksloos’ in de ijskast.

Teletekst-redactie verliefd

In Geen categorie on 27 september 2009 at 16:48

Achter de schermen van Teletekst spelen zich onzichtbare transfers af: redacteuren die weggepromoveerd, weggesaneerd of juist fris aangekomen hun stempel (niet meer) drukken op de nieuwsdienst. Op de sportredactie is onlangs – schat ik – een nieuwe kracht binnengeschoven die een opmerkelijke voorkeur heeft voor het woord ‘worstelen’.  Sinds hij of zij zich mag uitleven in het samenvatten van wedstrijden uit de eredivisie, is er om de haverklap sprake van een club die zich ‘worstelt naar de overwinning’. Sterker nog: sinds deze (al uit de kast gekomen?) vechtsportfanaat zitting heeft in de Teletekst-redactie is het Feyenoord, bijvoorbeeld, nog niet gelukt drie punten te pakken zonder te worstelen. De site van Voetbal International heeft de worstel-trend inmiddels zelfs overgenomen en meldt vanmiddag: ‘Feyenoord worstelt maar wint van NAC Breda’.

Zelf worstel ik enorm met het woord ‘worstelen’ als het over voetbalwedstrijden gaat; ik krijg onaangename beelden op mijn netvlies doorgeseind van door gras rollebollende mannenkluwens.

2 x jarig!

In Geen categorie on 27 september 2009 at 16:32

Dólletjes! Volgend jaar ben ik – een klein beetje – twee keer jarig. Mijn eenmalige (tweede) verjaardag vindt plaats op 8 mei, wanneer alle Nederlanders met een Poëziekalender 2010 op mijn gedicht ‘Lifestyle’ zullen stuiten.

De kalender wordt uitgegeven door Meulenhoff en is thans in de winkel verkrijgbaar voor 15 euri.

De Hanna-lobby

In Geen categorie on 26 september 2009 at 18:25

Ik heb beloofd dat ik de jonge schrijfster Hanna Bervoets (1984) zou volgen en vandaag was dat een ‘makkelijke taak’, want in het VK-magazine was ze moeilijk NIET te volgen. Eén column plus vijf pagina’s dagboek over de belevenis van het literair debuteren (‘jouw naam op de voorkant, jouw foto op de achterflap: je vindt het geen onaantrekkelijk idee’); ja, ja, de Hanna-lobby draait op volle toeren! Deze week verscheen haar debuutroman (‘Of Hoe Waarom’) en weldra zullen we weten of al dit ‘geweld’ de opmaat was van een literaire sensatie of de ketelmuziek rond een dertien-in-een-dozijn-debuut. De voorlopige indruk luidt dat Hanna wel het héééél ontzettend absolute middelpunt van Hanna is.

Verwikkeld in platonische tongkus

In Geen categorie on 26 september 2009 at 14:20

De briefwisseling tussen Houellebecq (Michel) en Lévy (Bernard-Henri) in sneltreinvaart uitgelezen. Mochten er nog mensen zijn die denken dat schrijvers vriendelijker, onbaatzuchtiger en moreel hoogstaander zijn dan ‘normale mensen’, dan ben je na het lezen van ‘Publieke vijanden’ voorgoed genezen. Deze twee heren geven 350 pagina’s lang blijk van het obsessief volgen van een geheel eigen ‘programma’ of ’systeem’ dat nimmer uit hun kop wijkt en de realiteit permanent in een houdgreep klemt. Ik las het boek als een vergelijkend onderzoek tussen twee totale ego’s, die – zonder overigens één ogenblik de macht over het stuur te verliezen – hun respectievelijke krachten en zwaktes etaleren, eindeloos inhakken op hun gezworen vijanden (de journalisten, de ‘meute’)  en zozeer zijn ‘opgesloten’ in hun heldendom (en martelaarschap) dat de aversie die ze samen oproepen, in hun ogen (let op!), een ‘nauwkeurig beeld geeft van de geestelijke toestand waarin Frankrijk zich bevindt’. Aangezien ik wel gefascineerd ben door megalomane persoonlijkheden en hun, wellicht potsierlijke, overtuiging dat ze meer dan wie ook voeling hebben met de actualiteit en de werkelijk essentiële dilemma’s, schiep ik aardig wat plezier in de platonische tongkus die hun correspondentie, ondanks hun diametraal tegenovergestelde imago’s, feitelijk is geworden.

Houellebecq is overigens nog steeds een ‘held’ van mij, maar dit boek is eerder een inbreuk op dan een bevestiging van zijn statuur.

Dan maar China…?

In Geen categorie on 23 september 2009 at 20:03

Twee berichten, vandaag. 1. De stichting ‘Geluidsoverlast HSL’ eist dat de hogesnelheidslijn tussen Amsterdam en Rotterdam onmiddellijk wordt stilgelegd. Reden? Omdat de geplande locomotieven nog niet klaar zijn, maakt de trein – met gedateerd materieel – nu ‘twee keer zoveel geluid’ als voorzien. 2. Als bijdrage aan het oplossen van de klimaatproblematiek gaat China binnen afzienbare tijd nieuwe bossen aanleggen met een gezamenlijke oppervlakte van, pakweg, Noorwegen.  

Vraag 1: welk land zal het snelst en meest effectief kunnen reageren op veranderende omstandigheden? Vraag 2: hoe lang kunnen wij, hier in het Westen, de schijn van democratie ophouden, terwijl achter de coulissen brandende kwesties om een snelle en daadkrachtige aanpak vragen?

Slotvraag: hoe lang zou het in Nederland procedureel duren om een nieuw bos aan te leggen?

Democratie? ‘Dat was gezellig toen…’

In Geen categorie on 18 september 2009 at 11:54

Vorig jaar schreef ik een essay over de babyboom-generatie in het journalistieke ‘jaarboek’ Dif (www.thelastdif.com) en kwam ik, impliciet, tot de conclusie dat de westerse democratie, in zijn huidige vorm, gebaseerd is op een veel te optimistische (en vooral erg tijdelijke en individualistische) rock ‘n roll-ideologie uit de jaren ‘60. Ik moest hieraan denken omdat ik vanochtend, in de VK, een boeiend interview las met de Sloveense filosoof Slavoj Zjizjek, die de standvastigheid en superioriteit van onze democratie ook al ernstig in twijfel trok. Hij sprak over het ‘Singaporese model’ als een geloofwaardig model voor de toekomst. Het voert hier te ver om in extenso te gaan uitwijden over de overlevingskansen van onze huidige, westerse maatschappijvorm, maar héél erg veel fantasie heb je – volgens mij – niet nodig om je te kunnen voorstellen dat, bijvoorbeeld, het oplossen van milieu- en energievraagstukken (waaronder dat van het schaarser wordende water) niet langer gebaat is bij het eindeloze gekrakeel en gekonkel in een meerpartijen-democratie als de onze, maar bij een (elitaire?) ‘werkgroep’, die namens ons allen ‘verstandige besluiten’ neemt. Nu we, dezer dagen, het platte en carnavaleske theater in De Kamer aan ons voorbij zien trekken, met pedante discussies en maniertjes die eigenlijk alleen nog op de media en de kiezersgunst gericht zijn, is het misschien goed om je te realiseren dat het er over 10 of 20 jaar misschien een stuk zakelijker en humorlozer aan toe gaat. Het zou zomaar kunnen dat we dan nostalgisch terugblikken op de ‘clowns’ van 2009  - Wilders, Pechtold, Rutte, Kant -, die elkaar bijna zorgeloos in de haren vlogen en nog niet zagen hoe de wérkelijk belangrijke besluiten, geheel buiten hun bereik, snel dichterbij zouden komen.

TV neukt TV

In Geen categorie on 17 september 2009 at 22:30

Vandaag las ik een herkenbaar en tegelijk treurig verhaal op het weblog van de schrijver Dirk van Weelden. Hij was het zoveelste slachtoffer in een lange reeks van auteurs, die door de redactie van DWDD aan het lijntje werd gehouden om, tenslotte, de ultieme vernedering te moeten ondergaan: ‘nee, je hoeft niet te komen, we geven de voorkeur aan iemand anders’. TV ‘neukt’ niet graag met literatuur, TV ‘neukt’ liever – lékker safe – met TV. Zoals vanavond, toen de heren Frits Barend & Jan Mulder (niet weg te branden ’klanten’ aan de DWDD-tafel) mochten terugkijken op 10 jaar Barend & van Dorp, dit in verband met een zojuist verschenen DVD met ‘hoogtepunten’. Dat de tv-ego’s tijdens dit item maar al te graag en heftig tegen elkaar op reden en zelfs Ed van Thijn nog graag herinnerd wilde worden aan een gênante ruzie met Jan Mulder, zei al veel over de klefheid van het coterietje. Maar dat Matthijs, vlak voor de aftiteling, in een bijzinnetje serieus voorspelde dat ‘wij’ (hijzelf? het publiek?) de komende week zeker tijd gingen vrijmaken om van een DVD met ouwe talkshow-meuk te ‘genieten’ (prachtig staaltje ‘wishful thinking’), was een nieuw hoogtepunt in de incestueuze logica waarmee DWDD ogenschijnlijk wordt gemaakt. Een logica waarin schrijvers met ‘iets te vertellen’ een risico vormen, dat men liever mijdt…

Het Politburo van 2525

In Geen categorie on 17 september 2009 at 00:03

Francisco van Jole heeft zijn persoonlijke weblog www.2525.com gerestyled. In tegenstelling tot de vorige versie is reageren nu weer mogelijk. Maar dat moet dan wel op een manier die hij opbouwend, beschaafd en netjes genoeg vindt, anders ‘modereert’ hij je eruit. Dit gebeurde met een reactie die ik vanavond plaatste en die er even later – na aanvankelijk op de site te hebben gestaan – weer van af werd gehaald. Ik neem ‘m niks kwalijk. Baas-in-eigen-log, dat mág (en misschien kreeg hij heel erge hoofdpijn van mij). Maar het is voor de aanstaande bezoekers van www.2525.com wellicht toch handig om te weten dat je bij het plaatsen van een eventuele reactie te maken krijgt met het éénkoppige Politburo bestaande uit: Francisco van Jole. Als zijn applausmeter niet of onvoldoende uitslaat, ben je de lul.  

Dat je ‘t weet.

Franse kanonnen

In Geen categorie on 16 september 2009 at 00:03

Vandaag begonnen aan ‘Publieke vijanden’, de neerslag van een correspondentie tussen twee Franse ‘kanonnen’. Te weten mijn ‘held’ Michel Houellebecq (de ‘deprimist’) en Bernard-Henri Lévy (de ‘geëngageerde intellectueel’). Het zal wel geen bestseller worden – daarvoor zijn de zinnen te subtiel, de gedachtegangen té lang uitgesponnen en de literaire verwijzingen té particulier -, maar, god!, wat een heerlijk werkje is dit!!! Want ondanks de taaie kost en de roddels over de Parijse ’scene’, is er een helder contrast tussen beide heren, voel je als lezer de onderhuidse ’spanning’ en groeit het duo gaandeweg hun briefwisseling uit tot twee totaal tegenovergestelde archetypes van iets dat je tegenwoordig ‘in het leven staan’ noemt – de kettingrokende cynicus Houellebecq versus de mondaine wereldverbeteraar Lévy. In een tijd van niets-aan-de-hand-romans en chronisch doorlekkend entertainment, gooien deze heren tenminste eindelijk eens de beuk erin. En trachten ze hun verhouding tot zichzelf en de wereld tot ver achter de komma in woorden te vangen. Snobisme? Mediageilheid? Zelfoverschatting? Alle afwijkingen van het mannelijk ego komen in extenso ter sprake! Voorlopig ben ik ‘verkocht’….

De reclameroman van Joshua Ferris, waarover ik  een paar dagen terug schreef, moet even wachten voor het Franse ‘geweld’.

Vriend van Ilja

In Geen categorie on 15 september 2009 at 12:22

Vanochtend kreeg ik per mail een verzoek van Ilja Leonard Pfeijffer om zijn Facebook-vriend te worden.  Iedereen mag me een dom, klein jongetje vinden – ach, en wat dan nog? liever een weerloos jongetje dan een met titels en dure woorden ’dichtgemetselde’ volwassene -, maar ik was, oprecht, zeer vereerd. Ik beschouw Pfeijffer in klassieke termen als een Meester in de rhetorica en de literatuur. Iemand wiens romans ik met veel plezier en stijgende verbazing gelezen heb.  Iemand, ook, van wie ik enorm veel kan leren en wiens poëziekritieken ik als swingende hits beschouw temidden van oeverloos gemurmel.  Terwijl ik dit opschrijf, ’staat’ er bijna automatisch een stem in mij ‘op’ die vindt dat ik te bescheiden en te nederig ben. Dat het ‘niet slim’ is en je ‘kwetsbaar maakt’ om publiekelijk je bewondering te uiten voor een (jongere!) schrijver, die je persoonlijk niet eens kent.  Ik sla die stem onmiddellijk neer. Bám! Bewónderen is een belangrijke emotie (vind ik). En al heeft Ilja in een dronken bui op de verkeerde button geklikt of dacht hij vriend te worden van de beroemde KRO-presentator, dat verandert niets aan mijn bewondering voor de kunstenaar Pfeijffer, noch aan het fijne gevoel dat ik nu – al is het maar via Facebook – ‘verbonden’ ben met hem. (Wat dacht je? Ik wist niet hoe snel ik de de ‘confirm’-button moest beroeren!)

Na deze ‘bekentenis’ moet ik denken aan een gesprek dat ik ooit had met een vriendin, die in een vorige leven parlementair journalist was. Over de inmiddels legendarische ‘kloof’ tussen burger en politiek, sprak zij de behartenswaardige woorden dat er naast de herrie over ‘het gebrek aan leiderschap’ bijna geen aandacht was voor een ander, groeiend en minstens net zo ernstig gebrek: die van de kunst om je te láten leiden. ‘Welke burger kan dat nog?’

Dank u, Sinterklaasje…

In Geen categorie on 11 september 2009 at 11:31

Mocht ik nog twijfelen aan de vluchtigheid van het boekenvak en de aanstaande gemakscultuur van de e-reader, dan is die twijfel gisteren goeddeels weggenomen. Via de mail kreeg ik de mededeling dat mijn gedicht ‘Knellende omzetcijfers’, indien ik akkoord ga, tegen een verwaarloosbare vergoeding zal worden meegenomen in de te verschijnen bloemlezing ‘Sinterklaas’. Te produceren door de slimme ‘pocketboer’ Maarten Muntinga. Uit de snelheid waarmee ik akkoord ging valt op te maken dat ik de dubieuze eer erin te staan verre verkoos boven de dubieuze eer er niet in te staan. Ofwel: binnen de huidige wervelwind van de supermarktliteratuur moet je blij zijn als je een ijswikkeltje bent dat even wordt opgeraapt, meegezogen en weer neergesmeten. En blij ben ik.  O, zo blij! Dank u, Sinterklaasje!

Over een jaar ga ik voor 1 euro akkoord om het gedicht ’available’  te maken voor alle e-readers ter wereld.  Kan ik een ijsje gaan kopen!

Joshua Ferris verslinden!

In Geen categorie on 8 september 2009 at 16:48

In ‘zomaar’ een dwaaltocht door mijn eigen boekenkast stuitte ik ineens op “Zo kwamen we aan het eind” (2006), het als ’reclameroman’ gelanceerde debuut van de Amerikaanse auteur Joshua Ferris. Reeds de eerste paar bladzijden van dit werk schetsen een zó precies, onthutsend en ragfijn beeld van de weerloze biotoop die ‘reclamebureau’ heet, dat ik nú al weet dat ik dit boek de komende dagen ga verslinden. Wat me vooral aanspreekt in de benadering van Ferris is de oneindige mentale zwakheid van wat je ‘de kantoormens’ zou kunnen noemen. En wat zijn deze ‘kantoormensen’ vervolgens anders dan de (uiterst zwakke!) ruggengraat van onze ‘westerse samenleving’? Ik kan het niet helpen, maar steeds als ik in één van Ferris’ scènes vol angst, prietpraat en pesterij terecht ben gekomen, kan ik me met geen mogelijkheid onttrekken aan het beeld dat wij – jij, ik, iedereen om ons heen, ’producten’ van de westerse welvaartsmaatschappij – aandoenlijke krabbelaars zijn, die wachten om door de eerste de beste natuurkracht of machtswellusteling van de kaart te worden geveegd. Ik ben nu op bladzijde 50.  Na lezing zal ik opnieuw verslag doen van dit, tot dusver, uiterst prikkelende boek.

Roel is moe

In Geen categorie on 5 september 2009 at 20:22

In de bijlage ‘Kennis’ van de Volkskrant (wat een duffe titel, trouwens!) vandaag een soort afscheidsinterview met Roel in ‘t Veld (1942), PvdA-socioloog. Hij is echt lief, die Roel. Moegestreden. Z’n hele leven lang heeft hij als sociaal-democatische paus onnavolgbare adviezen gegeven over onderwijs en samenleving om dan nu, anno 2009, teleurgesteld te constateren dat burgers van kennis ‘in de war’ raken en - om ‘t nóg verwarrender te maken - zelf ook kennis produceren. Je zou denken dat zo’n Roel, met z’n linkse inborst, dronken van geluk langs de Leidse grachten  stuitert (de voormalige arbeider die thans ‘kennis inbrengt’, dat klinkt toch als een botergeil, progressief fantasma uit de jaren ‘70?), maar nee (let op zijn onthutste uitdrukking op de bijgaande foto!): Roel is teleurgesteld, haakt af en begrijpt ‘t niet meer. Het ‘centralistische model’ (van waaruit Roel z’n abacadabra-adviezen decennia lang het land in slingerde) heeft volgens hem afgedaan. En ook de democratie (dat stelsel dat lang een legitimatie was voor zijn rode adviesbrigades, maar zich nu tegen hen keert) vindt hij niet langer een betrouwbaar bestuursmodel. Vooral de hang naar ’simplisme’ (lees: populisme) onder het electoraat baart hem enorme zorgen. Om je dood te lachen. Mensen als In ‘t Veld zijn bij uitstek de wegbereiders geweest van de Ontzielde Staat, de ont-ideologiserende PvdA, hij is één van de Paarse ridders die de Burger-Als-Klant hebben ‘ontdekt’, een burger die Sociaal en Onderwijskundig Gefaciliteerd moest worden en dan, bijna automatisch en als ‘zelfsturend individu’, het Walhalla van de Kokkiaanse Verzorgingsstaat in zou wandelen. Hoe vreemd kan deze man opkijken dat mensen ‘in de war’ zijn geraakt? HIJ HEEFT ZE PERSOONLIJK HET ONTBLADERDE BOS INGESTUURD!

Anno 2009 smachten we ‘gewoon’ weer naar een leraar die met liefde-voor-z’n-vak onze jeugd op sleeptouw neemt. En laten we nutteloze ijdeltuiten als Roel in ‘t Veld met een gerust hart wegzinken in de drab der tijden. Als dat simplisme heet – graag méér!!!

Esta geeft antwoord

In Geen categorie on 3 september 2009 at 15:51

Alleen een chronische en volstrekt ongecoördineerde mediasnuffelaar, zoals ik, voelt zich niet te goed om ook het dufste vrouwenblad, tussen twee drukmomenten op de WC-bril, door te bladeren. Ben ik even blij dat ik de boekenspecial van ‘Esta’ heb doorgenomen; ik kreeg er de oplossing van een zelf opgeworpen raadsel grááátis toegeworpen! Redacteur Job Lisman (Prometheus) werd geïnterviewd in verband met de succesvolle debutante Pia de Jong (‘Lange dagen’) die hij had ‘begeleid’ naar haar eerste boek. Job toonde zich van de sportieve kant. Hij vertelde hoe sneu ‘t was dat hij meestal na één pagina al wist of ’r iets in een manuscript zat en dat zo’n razendsnel oordeel, qua tijd, jammer genoeg niet in verhouding stond tot het soms jarenlange geploeter van een auteur. Een klein beetje schaamte voelde Lisman daarbij wel… Maar nu kómt ‘t: in een vlaag van openhartigheid gaf hij toe dat hij Kluun en Robert Vuijsje (na één pagina?) op de schroothoop had gegooid, dat hij dat natuurlijk graag terug zou draaien maar dat het nu eenmaal hoorde bij het risico van ‘t vak. Ik zou er, denk ik, in zijn positie heel slecht van slapen, maar Lisman was intens gelukkig met ‘zijn’ Pia.

Gaat Lisman in het vervolg toch iets langer doorlezen?

Pleidooi voor de jaren ‘50

In Geen categorie on 3 september 2009 at 09:37

Gisteren was de ‘vaste dichtclubavond’ in café De Schouw te Rotterdam (waarover ik eerder publiceerde op dit log). Tijdens de nababbel raakte ik aan de praat met een jonge, bijna 30-jarige dichter die zei te verlangen naar, schrik niet, ‘de jaren ‘50′. Verontschuldigend zei hij ‘r meteen achteraan dat-ie ze nooit had meegemaakt, die jaren ‘50, maar het beeld van ‘opstaan voor ouderen in de tram’ en ‘de dokter die nog werd geloofd’ in plaats van naar de keel gevlogen, oefende een onweerstaanbare aantrekkingskracht op hem uit. Tja, dacht ik, de cirkel is rond. Eénenveertig jaar na de revolutie van ‘68 durven jonge mensen – in dit geval zelfs een dichter, je mag aannemen: een man van de verbeelding! – zich te bekennen tot de zegeningen van de jaren ‘50. Een klein taboetje sneuvelde en ik zat, likkebaardend, op de eerste rij.

Zomergastendip

In Geen categorie on 30 augustus 2009 at 20:40

Het valt me op dat ik vanavond niet eens meer benieuwd ben naar wie er bij ‘Zomergasten’ zit. De vraag voor welk percentage dat aan mij ligt en voor welk percentage de kwaliteit van de laatste reeks ‘Zomergasten’ daaraan schuldig is, is een vraag die nooit met enig gezag te beantwoorden valt.

Desondanks lijkt het gegeven in zichzelf mij een typisch verschijnsel van het één of ander.

‘Mediamagnaat’, 50

In Geen categorie on 30 augustus 2009 at 15:48

‘Als ik onder tram kom heb ik twee keer zoveel meegemaakt als de meeste ander mensen’

(terugkijkend op de afgelopen halve eeuw)

‘Aan de scheiding van mijn gezin ging een jarenlang proces vooraf dat de uiteindelijke beslissing minder moeilijk maakte’

(over pijnlijke beslissingen)

‘Ik snap bijvoorbeeld niet dat een intelligent en rationeel denkend mens als minister Donner tóch gelovig is’

(over zijn eigen atheïsme) 

‘Ik ben niet bang voor de dood, ik heb alles uit het leven gehaald’

(over zijn relatie met het eindige)

‘Ik doe er veel aan om gezond te blijven’

(over zijn levensstijl)

‘Ik deug’

(over wat hij denkt als hij in de spiegel kijkt)

Radio 1 (vandaag), De Andere Wereld, IKON, geïnterviewde: Ruud Hendriks

Stadshangen

In Geen categorie on 27 augustus 2009 at 13:06

Zoals aangekondigd probeer ik schrijfster Hanna Bervoets (1984) te volgen. Moeilijk was dat vandaag niet: ze dribbelde ’s ochtends vroeg via de geluidsgolven van Radio 1 mijn slaapkamer in om over haar ‘fictieve personage’ Flora Vos op Hyves, Facebook en Twitter te vertellen. ‘Ja, héééél crossmediaal,’ beaamde ze. Na wat gekwetter over bedoelingen en strategie achter dit personage, kwam de aap – en hoe! – uit de mouw. Ze zat bij ‘een kleine uitgever’ die weinig promobudget had, en dus niet – let op! – over het geld beschikte om haar op elke abri  ‘door de stad te hangen’. Tjongejonge. Deep down was Hanna toch wel enorm teleurgesteld dat ze niet van Maastricht tot Groningen en van Den Haag tot Enschedé ‘door de stad hing’.  Ze had zich er kennelijk zó op verheugd een dagje te gaan treinen door Nederland (en Vlaanderen?) en zichzelf dan op alle abri’s kek lachend tegen te komen dat  een kleinschalige compensatie voor de geleden schade onmisbaar was - in de vorm van de digitale Flora Vos.  In het leven geroepen om maximale aandacht te vestigen op haar nog te verschijnen debuutroman.

Wat gaat Hanna nu doen? Een volgende roman schrijven of een promotieplan schrijven voor het in de abri’s komen te hangen bij de lancering van haar volgende roman?

Kies je eigen crisis…

In Geen categorie on 25 augustus 2009 at 16:48

1. Het ergste is geweest, de eerste tekenen van herstel zijn zichtbaar.

2. Het ergste moet nog komen: de wérkelijke gevolgen zijn nog amper aan de oppervlakte gekomen.

3. Er is licht aan het einde van de tunnel, maar dat einde zou wel eens veel verder weg kunnen zijn dan we denken.

4. De kans dat er een nieuwe crisis ontstaat vanwege een verkeerde aanpak van de huidige neemt met de dag toe.

5. Er tegenaan! Waar is de VOC-mentaliteit gebleven?

6. Het gaat erom hoe je met de crisis omgaat.

7. Ik pas mijn mening over de crisis aan aan de programma’s waarin ik gevraagd wordt mijn deskundige mening te geven. Zolang mijn deskundige mening gretig aftrek vindt, zie ik persoonlijk geen enkele crisis.

8. De échte oorzaken van de crisis zijn nog helemaal niet aangepakt.

9. Zolang we de kansen zien die de crisis ons aanreikt, en daarop inspringen, is er niets aan de hand.

10. Ik heb nog een interessante theorie over de Japanse economie en de crisis – hebben jullie daar tijd voor?

Scriptieschrijvers, opgelet!

In Geen categorie on 24 augustus 2009 at 09:10

Om de zoveel tijd krijg ik een scriptie onder ogen, waar gedurende een x-periode kranten ‘naast elkaar zijn gelegd’ en er een conclusie volgt over de signatuur annex vooroordelen van die betreffende kranten. Vanochtend moest ik aan de schrijvers van dergelijke epistels denken, want op de sportpagina van de Volkskrant werd – verifieerbaar en dús wetenschappelijk – weer eens aangetoond dat die krant een ‘hoog 020-gehalte’ heeft en, bijna, als tweede stadskrant fungeert – naast Het Parool. Bewijs? Ajax (een middenmoter in de Eredivisie) ‘kreeg’ 3 kolommen voor een matige wedstrijd tegen Sparta (0-0); koploper Feyenoord, daarentegen, ’kreeg’ voor een toch opmerkelijke overwinning op Roda JC (4-0) slechts 1,5 kolom.

Of zouden de reisbudgetten voor VK-journalisten dusdanig omlaag zijn gegaan dat De Kuip al bijna ‘buitenland’ is?

Ik ga Hanna volgen…

In Geen categorie on 23 augustus 2009 at 00:16

Vandaag stuitte ik het VK-magazine op een nieuwe, piepjonge columniste: Hanna Bervoets. Haar column, haar foto, haar website, haar debuutroman en haar CV vormen tezamen een soort 5-puntenplan voor de grachtengordelse jeugd. Ze zat op het Barlaeus Gymnasium (bingo!), ging iets met media studeren (bingo!), deed workshops in New York (bingo!), heeft een leuk koppie (bingo!) en glijdt nu dus netjes op tijd het hippe VK-magazine in. Wij in Rotterdam vinden dit soort tiepjes al snel verwend en onuitstaanbaar (ikzelf ook, ben ik bang…), maar je mag nooit uitsluiten dat Hanna een geweldige literaire ontdekking is en aan haar – ogenschijnlijk – vlotte en gladde leventje gaat ontsnappen met imponerend proza. Kortom, ik ga ‘het bloemenkind’ Hanna vanaf nu proberen te volgen…

www.hannabervoets.nl

Een ’scheetje’ Ramadan

In Geen categorie on 22 augustus 2009 at 11:53

Beste lotgenoten in het doorgedraaide Nederland! Hier volgt mijn korte scheet aangaande de kwestie-Tariq Ramadan. Dat hij door de gemeente Rotterdam niet langer als ‘bruggenbouwer’ wordt gezien, zou ik willen kenschetsen als een vorm van ‘verlaat inzicht’. Dat hij in één ruk tevens door de Erasmus-universiteit op de keien is gezet, vind ik schandalig. Dat wetenschappers kennelijk niet langer gek, duister, autistisch, amoreel of ronduit subversief mogen zijn, beschouw ik als een niet te tolereren inbreuk op mijn romantische beeld van de wetenschap. Leve de gewiekste charlatan Ramadan & de kunst iedereen om zijn vinger te winden! Zijn magnifieke show moet in de collegezalen van Rotterdam gewoon kunnen doorgaan!

De slogan ‘Rotterdam durft’ klonk nog nooit zó leugenachtig…

Opinieblog blijft zielig bijproduct

In Geen categorie on 20 augustus 2009 at 10:48

Wat moet de wereld met het opinieblog? Wat moet ik er zelf eigenlijk mee? In steeds meer gesprekken met mensen uit de journalistiek en de wetenschap kom ik, samen met hen, tot de eensluidende conclusie dat veel op internet – en dus ook het opinieblog – in verregaande mate schatplichtig is aan de zogenaamde ‘mainstream media’. Zonder Philip Freriks, Mart Smeets, Volkskrant, NRC en de oer-Hollandse VARA geen, of weinig, rumoer op internet. Het opinieblog is secundair: het reageert, het spuwt gal, het bejubelt, het keurt af, het maakt zieke grappen, maar het initieert  niet. Dit zou kunnen duiden op een structureel marginaal bestaan van het opinieblog. Het is een schaars bezochte ’nababbel’ na de Echte Krant, de Echte TV, de Echte BN-ers. En dat blijft het voorlopig (zo niet eeuwig).

Er is meer reden tot somberte over het opinieblog. Hoewel dalende oplagen en omzetten ervoor zorgen dat economische krachten (bedrijven en overheid) steeds meer greep krijgen op de zogenaamde ‘mainstream media’ en hun zeggingskracht daardoor evenredig afneemt, profiteert het opinieblog daar amper van. Hoewel je kunt constateren dat de geest uit de fles is, dat veel – zo niet alles - tegenwoordig in een ‘format’ geduwd wordt en in veel mediabedrijven hooggeplaatsten, met droge ogen, zeggen dat er sprake is van een klant (of doelgroep) die zonder fratsen ‘zo goed mogelijk bediend’ moet worden en de ruimte voor tegendraadsheid en alternatieve denkwijzen daardoor verder versmalt, is er amper sprake van inspirerende opinieblogs die – bruisend van energie en aantrekkelijkheid – een grootschalig publiek als een magneet weten aan te trekken. (Zelfs over de bezoekersaantallen van GeenStijl bestaan nog altijd ernstige twijfels.) Het opinieblog is weliswaar uitgegroeid tot de natuurlijke thuisbasis voor ‘zuiver’ protest en radicale ideeën (elementen die uit de rest van het media-aanbod zorgvuldig weg zijn gefilterd), maar ja, iedereen begrijpt dat juist dit genre ideeën en teksten slechts aftrek vindt bij een klein, alternatief publiek. De stilzwijgend gegroeide taakverdeling (mainstream media ‘doen’ de grote gebeurtenissen, de opinieblogs ’doen’ het eigenzinnige commentaar achteraf) is eerder een giftige bonbon dan een vruchtbare werkafspraak.

Sterker nog: de kans is veel groter dat de internetgeneratie de mainstream media met hun zapgedrag tot (verdere) hervorming zal dwingen, dan dat ze definitief wegloopt en onderdak gaat zoeken bij de meningsvorming op opinieblogs. Nu zie je dat al gebeuren. DWDD is een prachtig voorbeeld van een groep klassieke (oudere) programmamakers, die zich, met de kijkcijferterreur als aanjager, dagelijks uitleven in een hip en hijgerig format(overigens goed uitgevoerd!), Pauw & Witteman verbloemen hun ouderdom met de terugkerende zapservice en in het radioprogramma De Dag (Radio 1) zit tegenwoordig een dichtersminuutje om door het (voorspelbare) gemiezemaus van de dag even ‘een ander geluid’ heen te weven. Ofwel: het heeft er alle schijn van dat de mainstream vitaal en slim genoeg is om het dwarse (van bijvoorbeeld de opinieblogs) te incorporeren.

Daarmee lijkt het opinieblog dus definitief het symbool te blijven van vergeefs gedoe in de kantlijn: huisvlijt, rancune, jaloezie, imiteergedrag en nog zo wat kinderachtige emoties. Wil ik daar mijn ‘dure tijd’ wel aan blijven besteden? Moet ik morgen niet gewoon keihard stoppen met Seksloos?

Griezel Koolhaas? (3)

In Geen categorie on 18 augustus 2009 at 23:20

Vandaag maakte een schrijvende collega mij per mail attent op een uitspraak van de Rotterdamse dichter Rien Vroegindeweij (1944), die over Rem Koolhaas ooit gezegd schijnt te hebben dat je zijn naam als gebiedende wijs dient op te vatten: rém Koolhaas!

Ik heb mijn (kleine) bijdrage geleverd, Rien…;-)

Griezel Koolhaas? (2)

In Geen categorie on 18 augustus 2009 at 08:53

Via een doorplaatsing op de site skycrapercity.com is er - ik mag wel zeggen – een ‘levendige discussie’ ontstaan over mijn polemische Koolhaasstuk. Ik wil benadrukken dat het mij uiteindelijk niet gaat over de ethische kwestie van het wel of niet ‘deugen’ van de mens Rem Koolhaas. Ook al verdenk ik Tromp’s stuk in De Volkskrant van een messcherpe weergave van het karakter van de man, uiteindelijk kan ik, zoals ook eerlijk toegegeven, op afstand geen oordeel vellen. Niet voor niets sluit ik de kop van mijn artikel af met een vraagteken: ‘Griezel Koolhaas?’ Wat ik wél aan de orde wilde stellen – en waarvoor het Koolhaas-artikel in de krant, in zekere zin, de perfecte ‘kapstok’ was – is de opmars en de kwalijke invloed van verhullende managerstaal. Als één ding duidelijk wordt uit het portret, en als ik de reacties op skycrapercity.com daarbij optel, is het dat Rem Koolhaas, mede door zijn abstracte taalgebruik,  is uitgegeroeid tot ‘een veilige keuze’ is voor allerhande denktanks en commissies, die in het kader van iets toch tamelijk vaags als De Toekomst een prestigeverhogende ‘hotshot’ aan tafel wensen. Koolhaas laat zich die status ogenschijnlijk maar al te graag welgevallen en, eenmaal in zo’n positie, zal hij niet de eerste zijn die langzaam verleerd wat tegenspraak of kritiek is. Ik verwijs hiervoor naar Tromp’s passage over het interviewverzoek als les in volharding.

De reden dat ik aandacht vraag voor het om zich heen grijpende, tenenkrommende en vaak nodeloos academische taalgebruik (in dit geval van Koolhaas), is dat ik oprecht van mening ben dat het agressie  in de hand werkt. Voorbeeld: ik hoor mensen uit allerlei bestuurslagen dagelijks schamperen over de scheldkanonnades en de grove taal op internetfora (het is bijna een gezellig kampvuur, die klaagzang…), maar ik hoor diezelfde managers en directeuren en politici nooit over het verband tussen hun eigen onleesbare nota’s, beleidsplannen en toespraken en die vergroving elders. Ofwel: hoe gek is het eigenlijk dat Wilders scoort met een woord als ‘knettergek’ wanneer ‘nette’ politici een dergelijk woord, zelfs na de grootste blunders van collega’s, weigeren in de mond te nemen? Zo werd ikzelf fysiek een beetje onpasselijk van het verbale gedraai van meneer Koolhaas. Vandaar, wellicht, de felheid van mijn artikel.

Omdat ik positief wil eindigen, ‘doe’ ik een literatuurtip aan het eind van deze bijdrage. En dat is het boek ‘Zand in de machine’ van Chris van der Heijden: over de gelijkenis van het hedendaagse Nederland met wat ooit de Sovjetstaat werd genoemd. Wie dat boek gelezen heeft, begrijpt (nog beter) wat ik bedoel. Daarnaast zou ik het gehele oeuvre van Gerrit Komrij ernstig kunnen aanraden (inclusief zijn weblog ‘Lucifer in het hooi’) - hetgeen ik bij deze doe.

Verschrikkelijk voetbal, hoera!

In Geen categorie on 16 augustus 2009 at 17:21

‘Slecht spelen en tóch winnen.’ Dat heet het perfecte recept te zijn om kampioen te worden. Als ik Teletekst moet geloven heeft Feyenoord zich vanmiddag in Almelo met verschrikkelijk voetbal naar de overwinning ‘geworsteld’ (0-1). Het zou het begin van een vlammend betoog kunnen zijn tegen het Goois gedomineerde sportief-mediale complex – dat nooit te beroerd is om Feyenoord te negeren of zwart te maken -, maar voor deze ene keer geloof ik de Hilversummers en WIL ik ze graag geloven. Hoe slechter het voetbal van Feyenoord vanavond op tv daadwerkelijk blijkt te zijn, hoe groter hun kans op het kampioenschap. Haha!

Griezel Koolhaas?

In Geen categorie on 16 augustus 2009 at 16:26

De Volkskrant heeft ‘zijn werk’ voor de verandering eens goed gedaan (dat mag ook wel eens gezegd worden). In de zaterdagbijlage interviewt Jan Tromp zijn internationaal bejubelde generatiegenoot, babyboomer en ‘toparchitect’ Rem Koolhaas. Om diverse redenen is dat een zeer boeiend stuk geworden. De vage en afwachtende terminologie waarin deze globetrotter zich het hele interview lang uitdrukt (je zou je bijna gaan afvragen of Remmetje wel eens een café van binnen heeft gezien) en de manier waarop hij zijn werk voor de Chinese staatstelevisie poogt te rationaliseren, is, voor de liefhebber, om je vingers bij af te likken. Om een idee te geven: Koolhaas spreekt, bijvoorbeeld, liever niet over de zielloosheid van Europa, maar over het ‘iconografisch deficit’. En als het over de onderdrukkingmethodieken van de Chinese overheid gaat, spreekt Koolhaas graag van ‘wezenlijke processen’, waar hij als belangrijk man ‘op de wezenlijke momenten mee bezig wil zijn’.  Tromp geeft terloops ook aan wat hij met Koolhaas karakterologisch voor vlees in de kuip heeft. Ik citeer: ‘Een afspraak met hem maken is een oefening in volharding. Hij wil zich ervan overtuigen dat je zijn werk belangrijk vindt en dat je niet aankomt met vragen over het persoonlijke.’ Vrij vertaald: hij wenst niet geconfronteerd te worden met andere mensen dan bewonderaars, alleen met degenen die in zijn genie geloven en de aalgladde, academische zinnen die uit zijn mond rollen voor zoete koek slikken. Vertoont hij hier een sterke gelijkenis met de Chinese machthebbers of zie ik nu spoken? Natuurlijk kun je tegenwerpen dat Koolhaas eerst en vooral als architect benaderd en beoordeeld dient te worden en dat het misschien helemaal niet erg is als mooie gebouwen door een arrogante griezel worden ontworpen. Ik ben het daarmee eens. Die gebouwen blijven – gelukkig? – ook langer staan dan Rem Koolhaas ademhaalt. Maar dan nóg is het, mijns inziens, interessant om binnen het bestek van het interview de blinde vlek van deze man op te sporen en te benoemen. Want in zijn enthousiasme voor grootschalige ambtenarenapparaten als het Chinese en het Europese ziet hij kennelijk niet dat hij met zijn eigen, abstracte, volstrekt losgezongen taalgebruik, zijn consequente weigering zich ergens op vast te leggen of tot een bepaald principe te bekennen (‘iedereen bevindt zich wat Europa betreft in het luchtledige’), zelf het ‘zwarte gat’ vertegenwoordigt  waar de ‘nationalisten’ in de diverse EU-staten zo’n pleurishekel aan hebben. Met andere woorden: Rem Koolhaas is, mijns inziens, geen man die de vervreemding annex kloof tussen burger en bestuurder kleiner maakt of opheft, maar eerder doet toenemen. Hij is het levende symbool van ‘de lege kosmopoliet’ wiens woorden verdampen zodra hij in de volgende Boeing of Airbus stapt. Ik zou Rem voor de verandering wel eens op een inspraakavondje willen zien optreden, waar buurtbewoners hun ongezouten mening geven over zijn creaties. Ik vermoed dat Rem niet eens de moeite zou nemen om ze van repliek te dienen. In het giftigste scenario kun je zijn uitspraak over ‘wezenlijke processen’ – ‘Wat voor mij telt: was je toen op de wezenlijke momenten bezig met wezenlijke processen?’ – zelfs toeschrijven aan een Nazi-beul, die achteraf zijn rol in de holocaust poogt te bagatelliseren.  

Ik zeg ‘t eerlijk: ik ken de beste Koolhaas niet persoonlijk. Wel heb ik in het uitgaansleven regelmatig tegenover dronken architectuurstudenten gestaan die mij, zonder ironie, meldden dat ze ‘in Rem’ waren. Alsof het een kersverse religie betrof waar ze dagelijks energie uit putten. Na het interview in de Volkskrant kan ik alleen maar zeggen dat ook ik energie van de man heb gekregen, maar helaas: vooral negatieve.

Geblunder in de grachtengordel?

In Geen categorie on 14 augustus 2009 at 21:23

Uitgegeven worden, het liefst bij een groot, bekend uitgevershuis met een illuster grachtenpand. Wie wil dat niet? Gouden Uil-winnaar Robert Vuijsje wilde het ook, maar heeft met zijn prijswinnende boek ‘Alleen maar nette mensen’ in de grachtengordel heel lang met zijn manuscript moeten leuren. Grote vraag: hoe kan dat? Ikzelf ben – hoop ik – over de meeste vormen van paranoia heen gegroeid, maar het lijkt me dat hier toch iets aan de hand moet zijn geweest. Natuurlijk is er allang gesuggeerd dat het uitgeversmilieu zich te pijnlijk herkende in de sfeertekening van de blanke elite van Oud-Zuid, maar dat zou ik dan graag eens nader gespecificeerd willen zien. Welke redacteuren van welke uitgevers kregen ongewenste jeuk van Vuijsje’s zedenschets en lieten deze bestseller door hun handjes glippen? En waarom? Námen! Rugnummers! Of zijn er eindeloos nieuwere, strakkere en betere versies gekomen, die tot slot wél door de beugel konden? Of – dat kan ook nog – behoort Vuijsje zelf uiteindelijk ook tot de coterie en vindt hij het achteraf niet chique om betreffende blunderaars met naam en toenaam in de zeik te zetten? Opheldering! Wie…?

Sanders pijpt VK-lezer

In Geen categorie on 14 augustus 2009 at 21:02

Na de te betreuren dood van Michaël Zeeman lijkt Stephan Sanders de nieuwe intellectueel-van-dienst in de boekenbijlage van de Volkskrant. Vandaag mag hij ‘all out’ gaan over de filosoof Gilles Deleuze, waarvan recent een verzamelbundel in het Nederlands is verschenen. Natuurlijk schenkt Sanders zijn eigen biografie scheutig door het stuk heen (dat is zijn handelsmerk!) en dus zullen we weten dat hij in Parijs heeft vertoefd en Deleuze ooit de hand schudde…  Maar dat hij op driekwart van het stuk tot de stellige conclusie komt dat de wereld van vandaag ‘onheilspellender is dan ooit’ haalt zijn stuk pas echt omlaag. Hier zet de voormalige filosofiestudent en publicist zichzelf te kijk als borreltafeldenker. Hoezo is de wereld van vandaag ‘onheilspellender dan ooit’? In het gehele stuk valt niet één empirisch feit aan te wijzen, die deze stelling ondersteunt. Slechts de subjectieve waarneming van Sanders dat ‘de mensen zich zijn gaan opsluiten in het verschil: het etnische, het seksuele, het religieuze, het gender- en het clanverschil’ vormt de flinderdunne verantwoording voor de onheilspellende staat van onze planeet. Ik wil niet flauw doen. In een filosofisch getint stuk in een landelijke ochtendkrant mag je best eens een losse flodder ‘in de groep gooien’ (alles beter dan de horkerige teksten van professionele filosofen), maar Sanders sluit hier wel erg opzichtig aan bij de ondergangsretoriek waar de gemiddelde VK-lezer zo van smult. En die de indruk moet wekken dat de wereld achteruit holt zodra de goede bedoelingen van progressieve journalisten van de Volkskrant, inclusief Sanders, steeds vaker op een zijspoor terechtkomen. Ofwel: Sanders ‘pijpt’ hier in overdrachtelijke zin de VK-lezer, en doet – ironisch genoeg - daarmee zelf mee aan die vermaledijde clanvorming (‘kijk ons eens bezorgd en wijs vanuit de hemel naar de doorgedraaide mensheid kijken!’). Ik bedoel, zou de modegevoelige scribent begin jaren ‘80 in, bijvoorbeeld, de wapenwedloop tussen Oost en West niet al een aanleiding hebben gevonden om de wereld ‘onheilspellender dan ooit’ te noemen? Is dit niet de doorzichtige overdrijving waarmee elke rhetoricus/journalist poogt zijn (goedgelovige?) publiek wakker te schudden?  Tot slot: ik wil zelf maar al te graag geloven dat de wereld ‘onheilspellender is dan ooit’, daar ligt het niet aan. Maar zou de heer Sanders mij, onschuldige lezer, de volgende keer dan wat meer munitie willen aanreiken om die stelling jegens derden geloofwaardig te kunnen verdedigen? Nu lijkt ‘t net alsof een filosofiestuk toch weer een vrijbrief is voor de auteur om, kort door de bocht, zijn eigen particuliere gelijkje te halen.

Natuurlijk klopt ‘t niet!

In Geen categorie on 7 augustus 2009 at 09:59

Liet NRC-journalist Joris Luyendijk ons een paar jaar terug zien dat de journalistiek voortdurend een loopje neemt met de waarheid (‘Het zijn net mensen’, Podium), nu duikt filosoof/publicist Rob Wijnberg op met de boodschap dat veel politieke manoeuvres te Den Haag in filosofisch opzicht volstrekt inconsequent zijn (‘Nietzsche en Kant lezen de krant’, De Bezige Bij). Beide boeken zijn, op hun manier, uiterst nuttig en goed geschreven. En gezien de verkoopcijfers – en dat is nog het meest verheugend – staat een breed publiek open voor hun twijfel en ‘moeilijke boodschap’ van complexiteit en postmoderne zelfwerkzaamheid. Hun excercitie doet me denken aan Karel van het Reve, die ooit de literatuurwetenschap via een steile redeneerwijze ‘ontmaskerde’ als humbug. Eén kritiekpunt: MAW, Mensen Als Wij, wisten natuurlijk allang dat het allemaal niet klopte, maar het helpt als Joris en Rob meer mensen in ons kamp trekken. Uit het aantal keren dat Wijnberg de naam van PVV-leider Geert Wilders laat vallen, valt op te maken dat hij diens electoraat ooit nog denkt te kunnen verleiden tot een leessessie Nietzsche alvorens ze het kleurpotlood in het stemhokje ter hand nemen. Ontroerend…

De internethoek

In Geen categorie on 6 augustus 2009 at 08:46

Verder kan ik naar aanleiding van regelmatig bezoek aan ‘de internethoek’ op mijn huidige camping een essay aankondigen. De werktitel luidt: ‘ Facebook als darwinistische foltermethodiek’.

Leesjournaal

In Geen categorie on 6 augustus 2009 at 08:44

Op verzoek van enkele ‘fans’ wat berichten vanaf mijn vakantie-adres. Om te beginnen een kort leesjournaal. Wat heb ik de afgelopen weken verorberd?

1. De wet van Spengler – Jaap Scholten. 2. Nieuwe levens – Ingo Schulze. 3. Nietzsche en Kant lezen de krant – Rob Wijnberg. 4. De tranen van Kuif den Dolder – Nico Dijkshoorn. 5. Hoe de wereld perfect functioneert zonder mij – Joost Vandecasteele. 6. Naar de honden – Helle Helle. Nu: Allesbehalve een held – Rudolf Lorenzen.

Poëzie herlees ik: de nieuwe Duinker, Tao Lin, Milosz, Wijnberg…

Op 14 augustus terug in Rotterdam.

Vakantiestemmetjes

In Geen categorie on 20 juli 2009 at 15:53

Onlangs schreef een cultuurpessimist in een chagrijnige bui dat het Westen eigenlijk niets meer in de aanbieding heeft dan ‘welvaart, consumptie en vrije tijd’. Als je zin hebt om deze somberaar te pesten, dan zeg je: ‘Tjonge, eigenlijk best veel, als je al die perioden van grote duisternis uit het verleden, zoals de Middeleeuwen, ernaast legt’. Wanneer je echter zin hebt de pessimist gelijk te geven in zijn somberte, dan zeg je: ‘Rrráák! Onze cultuur verheerlijkt ranzigheid en onbenul, het is een kwestie van tijd voordat we voorbij worden gestreefd door beschavingen met hogere ambities en morele standaarden’. Nu ik even op vakantie ga, voorspel ik dat ik de helft van de tijd het eerste stemmetje in mijn oor voel blazen (als ik in een hangmat achterover hang en een boek lees) en de helft van de tijd het tweede stemmetje (als ik een pretpark of winkelstraat in ben geduwd door mijn kinderen). Politiek = altijd persoonlijk. Altijd…

Adios voor nu!!!

Bouwen bij Kink FM

In Geen categorie on 13 juli 2009 at 23:29

Vandaag heb ik in Hilversum, samen met presentator Leon Verdonschot, opnames gemaakt voor het programma ‘Oeverloos’. Het was een puntje-puntje-puntje ervaring (het juiste bijvoeglijke naamwoord schiet me even niet te binnen)… Wat ik sinds vandaag wél weet: als vragensteller voel ik me méér op mijn gemak dan als vragenbeantwoorder, al was het maar omdat ik merkte dat ik in die laatste rol last heb van nogal dwangmatig perfectionisme. Op elke vraag van Leon probeerde ik waanzinnig precies en waarheidsgetrouw en eloquent te antwoorden, hetgeen leidde – ben ik bang – tot een docerende toon, die wel eens pedant zou kunnen overkomen. In de auto naar huis werd ik bevangen door het vreemde gevoel dat ik een eerste stap had gezet naar het ‘verdichten’ van wie ik ben, kortom, naar mijn eigen ‘mythologisering’. Ik nam het mezelf niet kwalijk, ik dacht meer: o! dát gebeurt er dus als je vaker in de media verschijnt en vragen gaat beantwoorden. Je gaat een logisch/onderbouwd/stevig beeld van jezelf creëren en je ‘gebruikt’ elke vraag om dat beeld meer kracht en inhoud te geven. Misschien kan ik het beter zo zeggen: ik was in de studio van Kink FM naar mijn gevoel begonnen aan een bouwwerk, dat ik liever niet wil afmaken (té pompeus qua omvang, té vermoeiend qua onderhoud). Dat is ook het essentiële verschil met vragen stéllen! Je bouwt niet – je breekt lekker af! Als presentator van ’Werktdat?’ (Radio Rijnmond) dartel ik na een aflevering vederlicht de studio uit. Het werk is gedaan; ik heb m’n gasten en onderwerpen aan mijn kritisch-ironische toon ‘blootgesteld’ en alles is daarmee, in mijn eigen verbeelding althans, verbaal tot de ‘juiste proporties’ aan gruzelementen geslagen. Joechei! Olé! Rápen maar, die scherven! Breekwerk ligt me humeur-technisch, geloof ik, beter als maakwerk – op de radio dan…

Na afloop moest ik mijn drang tot breken even de vrije loop laten en zei ik tegen Leon dat ik Kink FM beschouwde als ‘een leuk oefenpotje’ voor het echte werk. Hij had me op mijn smoel mogen slaan, maar hij deed ‘t niet. Waarvoor dank.

Uitzending te beluisteren op 9 augustus tussen 19.00 en 21.00 uur (Kink FM).

Iran, 3 weken later…

In Geen categorie on 12 juli 2009 at 14:24

Uuuuuuh… sorry… mag ik, drie weken na dato, nog even weten of die meneer Ahmedinejad en zijn kornuiten INDERDAAD grootschalige en einduitslag beïnvloedende verkiezingsfraude hebben gepleegd? Ik hoor er – verdacht – weinig meer over. De hele, ’solidair paarse’ Twitter-gemeente lult allang weer over iets anders en in Hilversum is iedereen op vakantie of kijkt naar de Tour de France. Moeten we de mullah’s schoorvoetend gelijk geven als ze roepen dat het Westen – Amerika en Groot-Brittannië voorop – willens en wetens gepoogd hebben het land te destabiliseren? Zou het zo kunnen zijn dat de Iraanse studenten met hun hoge knuffelgehalte inmiddels weer gewoon aan het werk zijn en zich drukker maken om hun uiterlijk dan om de politiek? Het is precies dit kortademige, deze ‘geheugenloosheid’ die de westerse maatschappij (en mediamachine) voortdurend aan de dag legt, die zoveel weerzin wekt bij niet-Westerse landen. Gaan we het dan nooit begrijpen?

Actualiteit wint van Kwaliteit

In Geen categorie on 12 juli 2009 at 13:22

Robert Vuijsje komt de eer toe de eerste ’serieuze’ bestseller over de (Nederlandse) multiculturele samenleving te hebben geschreven. ‘Alleen maar nette mensen’ is een vermakelijke, leesbare en soms hilarische roman over een verwend jongetje uit Amsterdam-Zuid, dat seksueel gaat shoppen in de Bijlmer, op zoek naar de ideale ‘Sherida’ met dikke kont en grote tieten. Het boek deed me in zijn enthousiasme voor merknamen, afmetingen en inhoudsloze dialogen niet zelden denken aan het ‘dirty realism’ van het al bijna antieke ‘Less than zero’ , geschreven door Brett Easton Ellis. Toch heeft de Gouden Uil natuurlijk een enorme vergissing begaan door dit boek te onderscheiden met een literaire prijs. Dat valt niet anders uit te leggen dan als een collectief schuldgevoel dat onder de juryleden geheerst moet hebben (‘zijn wij ook van die enge blanken, die in Vuijsje’s boek als carrièregericht, egocentrisch, pedant en potsierlijk worden neergezet? hélp!’), want echt literaire kwaliteiten heeft dit boek, nagenoeg, niet. Al eerder schreef ik op dit weblog dat Christiaan Weijts de winnaar had moeten zijn met zijn magistrale ‘Via Capello 23′, maar opnieuw bleek dat de Lage Landen zich liever onderscheiden door het maken van laffe, moreel hoogstaand ogende beslissingen dan door het applaudiseren voor Pure Kwaliteit. Gemiste kans…

Weggemoffelde Wijffels

In Geen categorie on 12 juli 2009 at 08:39

Vanochtend ‘viel’ ik in een aflevering van ‘Schepper & co’ (gepresenteerd door de nieuwe, nationale spirituele lijm: Jacobine Geel) waarin de ’vader’ van het huidige kabinet, Herman Wijffels (CDA), in heldere kleuren aangaf waar het heen zou moeten met de wereld en Nederland. Goeie kop, goeie stem, goeie presentatie – die man. Niet voor niets werd hij een paar maandjes terug door Jan Marijnissen (SP) uitverkozen om in een fictieve ‘Raad van Wijze Mannen’ plaats te nemen, die Nederland tijdelijk richting zou moeten geven, in plaats van stuurloze ministers en hun ministeries. Met Wijffels kwam – inderdaad – de stem van de redelijkheid, het overzicht, de Grote Lijn tot leven. En wat nou zo typisch was? Zulke lieden zie je bij de Publieke Omroep alleen in de ‘randen van de ochtend en de avond’. Omdat ze geen rol (willen) spelen in de soap die wij de ‘Nederlandse politiek’ plegen te noemen. Op prime time worden we dom gehouden door de laatste akkefietjes in de Tweede Kamer, met Ferry Mingelen als stalmeester annex dorpsomroeper. Kortom: blij met een man als Wijffels, niet blij met hoe hij weer – symptomatisch! – was weggemoffeld in het uitzendschema.

PS: in een korte uiteenzetting liet Wijffels trouwens weten dat hij aan meditatie doet; ook daarin is hij een fase verder dan de ‘gewone’ politici op Het Binnenhof.

Lees een dichtbundel in plaats van een krant!

In Geen categorie on 7 juli 2009 at 14:32

In al dat troosteloze proza over verschralende media, zieltogende kranten en falende businessmodellen valt me één ding op. Niemand schijnt rekening te houden met de mogelijkheid dat de consument het nieuws in z’n algemeenheid – hóe ook gepresenteerd! – minder interessant of belangrijk is gaan vinden. Toevallig las ik net nog dat er bij het ‘historische bezoek’ van Obama aan Rusland vrijwel niemand langs de kant van de weg stond, toen de zwarte president per auto naar het Kremlin werd vervoerd. Tussentijdse conclusie: zelfs de mythische leidersfiguur Obama heeft kennelijk moeite om de gemoederen van de ‘gewone bevolking’ te beroeren. Een teken aan de wand? Ik merk in mijn omgeving dat nieuws en actualiteiten steeds vaker als ‘een saai onderwerp’ wordt bestempeld (‘wat moet je d’r mee? je hebt er tóch geen invloed op!’);  zelfs op de redactievloer waar ik part-time werk, praat men liever over een grappig YouTube-filmpje of schunnige verspreking dan over, pakweg, de route naar vrede in het Midden-Oosten. Ik denk ook even aan eergisteren toen tennisser Roger Federer geschiedenis schreef met zijn 15e Grand Slam-titel. De Britse pers probeerde de gebeurtenis met vette koppen en uitroeptekens tot een sensatie te maken, maar Roger zelf bleef er toch vooral erg nuchter onder en ik heb tot dusver nog niets gehoord van spontane volksfeesten in zijn geboorstestad Basel. Het is me even ontschoten wie het was, maar ooit zei een slimme man: ‘Er zijn geen andere omstandigheden dan persoonlijke omstandigheden’. Ofwel: ’samenleving’, ‘maatschappij’, ‘politiek’, ‘economie’ – het zijn allemaal ficties, die ons, vooral via de media,worden opgedrongen. Of dit nu waar is of niet, het is een zienswijze die opvallend weinig aan bod komt in de discussies over de toekomst en de subsidiëring van media. Onterecht! Want die 15 Grand Slam-titels van Federer mogen dan wereldnieuws zijn en de voorlopige kroon op zijn indrukwekkende tennisloopbaan, als – ik noem maar wat – zijn kindje straks niet (helemaal) gezond ter wereld komt, zal hij die titels hoogstwaarschijnlijk graag inleveren voor een wél gezonde baby. Met dit sentimentele voorbeeld wil ik maar even aangeven hoezeer nieuws, en ook werk, zich uiteindelijk in de periferie van het leven afspelen en de ‘echt belangrijke dingen’ nooit ofte nimmer in de media komen (al kruipen de makers van reality-tv nog zo brutaal en nog zo fanatiek de meest afzichtelijke huizen binnen).  

Deze overdenking poogt niets anders dan de mogelijkheid te opperen dat minder (passieve) mediaconsumptie – games zijn een ware groeimarkt, natuurlijk! - dan misschien een groot probleem is voor de traditionele zenders en mediaconcerns. Maar dat het voor de volksgezondheid misschien wel een pré is als er wat kranten, tv- en radiozenders verdwijnen. Opgeruimd staat netjes! Laten we meer tijd aan onze vrienden en naasten besteden! Of aan boeken! Met name dichtbundels…

Persreisjes & slavenarbeid

In Geen categorie on 7 juli 2009 at 08:05

Als je de mens wilt tegenkomen in zijn meest dierlijke staat, hoef je niet naar een besloten seksfeest maar kun je beter eens meegaan met een journalistenuitje. Vanaf het moment dat je met collega’s een bus, boot of legervoertuig in wordt gedreven, zal het woord ‘kudde’ een extra dimensie voor je krijgen. Ik kan het weten, want een doodenkele keer ben ik ook ‘gezwicht’ voor een fabrikant of dienstverlener die mij wilde overtuigen van de voortreffelijkheid van een dienst of product. Wat je dán allemaal meemaakt…!!! Begeleid door een korps van PR-managers (die twee klassen beter zijn gekleed dan jij en om je heen zwerven als een troep kampwachten) word je mee getorst van de ene bezienswaardigheid naar de andere. In veel gevallen staan de PR-mensen onderling via een portofoon met elkaar in contact, dus ontsnappen is niet mogelijk (‘Hé, daar gaat een pennenlikkertje! Die voert 100.000 lezers met z’n stukkie… Hou ‘m tegen!’). Niet dat ik ooit een ontsnapping heb gezien, want tijdens de betere journalistenuitjes is er ongeveer elk kwartier sprake van een nieuwe ronde fouragering; om de haverklap krijg je  een broodje, een drankje, een toastje of een  hebbedingetje aangeboden en ik heb nog nooit een journalist/sloeber om zo’n schaal of uitreiking heen zien lopen. Nee, als lemmingen rennen ze op het gebodene af! Hun uitgstrekte armen, vechtend om voorrang, hebben iets weg van een hulpeloos insect. Even later zie je de vreemdste dingen in hun mond verdwijnen, de mallotigste speeltjes om hun nek hangen of de onbeduidendste pluisbeestjes uit hun broekzakken hangen. Ja ja, de mens als pakezel… Laatst zat ik in een persreisje over ‘Brazilian Contemporary’, een themazomer van drie Rotterdamse, culturele instellingen die – op gezag van de gemeente – iets Braziliaans hadden georganiseerd (Rotterdam wil uit economische motieven namelijk ‘vriendjes’ worden met de nieuwe grootmacht uit Latijns Amerika). Vooral in het Boijmans van Beuningen bakten ze het bruin. Toen de laatste journalist in de hal met Braziliaanse kunst arriveerde, was een elektronisch vergrendelingsgeluid hoorbaar en zaten we met z’n allen, letterlijk, opgesloten. Voor de dienstdoende conservator was het ‘t teken een doodsaai verhaal af te gaan steken over Braziliaanse kunstenaars uit de jaren ‘60 en hoe die – let op! nieuws! –  ’een andere kant op wilden’ dan de Braziliaanse kunstenaars van de jaren ‘50 (gááp!). Toen een Duitse journaliste na tien minuten naar het toilet moest, waren er twee PR-medewerkers voor nodig om naar de receptie van Boijmans te bellen en opdracht te geven de vergrendeling tijdelijk op te heffen. Ik was, geloof ik, de enige die er de humor van in zag – de rest van het slavenvolk noteerde braaf en geconcentreerd (en opgesloten!) de ondoorgrondelijke wegen van en splitsingen in de Braziliaanse kunst van de jaren ‘60. Na afloop werden we een lunchzaal binnengeleid, alwaar ik, geheel conform de etiketten, mijn bordje vol liet plempen met Braziliaanse specialiteiten en ik bij mijn collega’s (het ‘denkend deel der natie’?) een originele gedachte probeerde los te peuteren over Brazilië. Vergeefse moeite. Hun kamelenmonden waren gestaag bezig het geleverde voedsel weg te malen en de volgende ochtend noteerde ik in hun respectievelijke vodjes obligate koppen als ‘Het andere Brazilië’, ‘Fascinerend Braziliaans’ en ‘Brazilië, de ideale mix’.  Smákelijk eten!

Iedereen naar Real Madrid

In Geen categorie on 5 juli 2009 at 20:27

Kun je steenrijke profvoetballers verwijten dat ze een gebrek aan fantasie hebben? Misschien niet. Het zou zomaar kunnen dat zo’n gebrek de sleutel is tot hun succes. Het is, bijvoorbeeld, mogelijk dat ze ‘t echt menen als ze na het scoren van een hattrick zeggen dat het ‘toch vooral om het teambelang gaat’ en dat ‘de drie punten het belangrijkst zijn’. Ikzelf zou het heel verfrissend en mooi vinden als ze zouden onthullen dat ze van die ene goal in de bovenhoek al dromen vanaf het moment dat ze nog onder een Mickey Mouse-deken lagen (of beter nog: dat ze erbij gemasturbeerd hebben), maar waarschijnlijk is het woord ‘droom’ al bijna verdacht in de topsportwereld. Ik heb weinig fantasie nodig om me te kunnen voorstellen dat je een keiharde doodschop van Sir Alex Ferguson krijgt als je, per ongeluk, het woord ‘droom’ laat vallen. ‘HET GAAT NIET OM JOUW DROOM!’ briest Sir Alex. ‘HET GAAT EROM DAT WE WINNEN. KAMPIOEN WORDEN. EN DAT JE DOELPUNTEN MAAKT! LAAT HET DROMEN MAAR AAN MIJ OVER!!!’  Zet een paar voetbalvrouwen naast elkaar en je weet: de fantasie van topvoetballers blijft keurig binnen de grenzen van de middenpagina’s van de Playboy. Of kijk naar hun huizen: stelselmatig geplukt uit de onroerend goed-gids van Marbella of een soortgelijk oord. Het meest stuitende voorbeeld van het fantasiegebrek zien we deze zomer op de transfermarkt: elke ‘topper’ wil bij Real Madrid (blijven) spelen. Hoe kóm je d’r op? Originééél! Ronaldo, Kaká, Benzema;  ze ‘droomden’ allemaal van Real Madrid. En dus gingen ze naar Madrid. Het meest ontluisterend zijn de berichten over de Nederlanders van Real (Huntelaar, Sneijder, Robben, Drenthe, Van Nistelrooij) die allemaal overbodig dreigen te worden, maar gewoonweg van niets anders kunnen dromen dan van Real. Sneijder wil niet weg, Huntelaar ‘wacht op zijn kans’, Van Nistelrooij denkt nog ‘van waarde’ te kunnen zijn en Robben vindt de geruchten over een transfer naar De Spurs een zware belediging van zijn voetbalkunsten. Real, Real, Real… Iets anders willen ze niet, iets anders kúnnen ze kennelijk ook niet bedenken. Nog even en clubs als AC Milan, Internazionale, Juventus, Liverpool, Bayern München en Manchester United zitten opgescheept met  wereldvoetballers die met een maandsalaris van enkele tonnen chagrijnig rondlopen en eigenlijk bij Real hadden willen voetballen. Niet omdat die andere topclubs minder mooie clubs zouden zijn met minder aanzien of historie, maar – gewoon – omdat voetballers, zo blijkt eens temeer, een afschuwelijk beperkte fantasie hebben. Ze kunnen het zich – gewoon – niet voorstellen dat het veel mooier is om de tifosi van een club als Inter, na 34 jaar, weer eens Champions League-trofee te laten vieren dan het verwende Real aan het zoveelste eremetaal te helpen. Zoveel frivoliteit past niet in hun hoofd…

Twittermoe

In Geen categorie on 4 juli 2009 at 10:25

Ik zit nu drie á vier maanden op Twitter, geloof ik. En ik zak in – qua bijdragen en sitebezoek. In een eerdere analyse heb ik Twitter omschreven als ‘een koffiemachine voor zelfstandigen’, ofwel: een digitale hangplek voor de éénpitters waarvan er steeds meer rondlopen in Nederland. Tóch – zie ik nu – is die omschrijving nog teveel eer voor het fenomeen Twitter. Bij de koffiemachine kun je na het gelul over het nieuws van de dag of het tv-programma van gisteravond op zijn minst – met een opmerking of een terloopse vraag – ‘proeven’ of er een verhaal of een boeiende persoonlijkheid achter iemand schuilgaat. Bij Twitter lukt dat niet. Daar zit je eeuwig opgesloten in een soort ’snuffelfase’, die je op een verjaardag of bij een vernissage in twee minuten afrondt (met wie wil ik praten? wie ziet er leuk uit? van wie kan ik ‘iets’ verwachten?). Ik ben onderhand wel uitgesnuffeld. Zeker bij mensen die elke morgen hun toetsenbord aanranden met een ‘Goedemorgen vanuit Rotterdam!’ (sorry, Jan10…). Twitter wordt, kortom, steeds slechter vermomde tijdsverspilling. Ik ben alleen nog te laf om me af te melden. Afscheid nemen van 51 ‘followers’ is  een hard gelag!

De ratiomarkt

In Geen categorie on 4 juli 2009 at 08:55

Tiplijstjes. Stappenplannen. Organogrammen. Competentieschema’s. Excell-sheets… Ik vind ze eindeloos fascinerend. Niet alleen de drang om de werkelijkheid ‘te vangen’ in dergelijke simplificaties kan ik vaak al niet aanzien zonder een glimlach, helemáál vermakelijk (en in zekere zin: triest) wordt het – mijns inziens – als mensen er een absolute waarde aan toe gaan kennen. Toch kan ik niet ontkennen dat er een enorme ‘markt’ is voor het presenteren van kennis en inzicht in deze vormen. Ik noem het de ‘ratiomarkt’, ofwel: de vraag naar Bedrieglijke Helderheid uit onvermogen of onwil in de ingewikkelde werkelijkheid te duiken. Door de toenemende complexiteit van de maatschappij zie je zelfs dat de vraag naar ‘ratio’ toeneemt. Niets zo verleidelijk als het document ‘Hoe schrijf ik een bestseller in vijf stappen?’. Ik zou bij God niet weten wat er in zou moeten staan (op zich jammer!!!), maar dát het commerciële waarde heeft staat vast. En dan die hele trend van canons: een verzameling ’hoogtepunten’ uit vakgebieden, landen, continenten, perioden of geloofsrichtingen die de leken moeten inwijden in iets waar ze na het consumeren van de canon, vermoed ik, weer even weinig van af weten als daarvóór! (Strikt genomen is een canon eerder een uitnodiging om je hersens ‘uit’ in plaats van ‘aan’ te zetten.) Let op: tot dusver heb ik het alleen nog maar over de zichtbare ‘ratiomarkt’, de vorm die je kunt aanschaffen (boek, cursus, dvd) en aanraken (spreker, docent, politicus). Maar er is ook nog zoiets als de onzichtbare ‘ratiomarkt’, waarbij er, als een soort onzichtbare epidemie, ineens behoefte ontstaat aan verklarende teksten over een bepaald onderwerp. En er - ter geruststelling van ‘het volk’ – een nevel van rationaliteit rond ons wordt opgetrokken. De kredietcrisis is een mooi voorbeeld. Ineens doken uit alle hoeken en gaten ‘deskundigen’ op die het aan hadden zien komen, die het waarom meenden te doorgronden en  vaak ook nog verstand dachten te hebben over hoe we eruit konden klimmen. En de consument? Die keek ernaar en sjokte mismoedig door de nevelslierten. 

Als je, zoals ik, niet zo gelooft in de zegeningen van de ratio, ben je in deze kapitalistische maatschappij algauw, jawel, een dief van je eigen portemonnee. Dat zei onlangs tenminste een zich ‘coach’ noemende persoon tegen mij, op een bruisende receptie. Deze persoon spoorde mij aan toch snel ’De Methode Van Willigenburg’ te introduceren en er een nationaal en liefst internationaal gewild ‘product’  van te maken.  ‘Wat je nu verdient, is ver beneden je niveau.’ 

Enfin. Het zal wel geen toeval zijn dat in mijn pas verschenen bundel, ‘De functie van Finland’, gedichten staan met ironische titels als ‘Verbetertraject’, ‘Moderne overheid’ en ’Loopbaanadvies’…

Het dak dat (niet) dicht gaat

In Geen categorie on 2 juli 2009 at 22:34

Nog even Wimbledon… Zijn ze ‘eindelijk’ gecapituleerd voor het grote geld (Amerikaanse tv-gelden) en de moderne tijd (ongeduld ‘rules’!) door een dak boven het Centre Court te bouwen, presteren die Engelsen ‘t om het alleen in uiterste noodgevallen ook daadwerkelijk dicht te doen!!! Nog steeds zitten er een paar machtige ’stiff upperlips’ in het organisatiecomité, die tegen elke prijs willen voorkomen dat Wimbledon een indoor-toernooi wordt.  Gevolg? Alleen als het met bakken uit de hemel komt en het speelschema geen uitweg biedt, drukken ze op de knop en gaat het dak – oe! lekker langzaam… – dicht. Zelfs met de modernste technieken blijft Wimbledon ruiken naar sigaren, bolhoeden, aardbeien en het geaffecteerde ‘He’s a jolly good fellow!’. Een marketeer zou zeggen: ’Houwen zo: Unique Selling Point.’

Eeuwig 1951

In Geen categorie on 1 juli 2009 at 08:18

De 21-ste eeuw schijnt begonnen te zijn. Maar in Nederland (of moet je zeggen: in Europa?) bewaren we nog zoete herinneringen aan de ‘rust’ en de ‘gezelligheid’ van het eind van de 20-ste. Op de TV-beurs in Cannes was het dit jaar meer dan ooit ‘retro’ wat de klok sloeg; spelletjes, kwissen en soaps uit de jaren ‘80 en ‘90 zijn ongekend populair. Arnon Grunberg heeft zich bij wijze van zoveelste experiment een paar weken lang ‘gelanceerd’ in de nieuwbouwwijk ‘Leidsche Rijn’ en constateert dat het in Nederland ’eeuwig 1951′ lijkt.  Me dunkt dat deze nostalgie wel eens een grotere vijand zou kunnen zijn voor onze toekomst dan, wellicht, de moslims of de islam. Journalist Conrad Busken Huet (1826-1886) had ‘t in de 19-e eeuw al over het ‘ingedutte Nederland’. En ook nu weer zie je allerlei krampachtige bewegingen om toch maar vooral collectivistisch te blijven denken (‘de boel bij elkaar houden’ heet dat tegenwoordig), met Paul de Leeuw en de Publieke Omroep als hoogbegaafde gangmakers, ahum… Met dit in het achterhoofd zie ik de huidige ‘onrust’ rond Wilders en de doemdenkerij over het ’sociale klimaat’ in Nederland eerder als een innerlijk verzet tegen onze eigen, taaie inertie en zelfgenoegzaamheid dan als een gemeende haat jegens een ander geloof of een andere bevolkingsgroep (hebben Nederlanders werkelijk de energie om te haten?). De ‘onrust’ komt voort uit het ongemakkelijke gevoel dat er iets aan het veranderen is, maar dat we vooralsnog geen zin hebben in en geen idee hebben over hoe we die verandering moeten vormgeven. Want, ja, wij Nederlanders (dijkenbouwers, immers) geven graag zo doorwrocht en bedachtzaam mogelijk vorm! We hebben een eigenlijk een soort ‘revolutie’ nodig’, maar alles in onze genen verzet zich tegen de snelheid en de onbesuisdheid van het begrip ‘revolutie’. Vergelijk dat eens met Amerika, waar ‘verandering’ (Change!!!!) een positieve klank heeft, nieuwe energie losmaakt… En Wilders? Wilders verschaft ons de illusie dat we wel degelijk heldhaftig en ‘revolutionair’ zijn, dat we ‘de boel eens drastisch gaan aanpakken’. Een kind begrijpt dat hij tot aan de verkiezingen alles in het werk zal stellen om die illusie op te pompen om ‘m daarna, eigenhandig, weer om zeep te moeten helpen.  Zelfs met Wilders aan het roer zal Nederland namelijk nog jarenlang verzot blijven op… 1951!!!

Mijn internetvriend M. Benders

In Geen categorie on 29 juni 2009 at 23:50

Hierbij wil ik een korte lofrede houden op mijn internetmaatje, Martijn Benders. Hoewel ik inmiddels (de min of meer gebruikelijke) honderden ‘vrienden’ op Facebook, Twitter, Plaxo, LinkedIn en Hyves heb verzameld, is er maar één die de moeite neemt om mij uitgebreid van repliek te dienen en alles doet om mij tot de grond toe neer te sabelen en, inderdaad, zijn naam is Martijn Benders. Terwijl de rest van mijn contingent digitale ‘followers’ zich af en toe tamelijk onverschillig laat bevredigen door mijn soms leuke, soms melige, soms scherpe, soms onbetamelijke opmerkingen en oneliners, is Benders constant bereid me bij mijn arrogante lurven te pakken en tot bloedens toe te ontmaskeren. Hij is de tegenstander die ik mij wens: licht ontvlambaar, altijd tikbereid, goed van de tongriem gesneden, belezen en tot op het bot wantrouwend als het om types als ik gaat: zich ‘journalist’ noemende opportunisten, die schaamteloos leentjebuur spelen bij andere schrijvers en denkers, zonder  zelf ooit een originele gedachte tentoon te spreiden. Benders houdt het graag ‘zuiver’,  als u begrijpt wat ik bedoel…  Sinds de verschijning van M. Benders aan het digitale front hoef ik me geen zorgen meer te maken of het wel  ’uitmaakt’ wat ik noteer. Ik weet dat er één persoon is in Istanbul – M. Benders – die in een ‘post’ van mij een uitgelezen kans ziet alles wat hij haat en veracht de doodsteek te geven. Het leidt dikwijls tot een cyber-zwaardgevecht dat ik als ‘intiem’ en ‘vermakelijk’ zou willen kenschetsen. En als Benders zich daar ongelukkig bij voelt, stel ik voor dat hij zijn steekwapens voortaan maar in hun schede laat zitten. Liever niet.

‘Let’s make love áááánd war’, Martijn.

Genieten van John McEnroe

In Geen categorie on 28 juni 2009 at 11:30

Eén van de weinige autobiografieën uit de sportwereld die ik met plezier heb gelezen, is ‘Serious’ van John McEnroe. Niet alleen was hij in zijn hoogtijdagen een kleurrijk figuur op de tennisbaan (alsmede een puntgave stilist), hij weet het in zijn memoires al even kleurrijk, en gelardeerd met een gezonde hoeveelheid humor en zelfkennis, op te dienen. McEnroe is een veelzijdige man, een getalenteerd muzikant ook, en nu, tijdens Wimbledon, kunnen we weer dagelijks genieten van nog een ander talent dat in hem schuilgaat: haarscherp commentaar geven bij wat er ‘on the court’ gebeurd. In zijn beste momenten is hij grappig, to-the-point en bijna filosofisch in één enkele zin! Gisteren nog… Gevraagd naar het grote verschil tussen de Schot Andy Murray en zijn Servische opponent Viktor Troicki, antwoordde ‘Mac’, aan het begin van de partij, zonder aarzeling: ‘Murray is een tennisspeler die via krachttraining een atleet is geworden, Troicki is een atleet die via training probeert een tennisspeler te zijn.’  De uitslag – 6-2, 6-3, 6-4 voor Murray – was de perfecte weergave van ‘Mac’s’ typering.

De ‘Blokkerisering’ van Arjen Duinker

In Geen categorie on 27 juni 2009 at 22:45

Wat doe je een schrijver, dichter, komiek of muzikant eigenlijk aan als je hem of haar bewondert? En wel op een manier die je doet hunkeren naar een volgende voorstelling of CD of uitgave? Die vraag heb ik mezelf gesteld naar aanleiding van de nieuwe bundel ‘Buurtkinderen’ van Arjen Duinker: een dichter die ik eindeloos lees en herlees zonder dat ik bij de 50-ste of 100-ste keer ‘uitgekeken’ raak op zijn werk. Omdat zijn gedichten zo ongelofelijk vitaal  zijn (voor mij) en er zelfs na een zoveelste lezing nergens roestplekken op gaan zitten, begroet ik een nieuwe bundel van zijn hand met niet minder dan (ongezonde?) jubel. Há! denk ik dan. Weer nieuwe werken (gedichten) om eindeloos ‘mijn tanden in te zetten’ en van te genieten.  Enfin – u voelt ‘m al komen… In ‘Buurtkinderen’ raakte ik na 20 of 30 pagina’s teleurgesteld. Aangezien ik mezelf niet als een volwaardig criticus beschouw, zult u geen uitgebreide, technische verhandeling gaan lezen waaruit onmiskenbaar volgt dat de gedichten in ‘Buurtkinderen’ slechter zijn dan die in vorige bundels. Maar ik wil u twee algemene indrukken toch niet onthouden; indrukken die mijns inziens een relatie hebben met het gevoel van teleurstelling waar ik zojuist lucht aan gaf. Ten eerste bestaat de bundel uit ruim 200 pagina’s (!), waardoor – lijkt ‘t wel – de zeggingskracht annex betekenis van elk afzonderlijk gedicht afneemt.  Een effect dat zeker bij Duinker ‘zwaar weegt’, omdat zijn poëzie tot dusver juist zo explosief en spannend was vanwege de suggestie van spontaniteit en het ‘eeuwige opnieuw beginnen’ – bijna per woord kon er een nieuwe wereld of gedachte of luciditeit het gedicht binnendringen!!! Nu er met ‘Buurtkinderen’ ruim 200 pagina’s Duinker-poëzie in één keer de wereld ‘in worden gegooid’, neemt dat verrassingseffect onherroepelijk af en ontstaat er bij mij al snel een gevoel van verzadiging. Door de enorme hoeveelheid lijken de gedichten ook eerder op elkaar te gaan lijken; tenminste, dat is de tamelijk hulpeloze beschrijving die het dichtst in de buurt van  mijn leeservaring komt. De tweede indruk (die samenhangt met de eerste) is dat het niet of nauwelijks uitmaakt waar je ‘Buurtkinderen’ openslaat. Op elke pagina kom je het typische idioom en de onwerkelijke logica van Duinker tegen. Nog steeds een verkwikkende ervaring – maar het windt niet meer zo op, juist omdat je het 10 pagina’s eerder of later ongeveer precies zo krijgt opgediend. Om Duinker voor mezelf ‘te redden’, heb ik vandaag een oude bundel van hem uit de kast getrokken (‘Ook al is het niet zo’) en, gelukkig, daar proefde ik die vitale  ’concentratie’ van de Duinker-blik, de springerige wetten van het onverwisselbare Duinker-universum, weer ouderwets in. 

Tot slot: het is wellicht een wat boude en ongepaste conclusie, maar in ‘Buurtkinderen’ zie ik toch een beetje de Blokkerisering annex Kruidvatisering van Arjen Duinker. De strakke hand van het ‘merk’ Duinker houdt de hele bundel in zijn greep – en dat is juist voor deze grillige, intuïtieve dichter geen winst. Terugkerend naar de beginvraag (wat doe je een artiest eigenlijk aan door hem of haar mateloos te bewonderen?), constateer ik dat er een mes in je groeit die je bij de minste of geringste teleurstelling bereid bent in de rug van de bewonderde te steken.  Sorry, Arjen.

‘Geloofwaardig’ – woord van andere planeet?

In Geen categorie on 26 juni 2009 at 10:48

Het zal wel een woord zijn van een andere planeet, maar ik, beste mensen, hecht nog aan een overheid die – schrik niet – ‘geloofwaardig’ is. Wat ik daarmee bedoel? Dat ik van het overheidsapparaat op z’n minst mag verlangen dat het zich aan z’n eigen wetten houdt en, dankzij enig zelfinzicht, niet gaat bemoeien met zaken waar ze geen bal verstand van heeft. In beide gevallen is de Nederlandse overheid al jaren een lachertje. In plaats van een kleine, overzichtelijke en coherente overheid zitten we opgescheept met een grote, onoverzichtelijke en incoherente overheid. Het nieuwste voorbeeld is het hemeltergende geschipper van minister Plasterk richting de Publieke Omroep.  Of het nu gaat om de criteria voor het toelaten van nieuwe omroepen, de salarissen voor presentatoren en bestuurders of de concurrentievervalsende initiatieven in de buik van het Mediapark, de ‘bewegingen’ van de minister (van een ‘beleid’ durf ik niet eens te spreken) wijzen slechts op een totaal gebrek aan visie op Waar Het Heen Moet en zijn niet veel meer dan reacties op sentimenten in de samenleving. De állernieuwste fout is dat Plasterk nu weer pretendeert dat de overheid een onfeilbare Idols-jury is die een  ’uniek talent’ van een ‘niet-uniek talent’ kan onderscheiden. De eerste categorie mag een salaris boven de Balkenende-norm verdienen, de tweede categorie moet – och arme! – genoegen nemen met het salaris van de premier (of minder). Plasterk meet zich kortom de rol aan van, zeg, Joop van den Ende of John de Mol, zoals ontelbare overheidscommissies in het ganse land zich de rol aanmeten van cultuurbewaker. Dat zou allemaal nog niet zo erg zijn als de overheid haar klassieke rol van ‘boven de partijen staan’ en ‘beschaving brengen’ een beetje serieus neemt. Maar welke burger neemt een overheid nog serieus, die potsenmaker Paul de Leeuw als ‘uniek talent’ zes ton in de achterzak schuift en een modale werknemer bij elke crisis tot ‘matiging’ maant? Overheid, trek u terug & beperk u eindelijk tot de zaken die de markt niet kan regelen!

Iran en de dreigende Hollywood-film

In Geen categorie on 22 juni 2009 at 07:41

Ik merk dat ik bij elk berichtje, elk snapshot, elk YouTube-fragment over demonstraties en (staats)geweld in Teheran in de verdediging schiet, dat wil zeggen: mezelf prangender dan ooit afvraag wat ‘het andere verhaal’ is. Als je de Westerse media moet geloven is Iran nu één kolkende massa van verzet. En zijn we vanuit onze luie stoel getuige van een strijd tussen de ‘goeien’ en de ’slechten’. Als het NOS-journaal vervolgens gaat spreken in termen van ‘het huidige régime’ (let op ‘huidig’ – het impliceert dat het weg moet, let op ‘régime’ – het impliceert dat de regering bestaat uit ongelegitimeerde boeven) en CNN over demonstranten praat als ‘fighters for freedom’  begint het zwart-wit-schilderij in al zijn simplisme op te doemen. Ik proef bijna fysiek de ontlading van journalisten en media die – eindelijk – weer eens hun zo felbegeerde rol van ‘vrijheidsstrijder’ mogen spelen. Je kunt zeggen: wat is daar tegen? En ik zou kunnen antwoorden: niets. Maar ’deep down’ ben ik toch wel enigszins geschokt door de naïviteit die de (westerse) journalistiek kennelijk aankleeft. Hoezo ‘vrijheid’? denk ik dan. Zelfs als het religieuze opperhoofd Khamenei en zijn handlanger Ahmedinejad binnenkort het onderspit delven (en dat zal vermoedelijk niet door demonstranten gebeuren, maar door meer liberale geestelijken in de hogere echelons van de ‘Raad van Hoeders’), hoeveel ‘vrijheid’ krijgt Iran daar dan voor terug? In mijn sceptische beleving wissel je bij zo’n omwenteling slechts van slavendom, simpel gezegd: je verruilt de hoofddoekcultuur door een McDonaldscultuur. Zoiets ‘vrijheid’ noemen vind ik bijna pervers. Net zoals ik de verheerlijking van onze westerse democratie als morele graadmeter voor andere landen al jarenlang persvers vind. Heel wat mensen die nu zo blij zijn met de opstand in Iran, zouden in Nederland graag zien dat de stembiljetten die rood gemaakt zijn voor Wilders’ PVV niet meetellen. Ja, mensen, zó complex is de werkelijkheid, zó onontwarbaar de puzzel van de (wereld)politiek. En de journalistiek maakt er dagelijks Duo Penotti (‘twee kleuren in een potti!’) van.

Bad en stront…

In Geen categorie on 21 juni 2009 at 16:59

Collega-dichter Peter de Groot zei het gisteren kernachtig: ‘De ene keer val je in een warm bad, de andere keer in een hoop stront.’ Het was op de terugrit van het zogenaamde Logger-festival in Vlaardingen, alwaar ik samen met A.C.G. Vianen, genoemde Peter de Groot en Menno Smit, gestalte trachtte te geven aan het poëzie-gedeelte van het programma. In een winderige setting met – in de verte – anderhalve paardenkop die aan het bier zat te lurken, stond het beklimmen van het podium zo ongeveer gelijk aan een bijna-dood-ervaring tussen sociale afbraakflats (aan de ene kant) en langs varende containerschepen (aan de andere kant). Misschien ben ik te achterdochtig, maar ik meende mijn collega-dichters af en toe ingehouden te zien gniffelen , alsof ze wilden zeggen: ‘Welkom in de ruige arena van het podiumdichten!’ Omdat verwijten richting organisatie, klachten over het publiek dan wel andere uitingen van teleurstelling of misantropie - naar mijn stellige intuïtie - wel érg voor de hand liggen (en ik daarmee zou uitnodigen ook mijn eigen performance kritisch onder de loep te nemen),  wil ik de strekking van dit stukje graag omdraaien. Dánk Vlaardingen voor deze razendsnelle leerschool! Dánk Logger-festival voor het inzicht dat ik nog 10 x zo brutaal, 10 x zo hard en 10 x zo eigenwijs moet zijn om mijn hoofd boven water te houden op het poppodium! Dank Sander Groen voor de als hoofdprijs vermomde executie! En dank Peter de Groot en Menno Smit dat jullie zo gretig ingingen op mijn aanbod jullie terug te rijden naar Rotterdam! Een rit tijdens welke wij de – eufemistisch uitgedrukt – ‘ietwat wrange nasmaak’ van ons optreden wegspoelden met een vrolijke conversatie zonder rancuneuze agenda. Mijn ‘vracht’ eenmaal op bestemming afgeleverd hebbend, dacht ik: vind je ‘t gek dat dichters soms als een moederkloek aan elkaar hangen? Als een groep  opgejaagde muizen aan de bar hangen? Na het Logger-festival weet ik het zeker: wij, dichters, staren onophoudelijk in het zwarte gat waar de mensen ‘buiten’ heel hard voor weglopen.

Slimme mensen, domme bestuurders

In Geen categorie on 16 juni 2009 at 07:53

De ‘verliezende’ presidentskandidaat Mousavi heeft in Teheran, tijdens een protestmanifestatie, tot zijn kiezers geroepen dat de vermeende verkiezingsfraude ‘een belediging is voor de intelligentie van de kiezers’. Een interessante uitspraak, die wat mij betreft niet alleen van toepassing is op de mullah’s in Iran. Met uitzondering van Obama (die zijn kiezers tijdens zijn campagne wél serieus nam en daar – terecht – voor werd beloond), zie ik overal in de wereld dat de intelligentie van kiezers actief wordt beledigd – zowel in democratische als in ondemocratische landen. Toegegeven, het is een grote sprong, maar wordt de intelligentie van Wilders-stemmers ook niet constant ‘beledigd’ door het moralistische optreden van de Nederlandse media jegens Geert? Sterker, zijn media en bestuurders niet voortdurend bezig een scherm van pseudo-helderheid en pseudo-samenhang aan het ophangen om de intelligentie van kiezers ‘tegen te houden’? Wat ik bij Obama zo inspirerend vindt (en inspirerend blijf vinden) is zijn realistische en pragmatische stijl van regeren, die geen enkele poging doet ideeën of levensstijlen van kiezers te veroordelen in de nuchtere zekerheid dat een maatschappij pas ‘echt goed’ functioneert als de symbolen van die maatschappij, zoals Obama, de toekomst consequent in mogelijkheden en verbeteringen blijven schetsen. Dát boort intelligentie en zelfverantwoordelijkheid aan! Vergelijk dat eens met het zielige gehakketak rond de integratie in Nederland. Omdat de politieke elite alhier volledig faalt in het creëren van een inspirerend toekomstbeeld (wij komen, god beter ‘t, niet verder dan de Olympische Spelen in 2028), kiest een meerderheid van de publieke opinie, de Publieke Omroep voorop, voor het neer ‘bashen’ van Geert Wilders. (‘Dat willen we niet!’ schreeuwen ze, als kleine kinderen.) En wordt ons elke dag weer in het hoofd gestampt dat zijn ideeën niet deugen. Hoezeer dat inhoudelijk misschien ook juist is (al is de islam bepaald geen gezelligheidsverenging), waarom zouden Wilders-stemmers zwichten voor politici die niet verder komen dan het veroordelen van hun ideeën of stemgedrag zonder hen een aantrekkelijk alternatief voor te schotelen? De grootste fout die de zittende elite daarbij maakt, is dat ze de Wilders-stemmers daarbij als een monolitisch blok xenofoben en chagrijnen benaderd die nodig geherprogrammeerd moet worden, terwijl veel Wilders-stemmers ’slechts’ genoeg hebben van de heersende manier van politiek bedrijven (zie de de ontekenningsrituelen na de Europese verkiezingen, zie de nieuwste bonussen in het onderwijs, zie  de klasse van onzichtbare doctorandussen die elke dag een nieuwe bijbel van bureaucratische rimram op ons afvuurt) en helemaal niet geloven in het deporteren van moslims. Wilders-stemmers zijn – naar mijn inschatting – minstens voor de helft tactische stemmers. Hen belerend blijven toespreken op kleuterniveau, tja, dat is wederom een ‘belediging van de intelligentie van de kiezers’.

Rotterdamavond: geen bermbommen

In Geen categorie on 13 juni 2009 at 10:19

De gemiddelde leeftijd van dichters en publiek lag toch algauw op 55 á 60.  Maar leed de Rotterdamavond van van Poetry International daardoor aan een gebrek aan vitaliteit? Voor zover mijn waarneming strekt, zeg ik: nee. De sfeer was luchtig, de dichters waren doorgaans goedgehumeurd en de performances hadden allemaal iets ‘eigens’, dat zeker vijf minuten bleef boeien. Terwijl ik het schrijf, denk ik: moet een dichtersavond niet iets, jawel!, ‘verontrustends’ en ‘onheilspellends’ hebben? Kwam het grimmige van de stad Rotterdam eigenlijk genoeg (ja überhaupt?) tot uiting? Het vitale gold dan ook vooral de overtuiging en het plezier waarmee de individuele dichters hun werk ten gehore brachten – niet hun thematiek, niet hun brutaliteit. De aanklacht van Hans Wap tegen een deelraadsbesluit over te kappen bomen was even zachtmoedig en humorvol als Hans Wap zelf.  Presentator Arie van der Ent had het over de Rotterdamse poëzie als een verschijnsel dat al enige tijd aan het ‘feminiseren’ was geslagen, en inderdaad, het was behoorlijk gezellig, gemoedelijk, collegiaal. Voor mij was de avond een bevestiging dat de dichter anno 2009 ‘richting de maatschappij’ amper nog een spannend idee (laat staan vileine kritiek) in huis heeft,  maar als individueel ‘rolmodel’ van zingeving, levensbesef en orginaliteit langs een andere (positieve) weg wel degelijk invloed uitoefent in een tamelijk depressief land. De dichter als inspirator annex oppepper, die tegen alle verwarring in probeert ‘iemand’ te zijn en produceert waar behoefte aan is:  ’samenhang’ en ‘betekenis’.  Geen  bermbommen.

Nader kennismaken met hedendaagse, Rotterdamse dichters? Klik door naar www.uitgeverijdouane.nl en bestel de bundel ‘Dichter aan de Maas’.

Stemmen op de ZDF

In Geen categorie on 10 juni 2009 at 10:44

Na een lange werkdag is het verleidelijk om nog even een ’snackje’ te halen op TV. In de hoop dat er iets te consumeren valt dat ‘de boel’ (ergo: de toestand in de wereld) dusdanig samenvat, dat je met een minimaal gevoel van ’samenhang’ de nachtrust kunt gaan vatten. Zondag werd ik daarin positief verrast door de Duitse zender ZDF. Er zaten vier mensen op twee banken, die recht tegenover elkaar stonden. Achter dit viertal talking heads prijkte een flets décorstuk waarop de titel ‘Das philosophische Quartett’ stond afgebeeld. Nog los van de boeiende discussie over het ‘heisses wir’ (over het hete versus het koude ‘wij’, ofwel: de graad van verbondenheid in het moderne leven), viel mij het ontbreken van een talkshow-host, clown, muziek-act of andere grappenmaker op. Bij de ZDF ‘gelooft’ er dus kennelijk nog iemand (met beslissingsmacht) in het gesproken woord, in het proberen af te maken van een idee of gedachte, in het betrekken van het tv-publiek bij een abstract onderwerp als het ‘heisses wir’.  Er rest geen andere conclusie dan dat de ‘cultuur’ van de Nederlandse publieke omroep – altijd hengelend naar maximale kijkcijfers – schril afsteekt bij dit kennelijke vertrouwen bij de ZDF. In Hilversum gaan de netmanagers van Nederland 1, 2 of 3 zodra ze literatuur of filosofie zien opdoemen meteen op zoek naar een BN-er die de kijkcijfers opkrikt of een tussentijdse act, die de eventuele ernst van het scherm kan jagen. Ik zou bij de volgende verkiezingen graag ZDF willen stemmen…

Ongeduldig & verwend, graag!

In Geen categorie on 10 juni 2009 at 10:27

Sorry! Excuus! Neem me niet kwalijk! Nog even ‘een toefje’ politiek (dan houd ik er weer een tijdje over op – beloofd). Vanochtend werd ik namelijk wakker met de wijze woorden van Ronald Plasterk (Radio 1) die tot het lumineuze inzicht was gekomen dat de PvdA ‘de voeling heeft verloren met de traditionele achterban’.  Wélkom in de échte wereld, Ronald, denk ik dan. Dit Spuit Elf-citaat werd eergisteren vooraf gegaan door een al even Spuit Elf-achtige opmerking van collega-PvdA-minister Eberhard van der Laan. Over zijn probleemwijken meldde dit kersverse kabinetslid dat de problemen ‘nog vóór deze zomer in kaart worden gebracht’. Heel goed, Eberhard. De ‘traditionale achterban’ zag al 25 jaar geleden welke kant het opging in de oude wijken en nu, een eind op streek in de 21-ste eeuw, komt de PvdA er na ontelbare nota’s, vergaderuren en evaluaties óók eindelijk achter dat het niet helemaal lekker zit in die wijken. Ineens begin ik het stiekum bij de sociaal-democraten welige tierende geklaag over een ‘ongeduldig en verwend electoraat’ in een hééééél ander daglicht te zien. Vergeleken bij Plasterk, Van der Laan en al die andere Pappers & Nathouders van de PvdA kun je maar beter ’ongeduldig en verwend’ zijn;  het betekent dat je de werkelijkheid onder ogen ziet en niet vlucht in kromtaal en vergadercircuits!

Waarom Hamer-bashen?

In Geen categorie on 8 juni 2009 at 17:27

Sommige vrienden en andere intimi vinden mijn ‘aanval’ op de arme Mariëtte Hamer nogal stijlloos. Ik neem geen woord terug, maar wil mijn stuk bij deze (het is tenslotte mijn eigen weblog) graag even preciseren. Ik beweer namelijk niet dat elke politicus een filmster dient te zijn, die constant de aandacht trekt en op zijn of haar hoofd gaat staan. Integendeel. Ik verfoei het automatisme dat steeds weer nieuwe sensationele kopregels, uitroeptekens en (schijn)schandalen opzoekt. Zwakstroom kan, voor een fiks aantal politici, zelfs een kwaliteit zijn, een onmisbaar serum tegen de heethoofdige media. (Dus ook voor mevrouw Hamer.) Waar het om draait is dat zij zich – per vergissing, dat kan niet anders – kandidaat heeft gesteld voor het fractievoorzitterschap van de PvdA en in die prominente rol opzichtig faalt, met name bij het weerstaan van de nogal grofgebekte Geert Wilders. Ik weet niet of het een troost is, maar zelfs de ‘ouwe’ partijrot Jan Pronk is het bleke profiel van zijn partij opgevallen. Hij wijst echter naar de verkeerde, naar Wouter Bos, die al z’n tijd stopt in het op peil houden van ’s lands financiën. Hamer is ‘aangenomen’ om het PvdA-geluid in de Kamer te laten klinken, maar het klinkt niet bij haar, het dwarrelt als een lekkend zoutvaatje uit haar mond. In de voetballerij was ze al tien keer ontslagen wegens ‘tegenvallende resultaten’, maar in de PvdA is de laatste levende ziel allang begraven en heeft niemand kennelijk de puf of het lef haar de waarheid te zeggen. Louis van Gaal zou, denk ik, één minuut nodig hebben om haar de ‘1′ af te pakken en ’20′ of ‘30′ terug te geven. Hamer is immers een geboren ‘backbencher’.

Het icoon Mariëtte Hamer

In Geen categorie on 7 juni 2009 at 21:28

Eén van de eerste lessen in de journalistiek kreeg ik van de oud-hoofdredacteur van Vrij Nederland, Rinus Ferdinandusse. Nadat ik met een goede vriend een aantal (door ons samen geschreven) columns bij VN afleverde, kreeg ik enkele weken later bij een afzeikstukje over Seth Gaaikema als commentaar dat het leuk was om te lezen (hoera! Rinus had ‘t met plezier geconsumeerd!), maar dat we hier te maken hadden met een ‘makkelijke prooi’, lees: té makkelijke prooi.  Ik moet hier aan denken, omdat ik het even met u over Mariëtte Hamer wil hebben. ‘Wie?’ zegt u. En ik zeg (nogmaals): ‘Mariëtte Hamer. Fractievoorzitter van de PvdA. Zegt u dat wat? De partij die sinds jaar en dag haar ziel heeft verkocht aan talentloze doctorandussen met een slecht huwelijk.’  Ik hoor Rinus – natuurlijk – al fluisteren: ‘Hans, houd maar op. Té makkelijke prooi, die Hamer!’   

Toch sla ik Rinus’ waarschuwing in de wind. Ik wil het namelijk niet over de persoon Mariëtte Hamer hebben, maar over de icoon Mariëtte Hamer. Als mevrouw Hamer dit ooit leest (en iedereen heeft zichzelf wel eens ge-Googled) wil ik haar uit de droom helpen dat ik als viliene blogger op zoek ga naar haar zwakke punten en daar, punt voor punt voor punt, onsportief met mijn moddervoeten op ga stampen. Dat doe ik (Ferdinandusse indachtig) niet, want het zou een voorspelbare herhaling van zetten zijn (en ik zou aansluiten in een lange rij van cabaretiers, en dat komt nachtrust niet ten goede). Het icoon Mariëtte Hamer (zeg maar: de Hamer als gehééél!) is namelijk veel belangrijker, interessanter en veelzeggender dan de individuele persoon Mariëtte Hamer. Het icoon Hamer legt namelijk bloot waarom steeds meer Nederlanders allerlei gekkigheid uithalen in de private sfeer van het stemhokje. Het icoon Hamer laat namelijk aan ons allen de verwoestende slijtage zien wanneer je decennia lang van vergadercircuit naar vergadercircuit, van partijbijeenkomst naar partijbijeenkomst en van bilateraaltje naar bilateraaltje hobbelt en bereid bent telkens alle stukken in je (steeds zwaardere) tas te stoppen om de volgende dag bij het agendapunt te beginnen dat de dag ervoor is blijven ‘hangen’. Het icoon Hamer is een levend voorbeeld van hoe een mens verandert van een mens in een onzichtbare aanwezigheid, een apparatsjik die ik, in het geval Hamer, graag de naam ‘zwakstroom’ meegeef. Het is altijd aanwezig (en daardoor afwezig), het doet zijn werk, het zoemt door en door en door, er zitten geen dips of hoogtepunten in en het laat zich onmogelijk beschrijven of verketteren of liefhebben. De presentatie van het icoon Hamer is niet alleen één lange toevoer van non-inspirerende zwakstroom, haar ideeën blinken eveneens uit in een totaal gebrek aan articulatie of puntigheid. Het icoon Hamer zet in op ‘zekerheid voor de mensen die dat het meest nodig hebben’ (ziet u de spaarlamp al langzaam uitdoven dankzij de Hamer-zwakstroom?) en wil bij voorkeur een eindeloze batterij ‘garanties’ voor haar achterban, zodat die onder zwakstroom elke dag in een rustig tempo (niet te snel! en met de vertrouwde sneetjes in de trommel) naar hun 35-urige baan kunnen sjokken. Ergo: het icoon Hamer vertegenwoordigt de absolute inertie.  Dit icoon beneemt ons, nog vóór we de stemkaart uit de la pakken, al de illusie dat er ooit iets zal veranderen in dit f***ing kloteland, waarvan het icoon Hamer natuurlijk zal zeggen dat het er door de zwakstroom van de sociaal-democratie ‘best prettig leven is’.

PvdA, trek onmiddellijk de stekker uit het icoon Hamer!

Mááááárrrrr 4 zetels

In Geen categorie on 5 juni 2009 at 12:09

Al die ‘lieve progressieven’ in mijn omgeving zijn een dag na de Europese verkiezingen gedesillusioneerd over de 4 zetels van Wilders’ PVV. Ik snap daar weinig van. Ik vind 4 zetels voor zo’n partij nog mager. Als je kijkt hoe de euro erdoorheen gedrukt is en hoe dat alsnog met de Grondwet gaat gebeuren – dan moet je toch niet vreemd opkijken dat de mensen aan wie nooit iets gevraagd is en die structureel genegeerd worden, op de rem trappen zodra ze de kans krijgen een signaal af te geven (bij verkiezingen)? Sterker nog: als ik kijk naar ons afbrokkelende onderwijssysteem ligt het in de lijn der verwachting dat PVV-achtige komeetpartijen tot in lengte van jaren in vruchtbaar water kunnen blijven vissen. Het gegeven dat 4 van de 5 kiezers gisteren op ‘normale’ partijen hebben gestemd, mag wat mij betreft wel wat meer (positieve) aandacht krijgen. Het dramatiseren van het Wilders-fenomeen zegt meer iets over de honger naar opwinding bij de media, dan over de werkelijke betekenis van de Venlose dwarsligger.

De Dichtclub (vervolg)

In Geen categorie on 4 juni 2009 at 10:07

Na een wat narrig verslag (twee maanden terug) kan ik thans mijn opluchting uitspreken over de ‘actuele conditie’ van de Rotterdamse Dichtclub. Waar ik de vorige keer mijn verbazing uitsprak over de aan desinteresse grenzende slordigheid waarmee sommige poëten hun eigen werk benaderen (en het ontbreken van enig corrigerend optreden vanuit de kring der collega’s), zag ik bij allen dit keer gezonde ‘zin’ om het eigen werk café De Schouw in te slingeren. Dit leek ook meteen effect te hebben op het tempo in de voordrachten.  Beelden, metaforen, grapjes, pointes – ze rolden overtuigend en voortvarend over de diverse lippen. Graag wil ik geloven dat ‘oefening kunst baart’ en dat de Dichtclub ons allen naar grotere hoogten stuwt, maar niet uitgesloten moet worden dat een programma als DWDD onbewust signalen uitzendt naar dichters in Nederland en hoe ze hun poëzie het beste kunnen brengen (fast, catchy & furious). Zie de nieuwste coryfee aan het dichtersfront: Nico Dijkshoorn. Met Stefan van Hoek heeft Rotterdam al min of meer een ‘eigen Nico’ in de gelederen, al moet tempo en werkdiscipline bij deze dichter waarschijnlijk nog ietsje omhoog om werkelijk met De Grote Dijkshoorn in competitie te treden.

Tot slot wil ik iedereen attent maken op drie aanstaande boekwerken. Allereerst verschijnt mijn tweede bundel (titel ‘De functie van Finland’) binnenkort bij Uitgeverij De Contrabas. Daarnaast zijn een drietal nieuwe gedichten van mijn hand te bewonderen in de ook bijna te verschijnen bundel ‘Dichter aan de Maas’ (Uitgeverij Douane). Verder behoor ik tot de gelukkigen die aan de slimme pocketfabriek Rainbow een gedicht mocht ‘leveren’ voor de kloeke bloemlezing ‘Op reis’. Tot na het reces!

Goede boeken goed lezen

In Geen categorie on 4 juni 2009 at 09:41

Niet spannend, wél waar: de eerste opdracht van een schrijver is goed lezen. En met goed lezen, bedoel ik: je met huid en haar durven overgeven aan zinnen, personages, verhalen. Als je dat niet – een beetje – kunt, is de kans dat je ooit iets waardevols zult schrijven klein. Zo luidt, althans, mijn altijd bescheiden mening… Het laatste boek dat me ‘met ‘huid en haar’ verslonden heeft en, dus, zeker sporen na zal laten in wat ik schrijf, is de roman ‘Het uitstel’ van Mario Benedetti. Dit verhaal over een 50-jarige weduwnaar die temidden van zijn illusieloze kantoorbestaan en de kilte van het familieleven thuis plots moet ‘overschakelen’ naar de hartstochtelijke liefde van en voor een jonge collega, is in de ware zin des woords ‘humaan’. Ik houd niet van dat woord (‘humaniteit’ is vooral een handige hengel om subsidiegeld los te peuteren), maar in het geval van deze roman wil ik een oogje toe knijpen. De minutieuze manier waarop het gevoelsleven van hoofdpersoon Martin Santomé wordt geschetst, de intelligente omzichtigheid waarmee deze ‘bange burger’ zijn kinderen en geheime liefde (Avellaneda) benaderd, alsmede de kille analyse van de machtsverhoudingen op de werkvloer, maken van ‘Het uitstel’ (in het Spaans ‘La Tregua’) een klassieker over de worsteling van de middenklasse. In combinatie met de boekhoudkundige stijl en het bijzondere oog voor wreedaardige spelletjes tussen collega’s, zie ik in dit boek een soort prelude op het cynisme van Michel Houellebecq. Wat mij in ‘Het uitstel’ het meeste treft, is de uitgesponnen rationaliteit waarmee de hoofdpersoon de emoties van zichzelf, zijn omgeving en zijn geliefde probeert te begrijpen, te respecteren en te doorgronden om er vervolgens, tegen de klippen op, mee te gaan schaken met als ontroerend einddoel om iedereen, inclusief zichzelf,  te sparen. (En dat in een land, Uruguay, en op een continent, Latijns Amerika, dat bij uitstek door primaire emoties en heftige conflicten wordt beheerst!) Het maakt Santomé tot een Don Quichotte-achtige romanfiguur die de ultieme ‘middelmaat’ vertegenwoordigt. maar, dankzij zijn schepper, tegelijkertijd laat zien welk een complexiteit en sensibiliteit achter die veronderstelde middelmaat schuilgaat. Of, zoals Nick Horby, ooit zei: ‘Gewoon leven. Bestaat er iets moeilijkers?’ Vandaar dat ik vasthoud aan het adjectief ‘humaan’ en ik ongegeneerd durf te spreken van een meesterwerk. Om alvast wat te kunnen genieten, lever ik hieronder een typerend citaat:

‘Het zou kunnen dat Anibal uiteindelijk gelijk heeft, dat ik meer uit angst belachelijk te lijken dan in het belang van Avellaneda’s toekomst niet wil trouwen. En dat zou niet goed zijn. Want één ding is zeker en dat is dat ik van haar houd. Dit schrijf ik alleen maar voor mezelf op, dus het kan me niet schelen dat het banaal klinkt. Het is de waarheid. Punt uit.’

Harmens en de spijkerbroek

In Geen categorie on 1 juni 2009 at 20:40

Een mini-stormpje heeft de gemoederen in ‘dichtersland’ kortstondig verhit . Het ging om (sorry, voor het verkleinwoord) een manifestje, dat poogde een bloemlezinkje ‘lekker in de markt’ te zetten. De auteur was Erik Jan Harmens. De bloemlezing zag het licht onder de stoere titel ‘Ik ben een bijl’. Wat mij na het stormpje het meest is bijgebleven van dat hele manifest (dat gepubliceerd werd in de literatuurbijlage van ‘Trouw’) is dat het niet rook naar de toekomst, maar naar het verleden, naar spijkerbroekenactivisme. Ik kan het niet helpen. Bij alle roep om ‘verantwoordelijkheid’, ‘het verbeteren van de toestand in de wereld’ en de haat jegens ‘vrijblijvendheid’ zag ik steeds een bebaarde leraar Maatschappijleer uit de jaren ‘70 voor mijn geestesoog. Vanaf heden beschouw ik Harmens min of meer als de reïncarnatie van die iconische leraar, die mij poogt terug in het klaslokaal te duwen en graag versjes over arme kinderen in Afrika uit mijn pen ziet vloeien, waaruit blijkt dat ik de poëzie niet beschouw als een ‘vrijblijvend spel’. Ik ken de heer Harmens niet persoonlijk, maar in plaats van dit voorbije spijkerbroekenactivisme had ik uit zijn koker iets veel meer eigentijds verwacht, geënt op de nieuwe mogelijkheden en ontwikkelingen in de digitale eeuw. Ik had op z’n minst een flink portie cyberpoëzie verwacht, met diepe of onbehoorlijke gedachten over eentjes en nulletjes. Poëzie 3.0? Ik zou ook één of meer gedichten van Arnoud van Adrichem hebben verwacht, de dichter bij uitstek die indirect reflecteert op de commercialisering van de taal en daarmee – in het spijkerbroekenjargon van Harmens – heel erg over ‘de hedendaagse maatschappij’ schrijft. Enfin. Voorlopig geurt het nieuwste manifest in de Nederlandse poëzie dus naar denim, lang haar, zitkussens en een rondvraag. Ik zou zeggen: hoogste tijd voor een Echt Gevaarlijk Manifest….

De lafste recensie

In Geen categorie on 29 mei 2009 at 08:02

Na zijn bestseller ‘Joe Speedboot’ behoort Tommy Wieringa (1967) tot de grote beloftes van de Nederlandse literatuur. Een betrouwbare, Hollandse jongen – geen halve clown, zoals Grunberg – die met een gezicht op onweer praat over literatuur. Zo heeft het recensentendom het graag! Met bovengemiddelde aandacht heb ik dan ook de ontvangst van zijn lijvige, nieuwe boek ‘Ceasarion’ gevolgd. Opvallend: bij een boek dat zó pompeus in de markt wordt gezet (70.000 ex) en zó groots wordt begeleid door allerhande reclame-uitingen, verwacht je snel de eerste recensies in de kranten. Dat viel tegen. (Zou het boek ‘moeilijk te plaatsen’ zijn?). Pas na een week of zo deed Arie Storm de aftrap (Het Parool) en over zijn recensie kunnen we kort zijn: hij vond het drie keer niks, ‘edelkitsch’. Daarna las ik een stuk in Elsevier, een blad dat een wat diplomatieker taalgebruik hanteert, maar ook daar was de strekking minstens dat ‘Ceasarion’ de belofte van ‘Joe Speedboot’ niet inlost. Ik had dit allemaal laten passeren, als ik vanochtend niet op de ‘officiële reactie’ van de Volkskrant - eindelijk! zou je zeggen - was gestuit. Wat vonden zij, zoveel weken na verschijning, van het boek? Recensent van dienst was Daniëlle Serdijn en ik wil haar hierbij feliciteren met de lafste recensie, die ik sinds tijden gelezen heb. Kreeg ze het boek doorgeschoven van chef Peters, die geen zin had Wieringa voor het hoofd te stoten? Moesten we daarom zo lang wachten? Heeft Daniëlle telefonisch met een piepstemmetje toegezegd dat ze haar baas van die verschrikkelijke baksteen zal verlossen? Twee kolommen lang (waarom zo kort, bij zo’n ‘gewichtig boek’????) lukt het Daniëlle vluchtpogingen te ondernemen om Wieringa’s nieuwste (en de -ontbrekende- kwaliteit ervan?) niet onder ogen te hoeven komen. Ze kruipt weg in plotbeschrijving, in maatschappelijke dwarsverbanden, in nietszeggende kwalificaties (‘dit boek heeft iets van een dwaaltuin’) om uiteindelijk uit te komen bij de ‘conclusie’ dat Ceasarion ’een uitgelezen reikwijdte heeft en volmaakt in deze tijd past’.  Goed gedaan, Daniëlle! Een politicus doet het je niet na! Je hachje is gered. En Tommy: je hebt de wind er kennelijk flink onder daar bij de VK-redactie.

Is ‘Hollywood’ nog een scheldwoord?

In Geen categorie on 24 mei 2009 at 17:35

Dankzij mijn prepuberende kinderen bezoek ik vrij regelmatig een zogenaamde ‘Hollywoodfilm’, in de categorie: Niet Spectaculair, Doch Goed Gemaakt En Nimmer Inzakkend. In dit genre bezocht ik recent ‘17 again’, een romantisch verhaaltje over een dertiger die terugkeert als 17-jarige en zijn (natuurlijk mislukte) huwelijk (alsmede zijn hele leven tot dan toe) over mag doen. Op papier is dit natuurlijk een draak van jewelste, maar de manier waarop het was uitgewerkt en de wereld van tieners en dertigers, als in een parallel universum, ‘naast elkaar bleven bestaan’ (en natuurlijk met elkaar in conflict kwamen) was zowel uiterst vermakelijk als verhelderend. Wanneer de hoofdpersoon met de wetenschap van een dertiger, maar in de huid van een 17-jarige, zijn klasgenoten probeert te overtuigen dat seks voor het huwelijk geen goed idee is (en een complete zak condooms demonstratief van zich afwerpt) hoor ik de cynici alweer klagen over ‘het puriteinse Amerika’. Maar de film bevat een dermate hoeveelheid karakters, verhaallijnen en betekenislagen, dat ik zelfs dit mierzoete moralisme vrij moeiteloos slikte. Sterker nog: na de voorstelling begon ik me af te vragen waarom Hollywood al zolang een verdachte klank bezit (al is dat, bij nader inzien, alleen bij bepaalde groepen in Europa het geval), want de hoeveelheid ‘mensenkennis’ die je in zo’n script terugziet is fabelachtig. Daar kan menige arthouse-filmer met vreemde hobby’s nog een voorbeeld aan nemen. En ik zou willen dat  docenten, decanen en overige onderwijsgevenden een tiende bezaten van het inlevingsvermogen dat de scriptschrijvers  bij ’17 again’  hebben ingezet.

Sportkrant met ‘een restje Rotterdamnieuws’

In Geen categorie on 24 mei 2009 at 00:00

Vandaag stonden er studenten met het AD te leuren in mijn plaatselijke winkelcentrum. Van die lui die worden afgerekend op het binnenharken van adresgegevens of, liever nog, concrete abonnementen. Een ‘target’ waarvoor ze bereid zijn oude vrouwtjes desnoods een half uur lang bezig te houden over de plussen en minnen van de groenteboer  of het-leven-in-het-algemeen. Ook ik kreeg zo’n broekie op mijn dak, die wapperde met een AD. Ik weerde het exemplaar op een vriendelijke manier af. ‘Heb je die krant wel eens gelezen?’ vroeg ik zo olijk mogelijk. Op de verkoopcursus had de student vermoedelijk geleerd nooit tegen een potentiële klant in te gaan, dus zong hij:  ’Maar natuurlijk, meneer!’. ‘Oké,’ zei ik. ‘Dan weet je dus dat je een sleazy sportkrantje staat te verkopen met een armzalig restje Rotterdamnieuws.’ Hij glimlachte breed (ook op de cursus geleerd?): ‘U heeft helemaal gelijk, meneer!’ Toen ik tien minuten later terugliep naar mijn fiets,  stak de verkoper met een wezenloze monterheid zijn duim op en knipoogde. Hij zat met zijn hoofd al bij duizenden flacons douchegel, die hij morgen op een beursvloer ging uitdelen.

Bange Balk

In Geen categorie on 23 mei 2009 at 21:29

Nederland is bang voor zichzelf. De mensen sluiten zich op, zowel fysiek als digitaal. Contact met ‘vreemden’ wordt zoveel mogelijk beperkt en seks bedrijf je tegenwoordig na een sms-je omtrent tijd, locatie en favoriete standje. In dit fragmenterende klimaat (waar iedereen bang is voor iedereen, of op z’n minst onwennig jegens onbekenden) zijn ‘we’ (en zeker de hoge heren in Den Haag) blij met elk ’symbool’ waarvan we kunnen geloven dat het in ieders hart een plakje heeft. Vroeger was dat, bijvoorbeeld,  God, maar nu is ook die gefragmenteerd over vele religies en spirituele bewegingen. Wat houden we over? De Koningin. Oranje. Bekende Nederlanders. Ja, Jan en Yolanthe waren na anderhalf jaar ook uitgegroeid tot, zoals de calvinisten dat zo graag zeggen, ‘een stukje cement in onze samenleving’.  Nu is dat stukje cement eensklaps (door een vertrekkende Yolanthe) afgebrokkeld. Ik dacht: leuk voer voor de roddelrubrieken. Maar wie schetst mijn verbazing toen premier Balkenende in zijn wekelijkse persconferentie kostbare hoeveelheden speeksel aan het Volendamse showbizzpaar wijdde en zijn treurnis uitsprak over de verbroken relatie. ‘Wéér een steunpilaar die wegvalt, een zekerheidje dat niet thuis geeft,’ zag je hem denken in deze zware tijden van omvallende aandelen- en managerslogica. En zo werd Balkie hét symbool van het bange Nederland. Alsof we  na de nationale ramp tussen  Jan en Yolanthe ‘opnieuw moeten beginnen’.  Schei toch uit, Jan-Peter!

Wilders als geciviliseerde ladykiller

In Geen categorie on 22 mei 2009 at 23:48

Het is wellicht een wat primitieve behoefte om mensen in te willen delen op de schaal van ‘naïef’ (aan de ene kant) en ‘realistisch’ (aan de andere kant).  Maar toch kon ik vanavond – als eenvoudige tv-kijker – geen weerstand bieden aan die behoefte.  Bij Knevel & Van den Brink was onder meer de Vlaamse documentairemaker Jan Leyers te gast: een goedgebekte, prettig uitziende en uiterst genuanceerde programmamaker, die niet voor niets een tijd lang ‘het gezicht’ was van het uitstekende, Vlaamse cultuurnet ‘Canvas’. Leyers heeft uit nieuwsgierigheid naar ‘de islam’ een reis ondernomen door het Midden-Oosten vanuit de behoefte om er nu eens niet over te praten – dat deed hij in zijn vorige job als presentator al genoeg -,  maar het (sorry voor het cliché) ‘aan den lijve te ervaren’. Naast talloze (boeiende) voorbeelden van vervreemding, verbazing en misverstand, wilde Leyers ons de slotconclusie van zijn reis toch niet onthouden, en die luidde dat hij er ‘niet optimistischer vandaan was gekomen’. Van alle bijzonderheden en nieuwe kennismakingen, had het totale gebrek aan twijfel bij grote groepen moslims hem toch wel het meeste getroffen. En schetste hij – kalm, evenwichtig, in alles het tegendeel van Wilders – de manier waarop de islamistische doctrine nú al invloed uitoefent op onze cultuur en ons leefklimaat (denk aan monddood gemaakte cartoonisten, denk aan bedreigde museumdirecteuren, denk aan de fatwa die over een beroemde schrijver is uitgeroepen). ‘Ladykiller’ Leyers illustreerde daarmee het verhaal dat Wilders zo ontzettend kil en met de hakbijl presenteerde in ‘Fitna’. Onze Vlaming heeft een oneindig veel gevoeliger penseelvoering (gelukkig maar!), doch zijn “boodschap” verschilt, ongewild vermoed ik, niet veel van de Stemmentrekker Uit Venlo.      

Hoe komt het toch dat ik veel meer vertrouwen heb in de onderzoekende geest van Leyers, dan, bijvoorbeeld, in de aan praatgroepen herinnerende prietpraat die ex-minister Vogelaar over ons uitstortte toen zij het had over een ‘joods-christelijke-islamitische’ traditie, die zich weldra in ons land zou nestelen? Hoe komt het dat ik bij Ella Vogelaar al snel aan ‘kruidenvrouwtje Vogelaar’ denk? En hoe komt het dat ik de hele linkse beweging ervan verdenk uit een vreemd soort schaamtegevoel, als in een reflex, de ‘zielige moslims’ in bescherming te nemen? Mijn slotsom: Leyers en Wilders zijn – ieder op hun eigen manier – realistisch, Vogelaar en de overgrote merderheid van PvdA en CDA zijn ont-zét-tend naïef!

Aanrader! Benzine van Tao Lin

In Geen categorie on 22 mei 2009 at 21:34

Zoals ik eerder op dit weblog heb aangegeven, is het idee dat een schrijver of kunstenaar een buitengewoon vermogen heeft om naar een speciaal plekje in zijn hersenpan te ‘rijden’, daar uit te stappen en iets bijzonders uit de lucht te grijpen dat hij later – terug in de ‘normale wereld’ – aan het publiek laat zien, grote bullshit. Een schrijver heeft niet meer of bijzonderder plekjes in zijn hoofd dan ieder ander. Het enige verschil is dat hij – door het kijken naar kunst, bijvoorbeeld, of het lezen van boeken – ‘betere benzine’ in zijn hersenpan gooit. Waardoor hij langer, uitputtender en dus beter zijn hersens kan aftasten en hij ‘meer’ interessants vindt om door te geven dan de ander, die op Euro 95 doortuft. In dit kader wil ik iedereen graag naar een ‘betere benzine’ verwijzen, en die benzine is afkomstig van de jonge, Amerikaanse schrijver Tao Lin (1983). Lees het interview met hem op Poetry Foundation (zie link, hieronder), en als je na afloop geïntrigeerd bent in plaats van geestelijk gebroken, kan ik je al zijn boeken aanraden.

http://www.poetryfoundation.org/

Applaus voor GeenStijl

In Geen categorie on 12 mei 2009 at 09:36

Ik lig er niet wakker van, maar ik heb me de afgelopen weken wel eens afgevraagd waarom ik nou eigenlijk lid ben geworden van het nieuwste rebellenclubje van Hilversum, PowNed.  Vragen als  ’wat gaan zij toevoegen?’ en ‘wordt het een soort Pin-Up Club, twintig jaar na Fons Rademakers?’ sluimerden in mijn hoofd. Gelukkig hoorde ik gisteren via via (zo gaat dat, tegenwoordig, zèlf kun je onmogelijk alles volgen) dat ze bij GeenStijl, de initiatiefnemer van PowNed, hun journalistieke snuffelneus ondubbelzinnig hebben herbevestigd. Wat is het geval? Met het feilloze instinct om dáár te wroeten waar de progressieve goegemeente (in casu: staatsomroep NOS)  ons land in een ijzeren greep houdt, hebben ze – hoe kom je erop? – de lengte van het applaus gemeten dat op De Dam tijdens 4-de mei, ter ondersteuning van koningin Bea, weerklonk en dat ‘naast’ de weergave in verschillende NOS-uitzendingen ‘gelegd’. Conclusie? Enkele gifmengers in de montageruimten van Hilversum vonden het ter verhoging van de genotsfactor een lumineus idee om het applaus wat ‘op te rekken’ en de kijkers nog wat langer in de overheerlijke siddering van een nationaal orgasme onder te dompelen. Klassewerk, GeenStijl! Een pregnanter voorbeeld van de manier waarop in Nederlandse achterkamertjes het volk wordt geduwd, gestuurd, gepapt en natgehouden is bijna ondenkbaar. Een goede bekende zei gisteren tegen me dat ‘zijn laatste restje geloof in de NOS’ dankzij dit voorbeeld was verdampt. En dat hij voortaan over zou gaan tot het benoemen van het NOS-journaal als het ’staatsjournaal’. Je kunt zeggen: leuk, hoor. Maar is dit zo belangrijk? ‘Já!’ zeg ik. ‘En niet omdat de manipulatieve kracht van de NOS op hilarische wijze aan de kaak is gesteld. Maar omdat de NOS kennelijk zó ver gaat, dat de rouw om de slachtoffers van de doldwaze Suzuki op Koninginnedag, kennelijk als een kans wordt gezien om kijk- en waarderingscijfers op te krikken. Als ik door die Suzuki was onthoofd, was ik in mijn kist spontaan uit mijn vel gesprongen! ’

Resumerend: natuurlijk kun je zeggen dat de pot hier de ketel verwijt. Maar GeenStijl komt er tenminste openlijk voor uit dat ze eindeloos knipt, plakt en plaagt tot het gewenste resultaat bereikt is. De NOS, daarentegen, loopt nog steeds rond met de air van ‘wij weten het’ en ‘wij brengen het nieuws zoals het is. Objectief.’ Ja, dáááháááág!

Gecondoleerd, Christiaan…

In Geen categorie on 9 mei 2009 at 14:00

Vrijwel onopgemerkt is De Gouden Uil (prestigieuze Vlaamse literatuurprijs) voorbij gegaan aan de schrijver die ‘m had moeten winnen: Christiaan Weijts met ‘Via Capello 23′. Voor de onoplettende lezertjes: hij ging uiteindelijk naar Robert Vuijsje met de roman ‘Alleen maar nette mensen’ (over een joodse jongen die op een Marokkaan lijkt en valt op negerinnen).  Puur onrecht! Er rest geen andere conclusie dan dat de jury het recente pleidooi voor meer stratrumoer in de literatuur (afkomstig van hoogleraar moderne letterkunde, Thomas Vaessens)  in haar ijver nog een halve slag DOOR heeft gedraaid, naar: allééééén nog maar straatrumoer! Het winnende boek heet dan ook ‘brandend actueel’, een omschrijving die met enige welwillendheid ook op de roman van Weijts kan worden geplakt, ware het niet dat hij hier en daar ook nog enkele (overigens zeer boeiende) historische en filosofische zijpaden inslaat. Fóut! Niet brandend genoeg! Onvoldoende actueel!

Mevrouw Oral & de koers van de ‘kwaliteitskrant’

In Geen categorie on 9 mei 2009 at 10:42

In een eerder stukje voor dit weblog constateerde ik dat een ‘kwaliteitskrant’ als de Volkskrant zich lijkt te realiseren dat ze terug moeten naar hun roots: dus, naar het bieden van kwaliteit en de lezers die voor kwaliteit willen betalen. Mij lijkt dat een verstandige strategie voor de komende jaren. En dus had ik, in tweede instantie, wel begrip voor het heen zenden van ‘vreemde eend in de bijt’ Nico Dijkshoorn – die ik, zeker in de Volksrant, een tamelijk briljante columnist vond.  Maar volgt de Volkskrant dit advies? En gaan ze die strategie ook inderdaad echt doorvoeren? Als ik de laatste twee afleveringen van het Volkskrant-magazine lees heb ik zoiets van: laat maar! weg met dat abonnement! Pulp van het zuiverste water. Vooral de manier waarop totaal oninteressante typetjes een mega-interview krijgen toegeschoven en vervolgens, met hulp van de dienstdoende interviewer, tot een zogenaamd ‘interessant persoon’ worden opgepijpt, is tenenkrommend. Vorige week was er één of ander schrijvend fotomodel (sorry, ik ben haar naam alweer kwijt) waar geen zinnig woord uitkwam, maar die tijdens het interview op het idee werd gebracht dat ze misschien wel ‘meerdere identiteiten’ bezat (hetgeen zij desgevraagd volmondig beaamde) en deze week krijg ik ene Nazmiye Oral op mijn bord geserveerd, een ‘actrice en schrijfster’ waarvan ik nooit een boek heb gelezen of een film heb gezien, maar die mij – o! huichelachtigheid! - vanaf de cover waarschuwt met het volgende citaat: ‘Het is bijna een vloek als mensen zoveel in je zien.’ Als ze dat ook maar een beetje meent, laat je de Volkskrant natuurlijk lekker op de stoep staan, maar ik vrees dat Nazmiye zo’n flutinterview ziet als een nieuwe stap in haar loopbaan. Enfin, ik zeg: nóg een paar van dat soort lulinterviews en jullie zijn mij kwijt, VK!!! Mevrouw Oral, tenslotte, kan rustig gaan slapen, want  ik zie niks in haar.

‘In de herhaling’ lost niet alles op

In Geen categorie on 6 mei 2009 at 12:27

In de voetbalwereld is er een stevige lobby om scheidrechters een aantal keer per wedstrijd de mogelijkheid te geven om op video bepaalde spelsituaties terug te zien. In de veronderstelling, natuurlijk, dat hij dan, in tweede instantie, de juiste beslissing neemt. Aanvankelijk steunde ik deze lobby volledig en leek het verzet vanuit de voetbalbonden mij er vooral één van nostalgie en platvloerse heerszucht, maar gisteren, tijdens Arsenal-Man. United (halve finale Champions League) kwam de gedachte bovendrijven dat je zelfs met videobeelden uit verschillende hoeken nog geen enkele garantie hebt voor een betere beslissing. Toen Darren Fletcher diep in de tweede helft in het strafschopgebied een tackle pleegde op Fabregas van Arsenal,  deelde scheidsrechter Rosetti (zeker na de herhaling) mijns inziens terecht een rode kaart uit. Maar de commentator was er, integendeel, na elke nieuwe herhaling mééééér van overtuigd dat zelfs geel te hard gestraft was voor deze charge (‘Fletcher speelt de bal!’). Hij begon te huilen over ‘een drama voor Fletcher’, die de finale nu moest missen. Volgens mijn waarneming miste Fletcher de bal, nam hij Fabregas vervolgens volledig in de tang en was hij – opzettelijk of onopzettelijk – de laatste speler om ‘m af te stoppen (dus rood).

Conclusie: misschien worden discussies over dubieuze beslissingen bij het invoeren van videobeelden juist wel heftiger (!) dan nu het geval is. En heeft een dergelijke maatregel dus het OMGEKEERDE effect.

Joris Linssen & het grote braken

In Geen categorie on 5 mei 2009 at 22:26

Ik heb de laatste tijd niet veel nodig om te gaan braken. Dus – húúúp! – daar ging ik alweer toen ik laatstelijk een middelbare man met een grote neus zich in een aankomst- of vertrekhal van Schiphol op een vrouw zag storten, die aan het uitleggen was wat een bepaald persoon – een oom, geloof ik – voor haar betekende. Zoals bij veel reality-programma’s begreep ik niet waarom ik dit als kijker zou moeten weten, maar ik ben niet gek, ik weet hoe het werkt: voor het ‘gemiddelde’ kijkbuispubliek is het überhaupt al troostend om te zien dat twee mensen ‘iets met elkaar hebben’. In deze tijd van efficiency, individualisme en de rekenende burger, is elk vonkje warmte dat de huiskamers bereikt, weer meegenomen. En Joris Linssen (de NCRV-man met de grote neus) is bedreven in het aanwakkeren van de vonk. Terwijl ik nog dacht dat je als tv-maker moeilijk lager kunt zakken dan dit (zomaar een microfoon onder iemands mond hangen in de hoop dat er een warm-menselijk verhaal uit tevoorschijn sijpelt), werd hij vanavond in DWDD bewierookt als de ultieme vakman. Het ‘format’ van de show – die ’Hello Goodbye’ heette – was aan maar liefst dertien (!)  landen verkocht.  Nou ja, zeg! Als dat geen bewijs van kwaliteit is! Meneer Linssen legde dolgraag aan Matthijs uit hoe ‘echt’ en ‘puur’ en ‘ongeregisseerd’ hij te werk ging en hoe integer hij met de argeloze medemens op Schiphol omging. Een vrouw die ooit merkte dat ze tegen haar zin een bekentenis aflegde over haar onvruchtbaarheid en vroeg of de man met de neus het materiaal tóch maar liever niet wilde gebruiken, vond bij de barmhartige Linssen een gewillig oor: ‘We hebben het op haar verzoek terzijde gelegd. En ik heb met de camera uit nog een tijdje met haar gepraat.’ Linsen zei het nét even te trots, zoals hij verder ook met een iets te zelfvoldane grijns opmerkte dat mensen doorgaans ‘heel erg blij waren’ met wat hij uitzond en dat ze, onder zijn wakend oog, voor het eerst  zulke eerlijke en ware dingen over zichzelf formuleerden.  Linssen als een God, die mensen ‘reinigt’ en ‘tot inzicht brengt’; de man die de ‘audiovisuele diefstal’, in mijn ogen, tot de perfectie heeft opgerekt. Een nieuwe braakneiging diende zich aan.

DWDD en de hygiëne in je hoofd

In Geen categorie on 29 april 2009 at 20:12

Gefeliciteerd, DWDD! Als iemand die in media geïnteresseerd is (in hun werking, hun overspannenheid, hun ‘blind spots’), heeft dit programma zich, ondanks een waslijst van kritische punten (die ik met graagte heb opgeschreven), tamelijk onmisbaar gemaakt. DWDD is een soort razendsnel ‘tribunaal’, waar in F1-tempo de opmerkelijkste, schandaligste, kleinste, grootste en magerste mediamomenten van de afgelopen 24 uur worden vertoond en door gasten/commentatoren van dienst de hemel in worden geprezen of keihard verbannen naar de vuilnisbak. DWDD heeft daarmee een essentiële breinfunctie deels overgenomen, namelijk: het scheiden van Zin & Onzin. Door het media-overschot heen selecteert en interpreteert DWDD er lustig op los, vaak ook nog op een manier die heel - braakwoord – entertaining is. Zelfs ik – als voormalig criticus van het programma – moet toegeven dat DWDD er steeds beter in slaagt de juiste vragen te stellen en de zeis precies te laten neerdalen waar de schoen wringt. Twee voorbeelden.

1. Het interview met (binnenkort) voormalig advocaat en (binnenkort) kersvers VARA-voorzitter Kees Korvinus. Na een halve minuut interview heeft Matthijs reeds afdoende aangetoond dat deze jurist geen bal van televisie weet. (Knap gedaan.). De kijker zit op het puntje van zijn stoel: wat gaat de nieuwe hotemetoot nog meer voor missers produceren?  Dán komt ‘t! Op driekwart van het gesprek vraagt Korvinus – met de naturèl van een argeloze ambachtsman – bij welke zender sidekick Beau van Erven Dorens ‘ook alweer zit’. Matthijs en Beau liggen in een acute stuip! Hoe is ‘t mogelijk? Ze zitten met een Neanderthaler aan tafel, die niet weet bij welke zender half- god Beau in dienst is en de man wil ook nog in Hilversum gaan werken! Matthijs en Beau kijken elkaar aan met een grijns alsof ze dit nog jaren met heel veel pret aan elkaar en aan hun vrienden zullen doorvertellen. Waarom ik dit een prachtig moment vindt? DWDD laat hier glashelder de verdorvenheid van de celebrity-cultuur zien. Meneer Korvinus is een eerzaam man met een serieuze taakopvatting, die geen tijd heeft voor Beau en zijn malle spelletjes. Hij wordt ‘live’ weggezet als een loser. Net als al die andere mensen in NL met een serieus beroep en een serieuze taakopvatting. (Misschien overdrijf ik, maar ik zie een rechte lijn tussen dit gebral en bezuinigingen op de thuiszorg.) Een beter bewijs dat TV tegenwoordig alleen nog om TV  draait (en tot in zijn diepste wezen narcistisch is), is niet denkbaar. Dank DWDD voor het leveren van het snoeiharde bewijsmateriaal.

2. Het optreden van professor Heertje vanavond Een prachtige ‘tv-miniatuur’ waarin ’de oude professor’  mag getuigen van zijn liefde voor antiquarische boeken en de economische wetenschap. En zijn gebrocheerde exemplaar van ‘Das Kapital’ van Karl Marx! Heertje toont succesvol aan dat het marxisme nog springlevend is en laat, door het voorlezen van een passage, en passant  zien dat Marx óók een literator was (een dichter misschien wel). Heertje weet hoe het werkt en deelt aan het einde van zijn optreden de mokerslag uit aan de nieuwe ‘kapitalistische klasse’, de CEO’s en CFO’s over wier bonussen we dagelijks in de krant lezen (‘maar ze zitten tegenwoordig ook bij de woningbouwcorporaties, hoor!’ stipuleert Heertje terecht). ”En weet je wat het gekke is van het kapitalisme?” vraagt de gepensioneerde econoom retorisch. ”Hoe groter de wanprestaties die je levert, hoe hoger de salarissen die je ermee verdient.” Bám! Ráák! Heertje maakt via zijn optreden hele economie-katernen, jaargangen van managementtijdschriften en een bibliotheek vol huichelachtige zakenlectuur overbodig. Dat is DWDD op z’n best: opruiming in je hoofd.

Van de maan naar de navel

In Geen categorie on 24 april 2009 at 21:14

Ik behoor tot de categorie ‘verse bejaarden’ die de eerste landing op de maan, 21 juli 1969, nog bewust heeft meegemaakt. Los van de gebeurtenis zelf is mij vooral de opwinding uit die tijd bijgebleven, het collectieve gevoel van ‘alles is mogelijk’;  de maan was bij wijze van spreken een ‘tussenstation’ naar nog veel grootsere daden.  De verwachting was op z’n minst dat we – de mensheid –  spoedig andere planeten zouden veroveren en, let maar op, voor je ‘t wist hadden we een bemande pendeldienst die ons op een toeristisch tochtje door het universum mee zou nemen. En als we eenmaal zo ver waren, zouden we – zo was het idee – vast ook betere en fatsoenlijker mensen kunnen creëren. Lang leve de Vooruitgang!

Hoe anders is het gelopen!!!

Wie praat er tegenwoordig nog over dergelijke ambities en vergezichten? Met de huidige klimaatdiscussie lijkt het centrale motto ‘Eigen planeet eerst!’ Wát een bekrompen teringzooi! Ik heb het gevoel dat de meesten van ons al blij zijn als ze na een drukke dag even rustig op de bank kunnen liggen en ‘contact’ kunnen maken ‘met zichzelf’. Het stikt niet voor niks van de cursussen ‘Mediteren’ en ‘Nieuwe Spiritualiteit’; we zijn op zoek naar evenwicht, naar balans, naar een mespuntje rust, een flinterdun plukje geluk. Ondertussen kunnen Pluto, Saturnus, Jupiter en Uranus ons gestolen worden – als de eigen navel maar in een goede baan om ons heen draait!

Overdrijf ik? Is het nu werkelijk zo anders dan toen? Ach, ik weet ook wel dat de voornaamste reden voor Amerika om op de maan te landen niets anders  was dan een  kinderachtig ‘lekker puh’-gevoel.  Een lange neus trekken naar de Sovjet-Unie, de vuige communisten, dáár ging ‘t om! En dat mocht wat kosten… Achteraf moet je dus vaststellen dat die maanlanding weinig vertelde over de progressie in de wetenschap en veel over de ambitie van de Verenigde Staten om de vijand een mentale tik te geven.  Wie toen had voorspeld dat het in de wereld van 2009 toch vooral over God en Allah ging, over hun aanhangers  die elkaar constant wilden afslachten, had van menigeen een meewarige blik gekregen. Grote vraag: zijn we anno 2009 inderdaad bezig naar ’AF’ terug te gaan of moeten we blij zijn met onze wereld, de val van het communisme en de Grote Ideologieën?

De voordeur & de achterdeur

In Geen categorie on 22 april 2009 at 12:41

Bij de voordeur behandelen ze je met alle égards, bij de achterdeur schoppen ze je naar buiten. Dat is een vet cliché over de media – en DUS is het waar. Gelukkig krijg je deze behandeling niet alleen als je een anonieme gast uit Delfzijl bent of een professor uit Groningen, maar ook als je jezelf, zoals Mart Smeets, de grootste tv-coryfee van Nederland vindt. Thans maken wij mee hoe het ‘oeuvre’ van Onze Nationale Opblaaspop  door dichter/columnist Nico Dijkshoorn gereduceerd wordt tot die ene uitdrukking: ‘Mag ik dat zo zeggen? Ja, dat mag ik zo zeggen!’ Door de parodie van Dijkshoorn schiet je sinds kort automatisch in de lach als je Smeets ziet, en dat, zo blijkt, vindt Smeets helemaal niet leuk. Deze meneer ervaart nu zelf het gewetenloze en allesverslindende karakter van het mediacircus. Zodra men is ‘uitgekeken op je kunstje’  blijkt men nooit te beroerd om je naar de achterdeur te schoppen en je daar nog een gezellige trap na te geven. De komende jaren zullen we getuige zijn van een tegenstribbelende Smeets, die telkens wil bewijzen dat hij nog dichter bij de voordeur is dan bij de achterdeur. De rest van Nederland weet beter.

Ben jij ook anders-professioneel?

In Geen categorie on 21 april 2009 at 20:43

Samen met collega Erik Lindenburg boog ik me gisteren in café Verhip over de vraag of wij met het consumentenprogramma ‘Werktdat?’ (Radio Rijnmond) nu professionele of amateuristische radio maken. We waren het er snel over eens dat noch het etiket ‘professioneel’ de lading dekte, noch het etiket ‘amateuristisch’. Als je naar de logistiek kijkt en de gebrekkige ondersteuning kun je niet anders concluderen dan dat we redelijk op de bonnefooi – en dus niet-professioneel – door onze onderwerpen moeten ‘zwerven’.  Tegelijkertijd constateren wij (maar hoe betrouwbaar ben je als jury van je eigen prestatie?) dat juist die gebrekkige voorbereiding het beste in ons naar boven haalt: we associëren, improviseren en schmieren er duchtig op los en ons bereikt regelmatig het compliment dat we ‘zo laagdrempelig’ zijn en dat het als luisteraar lijkt alsof je samen met ons  ‘aan de keukentafel zit’. Zelf voelen we ons – gelukkig maar! – nog steeds prettig in het (boeiende) schemergebied tussen (te?) strak professionalisme en amateuristisch aankloten, en ik heb voor onze manier van werken maar gelijk een nieuwe term bedacht: ánders-professioneel! Luister via de site of we die naam waardig zijn, zie onder het kopje ‘vorige uitzendingen’. (Stiekem vinden wij ‘anders-professioneel’ een veel interessanter terrein om te verkennen dan ’gewoon professioneel’.) 

www.werktdat.nl

De poëzie in de lift?

In Geen categorie on 21 april 2009 at 20:12

Hupsaké! En wéér een flinke stoot media-aandacht voor ‘de’ poëzie! Na het geharrewar rond de Dichter des Vaderlands krijgen we nu een soort Idols-achtige formule rond de poëzie over ons heen, genaamd de Nationale Gedichtenwedstrijd.  Op zoek naar de Susan Boyle van de Dichtkunst? Het concept zit redelijk slim in elkaar: iederéén kan insturen (anoniem), voor elk meedingend gedicht moet je 3 eurootjes betalen en in de jury zit een mengeling van ‘deskundigen’ (Gerrit Komrij) en popi jopi’s (Giel Beelen). Het beste gedicht wordt beloond met 10.000 euro (dat verdient Giel in een middag!). Eigenlijk kun je als ‘cultureel bewuste burger’ niet tegen zo’n formule zijn, sterker nog: wat zou je ertoe moeten drijven om er bezwaar tegen aan te tekenen? Ik zie zelfs een gelukkig huwelijk ontstaan tussen nieuwe technologie (die ons inhoudelijk meer keuze geeft dan ooit) en poëzie (die ook uitgaat van de onbeperkte keuze, maar dan in woorden). Samen vormen ze een interessant ‘front’ tegen het zwart-wit denken dat in diverse andere sectoren nog dominant is (zie de kranten, zie de opiniebladen, zie het gros van de televisieprogramma’s). De toekomst is aan de structurele verwarring, aan het eindeloze (zelf)onderzoek en DUS aan de poëzie. Schrik niet: ik vind dit een gunstige ontwikkeling en ben benieuwd of ‘den mensch’  werkelijk in staat is oude zekerheden los te laten en een ‘eigen werkelijkheid’ te creëren. Of klink ik nu als een docent ‘Creative Writing’ met teveel ecstasy in zijn bloedbaan?

www.nationalegedichtenwedstrijd.nl

John de Mol & schaterend Azië

In Geen categorie on 13 april 2009 at 16:04

Het succes van de rubriek ‘De TV draait door’ (onderdeel van DWDD) is dat alle kijkers zichzelf na het serietje bloopers en miskleunen weer 1 dag lang kunnen feliciteren met het feit dat ze er niet in zaten. Vooral de eindeloze domheid van belspelpresentarices brengt de meest sardonische lach in Matthijs naar boven (en in die van zijn kijkers).  Het ‘zakelijk genie’ John de Mol heeft dit scoringsmechanisme – zappend als een onrustige hyena -logischerwijs onmiddelijk omgezet naar een format voor commerciële tv, getiteld ‘Lekker slim’. Daarvoor heeft hij extreem domme (maar prettig ogende) meiden geselecteerd die zich, op aanwijzing van de regie, nóg dommer voordoen dan ze in werkelijkheid zijn (‘Angela Merkel klinkt helemaal niet Duits’) en de rest van Nederland (inclusief John de M. zelf) het gevoel geeft dat men qua intelligentieniveau alsnog rijp is voor een gymnasium-diploma.  Het spelelement van ‘Lekker slim’ kunnen we overslaan – dat is er één van dertien in een dozijn. Blijft over de constatering dat waar televisie ooit begon de mensen ‘aan het denken te zetten’ of hun ‘horizon te verbreden’, ze nu door de publieken (DWDD) én de commerciëlen (Lekker Slim) eendrachtig met hun beperktheid worden gefeliciteerd. In Azië hoor je  ze schateren en je moet niet vreemd opkijken als John de Mol ooit een prominente rol gaat spelen in een geschiedkundig werk over de intellectuele ineenstorting van ‘pretpark Europa’ begin 21-ste eeuw.

Via Capello, slot

In Geen categorie on 13 april 2009 at 15:31

Hoera! Via Capello 23 (Christiaan Weijts) is achter de kiezen! Met het ‘hoera!’ bedoel ik dat ik eindelijk de tijd had om het uit te lezen, NIET het feit dat het uit ís… Want zeker uit de finale van deze roman (of moet ik zeggen: dit tractaat?) blijkt dat alle ‘omwegen’, die de auteur je uit didactische motieven heeft laten afleggen, uiteindelijk meer dan de moeite waard zijn.  Het briljante van dit boek is dat Weijts zijn persoonlijke en eigentijdse fascinatie voor porno hand in hand laat gaan met zijn kunsthistorische bevlogenheid en die dan ook nog eens succesvol mengt met het vettige straatrumoer van de MTV-generatie, die alles letterlijk neemt en ‘cash afrekent’ in hoeveelheden piercings, tattoo’s en ranzige neukpartijen. Zeker met het oog op het laatste waande je je als lezer soms in een erudietere versie van een ouderwetse Giphart-roman vol gillende hormoontjes. Inmiddels is ’Via Capello 23′  genomineerd voor De Gouden Uil (interessant, waarom niet voor de Libris die met matige nominaties voor de dag komt?) en is  het laaiend interessant of ook de universitaire ‘laag’ in het boek – de universitaire wereld wordt treffend neergezet als een steeds meer naar rendement hongerend monster, waaraan kleinburgerlijke wetenschappers, uit angst voor verlies van status en inkomen, lippendienst bewijzen - daarmee een bekroning krijgt,  of dat de jury zich door deze knalharde zedenschets geschoffeerd voelt.  Voor zover mogelijk en passend, wil ik Weijts langs deze (digitale) weg feliciteren met zijn  meesterproef. De enige ‘kritiek’ is dat ik hem bij een volgend boek een Angelsaksisch-strenge eindredacteur toewens, die plottechnisch wat meer ongeduld aan de dag legt en kwistiger met zijn zwarte viltstift kruizen zet door al te breedvoerige zijpaden. Voor de rest: een 9,5 met een griffel!

Van Jole op het VMBO

In Geen categorie on 8 april 2009 at 08:30

Mensen die mij een beetje kennen weten dat ik, plat gezegd, een hekel heb aan de pedante en zelfingenomen journalist Francisco van Jole. Ik ben daar niet trots op, want op de één of andere manier lukt het me niet zijn persoon los te koppelen van zijn werk, gooi ik het op één hoop en voel ik, negen van de tien keer, niks dan diepe weerzin. Toch blijft Van Jole – nog los van zijn irritante zelfbewondering en mijn machteloze ergernis – enorm zijn best doen zichzelf te diskwalificeren en is het eigenlijk onbegrijpelijk dat zijn zogenaamde ‘mediacolumn’ in het programma ‘De Leugen regeert’ wordt gehandhaafd. Maar ja, de VARA, hè, het zal wel onder het kopje OPVOEDEND vallen. En onder dat kopje mag je  ‘de media’ (let op de generalisatie) van van alles betichten, mag je met zevenmijlslaarzen door de wereld- en tv-geschiedenis marcheren, mag je omgekeerde agitatie bedrijven en mag Van Jole zich, kortom, van methodieken bedienen waar hij zijn vijanden (‘de media’) nu juist vol verontwaardiging van beticht. Gisteren moesten we in een broddelwerkje van een paar minuten overtuigd raken van het feit dat we, ‘de media’ dus, geobsedeerd zijn door extremistische moslims en dat we hen, foei!, gelijk stellen aan ‘dé moslim’. Als een Goebbels in het kwadraat laat Van Jole wat ondersteunende fragmenten zien en – húp! – de conclusie is wederom met een leger aan uitroeptekens getrokken. Meng er wat beelden door van een sekte als Bhagwan en de nóg engere sekte van meneer Jones (conclusie: extremistische moslims zijn niets meer dan een soort waanzinnge sekte) en de zwart-wit wereld van Jole, inclusief het beschuldigende vingertje,  is weer in balans. Leerlingen op een VMBO die knippen en plakken als Van Jole krijgen een dikke onvoldoende, maar bij de VARA mag deze jongen zijn ’scoringsdrift’ (want dát is ‘t, niets anders) blijven botvieren ten koste van elke nuance. En het állerergste is: hij gaat er week na week tevredener bij kijken.

Ben ik relevant in ‘het gesprek’?

In Geen categorie on 7 april 2009 at 20:18

Dit is een tijd waarin ze achter je rug om trottoirs, heggen, bomen en prullenbakken verplaatsen.Tastenderwijs loop je door de wereld – want niets is zeker meer. Volgens een bijdrage op De Nieuwe Reporter, worden alle traditionele media ‘bedreigd’ door verder gaande versplintering van vraag en aanbod. Remedie? Als medium met toekomst moet je aanknopen bij ‘het gesprek’ of ‘een gesprek’ dat in de maatschappij of een bepaalde doelgroep al gaande is. Als je in zo’n gesprek geen toegevoegde waarde hebt – zeg maar: het lukt je niet om een steen in de vijver te gooien en dat gesprek een andere wending te geven – dan ben je op weg naar de uitgang. Ik zit me onmiddellijk af te vragen in welk ‘gesprek’ dit weblog een cruciale rol speelt. Mijn angst: in geen enkel. Vraag: moeten media niet nieuwe gesprekken/gedachten in gang zetten, in plaats van ’slechts’ aanknopen bij gesprekken/gedachten die er al zijn? Ik vind van wel. Maar het levert, qua geld, waarschijnlijk niets op. - Wie nadenkt, is arm. Of klink ik nou te zielig?

www.denieuwereporter.nl

‘Inspiratie’

In Geen categorie on 5 april 2009 at 21:15

Mensen die weten dat je je wel eens ‘bezondigd’ aan het schrijven van een gedicht vragen vaak hoe je nou ‘geïnspireerd’ raakt. Impliciet rekent men na zo’n vraag op een lang en geheimzinnig antwoord, deels omdat degene die de vraag stelt ernaar verlangt ’onderdeel’ te worden van het geheim (‘zo, nou weet ik ook eindelijk hoe het werkt’), deels omdat het dikwijls een opmaat is  naar een gesprek over dat er – je weet wel – ‘meer is tussen hemel en aarde’. Meestal speel ik het spelletje gewoon mee en geef ik het mijns inziens gewenste lange en geheimzinnige antwoord, maar hier, op dit weblog, laat ik het masker met graagte vallen. Er is namelijk niks geheimzinnigs aan die inspiratie (of althans: niet zoveel): ideeën of beelden die ik gezien of gelezen heb (en die ik de tijd gun om tot me door te dringen – zou dat ‘het geheim’ zijn?), zetten mij aan tot interpretatie, nuancering, overdrijving, stilering, schoffering of decodering en dat kan leiden tot een gedicht, een verhaal of een essay. Het komt er dus op neer dat ik een tekst of een film of een denkbeeld of een Idee áchter zo’n tekst, film of denkbeeld ‘omwerk’ tot iets nieuws, iets dat mijn eigen visie erop of mijn verbazing erover weergeeft. Ik zeg niet dat alle inspiratie zo werkt (ik ben, tenslotte, geen wetenschapper), maar ik denk bijna zeker te weten dat veel ‘Kunst’ een afgeleide is van kennis en inzicht over andere kunst en dat dit zelfbevruchtende karakter in de massamedia wordt verdoezeld. Daar, voor het grote publiek, ’spelen’ de kunstenaars ’het spelletje mee’ en doen ze net of al die kunst uit hun ziel of één of andere kosmische kracht – waarmee ze op wonderbaarlijke wijze  ’in contact’ staan – tevoorschijn komt. Ik zeg: bullshit! Kunst = ‘gewoon’ hard werken, keihard ploeteren, alleen mag het publiek het zweet niet ruiken.  Dat beïnvloedt de verkoop negatief. Shhht!

Via Capello 23, halverwege…

In Geen categorie on 3 april 2009 at 10:08

Een paar posts terug deed ik laaiend enthousiast verslag van mijn kennismaking met Christiaan Weijts’ tweede roman, ‘Via Capello 23′. Ik ben nu halverwege en constateer dat het boek de verwachtingen deels inlost, deels ook niet. Ja, het is stilistisch weer superieur geschreven. Ja, je ‘glijdt’ als lezer supercomfortabel in het ranzige universum van de auteur. En ja, als commentaar of satire op onze huidige maatschappij kent het zijn gelijke momenteel niet. Maar vaart? Nee de vaart is er na een bladzij of 80 behoorlijk uit. We worden als lezer langs elke gedachtenkronkel, elk kroegbezoek en elk mailtje gestuurd dat de hoofdpersonen op hun conto schrijven. En dat de auteur alle steegjes en universiteitsbobo’s van Leiden kent, word je ook iets te overdreven ingepeperd. Als je er oog voor hebt, begin je Weijts zelfs te ontmaskeren als een door de uitgever te schaars afgeremde ouwehoer. Maar ik ga dóór met deze roman, da’s duidelijk – want dit is zonder twijfel één van de meest getalenteerde schrijvers van het moment. Opvallend is wel dat critici die traagheid in de roman niet aanroeren, blij als ze – waarschijnlijk – zijn dat er eindelijk weer eens een jonge auteur opstaat die de ‘Grote Greep’ probeert, dat wil zeggen: mens & maatschappij in een lijvige roman probeert te duiden, inclusief ‘betekenislagen’.

Enfin. Als ik het boek uit heb, zal ik een eindverslag posten.

Na de Dichtclub

In Geen categorie on 2 april 2009 at 07:52

Gisteren heb ik weer eens meegedaan aan de zogenaamde ‘Dichtclub’ in De Schouw te Rotterdam. Setting: beginnende en gevorderde  dichters die voor een paar vrienden en bekenden nieuw werk voordragen om zich – naar ik aanneem – de kneepjes van de voordrachtkunst eigen te maken. Ik heb nu drie of vier keer meegedraaid en het interessantste deel van de avond vormt niet zozeer de poëzie zelf (die is vaak nogal vlak), maar de manier waarop dichters met hun werk omgaan. Eén van de dichters kwam naar voren, keek licht verbaasd naar zijn verfrommelde A4-tjes,  mompelde ‘mmm, laat maar’ en spitte verder in zijn stapeltje. Een ander probeert zijn gedicht serieus in te leiden middels een anekdote en een derde raffelt het werk af met één hand nerveus gestoken in een te krappe broekzak.  Ikzelf probeer (met de nadruk op: probéér) een zo rustig mogelijke presentatie te organiseren met een ‘lijn’ erin, waarbij de gedichten bijna illustraties zijn van een groter verhaal. (Naar mijn gevoel ging ik gisteren tóch weer te snel.) Wat ik erg jammer vind, is dat de Dichtclub ogenschijnljk geen enkele aanstalten maakt het niveau te verbeteren of serieus te reflecteren op wat er wordt voorgedragen, waarschijnlijk vanuit de romantische gedachte dat alle dichters ‘uniek zijn’ en je ze ‘respecteert’ door ze niet lastig te vallen met kritisch commentaar. De vraag is dus, wat mij betreft, hoe lang het nog zin heeft om aan dit soort bijeenkomsten mee te doen. Hoewel door de kredietcrisis mikpunt van minachting en spotlust, ben ik érg voor de Angelsaksische kijk op Leven & Literatuur, dat wil zeggen: ‘if it stinks, it stinks’ – daar helpt geen zwak applausje tegen. Positieve uitzondering was gisteren Iris Brunia – zij was ‘debutant’ op de Dichtclub, maar maakte meteen indruk met zowel de kwaliteit van haar werk als de onnadrukkelijk-nadrukkelijke manier van voordragen. Ook Ko Norderisk verraste met een (quasi?) spontane voordracht van vrijmoedige streetwise-gedichten uit zijn poëzieklasje in Delfshaven. En ook aan de opsomming van onzinnige kanons van de man in regenjas beleefde ik plezier (‘de kanon van de beste Nederlandse voetballers, spelend bij een Spaanse club’, of zoiets…), dus het was niet één en al mineur. Tot slot: wat opvalt is hoe ontstellend simpel de kwaliteit van een dichter eigenlijk te bepalen is; zij die enige blijk geven van historisch besef en de moeite nemen het werk van andere dichters met aandacht te lezen versus zij die ogenschijnlijk nog nooit een bundel serieus open hebben geslagen, vervolgens het publiek tarten met grote maar lege woorden en na hun optreden met een haast blasfemische opluchting terugkeren naar hun plek.

Wedstrijd in weerzin

In Geen categorie on 28 maart 2009 at 15:51

In de Fictie van de media – zie vorige bijdrage – gaat het allang niet meer om de vraag wie de beste oplossing heeft, wie met het meest zinnige voorstel komt of wie de meest doordachte bijdrage levert, maar, bijvoorbeeld, over de vraag Wie De Leukste Kleren Draagt of bij wie ‘we’ Het Meeste Weerzin Voelen. In het Kamerdebat van afgelopen week ging deze laatste wedstrijd tussen Pieter van Geel (fractielieder CDA) en Geert Wilders (fractieleider PVV). Jan Mulder koos in DWDD hartstochtelijk voor Pieter van Geel en hoewel zijn hele optreden veel stof tot nadenken gaf over zijn pathologische dwang tot luidruchtig dissoneren, was ik het in deze met Jan eens.

Fictie woekert door

In Geen categorie on 28 maart 2009 at 11:57

Het instrumentarium om je ‘eigen werkelijkheid’ te creëren is de laatste jaren, mede onder invloed van de digitale revolutie, enorm verbreed. In de strijd tussen Feit & Fictie, is de laatste dan ook aan de winnende hand. En hoe! De kredietcrisis is een even waanzinnig als prachtig voorbeeld van Doorgeschoten Fictie. Een genootschap van financiële bobo’s heeft zich letterlijk jarenlang in hoge kantoren en dikke businessjets kunnen ‘opsluiten’, om van daaruit een staketsel aan boekhoudingen en verslagleggingen  te bouwen dat, buiten het zicht van de arme stervelingen, op louter fictie gebaseerd bleek te zijn. Op straat- en consumentenniveau zag je de uitwassen van dit bancaire autisme al jarenlang doorwoekeren: minder bankkantoren, meer flapautomaten, meer antwoordmachines, meer spraakcomputers – de meeste banken deden dus open en bloot oefeningen in Het Creëren Van Pure Fictie (maar niemand herkende het als zodanig).  GeenStijl is ook een mooi voorbeeld van de Groeiende Macht Van Fictie. Hoofdredacteur Dominique Weesie benoemde zijn successtrategie als ‘het creëren van een vijand waartegen we ons af kunnen zetten’ en ‘mensen moeten ons óf heel erg haten óf heel erg van ons houden’. Het is een openlijk geformuleerde vrijbrief om van Fictie je core-business te maken.  Ook het fenomeen Wilders werkt volgens deze methodiek. ZIJN ER DAN GEEN TEGENKRACHTEN? Die zijn er wel, maar ze lijken aan de verliezende hand. De ‘kritische media’ (NOS? Nova? DWDD? Kranten? Weekbladen?) blijken veeleer gefascineerd door de Fictie dan dat ze er Feiten tegenover stellen. Een kritische journalist als Francisco van Jole vraagt tegenwoordig, als hij de minister van Buitenlandse Zaken spreekt, niets over mensenrechten in China maar alles over Twitteren tijdens de kerstdagen. Ook hij zit tegenwoordig in zijn eigen Fictie opgesloten! Met enig historisch besef zou je kunnen zeggen dat de kredietcrisis de ontluisterende apotheose is van de leus uit de jaren ‘60: ‘De Verbeelding Aan de Macht!’

Concluderend: in een zorgeloze wereld vol gezonde mensen is Fictie een leuk tijdverdrijf, maar als het even tegenzit heb je mensen nodig (doktoren, hulpverleners, ambulancepersoneel) die zich dagelijks vies durven te maken aan de Feiten. Ik hoop dat de balans door de kredietcrisis weer meer in evenwicht komt.

Op naar Poetry…

In Geen categorie on 26 maart 2009 at 21:29

Eerst vernam ik het van de Rotterdamse dichter Manuel Kneepkens, vandaag ook van mijn uitgever Chrétien Breukers; ik sta op Rotterdamse vooravond van Poetry International geprogrammeerd! Behalve dat ik het – sorry voor het cliché – een ‘uitdaging’ vind om op deze avond op te treden, ben ik bijna jongensachtig onder de indruk van het gegeven dat er ineens een onzichtbare band ‘loopt’ van door mij bewonderde dichters (zoals Boris Ryzji uit Rusland, zoals Jürgen Rooste uit Estland) naar mij. Een magisch gevoel…! Verder ben ik blij omdat ik weet dat deze uitnodiging mij (nog meer) stimuleert een betere dichter te worden. Dank Manuel, dank Poetry voor deze kans!

Perfide levenslust

In Geen categorie on 26 maart 2009 at 21:14

Mijn gewaardeerde collega-redacteur van City Media, Saïd El Haji, heeft een mooi opiniestuk geschreven in de nieuwste Passionate (thema-nummer Hans Verhagen). Ik zou ook ‘column’ kunnen zeggen, maar daarvoor is hetgeen El Haji aansnijdt – de dronken zucht om het leven ten volle te leven uit angst dat je op je sterfbed moet concluderen iets gemist te hebben – té ernstig, té relevant voor de misverstanden die je in deze tijd overal en nergens tegen het lijf loopt. Ik kan zowel het tijdschrift als het opiniestuk, nogmaals, van harte aanbevelen en plak nog graag een klein citaatje uit Saïd’s stuk aan dit korte promoverhaaltje. Sprekend over19e-eeuwse Verlichtingsdenkers constateert El Haji – maak je borst maar nat! – dat zij ‘de wereld met hun kortzichtige ideeën over vooruitgang, maakbaarheid en eigen verantwoordelijkheid hebben verneukt’.

Kortom, een frontale aanval op het ogenschijnlijk onaantastbare liberalisme, die smaakt naar meer van deze auteur… (www.passionate.nl)

Vlaamse Houellebecq?

In Geen categorie on 23 maart 2009 at 00:02

Graag vestig ik de aandacht op het debuut ‘Hoe de wereld perfect functioneert zonder mij’ van de Vlaming Joost van de Casteele (1979). In deze verhalenbundel worden we een wereld in geslingerd waar de mens nóg een tikje anoniemer is dan hij al is, de winkels nóg een tikje lelijker en opdringeriger dan ze al zijn, de media nóg een stukje gewetenlozer functioneren dan ze al functioneren en het uitgaansleven nóg een beetje losbandiger is ingericht dan het al is ingericht. In dit ‘vet aangezette’ universum lopen vervolgens de anti-helden van Van de Casteele verdwaasd en radeloos rond en zeker van het tweede verhaal, ‘Genesis: CityBis’ (een ontluisterend en hilarisch verstrikt raken van de hoofdpersoon in het plaatselijke, deels ondergrondse winkelcentrum dat luistert naar de naam ‘De Kuip’), heb ik intens genoten.  Aanbevolen!

Próóst! Plasterk…

In Geen categorie on 22 maart 2009 at 20:29

Als er ooit een schrijver in het Ministerie van Onderwijs opstaat, zal hij een paar keer het volume van de romanreeks  ‘Het Bureau’ nodig hebben om bij benadering recht te doen aan de stroperigheid, de papierberg en het onmachtige gekeutel dat sinds jaar en dag hét handelsmerk is van dit ministerie. Iedereen met enige politiek benul begreep dan ook dat met de benoeming van de dandy Ronald Plasterk (PvdA) een nieuwe periode van ongebreideld vergaderen, aftasten, evalueren, herformuleren en hete aardappels doorschuiven zou aanbreken; het enige punt is nu dat het ook de de media begint op te vallen en Plasterk eindelijk begint te merken wat er gebeurt als het in de ogen van de pers allemaal niet opschiet: de storm steekt op! Maar wat valt de arme man te verwijten? Sinds hij minister is, is hij ‘gewoon’ zijn redelijke, gestudeerde en welgemanierde zelf gebleven en met zo’n type Mr. Nice Guy krijg je dat ministerie NOOIT in beweging. Het ernstigste verwijt aan Plasterk is feitelijk dat hij geen Alex Ferguson is, geen Rafa Benitez, geen José Mourinho: bullebakken van formaat die even hard kunnen slaan als aaien om hun manschappen met de juiste instructies en de juiste mentaliteit het veld in te krijgen. Mannen die weten hoe je een vuist laat neerdalen op een tafel. Hoe je een geluidsmeter in het rood krijgt. Hoe je een fluim in iemands gezicht uiteen kunt laten spatten. En Plasterk? Plasterk weet nog niet eens hoe je een Västman van Ikea binnen een ochtend in elkaar knutselt, laat staan dat hij een ambtenaar het schaamrood op de kaken kan bezorgen. Hij is een glimlachende tekstverwerker met hoed en sjaal, die namens de Zoetermeerse bureaucratie probeert door een kabinetsperiode ‘heen te modderen’, in het ogenschijnlijke besef dat elk besluit tegen hem gebruikt kan worden en geen besluit derhalve de voorkeur geniet. Ondertussen zakt ons land vrolijk verder af op de internationale ladder van taal- en rekenvaardigheid, en wel op een dusdanige wijze dat de bevolking van geen enkele reken- of spelfout van welke leerkracht dan ook nog opkijkt. Plasterk spiekt intussen in zijn agenda, ziet drie openingen, een dansfeest en een balletvoorstelling staan, neemt een kijkje in zijn garderobe en telt de feestdagen van zijn ministerschap af. Próóst, Ronald!

Poëzie op internet

In Geen categorie on 21 maart 2009 at 09:25

Erwin Vogelezang en Arjan Keene hebben leuke reacties geschreven op mijn laatste twee gedichten op Krakatau (www.krakatau.nl). Hoewel De Dichter door een substantieel deel van de bevolking nog wordt gezien als een zonderling op een stoffige locatie, die een doodenkele keer met een volstrekt grijs gekauwd (want eindeloos heroverwogen) gedicht ‘naar buiten komt’, is er dus ook een lichtere, meer Aardse manier om met poëzie om te gaan. In de traditie van de ‘handelsreiziger’ Jules Deelder. Hoewel ik Deelder als dichter ‘uitgeschreven’ vindt, heeft hij, in deze zin, veel goed gedaan voor de poëzie!

Mijn ‘ontmoeting’ met Eric Gudde

In Geen categorie on 20 maart 2009 at 21:33

Laatst heb ik in de Rijnmond-studio de hand geschud van Feyenoord-voorzitter Eric Gudde. Hij ging na een uurtje bozige fans sussen de studio uit, ik kwam net binnen  voor de presentatie van een nieuw seizoen ‘Werktdat?’. Het is schandalig en journalistiek totaal onverantwoord, maar ik dénk op grond van die ene handdruk te weten dat het slecht gaat aflopen met Eric Gudde. Reden? Aardige man! En als je aardig bent dan kom je in de betaald voetballerij – helaas – niet ver. Wanneer je in die branche potten wilt breken moet je minstens denken dat je het Ei van Columbus hebt uitgevonden, dat je recht hebt op een veel te dure auto en in achterafgelegenheden met losse vrouwen de aangewezen persoon bent om het een malafide spelersmakelaars naar de zin te maken. Ik zwéér ‘t je: Gudde denkt en kan dat niet. Dat siert hem. Hij is geen Jorien van den Herik, godzijdank. Maar de aardigheid van Gudde is niet gratis, niets is gratis. Feyenoord-supporters moeten voorlopig ‘betalen’ met een bescheiden plekje in of onder de middenmoot. Vraag: wil ik kampioen worden met een droplul? Of keurig elfde met Gudde? Ik neig naar het laatste.

Nog even Dijkshoorn…

In Geen categorie on 20 maart 2009 at 11:22

Mijn persoonlijke misnoegen over het weggepest worden van Nico Dijkshoorn bij de VK staat los van de – wellicht visionaire – koers die de VK hiermee inzet. Immers: uitgaand van het idee ‘kwaliteitskrant’ (dat door Hofland nieuw leven wordt ingeblazen als zijnde een krant bedoeld voor een kleine elite, maar dáárdoor juist sterk!) is het wellicht een logische stap om de ‘volkse’ Dijkshoorn aan de dijk te zetten (sorry, voor de woordspeling). Het lijkt erop dat de toekomst is aan media met nauw omschreven ghetto’s annex doelgroepen en dat VK en NRC nu tot de ontdekking komen dat je beter voor het elitaire publiek (met geld) een elitaire krant kunt maken, zonder concessies, dan dat je een ‘knieval’ maakt voor de lezer met piassen als Dijkshoorn. Ogenschijnlijke successtrategie van de toekomst: doe waar je goed in bent! In het geval van VK en NRC: langere verhalen schrijven en duiden.

VK dumpt Dijkshoorn

In Geen categorie on 19 maart 2009 at 15:41

De kwaliteitskranten roepen ach-en-wee over het gure sociaal-economische klimaat. En over dalende omzetten en rendementen. Hoe geloofwaardig is dat als je vervolgens uit eigen beweging een veelgelezen columnist de deur wijst en de toekomst van je eigen krant verder op het spel zet? Nu de Volkskrant mijn favoriete sportcolumnist heeft ‘weggetrapt’ (citaat Dijkshoorn),  zie ik steeds minder reden om nog abonnee te blijven. Ik zeg niet dat zijn schrijfsels in elke zin kwaliteit ademen (‘kwaliteit’  is saai, en dat is Dijkshoorn niet!), maar ze vormen een aangename afwisseling in de zuur-politiek-correcte Azijnbode. De kaper op de kust heet Johan Derksen; hij strikte Dijkshoorn voor VI, waar de columnist/dichter vanaf 1 april begint.

Succes, Nico!

‘Stille’ Obama blijft Mr. Perfect?

In Geen categorie on 18 maart 2009 at 12:20

Dat Obama na een mediabepalende presidentscampagne even gas terug neemt… is dat alweer zo’n ‘zet’ waar hij over heeft nagedacht? Op de golven van het torenhoge verwachtingspatroon was ik (waren we?) klaargestoomd voor nog meer historische speeches en ontmoetingen. Maar het is de eerste weken opvallend stil in het Witte Huis. Zou hij nota’s lezen en veel vergaderen? En stiekem een politiek aan het ontwerpen zijn, waarmee hij pas veel later de handen op elkaar krijgt? Het zou me niet verbazen. Tot dusver is er nooit iets aan te merken geweest op de timing en het politieke instinct van Obama. In een optimistische bui beweer ik wel eens dat hij eigenlijk ‘de eerste echte professionele politicus aller tijden’ is. Kortom, Mr. Perfect. Het klinkt eng, maar bij hém kan ik alles hebben, zelfs perfectie…

Het totale navelstaren

In Geen categorie on 17 maart 2009 at 23:41

DWDD vanavond: Matthijs praat met een economisch verslaggever van RTLZ over de manier waarop de Daily Show (John Stewart) de businesszender CNBC bekritiseert, met Cornald Maas als sidekick, die opmerkt dat Nederland 1 de laatste tijd ‘heel veilig’ programmeert. Vervolgens praat Matthijs met BNN-baas Patrick Lodiers over diens programma over Uruzgan (‘ben jij écht één van de jongens?’) en over de onderscheidende rol van BNN in het huidige omroepbestel.  En alsof onze horizon dan nóg niet genoeg is versmald door het bloemenpatroon van de Gooise matras eindigen we met Carlo Boszhardt en Irene Moors over hun imitaties van BN-ers op TV: wie vonden ze moeilijk en makkelijk te imiteren en bij wie komen de imitaties het hardste aan? Nog even en Matthijs zegt daags na de uitbraak van een nieuwe oorlog in het Midden Oosten tegen Het Gesprek-investeerder Harry de Winter:  ’Even serieus, Harry. Overweeg jij een kwis te lanceren over de Yom Kippoer-oorlog in 1973? Of ga jij toch voor een documentaire over Theodor Herzl? Ofwel: hoe ga je in de vooravond programmatisch met die vreselijke oorlog om?’

Zou Matthijs wel weten dat bommen in Irak échte doden veroorzaken? En dat je niet kunt spreken van EO-, NCRV-, AVRO- of TROS-lijken?

De treurigheid van Nova

In Geen categorie on 17 maart 2009 at 08:07

Gisteren deed onze nationale – ahum – ‘verdiepende’ actualiteitenrubriek Nova een nieuwe poging de ballon Wilders en PVV door te prikken. Opzet? We gaan eens in Venlo kijken wat voor halve debielen hij daar voorafgaand aan de lokale verkiezingen voor zijn partij gaat ronselen. En als de kijker dan nóg niet concludeert dat het land onder een eventuele PVV-leiding naar de klote gaat, overwegen wij, de Nova-redactie, collectief te emigreren naar een land waar politici ons tenminste Ouderwets En Geraffineerd Voorliegen. Het werd een stukje zorgvuldig gemonteerde staatspropaganda waarin de lokale kopstukken van de ‘oude partijen’, glimmend van trots (‘ik zit in Nova, Annie!’), mochten toelichten hoe vreemd het zou zijn als de PVV ter elfder ure tóch nog tien of vijftien kandidaten zou weten te strikken die een A van een B konden onderscheiden. De grote vraag: wat was treuriger in dit toneelstukje? De doorzichtige opzet van Nova? De Hekking-achtige raadsleden en wethouders die camerageil hun zegje deden? Of de nergens te vinden knalkandidaat voor de PVV? Aangezien de laatste niet op te sporen bleek, sloeg mijn ‘walgingsmeter’ daar nog relatief het minste uit.

IEDP = Baghwan?

In Geen categorie on 17 maart 2009 at 00:46

Als kersvers IEDP-er word ik aangezet om van andere mensen PlezierGenoten te maken. Lees hieronder.

Hallo PlezierGenoot!

Geweldig dat je het aandurfde je aan te melden, want iedp is niet tastbaar, en daardoor misschien ook niet voor iedereen even makkelijk te bevatten. Hoewel? Er zijn steeds meer hoorbare geluiden die iedp onderschrijven en aanmoedigen: iedp groeit enorm hard! Getuige de al ruim 2000 iedp-genoten die zich hebben aangemeld in de afgelopen 6 dagen. En ook de eerste bedrijven en merken die iedp omarmen qua filosofie. Kortom, iedp bestaat, is gewenst en groeit. Het wordt dus toch een beetje serieus!

En dan nu de volgende stap. Waar de Quote 500 een treurige aanblik biedt, wilden we de ‘iedp 500+’ per 1 mei aanstaande laten stralen! Dat wordt nu maar de ‘iedp5000’, vanwege het groeitempo. Om dit te bereiken hebben we MEER AANHANGERS nodig, dus DOE EEN (extra) AANBEVELING BIJ JE CONTACTEN EN COLLEGA’S. GEEF HET DOOR, en door, en door. Als IEDERE iedp-GENOOT NU EENS MINIMAAL ….. NIEUWE iedp-ers AANBRENGT…..! Kleine moeite, veel plezier!

Via ‘Share this group’ (boven ‘Discussions’) links bovenaan de Overview-pagina van iedp nodig je je eigen contacten uit om deel te nemen. Per keer kan je er zelfs 50 (!) tegelijk uitnodigen (je hele bestand is natuurlijk een prima optie)! En dan is het natuurlijk de bedoeling dat ook deze contacten weer andere contacten aanbrengen. Laten we onszelf allemaal een plezier doen! Praat, schrijf en mail erover. En doe. Deel iedp – en haar vrolijke en belangrijke betekenis – met zoveel mogelijk mensen!

Plezier, Michiel & Mireille

Ben ik nou gek? Of is dit een nieuw piramidespel met Michiel & Mireille (lekker allitererend duo…) als de oppersanyassins van een vermomde Bhagwan-beweging? Ik blijf het volgen…

Rodaan & Metallica

In Geen categorie on 17 maart 2009 at 00:31

Na elven – als werkend Nederland gaat slapen, de te bevechten ‘marktaandelen’ drastisch zijn gezakt en de resterende mainstream onderuit zakt voor ‘P & W’ (Ned. 1) - staan de o zo berekenende zendercoördinatoren van de Nederlandse Publieke Omroep het toe dat er ruimte wordt gemaakt voor een docu over een dichter…  en dán nog maar alleen omdat het Boekenweek is.  Het godsgeschenk? Een mooi, ingetogen portret van de in Irak geboren en in het Nederlands publicerende dichter Rodaan Al Galidi. Een hoogtepunt: hoe hij in een Biesbos-achtige omgeving via een touw een pontje van de ene naar de andere oever trekt en zegt dat hij dankzij dit soort klusjes ‘niet gek wordt’ (als uitgeprocedeerde asielzoeker mag hij van de Nederlandse autoriteiten namelijk geen officiële baan hebben). Ander hoogtepunt: hoe hij achterover hangt tegen de vensterbank en zegt dat hij in het studentenhuis waar hij, tijdelijk, woont tot de conclusie is gekomen dat Nederlandse vrouwen van ‘jagers’ houden. ‘Er wonen veel jongens in dit huis, romantische jongens die naar Acda & De Munnik luisteren, maar alle meisjes komen met hun flessen wijn alleen voor die ene gast die telkens hun haren afknipt, als  trofeeën bewaart en de godganse dag naar Metallica luistert. Het is een gekke wereld.’ Met zijn dramatische familiegeschiedenis ‘kan ik niet zoveel’, als kijker, maar des te meer met zijn gedichten die langzaam door het beeld rollen. Dank u, NCRV! Dank u, zendercoördinator!

http://www.algalidi.com/

Na twee pagina’s verkocht

In Geen categorie on 16 maart 2009 at 13:03

Gisteren sloeg ik de roman ‘Via Capello 23′ van Christiaan Weijts open. Wat me zelden overkomt: na twee pagina’s wist ik dat ik dit boek alleen al om de briljante stijl uit zou gaan lezen. Hoe is het mogelijk dat je slechts met de aankomst op een vliegveld en het zoekraken van een koffer een lezer helemaal overrompeld? Weijts ‘knows how to do it’.

Ben nu bij pagina 30 en kan niet wachten tot het moment waarop ik het boek opnieuw kan pakken.

Het avontuur kan beginnen…!

In Geen categorie on 15 maart 2009 at 22:16

Ik ben zojuist geaccepteerd als lid vanIEDP (Iedereen Elke Dag Plezier), hoera! De volgende welkomst-boodschap van Mireille de Steur – Berg vond ik in mijn mailbox:

Hallo PlezierGenoot!

Geweldig dat je het aandurfde je aan te melden, want iedp is niet tastbaar, en daardoor misschien ook niet voor iedereen even makkelijk te bevatten. Hoewel? Er zijn steeds meer hoorbare geluiden die iedp onderschrijven en aanmoedigen: iedp groeit enorm hard! Getuige de al ruim 2000 iedp-genoten die zich hebben aangemeld in de afgelopen 6 dagen. En ook de eerste bedrijven en merken die iedp omarmen qua filosofie. Kortom, iedp bestaat, is gewenst en groeit. Het wordt dus toch een beetje serieus!

Wat gaat mijn ‘takenpakket’ worden als kersvers IEDP-er? Tell me,  Mireille!

Stalinistische jeugdbrigades?

In Geen categorie on 15 maart 2009 at 13:28

Een contact op LinkedIn nodigde mij onlangs uit lid te worden van een groep, luisterend naar de naam IEDP (Iedereen Elke Dag Plezier), www.iedp.nl.  Ik bewaar goede herinneringen aan het contact, dus nam ik het verzoek een tikkeltje serieuzer dan als een anonymus zoiets vraagt. Ik ‘verdiepte’ mij (een paar minuten, althans) in de doelstellingen van de groep en, zoals met bijna alles, werd ik besprongen door tegenstrijdige gevoelens. Goed, dat mensen het los van allerlei conventies, mediageweld en verkrampte vooroordelen leuk met elkaar willen hebben, maar – grote vraag – wat als dat niet spontaan gebeurt, maar via een digitaal lidmaatschap georganiseerd wordt? Bijt de vis hier doodleuk in de eigen staart? En wat te denken als IEDP praat over ‘de somberheid van deze tijd’ (hoezo is deze tijd somber? somberder dan tien, twintig of dertig jaar geleden? en waarom dan wel?),  zich presenteert als ’een keurmerk’ (Jodenster?) en roept dat ‘kansen in de toekomst liggen, niet in het verleden’ (gaan we de historie ‘bashen’? dat doen hersenlozen altijd!). Het zal wel aan mij liggen, maar door dit soort taal krijg ik visioenen van Stalinistische jeugdbrigades, die in glimlachende cohorten de oogst gaan binnenhalen. Ik dacht: weet je wat? Ik ga lid worden! Dat heb ik zojuist gedaan. Benieuwd of ik word ‘toegelaten’ en wat IEDP voor mij kan/gaat betekenen.

Waarom ‘Seksloos’?

In Geen categorie on 14 maart 2009 at 08:35

Er duiken vragen op over de titel van dit weblog. Daar had ik op gerekend. Sterker nog: daar ben ik op uit! De verleiding om het te gaan verklaren is groot (ik heb er een sluitend verhaal over), maar toch besluit ik vanochtend om die verklaring maar niet te geven. Iedereen zijn interpretatie te gunnen en niemand voor de voeten te lopen. Laat ik slechts verklappen dat ‘Seksloos’ hopelijk de deur opent naar een gebied, waar de lezer nog bereid is na te denken, zich te verwonderen, zich te laten verrassen, etcetera.

Het reële thema ‘Middelmaat’

In Geen categorie on 13 maart 2009 at 11:32

Vaak bekruipt me de gedachte dat journalistiek naar zijn aard & wezen middelmatig is. Het ‘zoekt een publiek’ (anders is het geen journalistiek, maar kunst of gekte) en wat is het publiek…? Juist, middelmatig. Kan het publiek daar iets aan doen? Nee. Kan de journalistiek er iets aan doen dat ze middelmatig is? Misschien… Ze kan proberen aan de wurggreep van de middelmaat te ontkomen, met het gevaar dat het resultaat geen journalistiek meer is en nergens geplaatst wordt. Ik ga mezelf, als journalist, niet de put in praten, maar ik wil het thema ‘Middelmaat’ ook niet doodzwijgen. Mijn eigen remedie? Telkens als ik aan een artikel, column of programma ga beginnen, creëer ik voor mezelf de illusie dat het de middelmaat zal ontstijgen. Het creëren van die illusie kost energie, maar hopelijk is het nuttig verspilde energie.

Twitter is een giller

In Geen categorie on 13 maart 2009 at 11:23

Zoals ik eerder op dit weblog schreef, is Twitter een soort giller. Wat zegt het over mij dat ik verslaafd dreig te raken aan een giller?

Gerrit Komrij & software

In Geen categorie on 10 maart 2009 at 08:03

Het kwam gisteravond bij Pauw & Witteman wat zurig en stotterend uit zijn mond, maar Gerrit Komrij heeft natuurlijk het grootste gelijk van de wereld. In zijn aanval op de vrouwelijke chicklit-literatuur (die in zijn ogen ‘lectuur’ is) wees hij eens temeer op het belang van een onderscheid tussen wat je, brutaalweg, Kunst en Gebabbel zou kunnen noemen. Hij formuleerde het wat onbeholpen (hij is tenslotte schrijver, geen spreker), maar zijn pleidooi voor ‘beschouwing van de wereld’, voor ‘een visie op het leven’, is niets anders dan een pleidooi voor de ontwikkeling van software in je hoofd. Software die de gebeurtenissen in je leven verdeeld in vakjes, in begrippen, in analyses, in het uiterste geval zelfs in verhalen die literatuur zijn. De chicklit-boekjes leveren in zijn ogen slechts (meeslepende, ongelukkige, spectaculaire, tranentrekkende) gebeurtenissen, waarin de lezer wordt ‘meegezogen’, zonder waar dan ook afstand te nemen en aan te zetten tot catharsis (inzicht). Ik weet het: de discussie over literatuur met een grote en kleine ‘L’ is stokoud, maar in deze tijd waarin iemands ervaring bijkans heilig wordt verklaard en kennis met het grootste gemak aan allerhande computers en rekenmachines wordt uitbesteed, is het geluid van Komrij nuttig en noodzakelijk. Want wat hij eigenlijk zegt (en dat mag best wel eens hardop gezegd worden); het lezen van literatuur met een grote ‘L’ is vrijwel onmisbaar bij het zinvol en gestructureerd nadenken over je eigen leven en de wereld om je heen. — Heb ik het zo goed vertaald, Gerrit?

De Wet van Elke Mening

In Geen categorie on 8 maart 2009 at 20:14

Een kleine studie van mijn eigen internetpublicaties leert dat ik regelmatig van mening verander. Of dit nu gezond, onthutsend, lichtzinnig of prijzenswaardig is, laat ik vooralsnog buiten beschouwing, feit is: in mijn eerste publicaties op DNR (www.denieuwereporter.nl) portretteer ik de nieuwe media als een ‘uitbreiding’ cq. ‘verrijking’ voor het medialandschap en verzet ik me tegen een gangbaar soort cultuurpessimisme. Deze bijdragen zijn bedoeld als contragewicht tegen een in mijn ogen bevoorrechte media-elite, die maar door blijft klagen over ‘de ontlezing van de jeugd’ en duizenden andere rampen die ons zogenaamd te wachten zouden staan zonder met bevredigend feitenmateriaal te komen (zie ook het plan om gratis krantenabonnementen te schenken aan 18-plussers). Om die stukken zo effectief mogelijk te formuleren heb ik mij – zoals elke polemist doet – diepgravend proberen ‘in te leven’ in de logica en de gedachtewereld van degenen die het Foute Standpunt huldigen, en waar mogelijk hun feiten, aannames en ideeën onder vuur genomen. Volgens deze methodiek dient elke opiniejournalist over acteurskwaliteiten te beschikken (je dient je nadrukkelijk te verplaatsen in…) en nu is de vraag hoe ‘erg’ het is als je tijdens dat (hopelijk oprechte) inlevingsproces ‘verdwaalt’, met als mogelijkheid dat je meer sympathie gaat koesteren voor het Foute Standpunt dan voor je eigen, oorspronkelijke stellingname. Moeten we een dergelijke ‘kwetsbaarheid’ niet juist waarderen? Of is ‘kwetsbaarheid’ in dit geval een vergoelijkende term voor ‘warrig denken’? Ik denk van niet. Sterker nog: het is het ultieme bewijs dat je écht leeft! Echt nadenkt! Echt durft te twijfelen. Menig polemist heeft in zijn of haar nadagen toegegeven dat woede of afkeer alleen van blijvende aard kan zijn als je linksom of rechtsom ‘gevoed’ wordt door het standpunt of beleid dat je abject vindt of ten diepste verachtelijk, met andere woorden: iets achtervolgt en inspireert je pas als je één of meer zaken ‘gemeen hebt’ met de persoon of belangengroep waartegen je ageert. Ik denk dat dit een universele wet is en dat iedere goede opiniejournalist zijn of haar tegenstander op ene bijna liefdevolle manier ‘serieus neemt’. Moraal? Welke mening je ook leest of opschrijft, realiseer je altijd het volgende:

OM MET IETS OF IEMAND OP EEN INTERESSANTE MANIER VAN MENING TE VERSCHILLEN MOET JE, GEK GENOEG, VEEL GEMEEN HEBBEN

Boekendieet

In Geen categorie on 8 maart 2009 at 14:04

Net zoals er continu debatten gaande zijn over het ‘ideale voedingspatroon’, kun je eindeloos van mening verschillen over het ideale dieet op geestelijk terrein. Ik begin steeds meer te voelen voor een tamelijk streng boekendieet (zonder al teveel tussendoortjes). Op skivakantie heb ik twee boeken gelezen, waarvan ‘Roem’ van Daniel Kehlmann een even enerverend als afgerond beeld schetst van digitale communicatiemiddelen en hun invloed op identiteitsvorming en vervreemding. Het boek zit boordevol dubbellevens, spiegelkarakters, persoonsverwisselingen en buitenissigheden rond de celebrity-cultuur en is swingend, humoristisch en eigentijds…! (Aanrader!). Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat het ‘meepikken’ van een Telegraafje en VK-tje, ’s ochtends voor het schoonpoetsen van de ski’s,  de genieting van deze indrukwekkende ‘roman in negen verhalen’  niet in de weg stond. Dus misschien toch maar over mijn hart strijken en een wat ‘losser’ boekendieet toestaan? Ik neem ‘t in beraad…

Lieske & verder

In Geen categorie on 4 maart 2009 at 17:05
In het nieuwe boek van Thomas Lieske zegt een voorlijke puber dat de essentiële scheiding in de mensheid  niet die tussen rijk en arm is, maar tussen kind en volwassene. Een intrigerende uitspraak, wat mij betreft.  Ik moet meteen denken aan al die interviews van BN-ers of andere prominenten, die dan zeggen dat ze na de dood van hun vader of moeder of broer of zusje ‘in één klap volwassen waren’. En dat ze sindsdien met minder angst leven, vanuit de gedachte: het ergste is me al overkomen. Als ik wat langer over deze thematiek nadenk kom ik tot de conclusie dat de leeftijd waarop en de snelheid waarmee  je van een kind in een volwassene verandert zeer bepalend is voor … voor… voor ongeveer alles wat je bent. Ikzelf? Ik ben al mijn hele leven bezig volwassen te worden, stapje voor stapje. Hoe ver ik ben? Geen idee.

Netwerkvergelijkingen

In Geen categorie on 4 maart 2009 at 17:04
Ik houd van gesprekken - met bijna iedereen. Dat verklaart misschien waarom ik één voor één ‘gezwicht’ ben voor de verschillende netwerken op internet; eerst LinkedIn, toen Hyves, toen Facebook en, tenslotte, Twitter. Als ik ze achtereenvolgens met één sleutelwoord moet benoemen: saai, luchtig, klef, onzinnig. Bij LinkedIn ontstaat er zelden interactie, de belangrijkste gebeurtenis daar is dat je iemands ‘vriend’ wordt, dat jij derhalve de andere partij kunt opvoeren als ‘contact’, als iemand die je kent, en, omgekeerd, dat de andere partij dat met jou kan doen. Een klinische vorm van CV-building, daar blijft het vaak bij.  Hyves is vooral voor ‘kids’ en jong volwassenen en speelt zich grotendeels af in de hormonale zone van ‘ik vind jou leuk, vind jij mij ook leuk?’. Voor zover ik hier heb rondgekeken, zijn de berichtjes vaak poeslief en voorzien van hartjes, allerlei emoticons en nog veel meer poespas en, heel belangrijk, je kunt je hyves-page helemaal pimpen zoals jij dat wilt, geheel volgens het imagobeleid dat je rond jezelf al (wel of niet) hebt ontwikkeld. Al met al is het een soort virtuele discovloer, zeg maar…  Op Facebook heb ik het sleutelwoord ‘klef’ geplakt, dat klinkt negatief, maar van alle netwerken vind ik dit verreweg de meest inspirerende. Binnen een half uur mocht ik mij ‘vriend’ noemen van Joost Zwagerman, Gerrit Komrij en nog wat notabelen uit de literatuur. Best klef. Enfin, het geeft op z’n minst aan dat Facebook in zekere zin ‘volwassen ‘ is, mensen komen elkaar voornamelijk op grond van interessesferen tegen en zo kan het gebeuren dat ik om de haverklap verzoeken krijg om lid te worden van groepen rond tijdschriften, dichters en andere fenomenen, die ik boeiend vind en waar mogelijk interessante weet/nieuwtjes worden uitgewisseld.  Bovendien: de deelnemers schrijven veelal met stijl en humor, en ook de reacties getuigen vaak van een  ’ontwikkelde geest’. Twitter, tot slot, is een regelrechte giller! Bij dit medium vormen 140 lettertekens de Absolute Grens, en dat bepaalt grotendeels ook de – beperkte – inhoud van de mededelingen, vaak in de trant van ‘ik ga eieren bakken’, ‘zag René Froger net nog bij Luxemburg zitten’ en ‘zit naar Banana Split te kijken… lach me ziek!’.  Op Twitter is een mensensoort actief, dat je op gematigde wijze ‘exhibitionistisch’ zou kunnen noemen, maar als je in een valsere bui bent, dingt naar de adjectieven  ‘ongeneeslijk masturberend’. Tot zover dit rondje langs de ’networks’… Smakelijk vrienden maken!